Wolmanzout
In het begin van de jaren tachtig had een 'genie' het idee om een zwaar giftig afvalprodukt van ertssmelterijen, het zogeheten 'wolmanzout', aan te lengen en te gaan gebruiken om daar hout mee te impregneren. Vóór die tijd betaalden ertssmelterijen duizend gulden per ton (duizend kilo) om dit afval dat arsenicum en chroom bevat af te laten voeren. Iedereen blij, tot aan de milieuorganisaties aan toe... De import van tropisch hardhout zou zo verminderd kunnen worden. Men was blij maar ook erg naïef, want de geleerde die het rapport had opgemaakt over de giftigheid was ingehuurd door een houtverwerkingsbedrijf. De overheid deed wat dit betreft geen eigen onderzoek en is daarmee zwaar nalatig geweest.
Tot juni 1998 mogen bedrijven hout nog impregneren met wolmanzouten. Daarna is het verboden. Zo werden er, vanaf 1980, in het gehele land schuttingen, kinderspeeltuigen, schuurtjes en palen met een zwaar gif bewerkt. Gelukkig was er iemand die niét sliep in Nederland. Zijn naam is Jan van Rooij en hij woont met zijn gezin in St. Oedenrode. In 1980 begon een bedrijf op 100 meter van hun huis, hout met wolmanzouten te impregneren. Bij dit proces kwamen er gezellige stoomwolken vrij. Jan van Rooij stelde zich vragen en kwam al snel tot de conclusie dat het grondig mis zat. Hij voerde een proces. Dat werd door de rechter gesaboteerd. Zo kwam er een volgend proces, er kwamen er tientallen, de rechtbanken dreigden verstopt te raken. Men wilde hem gek laten verklaren. Het gezin werd anoniem gebeld en bedreigd. Gelukkig kreeg hij op een gegeven moment een milieu-organisatie aan zijn zijde. Ook werd er een politieke partij wakker en kwamen er kamervragen die dus uiteindelijk hebben geresulteerd in een verbod dat over vier maanden in gaat. Dat dit verbod overigens zo laat pas van kracht wordt is omdat bedrijfsbelangen niet tezeer geschaad mogen worden; dat kankerverhaal krijgen we keer op keer te horen. Arsenicum en chroom zijn kankerverwekkend en kunnen ook erfelijkheidsproblemen veroorzaken. Kinderen die op schommels zaten en zitten zijn er mee in aanraking gekomen. Het hout loogt uit en het gif sijpelt in de bodem en vermengt zich vanzelfsprekend met het water dat weer wordt opgezogen door planten en onze groenten. Ook al komt er dus een verbod, het probleem zal zich tot in lengte der jaren uitstrekken. Ook zet het verhaal zich in een andere vorm voort. De zogenaamde groene energie-centrales willen hun 'groene' stroom gaan opwekken door middel van het verstoken van (afval)hout. En ongetwijfeld zal er in grote bulkpartijen hout zitten dat ooit geïmpregneerd is met wolmanzout. Dat hout bevat nog voldoende arsenicum en chroom om het op basis van door de overheid opgestelde normen als chemisch afval te bestempelen. De rook uit de schoorsteen van de groene centrales bevat dan dus arsenicum en chroom dat op onze hoofden zal neerdalen. Nu zeggen die groene energiecentrales dat er strenge controles zullen worden uitgeoefend. Ad van Rooij die inmiddels de Brabantse Milieu Federatie (BMF) aan zijn zijde heeft, zegt dat die controles vrijwel onmogelijk zullen zijn. De directeur van die groene centrales schijt ondertussen peulen; het gaat er op lijken dat hij niet zomaar onbekommerd kan gaan stoken. Het is terecht dat wij overheid en bedrijfsleven wantrouwen. In het onderhavige zijn we jarenlang besodemieterd geweest. Ad van Rooij zet zijn strijd voort. Een strijd die een mooi voorbeeld is van wat je als individu kunt bereiken als je maar hardnekkig bent en de moed niet opgeeft.
De bedrijfsbelangen mochten niet worden geschaad. De groei van onze kankergroeieconomie had weer eens voorrang boven ons welzijn. "Ach, het leven gaat door", zullen velen zegen. Echter niet wanneer je kanker krijgt, dan staat het stil.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 318, 20 februari 1998