Skip to main content
  • Archivaris
  • 320

Politie als veiligheidsonderneming

Jos Vander Velpen, schrijver van onder andere een tweetal boeken over extreem rechts in Europa, analyseerde de ontwikkelingen rond de totstandkoming van een Belgische rijkspolitie en de positie van de Belgische Rijkswacht daarbinnen. Het boek "De Blauwe Ridders, van Rijkswacht tot Eenheidspolitie" vormt de neerslag van zijn analyse. Deze valt uiteen in een viertal delen, geschiedenis van de rijkswacht; de affaire van de Bende van Nijvel, de rijkswacht als veiligheidsonderneming en de weg naar een eenheidspolitie.

Vander Velpen geeft in het voorwoord aan dat de veiligheidsonderneming, die rijkswacht heet, op basis van een strategisch plan gebruik maakt van nieuwe vijandbeelden als "de georganiseerde criminaliteit" om nieuwe onconventionele vormen van "oorlogsvoering" te introduceren in het politiewerk. Hardere tactieken, dubieuze opsporingsmethoden, voortdurende ondermijning van de traditionele burgerrechten en verdamping van democratische controle zijn de resultaten van deze nieuwe oorlog tegen een diffuse binnen en buitenlandse "vijand". Een vijand die als opvolger van socialisme en communisme noodzakelijk is om de verhouding tussen staat en burger fundamenteel te doen wijzigen. Een trend overigens, die in alle westerse landen waarneembaar is; wie heeft het hier nog over het eenvoudige gegeven dat nergens ter wereld zoveel telefoons worden afgeluisterd als in Nederland?
Naast de rogue states als Libië en Irak, vormen het islamitisch fundamentalisme, en de "georganiseerde criminaliteit" de toppers van nu op de lijsten van vijandbeelden en bedreigingsanalyses; beide laatste toppers hebben de prettige bijkomstigheid dat zij evenals het vroegere communistische gevaar te traceren zijn in zowel binnen- als buitenland. Gefundenes Fressen, dus.
(Jammer voor ons dat Frank Bovenkerk, hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Utrecht onlangs in de Duijkerlezing aangaf dat: "het allerminst eenvoudig is om is om de scheiding (tussen georganiseerde criminaliteit en grote zakenleven, red.) scherp te trekken. Dat geldt ook voor de persoonlijkheid van de manager: ook directeuren van het bona fide bedrijfsleven zien zich bij voortduring gedwongen tot het nemen van maatregelen die ernstige schade opleveren voor de samenleving als het gaat om concurrentiekracht en overleven van het bedrijf." Al die op scherp staande yuppen, aanstormende managers (m/v) in spe en studenten economie, bedrijfskunde en dergelijke, vormen dus de eigenlijke veiligheidsrisico's.)

Nederlandstalige boeken die hedendaagse ontwikkelingen op het gebied van de politieorganisatie en de politieke context waarbinnen deze opereert belichten zijn dun gezaaid. Het onderwerp staat niet bepaald in de publieke en politieke aandacht. Jammer dat Vander Velpen het eerste deel van het historische overzicht, helaas, een sterk pamflettistisch karakter geeft. Naarmate de hedendaagse situatie nadert, wordt duidelijk dat, doordat het Belgische staatsbestel divergeert naar een Federatie van Vlaamse en een Waalse etniciteiten, de rijkswacht op het niveau van de nog steeds bestaande nationale staat het groeiende machtsvacuüm opvult. Naarmate het (evenals in Nederland) bovendien ontbreekt aan parlementariërs die zich specialiseren in vraagstukken van binnenlandse veiligheid en burgerrechten is de voortdurende uitbreiding en verdergaande specialisatie van het rijkswachtapparaat politiek gesproken geen strijdpunt. Meer blauw op straat is gelijk aan meer veiligheid is gelijk aan tevreden stemmers. Op deze veiligheidsmarkt heeft de Rijkswacht zich gepositioneerd als een soort informatieverwerkend bedrijf, dat bij voortduring allerlei "harde" (processen-verbaal) en "zachte" (over misdrijven die nog niet gepleegd zijn, maar die de Rijkswacht wel in het vizier heeft) gegevens opslaat. Deze informatie is in toenemende mate object van competitie tussen de Rijkswacht en de andere politiediensten in België, de gemeentepolitie en de rechterlijke politie. De gemeentepolitie kan wel toegang krijgen tot de bestanden van de Rijkswacht, maar dan moet zij wel eigen informatie afstaan.
In toenemende mate wordt er pro-actief opgetreden, dat wil zeggen dat niet gewacht wordt tot een delict zich voordoet, maar dat door analyse, observatie, infiltratie en andere technieken verdachte bewegingen of geldstromen van criminele netwerken in kaart zijn gebracht. Kortom, beheersing van moderne technieken, monopoliseren van informatie, gebrek aan democratische controle, geen zelfstandige taak voor onderzoeksrechters, zelf bepalen welke zaken men aanpakt en welke niet. Voeg hieraan toe een minister die via allerlei trucs de invloed van lokale bestuurders op de gemeentepolitie beperkt en regionale samenwerking tussen de politiecorpsen (lees het management en de werkmethoden van de Rijkswacht) invoert. De affaire Dutroux biedt uiteindelijk de politieke voedingsbodem voor de totstandkoming van één nationale politie; maar de weerstand hiertegen is in Wallonië te groot, dus moet de regering Dehaene met een compromis komen; er komt één federale politie (lees: de Rijkswacht) en op lokaal niveau komt er meer samenwerking tussen de gemeentepolitie en de lokale rijkswachtbrigades, waarbij de plaatselijke burgemeester meer zeggenschap krijgt over deze brigades. Over een jaar of vier wordt dit geëvalueerd en dan....

Al met al een interessant boek, ook al om de ontwikkelingen in Nederland op dit gebied aan te spiegelen.
Uitgegeven door EPO, ISBN 90 6445 050 1

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 320, 24 april 1998