Skip to main content
  • Archivaris
  • 329

Contacten tussen zionisten en extreem-rechts in de naoorlogse periode

Kanttekeningen... deel twee

In voorgaande nummers van Kleintje Muurkrant ging Peter Edel in op het zionisme voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. In dit vierde deel gaat het over de staat Israël en de contacten die in verband met de joodse staat plaatsvonden tussen zionistische kringen en extreem-rechts.

door Peter Edel

Na decennia van dubieuze contacten met antisemitische kringen, kregen de zionisten, toen in 1948 de staat Israël werd opgericht, eindelijk waar zij al die tijd naar gestreefd hadden. Voor dat het echter zover was vond er in Israël een onafhankelijkheidsoorlog plaats, waarbij eerder opgerichte zionistische organisaties aanslagen pleegden op Britse en Arabische doelen. Daar waren zionisten bij betrokken die tijdens de oorlog aan de kant van de Britten hadden gevochten, zoals de 'Irgun'. Daarnaast waren er ook zionistische initiatieven in de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog actief, die voor en tijdens de oorlog pogingen deden om tot overleg met de nazi's te komen, zoals 'Haganna' en de 'Stern gang'. De latere Israëlische politieke en militaire elite kwam voor een groot deel voort uit deze organisaties. Belangrijke leiders van de joodse staat, zoals Rabin, Peres, Begin en Shamir begonnen er hun politieke en/of militaire loopbaan.

