Deel 3: Marx en revolutie
1848 Communistisch Manifest 1998
Zoals in het eerste deel al aangegeven verscheen het Manifest in de grote golf van revoluties in Europa van het jaar 1848, maar te laat om enige invloed te hebben op het verloop van de gebeurtenissen. Toen de revolutie eind februari 1848 in Parijs opbloeide zette een angstig geworden Belgische regering de communistische bannelingen die in Brussel woonden het land uit. Marx en zijn kameraden vertrokken naar Parijs en troffen voorbereidingen voor interventie in de revolutionaire ontwikkelingen die spoedig ook in Duitsland plaatsvonden. Duitse arbeiders waren in grote aantallen in Parijs samengekomen en er waren verhitte debatten over hoe te interveniëren in de zich ontwikkelende Duitse revolutie. Een groep die werd geleid door Georg Herwegh en de Russische anarchist Bakoenin organiseerde een revolutionair legioen om Duitsland binnen te vallen. Marx daarentegen pleitte ervoor dat revolutionairen zich bij de Duitse arbeidersbeweging zouden aansluiten om deel te nemen aan de opstanden. Het legioen van Herwegh-Bakoenin werd al bij de grens verslagen door Pruisische troepen. Intussen handelden Marx, Engels en hun kameraden zoals gepland. Marx en Engels kwamen terecht in Keulen.
Keulen was om een aantal redenen gekozen. De revolutionaire opleving werd getolereerd door de plaatselijke bourgeoisie, die in feite de Pruisische aristokratie in Berlijn onder druk wilde zetten om concessies af te dwingen. Keulen lag in het meest ontwikkelde deel van Duitsland en bovendien was het de stad waar in 1842 onder redactie van Marx de Rheinische Zeitung was verschenen als radicaal-politiek orgaan van de Duitse bourgeoisie. Al met al was het de stad waar de grootste vrijheid van handelen te verwachten was en veel mogelijkheden voor propaganda en agitatie.
Marx en Engels verwachtten dat de Duitse burgerlijke revolutie onmiddellijk zou worden gevolgd door een proletarische revolutie. Het was hun perspectief, zoals ook geschetst in het Manifest, om zich in eerste instantie te verbinden met de revolutionaire vleugel van de Duitse bourgeoisie 'tegen de absolute monarchie, de feodale landadel en de kleine burgerij'. De revolutionairen uit die tijd, waaronder Marx, baseerden zich op de ervaringen van de Franse revolutie van 1789. Vanaf 1789, toen de Parijse massa's de Bastille bestormden, doorliep de revolutie een aantal radicaler wordende stadia. In 1793 werd, onder de dreiging van een invasie door de contrarevolutionaire coalitie van Europese landen, de republiek uitgeroepen. De koning werd terechtgesteld en de linkse Jacobinen kwamen aan de macht onder de omstandigheden van een revolutionaire oorlog. Marx en Engels geloofden dat een democratische revolutie en algemeen kiesrecht onder de omstandigheden van 1848 spoedig zouden leiden tot een regering van het proletariaat en de onteigening van de bourgeoisie.
angst
Het verloop van de revoluties van 1848 was in feite geheel anders. In Frankrijk kozen de boeren een reactionaire regering die het Parijse proletariaat neersloeg in de zogenoemde 'Juni-dagen'. Duizenden arbeiders werden gedood, nog meer werden er gevangen gezet of gedeporteerd naar verafgelegen strafkolonies. Angst voor het proletariaat zou de Franse bourgeoisie in de armen van Louis Napoleon drijven, die een rechts dictatoriaal regime opzette in de nadagen van de revolutie.
In Duitsland bestond dezelfde angst, zoals Marx beschreef in zijn artikel 'De bourgeoisie en de contrarevolutie' van december 1848. De zwakke Duitse bourgeoisie, die pas laat ten tonele verscheen, sloot een compromis met de monarchistische reactie. Voortaan opereerde de Duitse bourgeoisie binnen een monarchistisch kader en zocht van bovenaf naar de noodzakelijke hervormingen om belemmeringen voor verdere kapitalistische ontwikkeling op te heffen. Rusland, dat in die periode de grootste reactionaire macht op het Europese continent was, bood de Duitse keizer geld en troepen om de revolutie in Berlijn te onderdrukken. De keizer wees de troepen af, hij had er zelf genoeg, maar nam het geld aan en onderdrukte de revolutie. In Hongarije waren Russische troepen welkom en ook daar werd de revolutie onderdrukt.
