Terug naar hoofdinhoud
  • Archivaris
  • 294

badmode voor bejaarden/294

Het is dus wel duidelijk, dat "onze jongens" er niets van snappen. Laat ze maar bekertjes water uitdelen aan kleine kindjes, om vervolgens in een reklamespotje van het Nederlandse Leger de held uit te hangen.

tekening

Overigens voel ik de sterke behoefte het Kleintje van een illustratie te voorzien. Gaat-ie dus. Lang geleden, toen het feminisme elk terrein van menselijk handelen en denken tot slagveld had verklaard, gingen er geruchten dat dat typisch mannelijk sieraad, de Stropdas, vies zou zijn, macho, want, jawel een Fallus-symbool. En als een terrein van menselijk handelen en denken wel een slagveld was, dan was dat toch zeker De Man... (eindredacteur, loopt deze zin een beetje?) Nu kun je vinden van stropdassen wat je wil, maar ze verklaren als fallussym-bool, betekent dat je de literatuur nooit goed bestudeerd hebt. Lang geleden, nog veel langer geleden dan bovenvermeld feminisme, besloot de mens zijn veilige schuilplaats, de boom, te verlaten om met beide benen op de grond te gaan staan. Glunderend keek Evolu-tie toe, dat hattie 'm toch maar mooi geflikt. Tot de eerste mensen van honger omkwa-men. Shit, daar was niet op gerekend. Maar snel wat bedacht, wat werktui-gen, in dit geval, speren en knotsen, en hup, jongens, op jacht naar biefstuk. Wat wij nu weten, moest die vroege mens nog helemaal zelf ontdekken. Bijvoorbeeld, dat als je een prooidier benadert met de wind in de rug, dat zo'n beest je dan snel ruikt (zeker gezien het ontbreken van be-hoorlijk sani-tair, in die dagen) en er tussen-uit knijpt. En mooi dat-ie harder liep dan jij! Dus moest je zorgen, dat je de wind van voren had. Nu was de organisatie-graad in dat grijze verleden niets vergeleken bij wat wij nu klaarspelen. En zo kon het gebeu-ren, dat een groep mannetjes uit jagen ging, en dat er weer opnieuw eentje tussen zat, die aan de verkeerde kant van de wind ging staan, en zo zorgde dat er alweer friet op het menu kwam te staan in plaats van malse hamlapjes. Maar ziet, daar had de mensch al snel wat op gevonden. Iedere jager moest, voordat men zich op jacht begaf, een stropdas omdoen. Echt waar! En vanaf die tijd ging alles goed. Want nu wist je als jager meteen, dat als je stropdas zó zat, dat je de wind dan van voren had, en dus aan de goede kant zat. Voila!

Pas later, in de 17e eeuw, begonnen regenten weer strop-dassen te dragen. In de tussentijd was het sanitair namelijk nog niet echt wezenlijk verbeterd, dus je wist niet wat je rook. En aangezien het Nederlandse volk toen nogal makkelijk regentenhuizen in de fik placht te steken, was zo'n stropdas reuze handig. Als je als regent namelijk merkte dat er vlak onder je neus iets, een stropdas, aan 't smeulen was, dan wist je dat je als regent maar beter je biezen kon pakken.

(wordt vervolgd)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 294, februari 1996