David Ben Goerion werd de eerste premier van Israël. In diens Arbeiderspartij was veel te herkennen van Theodor Herzl's oorspronkelijke gedachtengoed. Zo kwamen atheïsme en socialisme hoog in het vaandel te staan van de Arbeiderspartij. Bovendien waren vooral de 'Ashkenaziem' in deze partij vertegenwoordigd. Herzl en andere prominente moderne zionisten van het eerste uur kenden eveneens hun oorsprong in deze uit Oost-Europa afkomstige joodse bevolkingsgroep. Nadat het Britse establishment zich had neergelegd bij het definitieve ontstaan van Israël, werd de Arabische wereld de grootste vijand van de joodse staat. Korte tijd later kwam er bovendien een nieuwe vijand voor Israël bij in de vorm van de Sovjet-Unie, van waaruit verdragen werden gesloten met Israël vijandige Arabische landen.
Met al deze nieuwe vijanden raakte het feit dat de nazi's kort daarvoor nog vijf miljoen joodse mensen hadden vermoord enigszins op de achtergrond. Het opsporen en berechten van oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog kende onder die omstandigheden in ieder geval geen erg hoge prioriteit. Dat bleek toen de nazi-jager Simon Wiesenthal in de jaren vijftig achter de verblijfplaats van Adolf Eichmann kwam.
Nadat hij met die informatie had aangeklopt bij pro-Israëlische organisaties, toonde men zich daar aanvankelijk nauwelijks geïnteresseerd. Maar dat veranderde korte tijd later toen de Israëlische leiders inzagen dat een proces tegen Eichmann niet alleen rechtvaardig zou zijn ten aanzien van de slachtoffers van de holocaust, maar tevens bij kon dragen tot de argumenten die het bestaan van Israël legitimeren. Vanzelfsprekend was het proces tegen Eichmann, zowel als diens uiteindelijk terechtstelling, op zichzelf een volledig rechtmatige gebeurtenis. Daarover zullen zelfs de meest fanatieke tegenstanders van de doodstraf het waarschijnlijk wel eens zijn. Maar dat neemt niet weg dat men vanuit Israël destijds een dubbele agenda hanteerde (1). Mede daardoor werden sommige aspecten van het nationaal-socialisme, die bij het vervolgen van joodse mensen een rol hadden gespeeld, vrijwel volledig buiten beschouwing gelaten. Zo kwamen de raciale beginselen van de nazi's, die tot de holocaust hadden geleid, tijdens het Eichmann-proces helaas nauwelijks aan het licht. En de overeenkomsten tussen de rassenideologieën van zionisme en nationaal-socialisme dientengevolge evenmin. In plaats daarvan was veel bij dit politieke proces erop gericht om voor het oog van de wereld het bestaan van een joodse staat in Palestina te rechtvaardigen aan de hand van jodenvervolgingen uit het verleden. Eichmann werd daarbij niet zo zeer afgebeeld als een exponent van het nationaal-socialisme, maar veel eerder als symbool van de vervolgingen die de joodse gemeenschap door de eeuwen heen hebben getroffen.
Het gevolg van dit beleid was dat de vijanden van het jodendom en de staat Israël, die in feite twee afzonderlijke groepen zijn, op één rij werden geplaatst. De hopeloze verwarring tussen antisemitisme en antizionisme, zoals die tot op de dag van vandaag bestaat, was hier het gevolg van. De gelijkschakeling tussen genoemde begrippen werd en wordt vanuit zionistische kringen doorgaans gerechtvaardigd met het argument dat iedere jood in zijn hart een voorstander is van zowel een joodse staat, als de middelen die in dat verband worden toegepast. Daarbij wordt er ook tegenwoordig nog geheel aan voorbij gegaan dat veel joodse mensen in de praktijk helemaal niets van Israël willen weten, of daar veel kritischer tegenover staan dan menig zionist lief is. Dat blijkt alleen al uit de auteurs die ik deze serie artikelen als bronnen opvoer. Een aantal onder hen combineert een joodse achtergrond zonder meer met verregaande kritiek op Israël, terwijl anderen hun joodse identiteit zelfs combineren met een ronduit antizionistische opstelling. De verwarring tussen antisemitisme en antizionisme zorgde er desalniettemin voor dat pro-Israëlische kringen een uiterst effectief wapen in handen kregen, waarmee iedere kritiek op Israël voortaan gepareerd kon worden. Door het schrikbeeld van het nationaal-socialisme en de holocaust op te roepen was dat een fluitje van een cent. Voorwaar een machtig wapen! Het was met name de Palestijnse bevolking die door het gegoochel met de begrippen antisemitisme en antizionisme getroffen werd. Hoewel men daar feitelijk nooit iets anders heeft gedaan dan het verdedigen van traditioneel woongebied, werden zij door Israëlische extremisten zonder meer onder één noemer gebracht met het nationaal-socialisme. En dat terwijl er met het ontstaan van Israël zeker geen einde was gekomen aan contacten tussen zionisten en antisemitische kringen, zoals die voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog plaatsvonden. Het belang van een op te richten joodse staat vormde toen nog het argument achter dergelijke verbindingen. Na 1948 kwam de veiligheid van Israël daarvoor in de plaats.

De OAS, Sassen en Skorzeny
Relaties tussen pro-Israëlische krachten en extreem-rechts ontstonden er op verschillende momenten in de naoorlogse geschiedenis. Toen de Franse generaal Charles De Gaulle in de jaren vijftig op het punt kwam om de onafhankelijkheid van Algerije te accepteren, werd deze ontwikkeling in Israël met argusogen gevolgd. Een door islamieten geregeerd Algerije stond daar om voor de hand liggende redenen niet op het verlanglijstje. Daarom was er voor Israël alle reden tot samenwerking met kringen, die zich vanuit Frankrijk tegen het besluit van De Gaulle tot een onafhankelijk Algerije bleven verzetten. De tegenstanders van De Gaulle verenigden zich in de 'Organisation de l'Armée Secret' (OAS). Met dit uiterst rechtse gezelschap in Frankrijk sloot de Israëlische geheime dienst Mossad een alliantie tegen De Gaulle (2). Dat zich in de OAS een stel rabiate antisemieten ophield, was voor de toenmalige Israëlische premier Ben Goerion geen bezwaar. Hij verklaarde "that they were only against Jews in France, not in Israël" (3). De OAS pleegde verschillende (mislukte) aanslagen op het leven van De Gaulle. Toen de Franse geheime dienst in 1965 een rapport lanceerde waaruit de samenwerking tussen Israël en de fascisten van de OAS bleek, zorgde De Gaulle ervoor dat de (militaire) samenwerkingsverbanden, die er eerder tussen Israël en Frankrijk waren gesloten, werden ontbonden. Bovendien maakte de Franse generaal bij die gelegenheid een einde aan de vestiging van de Mossad in Parijs.