Heel het jaar 1848 gebruikte Marx de pagina's van de Neue Rheinische Zeitung om te pleiten voor een oorlog tegen tsaristisch Rusland. Het was zijn hoop dat een dergelijke oorlog hetzelfde effect zou hebben als de oorlog van Frankrijk in 1793 tegen de contrarevolutionaire coalitie. Maar 1848 was geen 1793.
de balans
Begin 1850 kwam de centrale leiding van de Communistische Liga -Marx, Engels, Willich, Wolff en Schapper - in ballingschap bijeen in Londen. Ondanks de zege voor de contrarevolutie geloofden zij nog steeds dat de revolutionaire golf niet was gaan liggen en hoopten op het uitbreken van een nieuwe revolutionaire strijd. Als voorbereiding daarop werden pogingen gedaan de Communistische Liga te reorganiseren en te versterken, met name in Duitsland.
In maart 1850 werd in Londen de balans opgemaakt van de rol van de Communistische Liga tijdens de Duitse revolutie van 1848 in een tweetal teksten van Marx en Engels, beide getiteld 'Adres van het Centraal Comité aan de Communistische Liga'. Dit zijn belangrijke en interessante documenten in de geschiedenis van het communisme. Het eerste document, gedateerd 5 maart 1850, wierp het idee van de permanente revolutie op. De uitdrukking 'revolutie in permanentie' vond haar oorsprong in kringen van Franse Blanquisten rond 1840 en duidt de geleidelijke radicalisering van de revolutie aan van de omverwerping van de monarchie tot de vestiging van het communisme. Het was dit document uit 1850 dat later Trotzki inspireerde om de theorie van de permanente revolutie verder te ontwikkelen. Duidelijk kritisch ten aanzien van de vergissingen die in 1848 door Marx en Engels waren gemaakt werd in het document opgemerkt dat "een groot deel van de leden dat actief deelnam aan de revolutionaire beweging geloofde dat de tijd voor geheime genootschappen voorbij was en openlijke activiteiten alleen voldoende. De verschillende groepen lieten toe dat hun verbindingen met het Centraal Comité losser en sluimerend werden. Gevolg hiervan was dat, terwijl de democratische partij, de partij van de kleine bourgeoisie, zich meer en meer organiseerde in Duitsland, de partij van de arbeiders haar enige stevige houvast verloor en op z'n best nog slechts op plaatselijk niveau georganiseerd bleef en daardoor de algemene beweging volledig gedomineerd en geleid werd door de kleinburgerlijke democraten. Er moet een einde worden gemaakt aan deze situatie, de vrijheid van de arbeiders dient te worden hersteld'.
'eenheid'
Marx en Engels verwierpen de pogingen van de kleinburgerlijke democraten om tot eenheid te komen, die 'ernaar streven de arbeiders te verstrikken in een partijorganisatie waarin algemene sociaaldemokratische frasen overheersen waarachter hun specifieke belangen schuilgaan en waarin de eisen van het proletariaat niet aan de orde zullen komen voor het behoud van de lieve vrede".
Meer dan tachtig jaar later, in de dertiger jaren van deze eeuw, zouden de stalinisten met dezelfde eenheidspogingen komen onder de noemer 'volksfronten', die met name in Spanje en Frankrijk ertoe dienden om mogelijke revoluties af te wenden. Wat Marx en Engels zeiden over de eenheid met de kleinburgerlijke democraten van hun tijd geldt tevens voor het latere verraad door de stalinistische volksfronten: "Zo'n eenheid is slechts in hun voordeel en altijd in het nadeel van het proletariaat. Het proletariaat zou haar onafhankelijke, door strijd verworven, positie verliezen en terugzinken naar de rol van aanhangsel van de officiële burgerlijke democratie".
Marx en Engels pleitten daarentegen voor de vorming van onafhankelijke arbeidersorganisaties, zowel in het geheim als openlijk, naast de 'officiële' democraten, met de toevoeging dat 'in geval van strijd tegen een gemeenschappelijke tegenstander geen speciale eenheid vereist is. Zo gauw als een dergelijke tegenstander direct bestreden dient te worden zal in het belang van beide partijen op dat moment vanzelf een verbinding gaan ontstaan'.
In hun document van 5 maart 1850 wijzen Marx en Engels op de noodzaak tot bewapening van de arbeiders. In een duidelijke verandering ten opzichte van hun standpunt van een jaar eerder wezen zij ook op de noodzaak om tijdens verkiezingen eigen kandidaten naar voren te schuiven, zelfs wanneer die geen kans maken om te winnen, om de onafhankelijkheid van het proletariaat te behouden, de eigen kracht te versterken en haar revolutionaire positie en partijstandpunten onder de publieke aandacht te brengen. "Wanneer de Duitse arbeiders niet in staat zijn aan de macht te komen en hun klassebelangen te bereiken zonder de lange weg van een revolutionaire ontwikkeling, dan weten zij tenminste zeker dat het eerste deel van deze naderende revolutionaire gebeurtenissen zal samenvallen met de directe overwinning van hun eigen klasse in Frankrijk en daardoor in een versnelling zal komen," schrijven Marx en Engels, en het document eindigt met de woorden: "Hun strijdkreet moet zijn: de Revolutie in Permanentie".
Bas van der Plas
(wordt vervolgd)
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 316, 19 december 1997