Het Schaduwcommando van de prins (005)

15 februari 2000
Hits: 1209

Slobodan Mitric - alias Karate Bob - knapte in de jaren zeventig en tachtig klussen op voor een geheime groep onder leiding van Hans Teengs Gerritsen. Eén van die klussen had naar eigen zeggen te maken met de zaak Menten, de ander met een grote drugszaak. In de voorafgaande nummers volgden wij het Mentenspoor en stuitten daarbij op het plan 3 F en de Abwehragent Michael graaf Soltikov. In dit nummer keren we terug naar het Schaduwcommando.

door Jan Portein

In 1971 overleed prins Bernhard's moeder, prinses Armgard. Drie jaar na de dood van haar vaste slippendrager Alexei Pantchoulidzew. Kasteeltje Warmelo, dat in 1952 door prins Bernhard was gekocht om zijn moeder en haar kolonel een redelijk dak boven het hoofd te verschaffen, stond leeg. Het duurde tot 1 juli 1974 tot de prins het keurig onderhouden landgoed van de hand deed. Volgens de boeken van de nieuwe eigenaar Evlyva Trust in Liechtenstein had hij daar 1 miljoen dollar voor gebeurd. In veler ogen een krats. Temeer daar in diezelfde boeken de waarde van het nieuw verworven bezit op 45 miljoen dollar werd geschat. Evlyva was een volle dochter van de in een uiterst kwade reuk staande International Credit Bank (ICB) en werd beheerd door dr. Herbert Batliner, een achtenswaardige ingezetene van Vaduz wiens naam momenteel wordt verbonden aan de CDU-affaire (1). Aan het hoofd van de ICB stond de louche bankier Tibor Rosenbaum, een goede vriend van prins Bernhard en net als Batliner toegetreden tot de fine fleur van de World Wildlife Foundation, de Pandaclub (2). Het feit, dat de prins op financieel gebied niet bekend stond als iemand die vaak zei "laat de rest maar zitten" doet het vermoeden rijzen dat aan de verkoop van Warmelo een ranzig luchtje zat. Inmiddels zat de naar Zuid-Frankrijk verhuisde Soltikov op hete kolen. De deal met prinses Armgard uit de jaren vijftig, waarbij hem 100.000 DM was toegezegd als compensatie voor de schade die de Lippe Biesterfelds hadden toegebracht aan zijn eer en goede naam, was door het overlijden van Bernhard's moeder in een juridisch vacuüm terechtgekomen (3). Ook al omdat de verkoop van het in Polen gelegen landgoed Reckenwalde, waaruit die 100.000 DM gegenereerd zouden worden, nog steeds niet rond was.
Wat dat laatste betrof gloorde er hoop. Eind 1974 ontving de staat der Nederlanden 8 miljoen gulden van Polen als een soort Wiedergutmachung voor de financiële aderlating die een aantal Nederlanders had ondergaan na de communistische overname van het land. Prins Bernhard eiste 1 miljoen daarvan op voor het verlies van Reckenwalde. De regering Den Uyl vond 150.000 gulden met belastingaftrek voldoende en ergens in 1975 viel het bericht op de deurmat van Soestdijk dat de prins in de loop van de weken daarop een bedragje van 75.000 gulden mocht verwachten. Of dat de prelude vormde voor het gerucht dat een deel van het crème van onze samenleving een staatsgreep overwoog ten behoeve van de prins is de vraag (4). Maar dat Bernhard pisnijdig was over het onverwachte staaltje gruttersmentaliteit van de "potverteerders" in Den Haag staat zo vast als een koninklijk huis. Opnieuw stond Soltikov in dubio. Was Reckenwalde juridisch gezien nu verkocht of niet en kon hij prins Bernhard over de onopgeloste kwestie benaderen? Desnoods door subtiel aan het plan 3 F te herinneren. Of de graaf tot stappen is overgegaan blijft duister. Maar inmiddels maakte Nederland zich op voor een zeldzaam natuurverschijnsel. Er naderde een cycloon die van het KNMI de naam "Lockheed" had meegekregen. Met in zijn kielzog een enorme randstoring onder de naam "Pieter". We zullen ons focussen op het laatste.