Begin jaren zestig ging Israël nogmaals met een oud-nazi in zee. Dat gebeurde toen de Mossad de Nederlandse oorlogsmisdadiger Willem Sassen benaderde met het verzoek te assisteren bij het proces tegen Eichmann. Sassen had eerder een interview met Eichmann gedaan, dat hij in de jaren vijftig probeerde te verkopen (zie Kleintje Muurkrant # 228). Nadat hij zijn verhaal aanvankelijk niet kwijt kon, kwam Sassen in contact met de Mossad. Deze Israëlische inlichtingendienst deed hem daarbij het voorstel om voor een maandelijks salaris van 5000 dollar voor Israël te gaan werken (4).
Sassen was verbonden aan een netwerk van en voor oud-nazi's dat wel de 'Zwarte Internationale' wordt genoemd. Ook Otto Skorzeny kon in dat gezelschap aangetroffen worden. Na de oorlog werd hij binnen kringen van oud-nazi's een ware oorlogsheld. In hun ogen toonde Skorzeny een staaltje van zijn militaire kunnen toen hij Mussolini in 1943 wist te bevrijden uit een hotel in Gran Sasso, waar de Italiaanse dictator door zijn eigen legerstaf werd vastgehouden. Skorzeny was tevens betrokken bij de bloedige maatregelen die er door de nazi-top werden genomen tegen een groep samenzweerders, die in 1944 onder leiding van Claus von Stauffenberg betrokken waren bij een (mislukte) aanslag op Hitler. Bij de processen van Neurenberg werd Skorzeny vrijgesproken, al bleef hij gevangen omdat hij nog voor een rechter in Duitsland moest verschijnen. In 1948 wist Skorzeny echter te ontsnappen en week hij uit naar Spanje, waar hij de fascistische groep 'Cedade' (Circulo Espanol de Amigos de Europa) oprichtte (5). Zijn duidelijke sympathie voor het nationaal-socialisme, noch zijn betrokkenheid bij naoorlogse extreem-rechtse groepen, konden verhinderen dat Otto Skorzeny in de jaren zestig in dienst werd genomen door de Mossad. Hij raakte betrokken bij een operatie die deze Israëlische inlichtingendienst destijds aan het voorbereiden was. Aanleiding hiertoe vormde de toenmalige veronderstelling in Israël, dat de Egyptische president Nasser een aantal oud-nazi's in dienst had genomen om een fabriek voor vliegtuigen en raketten te bouwen. Skorzeny werd hierop door de Mossad benaderd, om zijn kameraden uit de oorlog die in Egyptische dienst waren getreden, buiten gevecht te stellen. Daarbij zou hij samenwerken met voormalige betrokkenen van de 'Stern Gang' (zie het vorige Kleintje). Skorzeny was zonder meer bereid geweest tot het verlenen van diensten aan de joodse staat, als hij daarvoor in ruil het recht kreeg om zijn memoires, in het Hebreeuws vertaald, in Israël uit te geven. Hoewel hij toch in alle opzichten een onvervalste nazi was, dacht Skorzeny kennelijk een weg te hebben gevonden om aan te tonen dat hij geen oorlogsmisdadiger was. De operatie, waarvoor Skorzeny door de Mossad werd benaderd, liep uiteindelijk op niets uit, toen bleek dat het Egyptische raketprogramma niet meer dan een plan van Nasser was dat nooit erg serieuze trekken kreeg (6).

