Skip to main content
  • Archivaris
  • 320

De klas van 1998

Guus mocht weer meedoen. Het beste jongetje van de vorige klas werd eindelijk uit de hoek gehaald, waar de meester hem even vergeten was. En alle andere kinderen in de klas juichten. Ruudje gaf Guus een schouderklopje, Henk een hand en Yvonne gaf hem zelfs een voorzichtig zoentje en een stukje van haar kauwgum. Vader Louis was echter niet zo blij met alle belangstelling voor Guus en deed dan ook zijn beklag tijdens de ouderavond. Meester Rombout begreep het allemaal wel, maar schreef toch op het bord dat hij de nieuwe klas veel succes toewenste. Was het toeval dat zijn krijtje ijzingwekkend op het schoolbord kraste?
De deur van de klas ging open en een breed meisje stapte binnen. Meester Rombout keek over zijn brilleglazen in de richting van de deur. "Kinderen," zei hij, "dit is Elly, die vanaf vandaag ook in deze klas komt." De meester keek de klas rond en zette Elly -'t was een moderne gemengde school - in de bank naast Ruudje. Die bloosde en schoof iets verder op naar 't gangpad. Maar achterin zaten Rien, Frankie en Henk, drie jongetjes uit het zelfde dorp, zonder de stadse manieren van de overige leerlingen, en die begonnen meteen met propjes te gooien naar Ruudje en Elly. "Au," riep Ruudje, toen hij een zwaar propje tegen zijn wang kreeg en hij keek venijnig achterom. Maar Rien, Frankie en Henk deden of ze van niks wisten. Meester Rombout kwam van zijn lessenaar en beende naar de bank van de drie dorpsjongens, die het jaar daarvoor nog in het schoolse drama 'De scheepsjongens van Bontekoe' hadden gespeeld tijdens de ouderavond. "Wat gebeurt hier?", vroeg meester Rombout streng. "N..n....niets, meneer," antwoordde Henk bedeesd, maar kleurde tot achter zijn oren. "Laat ik het niet merken," zei de meester. Ruudje, het klikspaantje van de klas, riep echter: "Ze gooiden met propjes, meester". "Zo," zei de meester, "dat moet maar eens afgelopen zijn. Alledrie tweehonderd strafregels: 'Rosmalen is van 's-Hertogenbosch en neemt ook haar beschaving over'. Morgen voor het eerste uur inleveren. En netjes schrijven." Rien, Frankie en Henk bogen het hoofd.
Intussen ging meester Rombout verder met de les. Maatschappijleer. Guus was hierin het beste, maar toch had hij vorig jaar een zodanige berisping daarvoor gekregen dat hij pas nu uit de hoek mocht komen. Maar Yvonne had steeds onvoldoendes gehaald en kreeg zelfs speciale bijlessen van de vader van Frankie, een bekend politicus. Ook Ruudje was heel slecht in maatschappijleer, maar dat was hij ook in rekenen, taal, aardrijkskunde, geschiedenis, tekenen, gymnastiek, vlijt en ijver. Reeds enkele malen was hij door zijn oudoom Wim, die werkte als kok op de grote vaart en daardoor veel levenservaring had, gedreigd dat hij hem mee zou nemen op zijn grote schip en hij nooit iets zou bereiken in het leven. 's Nachts nachtmerriede Ruudje soms zelfs over oom Wim. Zijn buurjongetje Onno had ook zo'n oom, oom Frits uit Den Haag, die hem naar die stad had gehaald, waar hij nu echter volkomen de kluts kwijt was geraakt en sedertdien ook niet meer had teruggevonden.
"Ruudje, hoeveel leden telt de Tweede Kamer," haalde meester Rombout hem uit zijn sombere gedachten. Onder de lessenaar strekte Ruudje zijn hand en begon te tellen. Maar Elly stootte hem aan en fluisterde: "150". "Honderdvijftig, meneer," zei Ruudje. "Ja, bedankt, Elly," zei de meester, die haar gesouffleer niet ontgaan was.