De belegger
In 1976 kondigde de aartsrijk geworden Blaricumse belegger Pieter Menten de verkoop van zijn schilderijenbezit aan in De Telegraaf. Er kwamen heel wat reacties los, maar sommige daarvan zal de doorgewinterde miljonair zeker niet hebben verwacht. In Israël verschenen in de pers namelijk opnieuw berichten over zijn wandaden in Galicië, die in Israëlische ogen na de oorlog niet cq. veel te lankmoedig waren bestraft. De journalist Hans Knoop, hoofdredacteur van het tot het Telegraaf-concern behorende weekblad Accent, nam de handschoen op en begon de jacht op Menten. Merkwaardigerwijs nam De Telegraaf zelf de verdediging van de voormalige Sonderführer op zich, in de persoon van journalist Henk de Mari. Hoewel niemand in Nederland voor hetzelfde vergrijp opnieuw berecht kan worden (ne bis in idem), begon Menten zich langzaamaan toch wat onrustig te voelen bij de stortvloed aan beschuldigingen dat hij actief betrokken was geweest bij de bloedbruiloft die het bataljon "Nachtegaal" in Lemberg en naaste omgeving had aangericht (5). Menten nam na een tip vanuit het justitieel apparaat in de nacht van 14 op 15 november 1976 de benen naar Zwitserland. Samen met zijn vrouw. In de haast vergaten zij het cijferslot van de brandkast in te stellen. Een zalfje voor de recherche die zich later toegang verschafte tot hun verlaten villa. Mogelijk is bij die gelegenheid ook materiaal in beslag genomen dat betrekking had op Menten's connectie met de prins en/of op het plan 3 F. Pieter betrok een eenvoudige hotelkamer in het Zwitserse dorp Uster en ontving daar zo discreet mogelijk via de garage-ingang van tijd tot tijd zijn vrouw, die bij kennissen logeerde, en wellicht ook anderen (6).
Ondertussen werd minister van Justitie Van Agt in Nederland met de grond gelijk gemaakt. Als reactie trok Justitie alle registers open om Menten terug te vinden, waarbij zelfs diens advocaat, in die periode de Amsterdamse advocaat mr. Hoorneman, illegaal werd afgeluisterd. Dankzij een tip van een journalist van het Usterse sufferdje werd Menten op
6 december 's avonds laat met medewerking van de Zwitserse hermandad ingerekend en na ettelijke dagen juridische haarkloverij gevankelijk naar Nederland teruggevoerd. Daar belandde hij in het Amsterdamse Huis van Bewaring. Het echte onderzoek kon beginnen en Menten nam een nieuwe advocaat: mr. B. Simon uit Utrecht.

De pianist
Eind december kreeg de Utrechtse advocaat mr. L. Simons een telefoontje van de hem onbekende Loek van der Gaag. Deze verkeerde kennelijk in de veronderstelling dat hij te doen had met Menten's verdediger die zonder de letter "s" achter zijn naam door het leven ging. Van der Gaag kondigde tijdens dat gesprek aan dat hij met een aantal Haagse vrienden een poging zou doen om Menten te bevrijden uit het Huis van Bewaring. De naam van één van die vrienden luidde Paardekoper (al dan niet met dubbele "o"). Van der Gaag gaf de verbijsterde mr. Simons zijn geheime telefoonnummer in Leiden en zei dat hij nog nader contact met de advocaat zou opnemen. Na het gesprek waarschuwde Simons direct de Utrechtse recherche. Wat die met de informatie heeft gedaan begrijpt zelfs een eerstejaars student in de rechten. Van der Gaag nam overigens nooit meer contact met Simons op. Dat kon ook moeilijk want in de nacht van 2 januari 1977 verdronk hij in de Vliet bij Leiden.
Samen met Jopie Nipius, de koningin van de Haagse roze buurt en levensgezel van Henk Bartels, alias "de zingende rat" (7). Een merkwaardige dood. Bij het rechercheonderzoek kwam aan het licht dat de wagen waarin zij zaten eerst was gestopt bij een verderop liggende brug. Daar had Van der Gaag een koffer aan de kant van de weg gedeponeerd, die even later door een taxichauffeur werd opgehaald en in een hotel in Leiden werd afgeleverd. Van der Gaag en zijn vrouwelijke metgezel waren doorgereden en vervolgens via het talud te water geraakt. Hun wagen had daarbij een hoek van bijna negentig graden gemaakt en was precies tussen twee bomen door gehobbeld. Ging het om een bizar ongeluk of was Van der Gaag gezelfmoord vanwege zijn ondoordachte telefoontje? Was de aanwezigheid van Jopie Nipius toeval? Wat was de inhoud van de koffer, die blijkbaar droog moest blijven? En wie was eigenlijk Van der Gaag?

