Skip to main content
  • Archivaris
  • 292

brief Willem Oltmans aan President Suharto

Voor dit Kleintje hebben we van Willem Oltmans toestemming gekregen een vertaling van zijn engelstalige brief te publiceren, die hij op 1 oktober 1995 aan de huidige president van Indonesië (Suharto) heeft geschreven. Voor een beter begrip heeft Oltmans een paar inleidende woorden geschreven, die wij hieronder als voorwoord weergeven.

voorwoord bij de brief aan Suharto

"Er is voor de lezer van "Kleintje Muurkrant" een toelichting gewenst bij mijn brief aan Suharto. Het betreft het hemelsbrede verschil tussen het functioneren van Indonesische of Javaanse "hoofden" en die van ons. De Indonesische ambassadeur in Washington in de dagen dat de oplossing voor het Nieuw Guinea geschil in 1960 - 1961 tot stand kwam, dr. Zairin Zain, die overigens in Leiden was opgeleid, hield me die dagen al voor "begrijp goed mijnheertje, wij Indonesiërs moeten altijd wat we denken en voelen of willen zeggen "vertalen" voor Nederlandse breinen." Hiermee gaf hij exact aan hoe Indonesiërs tegen ons aankeken.
Ik heb veertig jaar, vanaf 1956, met Indonesië in contact gestaan, afkomstig zijnde uit een familie waarin mijn vader en grootvader te Semarang op Java werden geboren en mijn overgrootvader, Alexander Oltmans reeds als President Comité der Nederlandse Indische Spoorwegen in het midden van de vorige eeuw jarenlang in Semarang sleutelde aan de aanleg van 4000 kilometer spoorlijnen op Java. Ondanks dus een scheut "Javaans denken" via mijn voorouders te hebben meegekregen, werd ik door Indonesiërs in de jaren vijftig, toen ik aangemoedigd door Sukarno in Rome, voor het eerst naar Jakarta kwam, terecht gewezen met de woorden, "Willem trek je klompen uit." Ook al heb ik in de afgelopen veertig jaar zéér veel over Indonesisch-denken geleerd, ik ben voldoende "belanda" gebleven om in hart en nieren anti-Suharto te blijven. Dit, omdat hij in 1965 hoogverraad pleegde jegens Sukarno en een slachting begon, geraamd op één miljoen mensen, onder Sukarno aanhangers en Indonesische communisten. Hij deed dit involge de gesouffleerde wensen van de CIA, die in Jakarta een President op het paleis geïnstalleerd wilden zien, die het spel in Azië met de Amerikanen mee speelde, in plaats van Sukarno, die zich fel verzette tegen de Amerikaanse oorlog in Vietnam en omliggende landen. Suharto was voor Washington "bruikbaar" en is dat in 1995 nog. Als Bill Clinton nog dezer dagen Suharto op het Witte Huis ernstig toespreekt over "mensenrechten" is dit een pure schijnvertoning. In werkelijkheid danken de Amerikanen de hemel, dat Suharto in Indonesië de lakens uitdeelt, want via hem, zijn naaste familie en handlangers kunnen de westerse multi-nationals het land verder leegroven, zoals dit gedurende honderden jaren Nederlandse bezetting altijd was geschied.
Met mijn Hollandse brein, zoals ambassadeur Zairin Zain dit omschreef, ben ik van mening gebleven, dat Suharto verdient om aan de hoogste waringin-boom in Indonesië opgeknoopt te worden. Zijn misdaden jegens het Indonesische volk zijn zonder precedent in de geschiedenis van dat land. Daar komt voor mij bij, dat Bung Karno een persoonlijke vriend was. Suharto heeft hem niet alléén met de CIA verraden, hij heeft hem gevangen gezet, geïsoleerd en dood getreiterd. Voor mijn Hollandse brein zijn dit onvergeeflijke daden. Dus de kogel.
