• Archivaris
  • 306

De dood van een dubbelspion

Al meer dan 50 jaar gaan er geruchten over de dood van Christiaan Lindemans, beter bekend als King Kong. Was het nou zelfmoord of werd hij toch een handje geholpen? Dat Lindemans Operatie Market Garden (de slag om Arnhem) had verraden, - waardoor de oorlog in West Europa een half jaar langer duurde en het westen van het land een hongerwinter door moest maken - was al een aantal jaren geen geheim meer. De grote vraag was hóe Lindemans aan zijn informatie gekomen was, uit de mond van loslippige Engelse of Canadese officieren, of uit die van Prins Bernhard? In elk geval bleek dat de staf van en Prins Bernhard zelf groot vertrouwen bleven houden in Lindemans; terwijl bij de engelse en canadese veiligheidsdiensten het wantrouwen tegen Lindemans groeide. De dood van Lindemans in 1946 kwam in elk geval zeer gelegen, motief genoeg; maar was het nou zelfmoord of moord?

Voor de nederlandse geschiedkundigen was dat vraagstuk iets dat gedurende lange tijd vooral in de establishmentsgetrouwe handen van dr. L. de Jong thuishoorde, die had in dit land zo ongeveer het monopolie op onderzoek naar de tweede wereldoorlog. In 1979 publiceert de Jong deel 10-A van zijn visie op de geschiedenis van Nederland in de Tweede wereldoorlog en concludeert daarin dat Lindemans de verrader van Arnhem was. In het midden van de jaren 80 zijn het dan ook zowel amateur historici als (vasthoudende) journalisten van het Haarlems Dagblad en de Haagse Post die nieuw, geheim historisch materiaal weten aan te dragen waardoor de hele affaire nieuw leven werd ingeblazen en De Jong zijn mening op onderdelen herziet.

Bob de Graaff (die zich zo langzamerhand ontpopt als de Lou de Jong van de Nederlandse spionageschiedenis) heeft, volgens eigen zeggen, de ware oorzaak van het overlijden in 1946 van Christiaan Lindemans opgehelderd. In zijn boek "De dood van een dubbelspion" dat gebaseerd is op enkele nieuwe bronnen, voornamelijk twee brieven van de hand van de verpleegster (en jeugdvriendin) Tine Onderdelinden, - welke werkzaam was in de gevangenis te Scheveningen en "iets had" met Chr. Lindemans - luidt de conclusie van de Graaff: zelfmoord, zaak afgedaan.
"De dood van een dubbelspion" telt, buiten de inleiding, voetnoten en index in totaal zo'n 100tal pagina's; waarvan een niet gering deel met soms kleine redactionele wijzigingen rechtstreeks overgenomen is uit een eerdere publicatie uit 1992 van de hand van de Graaff over King Kong; "Spion in de tuin" geheten. Het echte nieuws in "De dood van een dubbelspion" wordt gevormd door het 25 pagina's tellende hoofdstuk: Demasqué van een desperado, met de twee eerder genoemde brieven, alsmede een op nieuwe gegevens gebaseerde analyse van de tocht met de zieke Lindemans langs verschillende Haagse ziekenhuizen.
Wat dit laatste betreft denkt Frans Dekkers in zijn in 1986 verschenen boek "King Kong, Leven dood en opstanding van een verrader" aan te tonen dat er sprake is van twee elkaar tegensprekende verklaringen; waarbij in één geval sprake is van vervoer per GGD ambulance en een ander geval van vervoer per gevangenisambulance. De Graaff, zich baserend op de verklaringen van zowel de Haagse gemeentepolitie als op een verklaring gedateerd 29 juli 1946 van H. Schokking (tijdelijk commandante van de vrouwenafdeling van de gevangenis), toont aan dat er alleen sprake is van een GGD ambulance.
Verder zijn er de twee brieven van Onderdelinden, uit één ervan blijkt dat er sprake zou zijn van een door beiden te plegen zelfmoord. Tja, het staat op papier dus: zelfmoord.
Raadselen opgelost, aldus de Graaff????

B. Porter (een collega-historicus van de Graaff) stelt in "Plots ans Paranoia", pag viii, dat alle bewijzen op het gebied van spionage en contraspionage onbetrouwbaar zijn, aangezien alle spionnen en geheime agenten leugenaars zijn, getraind in technieken van deceptie en dissimulatie; "who are just as likely to fake the historical record as anything else. This is why the first rule for the reader of any book about secret services, including this one, is not to trust a word of it."
Thomas Ross, die de zelfmoord ziet als een operatie, gevolgd door een cover-up, stelde in een reactie op de Graaff (HP/de Tijd 31/1/1997) een aantal opengebleven vragen aan de orde, waaronder de vraag wanneer precies dan die brieven geschreven zouden zijn, voor of na de zelfmoord?
Nee, vooralsnog lijkt de dood van Lindemans nog geen case closed te zijn.

Overigens, dat het niet alleen met de historische kennis van Tweede Kamerleden slecht gesteld is blijkt uit het volgende: in één van de recensies van "De dood van een dubbelspion" in een landelijk dagblad, stond als illustratie een foto van King Kong afgedrukt, juist ja van die King Kong uit Hollywood.

"De dood van een dubbelspion" is verschenen bij Sdu Uitgevers, DenHaag, ISBN 90 12 08388 5; 152 pag. (incl. personenindex).

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 306, februari 1997

De dood van een spion

  • Hits: 666

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch