Arbeidsvoorziening neemt loopje met privacy
Arbeidsvoorziening wil bestandsgegevens van bijna één miljoen mensen doorgeven aan uitzendorganisaties door het gehele land (zie ook Kleintje 314 en 315). Voor het doorgeven van privacy-gevoelige informatie zijn wettelijke regels opgesteld. Arbeidsvoorziening vroeg advies aan de Registratiekamer, en interpreteerde dit vervolgens op een eigenzinnige manier.
Stelt u zich eens voor; u vindt op een dag een kaartje in uw brievenbus met daarop het volgende: "Uw gezondheid is bij commerciële klinieken in net zulke goede handen als bij gewone ziekenhuizen. Daarom zal uw huisarts de gegevens uit uw medische dossier, die nodig zijn om u gezond te houden, aan commerciële klinieken ter beschikking stellen. Deze organisaties zullen dan kijken of ze u wel kunnen of willen genezen. Zo maakt u meer kans om gezond te blijven. Vanuit de Wet op de Privacy mag u bezwaar maken door deze folder terug te sturen met een gemotiveerde weigering." Wat zult u denken wanneer u dit leest? Misschien wordt u boos, waarschijnlijk bent u op zijn minst verbaasd. Hoezo, mag ik alleen weigeren? zult u zich misschien afvragen. Als ik niets van me laat horen, doen ze het dus gewoon? En wie zijn die commerciële organisaties, wat staat er eigenlijk in mijn dossier, en welke gegevens worden doorgegeven? Heb ik dan niets meer te vertellen?
Toch is dit gedachte-experiment, dat uit Orwell's 1984 lijkt te komen, al realiteit. We schrijven najaar 1997. Het ging niet om gezondheid, maar om de bemiddeling naar werk. En het kaartje was niet afkomstig van de huisarts, maar van Arbeidsvoorziening, dat voornemens is de gegevens van alle ingeschrevenen door te spelen aan uitzendbureaus. Slechts wanneer het kaartje werd teruggestuurd voorzien van een weigering met een reden, zou het arbeidsbureau afzien van het doorgeven van gegevens. In totaal gaat het om de registratiegegevens van bijna één miljoen mensen. Genoeg reden tot verbazing alom, en er kwamen dan ook klachten binnen bij de Registratiekamer, de instantie die door de overheid in het leven is geroepen om te controleren of de Wet op de Persoonsregistraties wordt nageleefd. De Registratiekamer is de laatste tijd wel vaker in het nieuws met de boodschap: pas op met het ongebreideld doorgeven van persoonsgegevens. Zo waarschuwde de Registratiekamer onlangs op de televisie voor het op eigen initiatief melden aan de vreemdelingenpolitie van illegale bewoning, wanneer de sociale recherche onderverhuur van een huis constateert. Illegale mensen kunnen dan rechtstreeks het land worden uitgezet als gevolg van een onderzoek dat daar niet voor bedoeld was.
Door de vergevorderde automatisering kunnen organisaties hun dossiers (computerbestanden) koppelen, zodat er een steeds vollediger beeld van ieder individu bij meerdere instanties voorhanden is. Het Parool meldde onlangs dat iedere Nederlander in achthonderd tot duizend bestanden staat geregistreerd. In hoeverre is 'Big Brother' nog een fictief cliché, dan wel een realistische bedreiging? De gegevens zijn er nu eenmaal, en de computer doet het werk. Het gemak waarmee persoonlijke gegevens op het beeldscherm van willekeurige bureaus kan worden getoverd is op zijn minst het overdenken waard.
Arbeidsvoorziening koos voor de gemakkelijke weg. Mensen laten toestemmen door hun zwijgen als toestemming op te vatten. Maar is dat niet de zaak omkeren? In de Wet Persoonsregistraties (Wpr) staat in artikel 12 duidelijk dat toestemming tot gegevensverstrekking aan derden slechts schriftelijk kan worden gegeven, en dat deze toestemming ieder moment schriftelijk kan worden ingetrokken. Toch was de handelswijze van Arbeidsvoorziening op dit punt conform de wet. Op 7 augustus 1996 vroeg het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening advies aan de Registratiekamer over de voorgenomen gegevensverstrekking aan uitzendbureaus. Op 19 september 1996 reageerde de Registratiekamer met een uitgebreid advies. In dit advies stelt de Registratiekamer dat het bij gegevensverstrekking door Arbeidsvoorziening aan uitzendbureaus om een zogeheten 'doelverstrekking' kan gaan. Dat is een verstrekking die voortvloeit uit het doel van de registratie; in dit geval het bemiddelen naar werk. De mogelijkheid bieden tot weigeren is dan op zich voldoende. Maar, waarschuwde de Registratiekamer, er is pas sprake van een doelverstrekking wanneer de betrokkene actief geïnformeerd wordt. Men schrijft: "Daarom dient de Arbeidsvoorzieningsorganisatie degene die zich als werkzoekende laat registreren te informeren dat, wanneer en welke gegevens zullen worden verstrekt aan welk uitzendbureau."
Arbeidsvoorziening sloeg dit advies echter in de wind. Het kaartje dat bijna één miljoen mensen ontvingen - door Arbeidsvoorziening 'informatiefolder' genoemd - sprak alleen maar over "uitzendbureaus waarmee het arbeidsbureau samenwerkt", en "gegevens die uitzendbureaus nodig hebben om geschikte kandidaten te selecteren." Veel te algemeen geformuleerd, oordeelde de Registratiekamer. In een brief van 15 oktober 1997 gaf de Registratiekamer aan Arbeidsvoorziening te kennen een onderzoek te zullen instellen. Op moment van schrijven is dat nog niet afgerond. Marlies van Eck, jurist bij de Registratiekamer: "We hebben de zaak hoog opgenomen omdat het een landelijk probleem is. We kwamen er achter dat een aantal van de voorwaarden die wij hadden opgesomd in de praktijk niet werd nageleefd. Mensen wisten niet aan welk uitzendbureau gegevens worden verstrekt. We hadden ook gezegd dat het duidelijk moest zijn om welke gegevens het ging." B. Crouwers, voorlichter van de Registratiekamer vult aan: "Bijvoorbeeld kan dat betekenen dat betrokkene zegt: 'Ik vind die verstrekking naar Vedior goed, maar Uitzendbureau X dat vind ik zo'n rottent, daar heb ik geen vertrouwen in'." In reactie op de brief nodigde Arbeidsvoorziening de Registratiekamer uit voor een gesprek om 'nader van gedachten te wisselen'. Middels een brief van 10 december 1997 nam de Registratiekamer die uitnodiging aan. Dit gesprek heeft nog niet plaatsgevonden. Marlies van Eck: "Drukke agenda's hebben het nog niet toegelaten." De brief waarin de Registratiekamer het gesprek toezegde had echter ook een ander doel. De Registratiekamer wilde niet wachten om van haar verontrusting blijk te geven over het uitwisselen van gegevens tussen arbeidsbureaus en sociale diensten. De Samenwerking Werk en Inkomen (SWI), het inmiddels bekende ene loket voor werk en inkomen, is voor de Registratiekamer een bron van zorg. "Bij deze initiatieven krijgen diverse privacy-aspecten onvoldoende aandacht", schrijft de Registratiekamer. "In dit verband bereiken de Registratiekamer steeds meer klachten en signalen die wijzen op onzorgvuldigheid ten aanzien van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen en daarmee schending van de Wet persoonsregistraties (Wpr)." En verder: "Zo voldoet het verlenen van algemene rechtstreekse toegang tot de registratie werkzoekenden en werkgevers Arbeidsvoorzieningenorganisatie (PGI-systeem) aan sociale diensten, zoals de Registratiekamer reeds eerder heeft opgemerkt, niet aan de regels. (...) Er mag niet gemakshalve voor de optie gekozen worden om alle gegevens te verstrekken."
Het doorgeven van teveel gegevens is ook aan de orde bij de gegevensverstrekking aan uitzendbureau Start. Op sommige kantoren van het uitzendbureau Start is een on-line verbinding met het bestandensysteem van Arbeidsvoorziening tot stand gebracht. Bij Start hebben intercedenten direct toegang tot de bestandsgegevens, zelfs van diegenen die middels het terugsturen van het kaartje geweigerd hebben hun gegevens te laten doorgeven. De software is namelijk niet in staat de betreffende dossiers uit te filteren. Personeel van Start kan de bestanden van de weigeraars gewoon bekijken. Verder heeft de Registratiekamer kritiek op het feit dat als men weigerde bestandsgevens te laten doorgeven, deze weigering met redenen omkleed moesten worden. Er was op het kaartje ruimte opengelaten voor het opschrijven van een motivering, waardoor de suggestie werd gewekt dat een weigering op zich niet voldeed. De Registratiekamer is echter een andere mening toegedaan, en zegt daar in haar brief van 15 oktober 1997 over: "(...) Bovendien zal niet iedere ingeschreven werkzoekende van de diensten van een uitzendbureau gebruik (willen) maken. Daartoe bestaat evenmin een wettelijke verplichting. (...) Tevens wordt de werkzoekende gevraagd naar de reden van bezwaar. De Registratiekamer verneemt graag van u waarom hiernaar gevraagd wordt en welke gevolgen aan het maken van bezwaar, dan wel aan de motivering daarvan worden verbonden." Arbeidsvoorziening werd schriftelijk om commentaar gevraagd. Op de vraag waarom bezwaar moest worden gemotiveerd, antwoordt Arbeidsvoorziening: "Periodiek vinden met werkzoekenden gesprekken plaats over de kansen op werk. Bij deze kansen op werk wordt steeds meegenomen het werken via een uitzendbureau. Gevraagd wordt eventuele bezwaren toe te lichten, omdat deze informatie dan kan worden betrokken bij de gesprekken over het vinden van werk en eventuele beperkingen van het vinden van werk door de mogelijkheden van de uitzendbureaus uit te sluiten."
