Skip to main content
  • Archivaris
  • 317

puntje.

Amsterdam, 16 december 1991. Een groepje gelegaliseerde terroristen van de vrije markt besluit voor de zoveelste keer hun succesvolle activiteiten op de beurs te bekronen met een avondje Yab Yum. Een aantrekkelijke bezoekster die zich daar in haar eentje aan de bar bevindt, weet zich al snel omringd door het beursgeboefte. De haar aangeboden champagne vindt gretige aftrek en als wat flessen later duidelijk wordt dat ook nog eens hun misselijkmakende versiertoer en seksistische grapjes worden geslikt, verkeren de beursballen in de veronderstelling hun ideale lustobject te hebben gevonden. Tijdens het informele beraad daarover, schouder aan schouder voor een pisbak, meent één van hen, de grootste, dikste en rijkste van het stel, wel te weten waar ze op uit is en wat ze tekortkomt. Als afsluiting van deze avond wil hij wel eens wat anders dan de gebruikelijke call-girl op zijn hotelkamer. Zijn perverse fantasie ontmoet een algemeen protest met als gevolg de afspraak om de jacht voort te zetten, maar met alle respect voor de prooi. De inmiddels flink benevelde dame die een oogje heeft op de minst walgelijke van het stel (Rudy), gaat in op hun invitatie om het gelag voort te zetten in het hotel. Daar barst, dronken van succes, champagne en ingehouden Yab Yum-geiligheid, het bacchanaal pas echt los. Er wordt een vracht zuipen aangerukt en al vlug belandt de spiegel van de muur plat op tafel. Tot groot vermaak van de beursbarbaren is ook dat gebruik haar niet vreemd. Integendeel. De volgende morgen droomt ze wakker: Shit... Nee toch? Ja. Toch. Als ze haar ogen opent om hem te zien, kijkt ze recht in een very-close-up van de man die haar de dag ervoor nog had kunnen bekoren. Berustend neemt ze de gelaatstrekken van haar slapende desillusie in zich op. Totdat ze zich bewust wordt van een gereutel achter haar rug. Nog geen fractie van een seconde later weet ze zich rechtop om neer te kijken op een enorme varkensnek die naast haar boven het laken uitsteekt (Helmut). Wanneer haar gedachtengang begint te peuren in een onwillig geheugen en ze in het halfdonker de rest van de beursbeesten op het meublement ontwaart, ontsnapt er uit haar oerwezen een "wel godverdomme" dat op heel de verdieping te horen moet zijn geweest. Het gezwelschap schrikt wakker en weet niet hoe vlug het zijn driedelige biezen moet pakken. Behalve Rudy. Die kleedt zich eerst aan. Onderwijl stamelt ie nog zoiets dat ie alles had gedaan om het te voorkomen en trekt vervolgens met een nauwelijks hoorbaar "sorry" de deur achter zich dicht.

Zes jaar later, december 1997. De dame in kwestie, op het moment van gebeuren al in psychische nood, is veranderd in een psychisch wrak en kan nog steeds niet zonder intensieve begeleiding. De beursty-boys hebben hun dierlijke verlangens sindsdien niet meer in die mate uitgeleefd, maar zijn in feite nog geen steek veranderd. Zes overvette jaren later, ontstaan hun ziekelijke plannetjes nog steeds privé in de plee. Alhoewel er sinds december 1990 voor de uitvoering ervan weer gewoon netjes wordt betaald (dat rechtvaardigt tegenwoordig bijna alles), wijst veel er op dat nieuwe hoogtepunten van hun morbiditeit niet lang meer zullen uitblijven. Rudy doet echter al een tijdje niet meer mee. Het lijkt alsof zijn god hem vergiffenis heeft geschonken, want hij voelt zich nu ineens heel anders dan rest. Nou ja, ineens. Daar ging me nogal wat aan vooraf. Zijn aanvankelijke "alles-gedaan-wat-maar-kon-verzet" tegen Helmut kostte hem direct al zijn plaatsje in het urinoir. Bij zijn poging dit te heroveren, werd hij er door Helmut op het moment suprême publiekelijk tenondergepist. Daarna viel de glamourboy een retraite als kantoorklerk ten deel. Tijdens deze periode stelde hij zich geduldig en zwijgzaam op om zo ooit nog eens in aanmerking te komen voor een of andere rehabilitatie van niveau, maar naarmate de jaren verstreken en het hem duidelijker werd dat ie totaal niets meer te verliezen had bij zijn vriendjes, veranderde zijn geduld in woede en zijn stilte in een geschreeuw dat hen beschuldigde van verkrachting. Maar behalve deze walgelijke aanloop. Wat zijn geschreeuw pas echt beschamend maakt, is het feit dat er totaal geen mea culpa in doorklinkt. Voorts valt het op dat zijn geschreeuw niet bepaald van de daken komt en hij het achterste van zijn tong niet laat zien. Had je het al in de gaten? De beursbarbaren zijn de toenmalige leiders van de EU-landen. Rudy is oud-premier Drs. Ruud F.M. Lubbers en Helmut is de bondskanselier van Duitsland, Helmut Kohl. De onfortuinlijke dame uit het verhaal is het voormalige Joegoslavië. Wat me ertoe heeft bewogen om deze onsmakelijke metafoor te gebruiken? Een artikel van Lubbers himself met de titel: "Bosnia. Justice and Law Three Times Raped". 'By Helmut Kohl' had ie daar net zo goed aan toe kunnen voegen, want wat betreft de hierboven omschreven verkrachting van recht en rechtvaardigheid in Bosnië, de eerste en bepalende, schuift ie alle schuld bij Kohl.

Wordt vervolgd

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 317, 23 januari 1998