Divine Wisdom, een reactie deel 2
Al meer dan een jaar verschijnen er artikelen met betrekking tot de antroposofie & aanverwante zaken in Kleintje Muurkrant. In het vorige nummer werd een uitstapje gemaakt naar de Theosofie, onder andere naar aanleiding van het verschijnen van een kritisch boek, geschreven door Herman de Tollenaere. Dit was weer aanleiding voor een openbaar debat in DenHaag op vrijdag 6 december jongstleden. Hiervan is een verslag verschenen in het dagblad Trouw van 11 december en we zullen er in een volgend Kleintje nog op terugkomen. Hieronder een bijdrage in dit fascinerende Theosofie-debat (we hopen dat René Zwaap zich ook in het debat gaat storten...)
kritiek op Hans de Bruin
Hans de Bruin geeft een aantal malen in zijn artilkel uitspraken van Blavatsky weer. Hieronder wordt geprobeerd deze uitspraken te onderzoeken. Noodzakelijkerwijs moet ik een keuze maken. Een losse opmerking van Hans moet met argumenten worden bestreden en dat kost nu eenmaal meer ruimte dan die opmerking. Verder in dit artikel zal worden ingegaan op "de evolutietheorie van Blavatsky," zoals dit door Hans wordt genoemd.
Bij de oprichting van de Theosophical Society in 1875 was er slechts één doeleinde op schrift gesteld, namelijk: De doeleinden van de society zijn: het verzamelen en verspreiden van kennis van de wetten die het universum leiden. De doeleinden die door Hans ten tonele worden gevoerd vindt men voor het eerst, zij het nog anders geformuleerd, in 1881. Hans schrijft: "'...het vormen van een kern van de Algemene Broederschap der Mensheid' (The Great White Brotherhood)...' De laatste toevoeging is onjuist. "The Great White Brotherhood' is de naam die theosofen vaak geven aan de vereniging van de adepten die in Shigatze en elders wonen of woonden. Met het vormen van een kern van broederschap der mensheid heeft dat niets uitstaande.
Een hierboven niet genoemde afsplitsing is de Antroposofische Vereniging. Deze maakte zich in 1913 los uit de TV onder leiding van Rudolf Steiner. In de periode van 1898 tot 1925 schreef Steiner 40 boeken en hield hij 5600 lezingen. De 'Gesamtausgabe' (Steiner compleet) telt 333 delen, gemiddeld 250 pagina's per deel (de lezingen zijn genotuleerd). Het aantal pagina's is dus rond de 83.000. Met een verbijsterende speurzin heeft men kans gezien een tiental racistisch klinkende (genotuleerde en door hem niet geziene) uitlatingen uit die 83.000 pagina's te halen. Dit tiental treft men voortdurend aan in artikelen tegen Steiner. Een aantal ervan lees ik ook nu weer. Wie de uitspraken in de originele uitgaven in het Duits leest, leest ook vaak de ironie. Jammer genoeg zijn er maar weinig antroposofen die zijn werk goed kennen en de journalisten schrijven de uitspraken van elkaar over. Om een vergelijking te maken: toen de zeer bekende dichter W.B. Yeats voor het eerst Blavatsky ontmoette, was ze net bezig aan een bezoekster te vertellen dat de aarde plat was. Grinnikend begroette ze Yeats... [W.B. Yeats, Autobiographies, blz. 174].