Hieruit blijkt dat de betrokkene onderhouden zal worden over zijn weigering, die - dat spreekt vanzelf - in zijn dossier is bijgeschreven. Weigeren is niet zonder gevaar, omdat de nieuwe Algemene Bijstandswet voorziet in strafmaatregelen wanneer iemand niet genoeg blijk geeft van inspanningen om financieel zelfstandig te worden. Een situatie ontstaat die uit 'Het Proces van Kafka' afkomstig lijkt; voor de ene wet is het geheel legitiem om te weigeren, maar dan loopt men wel de kans op grond van een andere wet te worden gestraft. Reagerend op deze voorstelling van zaken, laat Arbeidsvoorziening weten dat men een weigering om via uitzendbureaus te werken niet actief zal melden aan de sociale dienst. Pas als uitzendwerk de enige mogelijkheid zou zijn om werk te vinden, is een weigering verwijtbaar. Ook stelt men dat de helft van de beschikbare banen tegenwoordig uit flexwerk bestaat. De kans op vast werk wordt dus steeds kleiner, en het uitzendbureau zal voor veel mensen een laatste redmiddel zijn. Weigeren hieraan mee te doen wordt dan ook steeds moeilijker, en daarmee vanzelf steeds gevoeliger voor sancties. Vindt Arbeidsvoorziening dat het advies van de Registratiekamer voldoende is opgevolgd? Men schrijft: "Omdat bijna één miljoen personen reeds ingeschreven stonden bij Arbeidsvoorziening, is een informatiefolder aan elke ingeschreven werkzoekende verstuurd met de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen uitwisseling van zijn of haar gegevens met uitzendbureaus. Hierdoor is bereikt dat elke cliënt van Arbeidsvoorziening actief is geïnformeerd over samenwerking met de uitzendbureaus, de uitwisseling van gegevens en de mogelijkheid van bezwaar."
Blijkbaar heeft Arbeidsvoorziening een ander idee over wat onder 'actief informeren' dient te worden verstaan, waarmee men gemakshalve de concrete eisen uit het advies van de Registratiekamer vergeet. Over de niet afgeschermde gegevens die on-line zichtbaar zijn bij Start, stelt Arbeidsvoorziening: "Alleen bij een on-line verbinding is als gevolg van de technische beperkingen van het huidige automatiseringssysteem deze afscherming nog niet gerealiseerd; bij het nieuwe automatiseringssysteem, dat in het derde kwartaal in gebruik wordt genomen, is deze afscherming wel mogelijk. Tot die tijd wordt volstaan met een ondertekende verklaring van de betrokken medewerker van het uitzendbureau, die leidt tot sancties van zowel zijn eigen werkgever als van Arbeidsvoorziening, indien deze medewerker zich niet houdt aan de afspraken." Arbeidsvoorziening houdt zich dus niet aan de belofte die op het kaartje vermeld stond, namelijk: "Als u bezwaar maakt, zal het arbeidsbureau uw gegevens niet doorgeven." Men kan zich afvragen waarom niet is gewacht met het leggen van een on-line verbinding tot het nieuwe systeem in gebruik zou zijn genomen.