Indonesische breinen opereren meestal anders. Zij hebben een aangeboren gevoel voor "kasihan", medelijden. De hoofden hebben andere modus operandi dan wij. "Vergeven" maakt hier een belangrijk deel van uit. Bung Karno was als Javaans proto-type van de Indonesische "mind" een buitengewoon vergevensgezind man. Hij vergaf de Nederlanders. Hij vergaf generaals, als bijvoorbeeld Nasution, die herhaaldelijk "ongehoorzaam" was. Sukarno zet in zijn memoires hoe zijn brein in dit opzicht werkte uiteen. Wellicht zou hij zelfs Suharto, indien hij eens berouw zou hebben getoond zijn verraad, moord-partijen en collaboratie met de CIA hebben vergeven. En nu kom ik dichter bij de betekenis van mijn recente brief aan President Suharto.
In 1994 en 1995 keerde ik ná een afwezigheid van 28 jaar in Jakarta terug dankzij een demarche van premier Ruud Lubbers, die een einde wilde maken aan het feit dat ik in 1962 door Joseph Luns voor het leven als persona non grata in de ban werd gedaan. Waarom en hoe dit allemaal in zijn werk is gegaan is in twee recente boekjes te vinden, "Vogelvrij" (Jan Mets, 1992) en "Persona non grata" (Papieren Tijger, 1994). Wat ik hier wil benadrukken is, dat ik in de eerste maanden van dit jaar in Jakarta ontdekte, dat de reis van Beatrix naar Indonesië diende te worden uitgesteld? Waarom?
Omdat ik voorzag dat er een frontale botsing in de maak was tussen illusionaire vergevingsgezinde Indonesische verwachtingen van de visite van hare majesteit en de haatdragende hoge Haagse heren op houten klompen. Om één voorbeeld te noemen: in 1994 had ik reeds een brief mee gekregen van generaal Pamu Rahardjo der Indonesische oud-strijders (met instemming van Suharto) met het klemmende verzoek, dat Beatrix een krans zou plaatsen op het graf van Sukarno in Blitar, Oost-Java. Ik zorgde, dat die brief op 16 mei 1994 bij hare majesteits' grootmeester en bij Lubbers was, dus ruim één jaar voor het staats-bezoek.
Ik wist dat ook vijftig jaar ná Sukarno's overwinning men in Nederland nog steeds in de verste verte niet bereid was deze man het slagen van zijn vrijheidsstrijd te gunnen. Al in januari 1995 schreef ik in de "Jakarta Post", dat met geluk en de wind in de rug mee op zijn vroegst koning Willem IV in 2045, dus honderd jaar ná de Indonesische vrijheid, als eerste Oranje een krans op het graf van de Indonesische vader des vaderlands zou kunnen gaan leggen.
Indonesië staat aan de vooravond van en wisseling van leider. Suharto is 74. Ook hij heeft niet het eeuwige leven. Eén van zijn voormalige ministers wees me er op, dat bij het aan de macht komen van Bung Karno een bloedbad met Nederland had plaats gehad. Bij het aan de macht komen van Suharto werden een miljoen Indonesiërs over de kling gejaagd. "We zouden willen, dat onze derde President vreedzaam de teugels in handen zal nemen." Maar omdat Suharto in werkelijkheid een misdadiger is in de klasse Pol Pot, terwijl hij daarnaast van Indonesië een fascistische politie-staat heeft gemaakt. Bovendien verrijkte hij zichzelf en zijn kinderen en handlangers op het paleis tot in het absurde. De machtswisseling van Suharto zal zich niet zonder slag of stoot voltrekken.
