Skip to main content
  • Archivaris
  • 331

Raadsels rond Moengo (aflevering 3)

In de twee vorige edities van Kleintje Muurkrant besteedden wij al aandacht aan de bemoeienissen van het beruchte koningskoppel CIA/DEA bij de ontwikkeling van Suriname tot een narcostaat. Aanleiding tot deze kleine serie was de dood van Frits Hirschland, muziekproducent, p.r.-man, publicist en ex-secretaris van de Surinaamse Jungle Commando-leider Ronnie Brunswijk. En als leidraad diende Hirschland's uit 1993 daterende boek "Dossier Moengo". Dit derde en laatste deel heeft betrekking op de rigoureuze manier waarop de vrede tussen Bouterse en Brunswijk tot stand werd gebracht.

door Jan Portein

Begin maart 1990 maakte Bay of Pigs-veteraan en actief lid van Oliver North's Iran/Contra-genootschap Frank Castro weer eens zijn opwachting bij Brunswijk om te praten over de vorderingen binnen het vredesoverleg tussen de leider van het Jungle Commando en de regering in Paramaribo. Het einde van het touwtrekken daarover leek in die periode weliswaar in zicht, maar Bouterse was nog niet over de streep. Tijdens het gesprek ontvouwde Castro een plan om de zaak te forceren. Een plan met een dubbele bodem. Het verhaal zoals dat later tegenover de pers moest worden opgehangen behelsde het volgende: Castro zou een vliegtuig met een aardige lading cocaïne naar Suriname sturen. Het vliegtuigje zou boven de jungle van Desi's own country verdwalen en op een afgelegen weg bij Moengo landen. Bij verhoor van de bemanning zou blijken dat de snuif voor Bouterse bestemd was. Daarmee zou dan het ultieme bewijs zijn geleverd dat Bouterse tot zijn schouderbladen in de drugshandel zat en de regering-Bush zou zich dan genoodzaakt zien de politieke scene in Suriname schoon te vegen.
Op het oog een futiel plan. Al was het alleen maar omdat in Castro's scenario geen gebruik kon worden gemaakt van de officiële airstrip bij Moengo en er eveneens in was opgenomen dat de bomen aan beide zijden van de als landingsbaan gekozen weg gekapt moesten worden. Bovendien moesten dan op die provisorische landingsbaan witte strepen worden aangebracht. Daarmee was het hele verhaal rond het "verdwalen" van het vliegtuig a priori al een farce. Daarnaast zag de Amerikaanse regering in 1990 geen enkele aanleiding om Bouterse te verwijderen. En als zij dat al had overwogen dan zou de door Castro gecomponeerde operette met Brunswijk als heldentenor niet nodig zijn geweest. Zoals wij echter in deel twee van "Raadsels rond Moengo" al uit de doeken hebben gedaan, bestond toen in het Washington van George Bush ten aanzien van de situatie in Suriname inmiddels een andere visie dan bijvoorbeeld ten tijde van de septembermoorden in het najaar van 1982. De opruiming van het oude Iran/Contra-netwerk in Colombia, Panama en andere Middenamerikaanse landen inclusief de aangebrand geraakte routes voor de lucratieve drugs- en wapenhandel van de CIA/DEA was in volle gang. Zo was het Medell