Om welke uitzendbureaus en welke gegevens gaat het nu eigenlijk? Desgevraagd probeert Arbeidsvoorziening eindelijk 'actief' te informeren, maar kan daarbij geen specifieke uitzendbureaus noemen. Het gaat in principe om alle uitzendbureaus in Nederland. Met de overkoepelende organisaties van uitzendondernemingen, de ABU en het NBBU, zullen binnen afzienbare tijd 'raamovereenkomsten' worden afgesloten. Op dit moment is er al een dergelijke samenwerking met Start en Vedior/ASB. De uitzendbureaus zullen naam, adres en woonplaats-gegevens ontvangen en gegevens over opleiding en werkervaring. Arbeidsvoorziening zal bestanden selecteren ten behoeve van vacatures die de uitzendbureaus aanmelden. De vrije tekst in de dossiers - de aantekeningen van consulenten - zal niet worden doorgegeven. Waarom heeft Arbeidsvoorziening het advies van de Registratiekamer zo halfslachtig opgevolgd? Hier kan slechts een vermoeden worden uitgesproken. De reden dat Arbeidsvoorziening samenwerking zoekt met uitzendbureaus ligt in de nieuwe Arbeidsvoorzieningenwet. Het leek het kabinet verstandig om moeilijk bemiddelbare werklozen via uitzendwerk een opstapmogelijkheid naar vast werk te bieden. Om de kansen van deze groep op de arbeidsmarkt te vergroten dient Arbeidsvoorziening samenwerkingsverbanden aan te gaan met uitzendbureaus, die de beschikking krijgen over bestandsgegevens. In de nieuwe Arbeidsvoorzieningenwet is ook de financiering van Arbeidsvoorziening anders geregeld. Arbeidsvoorziening krijgt voortaan een 'prestatiebudget' toebedeeld, wat betekent dat men afgerekend zal worden op resultaten. Daarbij is het toegestaan om taken uit te besteden. In de memorie van toelichting van de nieuwe arbeidsvoorzieningenwet staat: "Naar de mening van het kabinet is het veeleer wenselijk dat tussen Arbeidsvoorziening en overige intermediairs op de arbeidsmarkt zakelijke verhoudingen ontstaan." En (vrij geciteerd): Projecten kunnen door Arbeidsvoorziening worden aanbesteed, zodat uitzendbureaus hun diensten kunnen aanbieden. Arbeidsvoorziening kan haar vacature- en aanbodgegevens ook voor commerciële intermediairs (tegen vergoeding) beschikbaar stellen.
Hieruit kan worden afgeleid dat het in het belang van Arbeidsvoorziening is om zoveel mogelijk mensen via uitzendbureaus te laten bemiddelen. Arbeidsvoorziening laat inderdaad weten dat als de organisatie zou vasthouden aan het nastreven van vast werk, het steeds moeilijker zou worden om mensen daadwerkelijk te bemiddelen.
Het beschikbaar stellen van de gegevens aan commerciële uitzendbureaus kan daarbij voor Arbeidsvoorziening een bron van inkomsten zijn. Door opzettelijk in vage termen te spreken hoopte men waarschijnlijk op de 'toestemming' van zoveel mogelijk ingeschrevenen, die vervolgens op zoveel mogelijk transacties van toepassing is. Het zou goed uitkomen als niet telkens apart toestemming hoeft te worden gevraagd voor gegevensverstrekking aan elk afzonderlijk uitzendbureau, zoals de Registratiekamer wil. Ongeveer drie procent van de bijna één miljoen mensen om wie het gaat heeft bezwaar gemaakt. Altijd nog zo'n dertigduizend personen. Het is de vraag hoeveel mensen bezwaar zouden hebben gemaakt als er werkelijk goede voorlichting was geweest. Uitzendbureaus zijn commerciële organisaties die hun eigen belang nastreven, en niet dat van de werknemers. Zo ontvangt een - willekeurige - employé van uitzendbureau Randstad per uur netto twaalf gulden vijftig, maar het inlenende bedrijf betaalt aan Randstad voor deze werknemer 34 gulden, exclusief BTW. Toen de auteur zelf in 1986 voor Start werkte was dat niet veel anders: met een uurloon van zo'n tien gulden kostte dat de organisatie bijna dertig gulden. De oprichter en grootaandeelhouder van Randstad, Frits Goldschmeding, is een van de rijkste mensen in Nederland.
Honderd jaar geleden formuleerde Frederick van Eeden het in een toespraak als volgt: "Gij, niet-bezitters, zijt gedwongen te werken voor de bezitters, of gij wilt of niet. Uw vrijheid is een wassen neus, het staat u alleen vrij te verhongeren, wanneer ge weigert toe te stemmen in de voorwaarden die de bezitter u stelt. Zo zijn uw ketens gesmeed."
Robert Loeber
(dit artikel werd eerder gepubliceerd in het maanblad DOEN van maart 1998 )
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 320, 24 april 1998