Tenzij - en nu vraag ik de Nederlandse lezer over te schakelen op (het functioneren van) Indonesische "minds" - Suharto met zijn misdaden voor de draad komt. Zelfs de Amerikaans denkende voormalige minister van Defensie, Robert McNamara publiceerde onlangs memoires, waarin hij toegaf, dat Washington "fout" was geweest met de oorlog in Vietnam. Nog dezer dagen kon men op televisie Zuid-Koreaanse generaals zien opbiechten, dat zij zich ten koste van het volk hadden rijk gestolen. Huilende hoge Koreaanse militairen op de beeldbuis. Niet dat ik zou willen bepleiten, dat Suharto via een potje krokodillen tranen op televisie het volk om vergiffenis zou moeten vragen. Verre van dat. Maar zonder een bekentenis of ommekeer zal hij zijn gerechte straf niet mogen ontlopen.
Mijn brief, geïnspireerd door wat ik denk te hebben geleerd over hoe Indonesiërs het misdadige Suharto tijdperk uiteindelijk zullen verwerken, is bedoeld om voornamelijk de naaste omgeving van adviseurs van de President aan het denken, en aan het werk te zetten. De Suharto brief is aan een aantal vitaal belangrijke adressen in Jakarta gezonden. Uiteindelijk is er denk ik één man, die ook een vertrouwenspositie bij Bung Karno bekleedde, en dat is oud-minister van Buitenlandse Zaken Ruslan Abdulgani, die Suharto van de noodzaak kan overtuigen via een mea culpa aan het Indonesische volk een vreedzame overgang naar een derde Presidentschap voor Indonesië te helpen bewerkstelligen. Vandaar de brief."

Willem Oltmans (31 oktober 1995)

Brief van Willem Oltmans aan President Suharto van Indonesië

"Aan President Suharto (Amsterdam, 1 oktober 1995)
Veertig jaar geleden ontmoette ik, werkend als journalist, President Sukarno in Rome en raakte zo betrokken bij Indonesië. Mijn overgrootvader, mijn grootvader en mijn vader leefden in Semarang. Ik kwam voor het eerst naar Jakarta in 1956. Deze dagen, dertig jaar geleden, maakte uw land een bloedige staatsgreep mee. In 1966 ontmoette ik President Sukarno voor het laatst in uw hoofdstad en in zijn bungalow bij het Bogor paleis. Wij hebben zeer vaak met elkander gesproken. Ik filmde u voor de toenmalige NTS-televisie in uw huis in Jalan Tjendana. In 1994 kwam ik in Jakarta terug, na 28 jaar, samen met de Nederlandse minister-president. Ik verbleef daar opnieuw van januari tot april dit jaar.
Indonesië bestaat nu een halve eeuw. U bent 74 jaar. In de komende paar jaar zal er een nieuw staatshoofd aantreden. Hoe zal dit alles gaan? Bung Karno, de bevrijder van Nederlands Oost-Indië, heeft een fel gevecht moeten leveren om Indonesische onafhankelijkheid van de Nederlanders te bewerkstelligen. Die oorlog kostte vele Indonesische levens. Toen u in 1965 Sukarno door middel van een illegale staatsgreep aan de kant zette, ging dit opnieuw met een verschrikkelijk bloedbad gepaard, onder uw leiding en verantwoordelijkheid. Zal de derde Indonesische leider voorafgegaan worden door een herhaald bloedbad?
U presenteerde uzelf in 1965 als de redder van de natie die een communistische machtsovername had voorkomen. Bung Karno, u en ik wisten de waarheid. Het was een absolute leugen. De officieren die op 30 september 1965 in actie kwamen, waren de échte helden. Zij verdedigden Sukarno en de republiek tegen een leger-coup die door Washington en de CIA werd gesteund en gefinancierd. De Verenigde Staten waren al jaren bezig Sukarno te wippen. De amerikanen waren oorlog aan het voeren in Zuid-Oost-Azië en wilden Bung Karno, en later Prins Norodom Sihanouk, weg hebben. Het oneerlijke alibi was hun vermeende communisme.