De woorden Ariër, Arische Ras, etc., zijn nogal prominent aanwezig in het artikel van Hans. De klank van die woorden is uiterst onaangenaam. Waarom wordt echter de vraag niet gesteld waar Blavatsky deze woorden aan ontleende? Welnu: het oudste boek ter wereld is de Hindoe Rig-Veda, samengesteld enkele eeuwen voor onze jaartelling, maar het materiaal daarin is vele eeuwen ouder. De tekst is in het Sanskriet, maar er bestaan een aantal vertalingen in o.a. het Engels. Met het Sanskriet woord Arya (Ariër) wordt daarin de groep aangeduid die bestaat uit de hogere drie kasten. De laagste kaste behoort niet tot de Aryans (Ariërs). Voor Olcott en Blavatsky naar India gingen, besloten zij tot een samenwerking met de Arya Samaj (een organisatie van hervormingsgezinde Hindoes). Het maandblad van die organisatie heette ook de Arya. Een groot deel van het huidige India heette in de tijd van het begin van onze jaartelling Aryavarta (land van de Ariërs). Als zij spreekt over het Arische ras doelt zij op de stammen die vanuit het noorden naar India verhuisden. Die vormden namelijk een millioen jaar geleden de kern van wat later via volksverhuizingen de Indo-Europees sprekende groepen mensen zouden worden. Om haar nu via een omweg de schuld te geven van de rassenwetten van Rosenberg geformuleerd in 1930, want daar komt het op neer, is al te dol.
In vroegere jaren kwam de term Arische geschiften nog voor in de doeleinden van de TS. Nadat het woord door het optreden van de Nazis een ongunstige klank had gekregen, is het eruit gehaald. In India is de term Arische geschriften nog volstrekt normaal, het zijn namelijk de heilige boeken van de Hindoes, de Vedas, de Puranas, etc.
Hans schrijft: "Hoewel de theosofische beweging na de Tweede Wereldoorlog terughoudender is geworden met het begrip Ariër (men gebruikt nu liever het begrip 'westerling'...), etc." Wil Hans zo vriendelijk zijn aan te geven waar dit gebeurt?Hans zegt: "In deze Germaanse Ariër-mystiek werd het hakenkruis (het zonnerad) als symbool gebruikt, dat we ook (en nog steeds!) terugvinden bij de theosofen. De latere Nazileiders Himmler, Hess, Göring en Bormann zijn allemaal door de theosofie beïnvloed."Eerst maar even over het hakenkruis. We nemen de laatste uitgave van de Winkler-Prins Encyclopedie ter hand en lezen in deel 22: "Swastika (Sanskriet, = lett.: gelukkig, van sù = wel; asti = zijn), zie hakenkruis." In deel 10 lezen we: "Hakenkruis of (Sanskriet) swastika... Het is een zeer verbreid ornament, gaat op de oudste tijden terug en komt in verschillende tijden als religieus symbool voor... De onjuiste opvatting dat het hakenkruis in Palestina en het door Semieten bewoonde Mesopotamië niet zou voorkomen, heeft aanleiding gegeven, het als een specifiek Indogermaans en arisch symbool te beschouwen. Om dit vermeend antisemitisch karakter nam het nationaal-socialisme het als herkenningsteken van de beweging aan en verhief het na de overwinning in 1933 to nationaal embleem."
Voor wat betreft de Nazileiders: laten de lezers even nadenken. Bezoek een universiteitsbibliotheek, de afdeling latere geschiedenis, of nog beter, her RIOD. Kijk wat er geschreven is aan biografieën met betrekking tot de genoemde Nazileiders. Wie dat doet vindt zeker voor elke naam tussen de 25 en 100 biografieën. Besteedt een paar uur om in de indexen van die biografieën te zoeken naar het woord theosofie of samenstellingen met dat woord in de taal van het boek dat men onderzoekt. Als het waar is vindt u de opmerking van Hans vele malen vermeld. Ik weet echter wat u zult vinden: niets! Overigens, in de eerste versie van Hans' verhaal waren zij zelfs lid van de Theosofische Vereniging geweest. Ik heb hem geadviseerd dat er uit te halen. Daar heb ik nu spijt van.
