op bezoek bij het OSL
Onlangs kwam een kennis met het merkwaardige aanbod om naar de jaarlijkse bijeenkomst van het Oud Strijders Legioen (OSL) te gaan, die op 10 april 1999 in Den Haag plaats zou vinden. Aanvankelijk vroeg ik me af hoe hij het in z'n hoofd haalde om me dit voor te stellen. Maar na een paar dagen begon het idee te leven. Het OSL staat bij mij bekend als een uiterst reactionaire club, die militarisme en vooral anticommunisme hoog in het vaandel heeft staan. De eerste keer dat ik er van hoorde was begin jaren tachtig tijdens de grote vredesdemonstratie in Amsterdam. Er vloog toen een vliegtuigje boven de samengestroomde massa met daar achter een tekst dat demonstreren in Moskou verboden was. "Is van het OSL" bromden toen verschillende stemmen.
door Peter Edel
Nadat de zojuist genoemde kennis de geplande bijeenkomst van het OSL ter sprake had gebracht, drong de vraag zich op of er zich binnen dit gezelschap veranderingen hebben voorgedaan sinds het einde van de Koude Oorlog. Mede in dit verband vroeg ik me af of een bezoek aan de jaarlijkse bijeenkomst van dit gezelschap materiaal voor een artikel op kon leveren. De vaste lezers van het Kleintje zullen weten dat ik in de afgelopen zeven maanden een zevental artikelen over de geschiedenis van contacten tussen militante zionisten en extreem rechts heb gewerkt. Nu die serie artikelen is afgesloten, is er tijd en ruimte ontstaan voor andere zaken. En dat werd hoog tijd, want het kan niet uitgesloten worden dat er mensen zijn die denken dat ik zo langzamerhand alleen nog maar over het zionisme kan schrijven. Om te laten zien dat dit niet het geval is, leek een artikel over een totaal ander onderwerp als het OSL een goed idee.
Vooraf begreep ik in ieder geval zoveel van het OSL dat enige uiterlijke aanpassingen noodzakelijk waren. Mijn gebruikelijke spijkerbroek en sportschoenen zouden in dit deftige gezelschap al snel uit de toon vallen. En dat was niet de bedoeling, want ik wilde vooral waarnemen zonder zelf op te vallen. Na enig zoekwerk bij een uit zijn maat gegroeide kennis vond ik een keurig colbertjasje, dat uitstekend voor deze gelegenheid geschikt leek. Daaronder kwam een zwarte coltrui, omdat ik op foto's heb gezien dat zoiets ome Bernhard zur Lippe ook erg goed staat. Vlak voor mijn vertrek naar het OSL stond mijn dochter nog de tranen in de ogen van het lachen, omdat ze haar vader nog nooit zo mooi aangekleed had gezien. Eenmaal in het Haagse congresgebouw gearriveerd volgde gelijk de eerste indruk: wat een oude mannen! De gemiddelde leeftijd van OSL-leden ligt zeker boven de zeventig. Daarmee gelijk een eerste gevoel van opluchting. Het OSL kan dan als enge club te boek staan, maar dat probleem zal zich vanzelf oplossen met een jaar of vijftien. Dan zal er alleen nog sprake zijn van een 'Uitgestorven Strijders Legioen'.
Vervolgens barste de OSL dag los, met een openingswoord van voorzitter Prosper Ego. Daarin werd mijn indruk bevestigd dat het met het ledenbestand van het OSL niet zo best gaat. Verder bleek uit de woorden van Ego dat hij er in geslaagd is om een geschikte opvolger voor 'de communistische dreiging' te vinden. Thans wordt die leegte voor Ego volledig opgevuld door de toename van misdaad en het 'asielprobleem'. Wat betreft dat laatste draaide hij er niet omheen: "burgers van dit land hebben de eerste rechten".
Met de toespraak van Ego volgde gelijk ook een verrassing. Want waar Ego en zijn OSL altijd erg enthousiast zijn geweest over alles wat met de NAVO te maken heeft, daar sprak hij nu toch duidelijk zijn bedenkingen uit ten aanzien van NAVO acties in Servië. Maar dat deze mening in de kringen van het OSL geen gemeengoed is, bleek uit de woorden van de eerste spreker: G.C. Berkhof. De lezing van deze gepensioneerde luitenant-generaal ging verder vooral over de toekomst van de Nederlandse strijdkrachten, maar hij liet daarbij en passant weten een voorstander te zijn van het zenden van grondtroepen naar Servië. Dit beargumenteerde hij met de onnauwkeurigheid van bomaanvallen en het tekort aan kruisraketten. Verder ging het bij Berkhof vooral over militair materieel. Hij besprak het vertrek van F-16's en fregatten, en de komst van Augusta helikopters. Met dat laatste moest ik direct aan Belgische toestanden denken. Zou er in Nederland ook nog ergens een omkoopaddertje onder het gras zitten? Interessant aan de lezing van Berkhof was verder dat hij door liet schemeren dat het Nederlandse leger rekening houdt met aanvallen met chemische, dan wel biologische wapens, op Nederland door landen als Libië en Iran.