Toen Franklin Roosevelt en Winston Churchill een deal sloten met Joseph Stalin tijdens de Tweede Wereldoorlog tegenover het Duitse fascisme, betekende dit toch niet dat Roosevelt en Churchill communisten waren geworden? Sukarno en Sihanouk waren vergelijkenderwijs tegenstander van de amerikaanse oorlog in Vietnam. Zij verzetten zich hiertegen, net zoals Mao en Ho Chi-minh. Dat maakte ze nog niet tot communisten, hoewel u en uw partners dit het Indonesische volk in 1965 wel wilde laten geloven. U heeft welbewust Sukarno een verrader laten lijken door hem de moord op zes leger-generaals in samenwerking met de communisten in de schoenen te schuiven.
Met de bedoeling om de macht te grijpen heeft u President Sukarno beschuldigd een staatsgreep voor te bereiden tegen zijn eigen regering, in samenwerking met de Partai Kommunis Indonesia (PKI). De hele wereldpers blijft deze leugen tot op de dag van vandaag herhalen. In feite pleegde u hoogverraad. U weigerde bewust bevelen van Bung Karno, de opperbevelhebber. Aldus handelend werd u illegaal staatshoofd. Zeer recent zei u tegen de "Herald Tribune": "Ik zal iedereen verslaan die mij ongrondwettelijk probeert mijn macht te ontnemen". Maar uzelf, mijnheer de President, bent een ongrondwettelijke fraudeur door uzelf neer te zetten als redder van de natie tegenover de communisten.
Bung Karno's gedachtengang - die ik in tegenstelling tot u volledig kende en begreep - werd volledig beheerst door het respecteren van de mensenrechten en fundamentele democratische beginselen. Wanneer de PNI (Nationale Partij) al een geesteskind van Bung Karno was, dan was de PKI zijn stiefkind. Hij was de 'Bapak' van alle Indonesiërs, inclusief de communisten. Ook de communisten streden aan zijn zijde tegenover de uitverkoop van de Indonesische rijkdommen aan buitenlandse belangen. Zij weigerden, net zoals President Sukarno, Indonesië uit te leveren aan buitenlandse investeerders en gangsters, zoals u heeft gedaan, waardoor u een corrupte dief bent geworden van het bezit van de Indonesische bevolking. Terwijl officieren optrokken om een leger-coup van de Raad van Generaals te voorkomen waren daar wellicht PKI-leden bij aanwezig om hen te steunen in hun patriottische taak. Maar Bungkarno wist, net zoals u en ik, dat er op geen enkel moment sprake was van een PKI-coup tegen de regering van President Sukarno. Natuurlijk raakte de bevolking in grote verwarring omdat u en uw mede-samenzweerders hen voorhielden dat u het land moest redden voor het communisme.
Uw staf, en vooral generaal Sutikno Lukitodisastro, smeekte mij mee te helpen om Bung Karno ervan te overtuigen om de PKI in het openbaar af te vallen. Dit zou u een excuus hebben gegeven voor uw massale bloedbad jegens patriotten en zogenoemde communisten. Natuurlijk weigerde President Sukarno. Hij was zich volkomen bewust van de waarheid en de feiten. Al in de zestiger jaren had hij verscheidene waarschuwingen gekregen met betrekking tot een samenzwering van Generaal Abdul Haris Nasution en de Amerikanen. Bung Karno heeft me dit persoonlijk verteld. Nasution's speciale boodschapper Ujeng Suwargana dook in die jaren in Parijs, Bonn, Amsterdam, New York en Washington op om iedereen die maar wilde luisteren te verzekeren dat Nasution President Sukarno zou vervangen. Ujeng: "Wij zullen Sukarno gevangen nemen, hem volledig van iedereen isoleren en hem laten sterven als een bloem die geen water meer krijgt." Dit, President Suharto, is precies wat u met hem tussen 1965 en 1970 hebt gedaan. U bent verantwoordelijk voor de vroegtijdige dood van de Vader van de Natie.
