De Spaanse pesadilla
Het kersverse Spaanse beton glansde in de laatste zonnestralen van een warme zomeravond. Het geheel vernieuwde, heringerichte Burg.Loeffplein in het Bossche stadscentrum ademde de sfeer van een mediterrane zetting, niet vreemd gezien de nationaliteit van beide ontwerpers. Op de terrasjes op het plein was het inmiddels dan ook bon ton geworden om sangria te drinken, waarbij tapas gegeten werden, en af en toe kon men zelfs, waarschijnlijk door een overmatige sangriakonsumptie de kreet 'olé' beluisteren.
Ook de Kerkstraat en Kerkpleintje hadden een geheel nieuw aanzien gekregen, en ook hier overheerste het mediterrane karakter. Zelfs boekhandel Heinen had op de nieuwste Bossche trend ingehaakt, door een etalage in te richten met werken van Cervantes, Jorge Semprun, Lopez de Sara, Perez Galdos en reprodukties van Goya, Velasquez, Miro en Dali. De krant El Pais werd intussen beter verkocht dan De Volkskrant, Trouw en NRC samen.
Voor de etalage van Heinen stond een manspersoon, de neus tegen de ruit gedrukt zodat die gedeeltelijk besloeg, maar door de vertroebeling kon men toch nog gadeslaan dat de ogen van de man gericht waren op de reproduktie 'De naakte Maya' van Goya. Lange tijd stond hij daar, in stille aanbidding van het gereproduceerde kunstwerk, tot hij zijn blik wist los te weken en zijn weg vervolgde over het hergeplaveide Kerkplein. Hij liep de Gasselstraat door, om vervolgens via Hinthamerpromenade en Markt naar het Burg.Loeffplein te gaan. Daar streek zijn blik over de verzameling Zuideuropese terrassen en bleef tenslotte hangen op een nog lege, comfortabel uitziende rieten stoel. Hij begaf zich naar de stoel, nam plaats en groette de toevallige buren die reeds langere tijd deel van het terraslandschap hadden uitgemaakt, getuige de verzameling lege Vino de mesa-flessen op de tafel. Een ober kwam al snel langs en na een gemompeld 'buenas tardes' bestelde hij een karaf sangria, sinds kort zijn favoriete drankje. Dat alles had te maken met de spoedkursus Spaans die hij aan de Volksuniversiteit gedaan had, een kursus waarvoor de wachtlijst inmiddels behoorlijk was uitgebreid. Zo te horen hadden ook zijn toevallige terrasburen de kursus doorlopen, want toen zij, met enig gewankel, zich van de stoelen losweekten en huns en haars weegs gingen was het een ge-adios over en weer en een ge-hasta la vista en ge-buenas noches, dat in trendy Den Bosch had plaatsgemaakt voor het wat 'vulgair' gevonden Houdoe. Rustig nipte onze hoofdpersoon aan zijn sangria, hoorde vanuit de bar flarden Manitas de Plata en mijmerde weg in zoete recuerdos aan de naakte Maya. Hoe lang hij mijmerde wist hij niet, maar plotsklaps werd hij uit zijn dromen gehaald door een stem naast hem. '