De volgende spreker was in mijn ogen ook meteen de belangrijkste. Dit niet in de laatste plaats omdat het hier waarschijnlijk de grootste smeerlap van het viertal sprekers betrof. Want wie stond daar? Niemand minder dan voormalig procureur generaal Mr. R.A. Gonsalves. Hij trok direct fel van leer tegen de 'gewelddadige cultuur' van mensen uit het Middellandse Zee gebied. Maar daarnaast ging het bij Gonsalves vooral over criminaliteit.
Hij klopte zichzelf op de borst als de bedenker van het eerste IRT in Limburg en sprak zich uit voor afluister- en inkijk- operaties, maar tegen het doorlaten van partijen drugs om tot de top van misdaadorganisaties door te dringen. Daarbij vergat hij pardoes even te vermelden dat hij zelf als procureur generaal ook van dergelijke ongeoorloofde opsporingsmethoden heeft geweten.
Om criminaliteit effectief te kunnen bestrijden is herstructurering van de politie volgens Gonsalves noodzakelijk. Daarnaast ziet hij wel wat in vrijwillige politie. Hij beweerde ooit door de vrijwillige politie van Almelo in bescherming te zijn genomen toen 'agressieve jongeren' stenen door zijn ruiten gooide. Het inzetten van Pepergas tegen 'oproerkraaiers' stuit volgens Gonsalves op geen enkel bezwaar. Invoering daarvan noemde hij een 'eenvoudige beslissing'. Maar Gonsalves ging nog verder. Hij vindt dat burgers zich met verregaande methoden tegen criminaliteit mogen beschermen. Zo ziet hij er wel wat in om bonafide burgers met vuurwapens uit te gaan rusten. Het eerste wat ik me daarbij bedacht waren de heerlijk Amerikaanse toestanden die daar het gevolg van zouden zijn. En daarnaast: wie gaat er dan bepalen wie zich wel en wie zich niet mag bewapenen, wanneer de voormalige procureur generaal zijn zin krijgt. Of voelt meneer Gonsalves -die bij wijze van spreken nog Papoeabloed aan zijn handen heeft zitten van zijn tijd in Nieuw Guinea- zichzelf daar misschien zelf toe geroepen?
Na Gonsalves volgde een pauze, waarin P.J. Gerke, als secretaris van het OSL, op zoek ging naar potentiële nieuwe leden. Hij was zo te zien erg onder de indruk van zowel mijn colbertjasje als mijn jeugdige verschijning, en begon zowaar zieltjes te winnen.
Gerke toonde zich in zijn reclamepraatje duidelijk bezorgd over de uitblijvende aanwas van nieuwe leden voor het OSL. Hij vroeg zich af waarom het 'gezond rechts' van zijn club niet wordt opgepikt door de jeugd. Verder sloot Gerke zich aan bij de mening van zijn voorzitter, die de acties van de NATO in Servië een slechte zaak vond. In gezelschap van Gerke liep ik terug naar de zaal. Na een korte inleiding van Ego himself werd het woord genomen door Professor Dr. A. Szäsz, bijzonder hoogleraar Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Even leek het bij hem interessant te gaan worden toen hij in niet mis te verstane termen zijn bedenkingen uitsprak tegen de invoering van de Euro. Maar vervolgens begon hij aan een betoog waar niet doorheen te komen viel, om de simpele reden dat er niets interessants uit te destilleren viel. Zelden zo'n slaapverwekkende spreker gezien. Er waren nog meer aanwezigen die daar last van hadden. Links en rechts vielen seniorenhoofden naar voren en opzij en na enige tijd was er zelfs een zacht gesnurk door de woorden van Szäsz hoorbaar. Opgelucht nam het gehoor afscheid van Szäsz. Hij werd gevolgd door de voormalige Rotterdamse wethouder en kantonrechter Mr. H.C.G.I. Polak. Mijn, door de woorden van Szäsz enigszins verminderde, bewustzijn schrok wakker toen Polak stelling nam tegen de machtige rol van multinationals en banken. Ook de wapenindustrie werd door Polak nog even onder vuur genomen. Merkwaardige geluiden voor bij het OSL, die niet echt te plaatsen vielen. De tronie van Ego leek enigszins geërgerd toen Polak aan het woord was. Maar daar kan ik me in vergissen, want die indruk wekt het vierkante hoofd van Ego normaal gesproken ook al. Vervolgens ging Polak over tot het feitelijk onderwerp van zijn lezing: het wel en wee van de democratie in Nederland. Hij sprak zijn bezorgdheid uit over het teruglopend aantal stemmers bij de laatste verkiezingen en overwoog de voor en nadelen van het referendum. Interessant was een opmerking van Polak over de mogelijkheid om de opkomstplicht bij verkiezingen opnieuw in te gaan stellen. Hij had daar zijn bedenkingen bij, omdat dit zou leiden tot een groot aantal proteststemmen en dat was volgens hem onherroepelijk in het voordeel van extreem rechtse partijen. Alles bij elkaar opgeteld hoorde die Polak eigenlijk niet zo goed thuis bij het OSL.