Hans spreekt ook over het kastensysteem in India. Hij verwijt Annie Besant dat zij het systeem niet wilde afschaffen, in tegenstelling tot Gandhi. Een ernstig misverstand. Vanaf de dag dat Olcott en Blavatsky naar India verhuisden, hebben zij geprobeerd de Theosophical Society te organiseren met uitsluiting van het kastesysteem. Dat de Indiase groep leden voor een groot deel bestond uit de hogere kasten is niet zo vreemd. Zij waren degenen die Engels spraken en die taal konden lezen en schrijven. Ik kan vele plaatsen in het werk van Blavatsky aanwijzen waarin zij zich tegen het systeem van de kasten keert. Besant maakte gebruik van de leden van de hogere kasten, maar niet willen afschaffen..., nee! De eerste doeleinde van de Theosophical Society is: Het vormen van een kern van de universele broederschap der mensheid, zonder onderscheid van ras, geloof, geslacht, kaste of huidskleur. Het zal Hans bekend zijn dat de Indiase regering, lang na de onafhankelijkheid, postzegels heeft uitgegeven met Besant's portret. Postzegels met de beeltenis van Olcott vindt men in het huidige Sri Lanka (Ceylon).
Hans spreekt over Agartha en Shambhala, twee verborgen gemeenschappen van waaruit leiding wordt gegeven aan de evolutie van het Arische wortelras. "Volgens sommige theosofische bronnen," zegt Hans. Bij Blavatsky komt de naam Agartha niet voor, dus dat is niet die bron. Shambhala is onderdeel van de mythen van het Tibetaans BoeddhismeHans schrijft: "De theosofie ontkent chaos en toeval; alles is van te voren bepaald. Om dat te bewijzen nam Blavatsky uit het Hindoeïsme de opvattingen over karma en reïncarnatie over." De theosofie ontkent zeker geen chaos, maar toeval wel. Dit houdt echter niet in dat alles van te voren bepaald is. Dat Blavatsky de opvattingen over karma en reïncarnatie uit het Hindoeïsme overnam, is weer onzin. Waarom zou ze. Het is in elke godsdienst en filosofie te vinden. We kijken even naar de bekende kerkvader Clemens van Alexandrië die schreef in zijn Stromata, 4.12: "De hypothese van Basilides [een gnostiek christen] zegt dat de ziel, gezondigd hebbend in een vorig leven, daarvoor wordt gestraft in dit leven..."
Ik lees: "Tot op de dag van vandaag hebben de theosofen in deze buitenwijk van Madras [Adyar] een luxueus paradijsje van 100 hectare. Buiten de muren van het centrum, in het hectisch Madras, zwoegen 5 miljoen arme Indiërs." Dat klinkt alsof de theosofen in Adyar een soort vacantieoord hebben. Wie dit schrijft is er nooit geweest. Inderdaad, in tegenstelling tot alle andere theosofische organisaties heeft de Theosophical Society (Adyar), dus in Nederland de Theosofische Vereniging, vrijwel al haar bezittingen nog. Er zijn een aantal bosrijke centra in de Verenigde Staten, Engeland, Nederland en India. Het hoofdkwartier is gevestigd in Adyar, een buitenwijk van Madras. Dit laatste klopt in ieder geval. Op het terrein van Adyar vindt men de in universitaire kringen over de gehele wereld beroemde Adyar Library, waarin door de inspanningen van de leden vele oude Sanskriet manuscripten, vaak op palmbladeren geschreven, zijn bijeengebracht. In de Adyar Library serie worden deze vertaald en uitgegeven zonder winstoogmerk. Elke serieuze bibliotheek waarin de geesteswetenschappoen zijn vertegenwoordigd, heeft ze. Geleerden uit de gehele wereld logeren in Adyar om in de uitgebreide bibliotheek te studeren. De natuur in het landgoed is inderdaad een paradijs. Zonder enige subsidie van wie dan ook, worden daar zeldzame boomsoorten behouden. Zo vindt men op het terrein de wereldberoemde Banyamboom. Een exemplaar van die omvang en schoonheid vindt men verder nergens. Het onderhoud van dit alles moet worden gedragen door de leden van de TS. Overigens is het landgoed gewoon toegankelijk na aanvraag. Dus op precies dezelfde wijze als een aantal natuurgebieden in Nederland.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 304, december 1996