Militaire dictaturen
In het kader van de Israëlische veiligheid heeft de joodse staat tal van overeenkomsten gesloten met de meest onmenselijke rechtse dictaturen in Midden- en Zuid-Amerika. Om de veiligheid van Israël te garanderen ging de Israëlische regeringen onder andere in zee met de junta's van Chili, Guatemala, Panama, Honduras en El Salvador, terwijl ook met de Nicaraguaanse dictator Somoza warme contacten werden onderhouden (7).
Nadat er een einde was gekomen aan de militaire samenwerking met Frankrijk ging Israël banden aan met de racisten in Zuid-Afrika. Deze samenwerking lag voor de hand omdat beide landen zich destijds in hun regio in een vrijwel volledig isolement bevonden. In Zuid-Afrika was dat een gevolg van de apartheid, terwijl het in Israël vooral kwam door de Arabische reactie op de behandeling van Palestijnen. (De joodse staat heeft veel geleerd uit de band met Zuid-Afrika. Zo is het destijds door de blanke racisten gehanteerde concept van de 'thuislanden', momenteel goed terug te herkennen in de Israëlische opvatting over de autonome gebieden van de Palestijnse bevolking. De gelijkenis ontstaat bijvoorbeeld door zaken als de Israëlische controle over de wegen die naar deze gebieden leiden).
De contacten die Israël met militaire dictaturen heeft onderhouden, bestonden (en bestaan) doorgaans in de vorm van wapenleveranties. De joodse staat kent dan ook niet voor niets één der grootste wapenindustrieën ter wereld. Bij dergelijke transacties kijkt Israël niet alleen naar de financiële kant van de zaak. Dat via wapenleveranties invloed kan worden verkregen speelt eveneens een belangrijke rol. Tijdens de Koude Oorlog kwam daar het aspect bij dat Israël kort na haar ontstaan onderdeel werd van een sterk Angelsaksisch georiënteerd netwerk tegen het Sovjet-communisme en de verspreiding daarvan in onder andere Midden- en Zuid-Amerika. Na de val van het communisme in het Oostblok is er echter een nieuw situatie ontstaan waarin Israël tevens militaire banden heeft aangeknoopt met de weinige landen waar het communisme als systeem overeind is gebleven. Zowel Noord-Korea als China worden in dit verband genoemd (8). Dat de mensenrechten in beide landen grof wordt geschonden laat de regering van Israël volledig koud.
De tanks die in 1989 op het Chinese plein van de hemelse vrede werden ingezet, zaten vol met wapensystemen die uit Israël afkomstig waren. Vanaf het moment dat die tanks voor het eerst in een wapenparade werden gesignaleerd, dienden de vriendschappelijke betrekkingen, die China met de PLO van Yasser Arafat onderhoudt, alleen nog als camouflagemiddel voor deals met Israël (9). Verder bestaan er tal van aanwijzingen dat Israël in het geheim Amerikaanse Patriot-antiraketwapens aan China heeft verkocht. Binnen de Amerikaanse politiek is daar in 1992 de nodige politieke opschudding over ontstaan (10). Een interessant terzijde bij dit alles is dat Shaul Eisenberg, één van de belangrijkste Israëlische wapenhandelaars, verleden jaar is overleden toen hij op zakenreis was in ... Bejing. Ook het gebruik van Israëlische militaire middelen bij massamoord is voor de leiders van de joodse staat kennelijk niet onacceptabel. Zo werden wapens en munitie die gebruikt werden bij de wederzijdse slachtingen in Ruanda, geleverd door het Israëlische militair industrieel complex. Aangezien de Verenigde Naties een wapenembargo hebben afgekondigd in verband met Ruanda, werd vanuit Israël een dekmantel geconstrueerd, waarbij de Britse 'Mill-Tech Corporation' een belangrijke rol speelde. Maar deze maatregel kon niet verhinderen dat de Israëlische rol bij de massaslachtingen in Ruanda uitlekte. Dat gebeurde toen in kranten over de hele wereld foto's uit Ruanda verschenen waarop munitiekisten met Hebreeuwse letters stonden. Het Israëlische parlementslid Tamar Gozansky wijst erop dat dergelijke wapenleveranties altijd door het Ministerie van Defensie worden gecontroleerd. In Israël waren regering en legertop er dus volledig van op de hoogte dat er wapens werden geleverd, die een rol speelden bij het bloedvergieten in Ruanda. Dergelijke aanwijzingen hebben ertoe geleid dat de joodse staat, samen met China, Zuid-Afrika en Roemenië, door Amnesty International medeverantwoordelijk wordt gehouden voor de genocide die in Ruanda heeft plaatsgevonden (11).