Ik begeleidde Sutikno op 11 oktober 1966 naar Istana Merdeka en was aanwezig bij een discussie tussen hem en President Sukarno met betrekking tot de rol van de PKI in 1965. Bung Karno was een man van eer. Hij weigerde te liegen over de communisten om zo uw belangen en die van de Amerikanen in Indonesië te dienen. Hij was zich volledig bewust van uw verraad en was het fundamenteel oneens met uw beleid om Indonesië in handen te spelen van het internationale kapitalisme.
Sinds 1925 was Sukarno's filosofie gebaseerd op 'ongebondenheid', een beweging die hij wereldwijd opzette in Bandung, in 1955 (Conferentie van Nietgebonden Landen). Zijn doel was altijd om te voorkomen dat Indonesië in handen zou vallen van ofwel kapitalisme ofwel communisme. Hij noemde dit "socialisme op z'n Indonesisch". Hiermee was de PKI het met hem eens, zoals D.N. Aidit mij uiteenzette tijdens een langdurig samenzijn in New York en de Verenigde Naties. Uw militaire carrière was een succes. President Sukarno erkende uw militaire capaciteiten en stimuleerde permanent uw carrière. Tegelijkertijd was u een analfabeet met betrekking tot de wereldpolitiek. Wat dit betreft kon Sukarno u niet serieus nemen. U interpreteerde zijn houding jegens u als een persoonlijke belediging. Dit was echter zeker niet door Sukarno bedoeld. De President probeerde u duidelijk te maken met betrekking tot militaire zaken, zijn orders af te wachten en uw neus uit politieke zaken te houden.
Nu, na dertig jaar van militaire dictatuur, probeert U ons de indruk te geven van een Indonesië als normaal en welvarend land, maar in werkelijkheid regeert u met een ijzeren vuist. Vijftig jaar na de onafhankelijkheid is Indonesië een fascistische politie-staat waarbinnen de bevolking, journalisten, arbeiders, boeren en politici zich onmogelijk vrij kunnen uiten uit angst voor arrestatie en gevangenisstraffen. U sluit na vele jaren de meeste Indonesische gevangenenkampen en zeer recent stopte u met de gewoonte om paspoorten van voormalige gevangenen te voorzien van de letters E.T. (Ex Tapol).
Dit waren inderdaad enkele stapjes vooruit in vergelijking met de misdaden jegens de bevolking in het verleden. Wellicht beschouwt u uw presidentschap en dertig jaar leiderschap als een volledig succes. In werkelijkheid heeft u een monster geschapen. In 1995 staat Indonesië over de hele wereld bekend als de meest corrupte staat in Azië. Uzelf en uw directe familie en kinderen, uw militaire en burger-medewerkers hebben zich ongelooflijk verrijkt. Zelfs Ferdinand Marcos van de Filippijnen is vergeleken met u een amateur. Marcos' presidentschap kwam eveneens tot een plotseling einde.
Mijnheer de President,
vijf jaar gelden schreef ik u een brief naar aanleiding van de publikatie van uw memoires. Ik heb geprobeerd u op een aantal verdraaiingen van de historie te wijzen die u zichzelf permitteerde. In Indonesië is niemand vrij u in het openbaar te bekritiseren met betrekking tot de Indonesische geschiedenis en de rol van de Vader van de Natie (Bung Karno) in deze periode. U bent een man die in staat is een eenvoudige krantenbezorger naar de gevangenis te sturen aangezien u het oneens bent met het materiaal dat deze bij de bevolking in de brievenbus deponeert.
Mijn toenmalige brief aan u verscheen in het boek "Primadosa", geschreven door Wimanjaya Liotohe. Op dit moment is hij bezig aan een nieuw boek, "Primadusta". De werkelijkheid en historische feiten kunnen niet altijd verborgen blijven voor het publiek, ondanks de beperkingen die uw politieagenten en soldaten opleggen aan diegenen die de waarheid willen onthullen. Misschien is de tijd aangebroken om alle feiten op tafel te leggen en om de natie in vertrouwen te nemen. Wilt u de gebeurtenissen van 1965 met alle Indonesiërs in alle openheid delen?