De bel ging, ten teken dat het lesuur voorbij was. Frankie keek in zijn schoolagenda: 'aha, 't volgende uur was godsdienst'. Meester Rombout gaf het huiswerk op, en daar stapte meester Bart al binnen, de jonge energieke godsdienstleraar. Ruudje stapte de klas uit. Na een besluit van de schoolinspectie en een klacht van opa Pieter Jelles hoefde hij de godsdienstlessen niet meer bij te wonen en kon hij dat uur in de kantine gaan zitten om vast huiswerk te maken. "Elly is ook familie van opa Pieter Jelles," zei Ruudje tegen meester Bart. Die knikte zoals altijd begrijpend, en het tweetal verliet de klas. "Zo kinderen," begon meester Bart, "vandaag behandelen we uit Openbaringen de toenemende armoede en tweedeling onder de stammen Israëls." En hij vertelde de bekende dramatische bijbelse verhalen, aangevuld met eigen anekdotes. Frankie en Yvonne genoten met volle teugen, maar Henk verlangde naar de gymnastiek, omdat hij 't beste was in sport. Rien keek of hij 't allemaal begreep en Guus luisterde helemaal niet, omdat hij 't allemaal al wist als zittenblijver. Hij mijmerde weg en dacht aan vader Louis en broer Paul, met wie hij zondag naar 't circus mocht in de Vliertstraat.
Meester Bart vertelde vol vuur, zodat 't steeds warmer werd in de klas, alsof het een broeikas was. Die broeikas had tot effect dat Guus in slaap dommelde en Rien ook de ogen sloot. Henk knikkebolde en dacht aan de Bossche hockeykampioenschappen. Rien dacht helemaal nergens aan.
Drrring...drrring...drrring... daar ging de bel en was het speelkwartier. De kinderen lieten hun spullen liggen en renden snel door de gang naar de speelplaats. Maar o jee, daar waren de andere kinderen van de naastgelegen school al. Door een verschuiving in de ruimtelijke ordening was er nu één speelplaats voor twee scholen. De leerlingen van beide scholen blonken uit in het elkaar pesten. Ruudje en Elly waren uit de kantine ook op het speelplein gekomen en bleken al innig bevriend met elkaar te zijn geworden. Schuchter liepen ze hand in hand. Paulien, een kreng van de andere school, kwam naar ze toe. "Zo, tuig," riep ze weinig beschaafd. Ruudje en Elly reageerden niet, te druk als ze het met elkaar hadden en het nog onbegrepene dat tussen hen opbloeide. Maar Paulien trok aan Elly's vestje en Ruudje duwde haar arm weg. Dat zag Pauliens vriendje Paultje, die aan kwam stormen en Ruudje een rechtse directe op de kaak gaf. Hij zat toch niet voor niets op boksen. Het handgemeen trok de aandacht van de andere kinderen en al gauw stond een grote kring rond ons viertal. "Hup Ruudje," riep Evelien, zijn buurmeisje. "Zet 'm op, Paul," schreeuwde Jolanda uit de derde klas, die al lang stiekem een oogje op deze bokser had. Ruudje maaide wat met zijn armen, maar Paultje was sterker. Al gauw lag Ruudje op de grond, met Paultje bovenop hem. "Genade," hijgde Ruudje.
De rond het viertal staande kring werd doorbroken door meester Rombout, de klasseleraar. "Wel, rododendron," zei de meester, "vooruit, allemaal opstaan." Paultje liet Ruudje los en beiden stonden op. Paultje werd met zijn aanhang naar de eigen school gestuurd, nadat meester Rombout hem gezegd had aldaar met het hoofd der school te gaan praten. Aan Ruudje gaf de meester een briefje mee 'Aan de ouders/verzorgers' en Ruudje werd naar huis gestuurd. Elly pinkte een traantje weg.
In de klas keek meester Rombout ernstig rond: "Nog vier jaar moeten jullie hier op school leren," sprak hij, " en 't is wel de bedoeling dat jullie er iets van opsteken. Als ik naar jullie laatste rapporten kijk dan weet ik dat jullie nog heel veel te leren hebben." Allen zwegen bedremmeld, maar hun niet meer zo onschuldige kinderzieltjes wisten onbewust welke belangen er op het spel stonden...

(alle personen en gebeurtenissen in dit verhaal zijn fictief. Mogelijke overeenkomsten met bestaande personen of situaties berusten op toeval).

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 320, 24 april 1998