De Protocollen van Zion
De reden waarom de genoemde militaire dictaturen zich maar al te graag aan Israël binden, is volgens de Israëlische mensenrechtenactivist Israel Shahak mede in de mythe rond de 'Protocollen der ouderen van Zion' te vinden (12). Volgens dit door antisemieten verzonnen geschrift zouden 'de joden' eind vorige eeuw besloten hebben om tot een joodse wereldheerschappij te komen. Voor Hitler en trawanten vormden de protocollen voor de oorlog één der argumenten voor het vervolgen van joodse mensen. Als zodanig is dit geschrift een groot gedeelte van het Europese jodendom noodlottig geworden. Maar volgens Shahak hebben de Protocollen er in de naoorlogse periode een nieuwe interpretatie bij gekregen, die, hoewel nadelig voor joodse mensen in het algemeen, zeker in het voordeel is van de joodse staat. Want ook in de militair bestuurde landen, waarmee Israël contacten heeft aangeknoopt in de naoorlogse periode, hecht men vaak een heilig geloof aan de Protocollen. Voor deze landen heeft dit echter zeker niet geleid tot afstand nemen van Israël. Integendeel zelfs, want in dit soort landen is de in de Protocollen gesuggereerde 'joodse wereldsamenzwering' juist des te meer reden om een samenwerking met Israël aan te gaan. Shahak wijst op Noord-Korea, een land waarvan de regering er, aan de hand van de mythe van de Protocollen, vanuit gaat dat men via Israël invloed uit kan oefenen op het internationale politieke theater. Shahak citeert in verband met zijn visie op de Protocollen een citaat uit een artikel dat in Israël is verschenen: "Like so many backward regimes, the North Koreans stick to the myth of the Protocols of the Elders of Zion. From this myth they draw a conclusion that via Israël they can easily win some access to America, and that this access may perhaps rescue their regime in an hour of dire emergency." (13).
Hoewel de werkelijkheid heel anders in elkaar steekt lijkt men het in Israël allang best te vinden dat dergelijke landen de Protocollen aangrijpen als argument voor banden met de joodse staat (14). Het Israëlische militair industrieel complex vaart er immers wel bij. Daarnaast kan de joodse staat op deze manier aan een coalitie werken tegen het land dat men daar als de ultieme vijand ziet: Iran. De afspraken die Shahak noemt tussen Israël en Noord-Korea dienen bijvoorbeeld vooral in dit kader gezien te worden en hetzelfde geldt voor China, één van de belangrijkste leveranciers van wapens aan Iran (15).
Over de oorspronkelijk door antisemieten bedachte 'Protocollen der ouderen van Zion' kan geconstateerd worden dat dit geschrift, voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, miljoenen joden noodlottig is geworden. Bovendien is de joodse gemeenschap ook in de naoorlogse periode belasterd gebleven met de leugens zoals die in de Protocollen staan beschreven. Volgens Israël Shahak kan daarnaast echter tevens vastgesteld worden dat de mythe van de joodse wereldsamenzwering, zoals die uit de Protocollen spreekt, vaak een stimulerende factor is gebleken ten aanzien van de militaire invloed die door Israëlische leiders buiten de grenzen van de joodse staat wordt nagestreefd.