Maar al te vaak worden helden in de geschiedenis als verraders afgemaakt. Indonesië is hierop geen uitzondering. Kolonel Untung leidde bijvoorbeeld in 1965 een beweging ter bescherming van de Republiek en President Sukarno. U liet hem neerschieten. Zijn laatste woorden waren echter "Hidup (lang leve) Bung Karno!". Toekomstige geschiedenisboeken betreffende Indonesië zullen Kolonel Untung als een held beschrijven die stierf voor zijn vaderland. Dit is slechts één voorbeeld. Is nu aan het einde van uw leven niet het tijdstip gekomen dat u bekent en erkent aan alle Indonesiërs dat u bewust de gebeurtenissen die werkelijk plaatsvonden in 1965 heeft verdraaid om uw eigen belangen, het bekleden van de hoogste macht in Indonesië, te dienen? Dit met medewerking van de CIA?
Ik heb in Indonesië geleerd dat de bereidheid tot vergeven een nationale karaktereigenschap is. De Indonesiërs hebben het eeuwenlange kolonialisme en imperialisme van de Nederlanders al lang vergeven. U allen schijnen de Nederlandse misdaden in Oost-Indië plaats vonden uit uw geheugen te hebben gewist. Het recente bezoek van Koningin Beatrix aan u was een rampzalige mislukking aangezien de Nederlanders slechte verliezers zijn. Zij hebben de overwinning van Indonesië en Sukarno op Nederland nooit toegegeven. Zij zijn niet in staat, om oog in oog met Indonesiërs, hun misdadige gedrag toe te geven. In een brief, geschreven door uw vriend generaal Pamu Rahardjo in 1994, werd de Nederlanders gevraagd om de Koningin bloemen te laten leggen op Sukarno's laatste rustplaats. Deze brief, die uw persoonlijke goedkeuring droeg, heb ik bij de Koningin en de toenmalige minister-president Ruud Lubbers afgeleverd. Deze brief werd bewust genegeerd. Vijftig jaar later zijn de Nederlanders nog steeds niet in staat hun verlies eerlijk te erkennen. Vandaar dat de Koningin in Jakarta in "een mijnenveld" terechtkwam, zoals de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken het noemde.
Indonesië hoopte dat het bezoek van de Koningin een nieuw begin zou zijn met betrekking tot de relaties tussen de vroegere koloniale macht en de gekoloniseerde. Den Haag miste opnieuw een historische kans. Indonesië, en u persoonlijk, werden keer op keer beledigd. Ik wist dat de omstandigheden ongunstig waren en waarschuwde dat het beter was om geen bezoek af te leggen dan dat het zou mislukken. Ik verzocht de Koningin, nadat duidelijk werd dat het bezoek door zou gaan, om dan tenminste naar Blitar te gaan en Bung Karno te erkennen als vader van het vaderland. Nederlandse bisschoppen ondersteunden deze wens. Niemand luisterde. Ik begreep het Indonesische ongenoegen volledig dat u keer op keer uitdrukte. Zonder dat ze het waarschijnlijk in de gaten hadden stapelden zich de beledigingen op der Nederlanders jegens Indonesië en U persoonlijk. U had geen andere keus dan het Indonesische ongenoegen duidelijk te maken met behulp van duidelijke Nederlandse botheid.
Dit alles opbiechtend, ben ik nieuwsgierig of de tijd voor u is aangebroken om de Indonesische bevolking de waarheid te vertellen met betrekking tot de traumatische gebeurtenissen in 1965. Ik hoopte dat u hiertoe zou overgaan op 17 augustus jongstleden. Generaal Mursid, een vriend van me, is een waarachtig patriot. Toen ik hem vertelde dat het gebruikelijk is dat overal op de wereld verraders de kogel kregen, antwoordde hij rustig: "Nee nee, wij zijn niet diegene die daar over oordelen. Dat is een zaak van God." Tijdens een lunch met Ibu Hartini Sukarno sprak zij warm en hartelijk over u. Aangezien ik in Holland ben geboren werd ik boos. "Hoe kunt u vriendelijk zijn over de man die Bung Karno heeft verraden en hem dood heeft gemarteld?" vroeg ik haar. Ibu Hartini bleef rustig en schudde haar hoofd. Een Javaanse stilte zegt soms meer dan duizend woorden. Mij staan haar bedroefde gezicht vol tranen nog levendig voor de geest.
