Het barbaarse gezicht van het casino-kapitalisme
De kranten staan er vol van. Hevig schommelende aandelenkoersen, van Hongkong en Seoel via New York en Sao Paulo tot Amsterdam. Speculatieve aanvallen op de wisselkoersen van landen die tot voor kort voorbeelden voor de rest van de wereld werden genoemd. Gigantische steunoperaties van het IMF omdat hele economieën dreigen om te vallen. Zich razendsnel internationaal uitbreidende crises, op steeds nauwer met elkaar verbonden financiële markten. Wat zijn de oorzaken en wie betaalt de prijs?
Op maandag 27 oktober kregen overal ter wereld de beurskoersen een flinke opdoffer. Op veel beurzen is inmiddels weer enig herstel opgetreden, maar dat is ongelijkmatig en bijna niemand verwacht dat dit de laatste 'koerscorrectie' was. Dat komt omdat de achterliggende oorzaken voor de onrust op de financiële markten door blijven zieken. De eerste factor is dat de koersen op veel beurzen zo enorm zijn gestegen, dat ze niet meer in verhouding staan tot de ontwikkelingen in de reële economie. Een aandeel is in feite een claim op een deel van de toekomstige winst van een onderneming. Haar prijs (= koers) zou daarom de winstverwachting voor de toekomst moeten weerspiegelen. Maar de winsten zullen veel meer moeten stijgen dan mogelijk is om de komende jaren te kunnen voldoen aan de in de huidige koersen tot uiting komende winstverwachtingen.
Volgens sommige berekeningen zouden de beurskoersen nog eens met veertig procent moeten dalen voor ze het niveau van de gemiddelde koers-winstverhouding sinds 1871 bereiken. Er is, kortom, sprake van een speculatieve zeepbel.
Failliet ontwikkelingsmodel
De tweede en zeker zo belangrijke verklaring voor de onrust op de financiële markten is de crisis in Zuid-Oost-Azië, die op 2 juli in Thailand begon. Hoewel centrale bankiers en internationale beleidsorganisaties precies doen waar ze voor zijn ingehuurd, namelijk om het hardst verklaren dat de zaak nu onder controle is, beperkt deze crisis zich al lang niet meer tot Azië. Beleggers en speculanten trekken ook uit Latijns-Amerika en Oost-Europa kapitaal terug, omdat ze twijfels hebben over de toekomstige economische ontwikkeling van deze landen. Die onzekerheid heeft een rationale kern. Op de financiële markten is in hoge mate sprake van kuddegedrag, maar het is niet zo dat speculanten en beleggers maar lukraak munten prikken om een aanval op te openen. Om de kans op succes zo groot mogelijk te maken vallen zij bewust d