Het Israëlische leger
Landen die wapens uit Israël betrekken worden vaak van advies voorzien door voormalige officieren uit het Israëlische leger (16). Als zodanig zijn zij nauw betrokken bij het verspreiden van de militaire Israëlische invloedssfeer. Maar ook binnen Israël kennen militairen en oud-militairen veel macht. Dat komt in de eerste plaats omdat er in Israël weinig kan gebeuren zonder dat het leger daar weet van heeft. Er wordt bijvoorbeeld geen bericht in de Israëlische pers gepubliceerd, zonder dat het is goedgekeurd door de militaire censuur. In feite worden alle belangrijke segmenten van de Israëlische samenleving door militairen gecontroleerd. Vooral als het de veiligheidsaangelegenheden betreft heeft het leger het altijd voor het zeggen. Maar ook als het over gebieden als wetenschap gaat heeft het leger het laatste woord. Zo zorgt het Israëlische leger er wel voor dat tegenstanders van de Israëlische nucleaire politiek geen toegang krijgen tot het 'Jaffa Instituut' in Tel Aviv of andere in dit verband belangrijke wetenschappelijke faciliteiten (17). Verder zijn het vooral de beslissingen ten aanzien van de buitenlandse politiek van de joodse staat, die in de eerste plaats door het leger en de daaraan verbonden veiligheidsdiensten worden genomen. De regering en volksvertegenwoordiging hobbelen daar met hun besluitvorming zo'n beetje achteraan (18). Israël komt hiermee in veel opzichten naar voren als een militair bestuurd land. Ex-militairen krijgen de fraaiste baantjes toegeschoven. Als zij geen adviseur worden in een of andere militair bestuurde rechtse dictatuur, dan zijn er voor hen wel prominente posities bij particuliere dan wel staatsondernemingen in Israël. Militaire status is daarbij altijd belangrijker dan maatschappelijke capaciteiten. De consequentie hiervan is dat veel bedrijven in Israël militaire helden op leidinggevende posities kennen, die vaak geen flauw benul hebben van de betreffende branche. Menige onderneming in de joodse staat is daardoor in problemen geraakt (19). Van groot belang is verder dat ook het gehele politieke apparaat in Israël grotendeels door oud-militairen wordt gecontroleerd. Kijk maar eens naar de namen die onlangs naar voren zijn gekomen in verband met de komende verkiezingen. Sharon, Shahak-Lipkin, Mordechai, Arens en Barak, het zijn allemaal coryfeeën uit het Israëlische leger (20).

In het volgende deel zal het gaan over de contacten in de naoorlogse periode tussen zionisten buiten Israël en extreem-rechtse/antisemitische kringen.