Voor een 'westerling' is het moeilijk deze vergevingsgezindheid te bevatten. Ik begrijp nog steeds niet volledig hoe Javaanse "minds" in elkaar zitten. Ik blijf hierover nadenken en wellicht dat ik geleerd heb van Ibu Hartini en Generaal Mursid. Het was ook niet Bung Karno's manier om problemen met kogels op te lossen. Zijn prachtige voorbeeld voor de Indonesische staat was eveneens vergiffenis schenken. Misschien is dit een traditioneel Javaans gebruik, iets wat de Koningin en de Nederlandse regering niet begrijpen. Ze waren "kasar" genoeg om een zestigtal ondernemende zakenlieden mee naar Jakarta te nemen, aldus onze typische "kruideniers mentaliteit" ten toon spreidend. Het Koninklijk bezoek met een symbolische betekenis van verzoening tussen de twee landen had nooit gebruikt mogen worden voor openlijk winstbejag en een "koopman van Venetië"-houding. Ook dat was een onvergeeflijke blunder.
Een voormalige minister, die zowel onder president Sukarno als onder u heeft gediend, nodigde mij eerder dit jaar in zijn huis uit. Hij drong bij mij aan om niets te schrijven over de gebeurtenissen van 1965, aangezien de meeste Indonesiërs zich niet bewust zijn van het verraad jegens Bung Karno door het leger in samenwerking met de CIA. "Wacht tot Suharto weg is", zei hij me. "Wij maakten een bloedbad mee tijdens Bung Karno's revolutie voor onafhankelijkheid. We hadden er een toen Suharto de macht overnam. Wij willen dat onze derde president in vrede komt." Een vredige aanstaande machtsovername ligt geheel in uw handen. Het Indonesische volk zou bevrijd moeten worden van de traumatische gebeurtenissen van 1965. Alleen u kunt de wonden helen door de mensen de waarheid te vertellen, hoe pijnlijk dit ook is.
Uw verantwoordelijkheid voor de onttroning van Bung Karno, voor het plaatsvinden van een gigantische bloedbad en het oprichten van concentratiekampen, zijn op dit ogenblik historische feiten, of u dit nu toegeeft of niet. Een legerofficier, een man van eer, zou moedig genoeg dienen te zijn beoordelingsfouten toe te geven, zware misstappen te erkennen. Zoals het verraden van de natie en Bung Karno in samenwerking met de CIA. U dient de enorme rijkdommen, die u en uw familie zich heeft toegeëigend, aan de Indonesische bevolking terug te geven. U kunt ze beter zelf teruggeven dan te wachten op de dag dat woedende massa's mensen u en uw kinderen zal dwingen de gestolen miljoenen terug te geven. Laat deze gelegenheid niet voorbijgaan, Mijnheer de President, om op uw eigen initiatief met uw land schoon schip te maken. Anders voegt u zich in het foto-boek tussen historische figuren zoals Hitler, Mussolini, Stalin, Mao, Pol Pot, Mobutu of Pinochet, waarvan de laatste twee eveneens CIA-verraders waren jegens hun eigen land.
Wilt u rekening houden met deze oproep en u verontschuldigen tegenover de Indonesische bevolking, Bung Karno's familie en vrienden? U was de gruwelijkste en oneerlijkste dictator die Indonesië ooit heeft meegemaakt. Misschien vergeeft het land u dit alles wel, aangezien dit bij de Javaanse 'adat' lijkt te behoren."

Willem Oltmans, journalist,


1 oktober 1995

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 292, 15 december 1995