Skip to main content
  • Archivaris
  • 331

Meneer en Mevrouw Mus

Allereerst drie waarnemingen: Loek D. zag er 3 op dinsdag 2 maart om 16.15 in een achtertuin van de Citadellaan te s-Hertogenbosch. Het ging om twee mannetjes en een vrouwtje. Voorts ontvingen wij een e-mail van Klaas L. met de melding van een mus op woensdag 3 maart om 13.00 uur in de Raadhuisstraat te Leeuwarden. Ook zag hij een koppel in een struikje achter het station en dat was eind februari.

Toen ik onlangs op het station was en op perron 6 op de trein wachtte, stond het nog vers in mijn geheugen dat er een aantal jaren terug altijd mussen tussen de bielzen hopten en kwetterden. Bij het zien van de houten bielzen kon ik het niet nalaten even te denken aan de talloze bomen die wereldwijd werden opgeofferd om ons op een rails te laten voortbewegen. (Soms, als je gaat mijmeren, lijkt het of de wijze waarop "we" onze onderlinge verhoudingen alles om ons heen hebben ingericht, niet gebaseerd is op het instandhouden en bevorderen van leven maar op dood. Dan lijkt dit moloch een grote vergissing. Op dergelijke momenten stralen de dingen weinig meer dan een wanhopige zinloosheid uit). Ook Frank M. nam een mus waar, een vrouwtje, op 17 maart om 12 uur in de voortuin van het opleidingsinstituut voor priesters die zich naar voorbeeld van hun baas nu ook mogen dromen van een carrière als popestar. Wieweet dat dat vrouwtje dat Frank zag één van die twee mannetjes van Loek gaat ontmoeten en ontstaat er iets moois: een mussengezin als hoeksteen van de mussensamenleving.
Hartelijk dank voor uw gewaardeerde waarnemingen. In de vorige twee Kl. M.'s stond een oproep om - mocht u ergens mussen waarnemen - dit dan te melden met plaats, tijdstip, aantal en geslacht. Dit alles in verband met een groot onderzoek naar het mussenbestand in onze high-tech samenleving. Tegelijk wordt onderzocht wat de oorzaken zouden kunnen zijn van het nagenoeg verdwijnen van een vogel die niet lang geleden zo massaal voorkwam. Eén oorzaak kunnen wij al aangeven. Op 8 maart j.l. keek ik naar het programma Netwerk. Er was een reportage over het dorp Mellery in Wallonië. Het verhaal luidde aldus: in de jaren tachtig besloot de Nederlandse overheid, die dikwijls, zoals blijkt uit vele stinkende affaires van voren niet weet wat ze van achteren doet en zich veeleer aan de belangen van het bedrijfsleven verhoereert in plaats van op te komen voor de werkelijke belangen van de bevolking, dat de ergste gifbelten "gesaneerd" dienden te worden. Dat woord "saneren" is een variant op het "ruimen" van een veestapel als dieren vanwege pest en hersenverweking moeten worden afgemaakt. Saneren? Veel van de soorten gif in die belten zijn opgeslagen laten zich nooit en te nimmer verwijderen. Zoals je ook radioactief afval niet werkelijk kunt opruimen; het spul blijft actief voor tienduizenden jaren. De chemische produkten zoals DDT en Dioxine zijn door de mens in de natuur gebracht, veroorzaken veel ellende en we komen er niet meer vanaf.
"Weg met die handel," verordonneerde de Nederlandse overheid. Bedrijven werden aangezocht om iets met dat gif te gaan doen. Ondernemers met een vrachtwagenpark en mafia-achtige praktijken dienden zich aan om het karwei te klaren. De overheid sliep en in 10 jaar tijds kwam 1,5 miljoen ton van de meest giftige materie in Mellery terecht en zaaide daar al spoedig bij de bewoners en de natuur ziekte, kanker en dood. Mensen met kinderen verhuisden naar elders. De achtergeblevenen die te oud waren en/of geen geld hadden, kwamen in die tv-uitzending aan het woord. Verhaalden van hun verontwaardiging, teleurstelling en woede over het feit dat de Nederlandse noch de Belgische overheid hen op enige wijze tegemoet kwam door tenminste een gezondheidsonderzoek in te stellen en de mensen schadeloos te stellen. Voor zover je, als je bijvoorbeeld je partner aan kanker hebt zien sterven en je dat zelf ook al onder je lendenen hebt, ooit schadeloos gesteld zou kunnen worden. Wat heeft het dan eigenlijk nog voor zin om dan nog in geldtermen te spreken? Toch: heeft iemand van het bedrijfsleven inzake, of de overheid zijn vette auto, villa en bankrekening moeten afstaan om met het geld de slachtoffers van deze misdaad tegen hen gepleegd enigszins genoegdoening te verschaffen? Niet dus. Ze mogen wegrotten die inwoners van Mellery. Zij en hun omgeving zijn tot opofferingsgebied verklaard. Ze hebben geen geld voor advocaten. Doodgaan aan kanker dat is het enige wat rest.
Er waren beelden van een walchelijk soort prut dat uit de bodem naar boven borrelde. "Vroeger", zei één van de bewoners, "waren hier ontzettend veel mussen, hele zwermen. Nu is er geen één meer. Alle vogels zijn verdwenen." De oorzaak van dit verdwijnen: gif. Wie weet is de mus wel als de kanariepiet die vroeger door mijnwerkers mee in de mijn werd genomen om hen te waarschuwen, door middel van zijn overlijden, wanneer de concentratie gif in de atmosfeer te hoog werd. Wegwezen dan. Een Amerikaanse biologe schreef in de jaren zestig een boek getiteld "Silent Spring" ("Stille Lente"). Een sombermakend verhaal over hoe we op een dag wakker zullen worden in de lente en het dan doodstil zal zijn. Geen geluid meer van zingende vogels. Stilte. Alle vogels dood zoals de honderdduizenden mussen al het lood hebben gelegd. Laten we vooral dit lied van groei, vooruitgang, meer en groter blijven zingen en iedereen dwingen mee in de maat te lopen op weg naar de dodelijke stilte. Welzeker dan dat ook ons "vrolijke" mensengetsjilp over niet al te lange tijd zal verstommen.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 331, 9 april 1999