Daarmee naderde deze enerverende dag zijn einde. Ego sprak nog een afscheidswoord, waarin de broer van Gonsalves, ene Bob, met bloemen werd overladen vanwege zijn inzet voor het OSL. Vervolgens kreeg de dag zowaar een zionistische tintje. Probeerde ik dit onderwerp te ontlopen door een artikel over het OSL voor te bereiden, maar ook hier werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt, toen Ego melding maakte van de aanstaande 95ste verjaardag van een prominent lid van het OSL: dhr. Speijer. Het feestvarken ging op verzoek van Ego staan en ontving alom applaus. Ik meende te verstaan dat Ego vermeldde dat meneer Speijer al 42 jaar lid is van Likud Nederland. Likud? OSL?
Op weg naar de uitgang van het congresgebouw liep daar meneer Speijer. De verleiding was daarop te groot om hem niet aan te spreken. Achteraf maar goed ook, want ik had Ego kennelijk verkeerd verstaan. Meneer Speijer bleek namelijk niet aangesloten bij Likud, maar bij Cherut, een ultra rechtse nationalistische partij in Israël die is opgericht door Bennie Begin (de zoon van de voormalige Israëlische premier, die naar aanleiding van de laatste verkiezingen in de joodse staat afscheid van de politiek nam). Tijdens het gesprek met meneer Speijer over zijn zionistische denkbeelden, bracht hij een aantal keren de revisionistische zionist Jabotinsky ter sprake. Daarnaast maakte hij er geen geheim van zich diep verbonden te voelen aan het joodse geloofssysteem. Alle aanwijzingen waren daarmee voorhanden dat het hier een messianieke, dan wel revisionistische zionist betrof, van het soort waar seculiere Israëliërs helemaal niets van willen weten. Twee dagen later viel het door meneer Speijer uitgegeven tijdschrift "Het wapen van Israël" op m'n deurmat. Mijn aanvankelijke indruk bleek terecht, want op de omslag daarvan stond de tekst: "Orgaan van Cherut (Vereniging van Revisionistische Zionisten)". Men zou zich af kunnen vragen wat zo'n man bij het OSL doet. Maar er is wat dit betreft het nodige vergelijkingsmateriaal voor handen. Neem bijvoorbeeld de 'World Anti Communist League' (WACL), een organisatie waar een aantal betrokkenen van het OSL in het verleden mee in contact heeft gestaan, zoals Ego himself. In "Kanttekeningen deel II (e)" schreef ik dat de zionist Marvin Liebman zitting had in een comité waaruit de WACL ooit ontstond. Verder stond daar dat deze anticommunistische organisatie ooit een toevluchtsoord was voor allerlei gespuis dat met de nazi's had geheuld of daar zelf toe behoorde. En nu blijkt dat er al jaren een revisionistische zionist in het OSL zit.
Na nog even het Wilhelmus gezongen te hebben ging een ieder huiswaarts. Totaal verbijsterd door het verschijnen van Meneer Speijer, kocht ik nog even snel een Nederland-Israël stropdas van het OSL. Leek me toepasselijk, de combinatie van de Nederlandse leeuw (dan wel 'the Lion of Zion') en de Davidster. Bovendien dubbel uitbetalen. Want ik kan er mee naar bijeenkomsten van ultra rechtse clubs als het OSL, maar ook binnen zionistische kringen moet ik er geen gek figuur mee slaan. Voor toekomstige excursies dus uitermate geschikt. Het OSL blauw staat alleen niet bij m'n colbertjasje. Shit!
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 334, 2 juli 1999