Nonsens over Tibet. Een reactie
Vandaag heb ik een blik geworpen op Kleintje Muurkrant. Ik zag enkele weinig genuanceerde artikelen (nummer 316), die volledig buiten de realiteit staan en een uitzonderlijk laag waarheidsgehalte hebben. Het meest treurige artikel was geschreven door Eric Krebbers en bevatte een hoeveelheid nonsens die ik tot nog toe uitsluitend in Chinese propaganda-blaadjes heb mogen aanschouwen.
Voorop wil ik stellen dat ik heel blij ben dat wij in een land leven waar iedereen vrijelijk kan zeggen en schrijven wat hij wil. En waar iedereen dus gelukkig ook de mogelijkheid heeft zijn of haar denkbeelden te verkondigen, hoe waanzinnig, extreem-rechts of onredelijk-links deze ook zijn. Zolang er geen gevaar bestaat voor de veiligheid in het land en zolang het niet om al te grove persoonlijke laster gaat, kan hier in Nederland veel. In veel landen bestaat deze vrijheid helaas nog niet. Zowel in Indonesië als in China en in Tibet heb ik iets van deze onvrijheid mogen proeven. Ik dankte de hemel dat ik niet in deze landen hoef te wonen en in alle vrijheid kan discussiëren over elk onderwerp dat mij interesseert. Ik heb altijd gevonden - en vind nog steeds - dat er een hoop mis is in Nederland en de westerse wereld. Maar deze bezoeken hebben mij wel geleerd dat het hier in grote lijnen zo slecht nog niet is. Vrijheid, veiligheid en een gevulde maag: de drie belangrijkste randvoorwaarden om überhaupt een gelukkig leven te kunnen leiden, zijn hier aanwezig. Dat kunnen we onmogelijk zeggen van landen als China en Indonesië. Het is mij om 't even welke identiteit een regime heeft: zogenaamd communistisch (China) of kapitalistisch (Indonesië): het blijft een dictatuur en derhalve is er geen vrijheid en derhalve weerzinwekkend.
Vrijheid komt - samen met een gevulde maag - op de eerste plaats: wie nooit een dictatuur heeft meegemaakt kan hier - vrees ik - moeilijker over meepraten. Ook ik heb er maar een heel klein stukje van meegemaakt: maar wel een stukje dat indruk op mij maakte. Tibetanen, Indonesiërs en Oost-Timorezen spraken me in forse aantallen aan over de ellende, waar hun dictatoriale overheersers verantwoordelijk voor zijn. Wat betreft Tibetanen: Eric Krebbers weet overduidelijk niet waar hij over praat. Ik ga ervan uit dat hij nog nooit een Tibetaan in vrijheid heeft gesproken. Ik zou hem vriendelijk willen aanraden om eens contact op te nemen met een Tibetaan, in Nederland of elk ander willekeurig land waar Tibetaanse vluchtelingen zijn. Niemand vlucht voor niets. Wie de miljoen Tibetaanse slachtoffers van het Chinese regime ontkent, plaatst zich zowel buiten de realiteit als buiten de discussie. Duizenden hebben de sporen van martelingen nog op hun lichaam staan. De martelwerktuigen uit de Chinese martelindustrie zijn in diverse musea te vinden. Kritisch zijn is goed, maar kraam alsjeblieft geen onzin uit en bezoek bijvoorbeeld eens de Tibetaanse vluchtelingenkampen in India en Nepal. Vraag eens aan de Tibetanen zelf - zo'n 130.000 vluchtelingen - waarom men gevlucht is. Daarmee toont men meer respect voor dit volk dan middels een ontkenning van hun realiteit. Wat ook aardig kan zijn, is om eens bij elke willekeurige Tibetaan in Tibet zelf (voor zover dat mogelijk is zonder de Tibetanen in gevaar te brengen) of in vrijheid in ballingschap (Nederland, India of waar dan ook), te vragen hoe men over de Dalai Lama denkt. Ook is het interessant om eens films te bekijken of bij Tibetanen na te vragen of men de Dalai Lama inderdaad "niet in de ogen mag kijken", zoals Krebbers zegt. En misschien is het ook zinnig om eens een aantal interviews met de Dalai Lama te bekijken, waarin men hem vraagt of hij zichzelf als god, halfgod of godkoning beschouwt. Hoe stroken de stellingen van Krebbers met de constante opmerkingen van de Dalai Lama dat hij geen god of iets dergelijks is, maar zichzelf slechts beschouwt als een eenvoudige monnik?
Als laatste het verleden. Geen Tibetaan wil terug naar het oude feodale systeem van voor de Chinese inval en annexatie in 1950. Dit was ouderwets, niet-democratisch en bezat vele nadelen en keerzijdes. Het zou ook totaal niet reëel zijn hier naar terug te verlangen. De Dalai Lama zegt zelf altijd dat hij onmiddellijk van al zijn politieke functies afstand wil doen, op de dag dat Tibet weer vrij is. Hij beschouwt 'het instituut Dalai Lama' als verouderd. Maar dat neemt niet weg dat hij de steunpilaar van de Tibetanen is. Gelukkig hebben de Tibetanen in ballingschap reeds een uitgebreid democratisch systeem en een democratische grondwet ontwikkeld, met een regering die is gekozen door een parlement. Deze parlementsleden worden gekozen door alle Tibetanen in ballingschap (India, Nepal, Buthan en westerse landen). Het leuke is dat ook veel Nepalezen, Indiërs (en tegenwoordig ook Japanners, Thai, etc) de Tibetanen in ballingschap van harte ondersteunen, onder andere middels vriendschapsverenigingen.
Ik wens verder niet meer in te gaan op de stelling van Krebbers dat de meeste Tibetanen 'heimelijk' blij zullen zijn geweest met de Chinese vernietiging van al hun kloosters, tempels en andere cultuurgoederen. Dit is te absurd voor woorden, en wordt zelfs door de Chinese regering zelf veroordeeld. Er zijn talloze boeken geschreven over onderdrukking, onder andere door het Chinese regime. Misschien dat Krebbers het boek 'Wilde Zwanen' eens zou kunnen lezen? De inhoud van zijn betoog getuigt van een ongelooflijke naïviteit. Verder acht ik het taalgebruik smakeloos en beneden niveau. En tenslotte gaat hij respectloos om met het leed van velen, die de onderdrukking van nabij hebben meegemaakt. Dit laatste geldt hoogstwaarschijnlijk niet voor de heer Krebbers. En ik hoop ook van ganser harte dat hij dit nooit mee hoeft te maken.
Peter Ras
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 317, 23 januari 1998