noten:
1. Ik realiseer me terdege dat ik met deze uitspraak op dun ijs terechtkom. Het leggen van een verbinding tussen de holocaust en de argumenten die het bestaansrecht van Israël verdedigen, lijkt immers koren op de molen van veel hedendaagse antisemieten. Ik schrijf echter 'lijkt' aangezien dergelijke figuren er niet zozeer van uitgaan dat het bestaansrecht van Israël is verbonden aan de holocaust, als wel aan de mythe van de holocaust. Zij gaan er ten onrechte van uit dat de holocaust in meer of mindere mate verzonnen werd om als argument voor het uitroepen van een joodse staat te dienen. We hebben het hier dan ook over het ontkennen van de holocaust, dat tevens bekend staat onder het nogal onduidelijk begrip revisionisme (alleen al onduidelijk omdat er ook een revisionistisch zionisme bestaat, namelijk dat van Wladimir Jabotinsky, die ik in het tweede deel van deze serie artikelen al besprak). Dergelijke denkbeelden worden onder andere verkondigd door de Fransman Roger Garaudy. Volgens hem werd de holocaust in ieder geval overdreven in het kader van Israëlische propaganda. In verband met Garaudy is wel eens de term 'links antisemitisme' gevallen, aangezien hij vroeger gedurende 37 jaar lid was van de communistische partij in Frankrijk. Later bekeerde hij zich echter tot de islam (zie in dit verband verder het artikel "Faux Pas" van Aart Brouwer in De Groene Amsterdammer 8 mei 1996). Voor alle duidelijk wil ik hierbij verklaren geen enkele affiniteit te hebben met de zienswijze van Garaudy, of enig ander holocaustontkenner. Voor mij staat het als een paal boven water dat de shoah heeft plaatsgevonden en dat daarbij meer dan vijfmiljoen joodse mensen zijn vermoord. Over dat laatste kan en mag geen enkele twijfel bestaan. De stelling dat Israëlische leiders de holocaust in het algemeen en het proces tegen Eichmann in het bijzonder hebben aangegrepen om het bestaan van Israël te rechtvaardigen, staat hier echter los van.
2. "Jewish History, Jewish Religion, the Weight of Three Thousand Years" (hoofdstuk 4) Israël Shahak, Londen: Pluto Press, 1994.
3. idem
4. Nederlands Dagblad, 7 maart 1998 (Bespreking van Stan Lauryssen's "De fatale vriendschappen van Adolf Eichmann").
5. Nieuwsbrief van Kafka, nummer 9, april 1994
6. Het Parool, 5 december 1995 (De samenwerking die de Mossad met Skorzeny aanging werd in Jeruzalem onthuld door Meir Amit, oud-directeur van de Mossad. Het Parool baseerde zich op een artikel dat in verband met de uitspraken van Amit in 1995 in de Italiaanse krant Corriere della Sera verscheen.)
7. "The Fateful Triangle, The United States, Israël & The Palestinians" (hoofdstuk 2) Noam Chomsky, Boston: South End Press, 1983.
8. "Open Secrets" (inleiding), Israël Shahak, Londen: Pluto Press, 1997.
9. idem
10. "Deliberate Deceptions" (hoofdstuk 26), Paul Findley, Chicago: Lawrence Hill Books, 1993.
11. "Israëlische wapens gebruikt voor slachtingen in Ruanda", Kol Hair 11 september 1998 (Dit artikel werd overgenomen door 'De Brug' december 1998, het tijdschrift van het Steun Comité Israëlische Vredesgroepen en Mensenrechtenorganisaties - SIVMO)
12. "Open Secrets" (deel 2, hoofdstuk 5), Israël Shahak, 1997.
13. idem. Het door Shahak geciteerde artikel werd geschreven door Nahum Barnea en verscheen op 20 augustus 1993 in de Israëlische krant Yediot Ahronot.
14. In tegenstelling tot wat de aanhangers van de joodse wereldsamenzweringstheorie beweren is er veel meer voor te zeggen dat het omgekeerde het geval is en dat Israël in feite eerder een exponent is van de Amerikaanse Midden-Oosten politiek. De invloed die Israël in het buitenland zoekt (en verkrijgt) is daarentegen altijd regionaal van karakter. Of zoals Israël Shahak het in 'Open Secrets' schrijft: "...Israel's strategies are regional in their orientation..." 15. Israël Shahak merkt in 'Open Secrets' (deel 2, hoofdstuk 5) op dat de Israëlische premier Rabin ooit aan de vooravond van een staatsbezoek aan China verklaarde in dat land uit te willen gaan leggen hoe gevaarlijk hij het moslim-fundamentalisme vond.
16. ""Militarisme in de Israëlische samenleving", Gideon Spiro, 'De Brug', december 1998.
17. idem.
18. 'Open Secrets' (inleiding), Israël Shahak, 1997.
19. "Militarisme in de Israëlische samenleving", Gideon Spiro, 'De Brug', december 1998.
20. Volgens het artikel "Militarisme in de Israëlische samenleving", van Gideon Spiro, in 'De Brug' van december 1998 was Barak (de huidige leider van de Arbeiderspartij) bereid om nucleaire wapens in te zetten tegen Irak ten tijde van de Golfoorlog. Dat hij hierbij werd weerhouden door de havik Shamir is veelzeggend.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 329, 5 februari 1999