Ten tijde van zijn dood was Loek van der Gaag 39 jaar. Hij was een bekende figuur in het mondaine uitgaansleven van DenHaag en stond als impresario annex concertpianist te boek. Maar erg succesvol was hij niet. Behalve merkwaardigerwijs in het Oostblok, waar hij nogal vaak vertoefde. Verder gaf hij tot volle tevredenheid pianoles aan "tout" Wassenaar en verzorgde in dat milieu ook huisconcerten. Eén van de knusse gezinnetjes die hem buiten de regio DenHaag daarvoor af en toe inhuurde was de familie Menten uit Blaricum, die hem ook anderszins af en toe financieel bijstond. Een andere sponsor was... Jopie Nipius. Na Van der Gaag's somber overlijden trof de recherche een officieel diplomatiek paspoort bij hem aan, afgegeven door de Franse ambassade in DenHaag. Alles bij elkaar genomen vertoonde de pianist alle trekken van iemand die in het grijze grensgebied van spionage en onderwereld opereerde. Zoals gebruikelijk werd de geschiedenis rond zijn dood bijna net zo snel begraven als hijzelf. Maar één naam in de berichtgeving was intrigerend: Paardeko(o)per. Hij was volgens Van der Gaag één van de Haagse vrienden die hem zou helpen bij de bevrijding van Menten uit het Amsterdamse Huis van Bewaring. Toevallig was die naam synoniem aan die van de ex-directeur van het Leidse legermuseum. Toevallig was deze Paardekooper de beste vriend van de conservator van dat museum, Kurt Görlitz. En toevallig was dat nou net de man die samen met William Küchler in die tijd bij verschillende gelegenheden Slobodan Mitric uit de Scheveningse gevangenis haalde om niet ongevaarlijke klussen uit te voeren. Eén daarvan had volgens Mitric zelf te maken met Menten. Een conclusie hieraan verbinden is misschien wat voorbarig. Eén van de weinigen die klaarheid in deze kwestie zou kunnen brengen is Mitric zelf, maar die heeft daar geen enkel belang bij. Hoewel. Ondanks zijn assistentie bij allerlei geheime operaties ten behoeve van de staat der Nederlanden heeft diezelfde staat der Nederlanden hem beroerd behandeld. Talloze malen is hem het Nederlanderschap toegezegd. Maar die toezeggingen zijn nooit geëffectueerd, zodat hij sedert de invoering van de koppelingswet zelfs zijn uitkering verloor en zijn rijbewijs niet verlengd werd. Maar dat kon hij in de jaren zeventig nog niet bevroeden en hij werkte dus noodgedwongen mee aan allerlei acties die het licht zelfs nu nog niet kunnen verdragen. Soms zelfs buiten onze landsgrenzen. In 1978 bijvoorbeeld werd hij uit de gevangenis in Scheveningen opgetrommeld voor een missie in België. Met een wagen die op naam stond van de Rotterdamse BV Veenendaal trok de Joegoslavische gedetineerde vrolijk de grens over. Wat zijn opdracht precies heeft behelsd wilden onze bronnen niet kwijt. Zij wezen er echter wel fijntjes op dat de wagen van de BV Veenendaal volgens de Brusselse recherche gesignaleerd was bij de plek waar een aanslag was gepleegd op een Joegoslavische militaire hoogwaardigheidsbekleder...

De graaf
Wat was er inmiddels, na het echec van het bevrijdingsplan van Van der Gaag cs. begin januari 1977, met de verdediging van de gedeeltelijk met die van prins Bernhard parallel lopende belangen van Menten gebeurd? Al een paar weken na het "verongelukken" van de pianist verscheen De Telegraaf met een artikel van de hand van Henk de Mari, waarin voor het eerst de contouren van het plan 3 F aan de oppervlakte kwamen (8). Met name de brief van 24 april 1942 waarin prins Bernhard zijn diensten aanbood als Statthalter. De mededelingen daarover waren afkomstig van de in de jaren zestig naar Majorca verhuisde Jeanette Kamphorst. Geen onbekende van Menten en oud-eigenaresse van een café op het Amsterdamse Rembrandtplein die in de naoorlogse periode fanatiek naar de brief op zoek was geweest. Met welk doel dan ook (9). Op het oog heeft deze publicatie weinig effect gesorteerd. Maar De Mari liet dit onderwerp niet zomaar schieten. Een paar jaar later kwam hij achter het bestaan van Michael graaf Soltikov en reisde met gezwinde spoed af naar diens verblijfplaats in het Franse Villefranche sur Mer. De graaf vertelde hem exact hoe het zat met het plan 3 F en dat hij nog iets tegoed had van de familie Lippe Biesterfeld. De Mari kende misschien wel een paar Nederlandse advocaten die iets voor de oude graaf konden doen. Niet veel later meldde zich bij Soltikov een verrassend specimen uit onze advocatuur, samen met zijn echtgenote. De in 1979 uit de vergetelheid getrokken Pim Lier, de halfbroer van koningin Juliana. Mevrouw Soltikov in een brief dd. 14 maart 1996: "... I met mr. Lier with his charming wife. With both of them we had friendly contacts and French restaurant dinners".

De andere advocaat die Soltikov werd aanbevolen was mr. Van Heijningen, de advocaat van Menten. Het Soltikov-artikel van De Mari werd door zijn krant niet gepubliceerd. Begin 1980 nam Vrij Nederland journalist Igor Cornelissen de fakkel van De Mari over en liet vanaf 12 april een formidabele artikelenreeks het licht zien waarvan de essentie voor een groot gedeelte ook is terug te vinden in Soltikov's boek "Ich war mitten drin" (Wien/Berlin, 1980). Kort daarvoor was koningin Juliana afgetreden. Soltikov had zich tot het laatst aan de afspraak met Adenauer gehouden (10). Of hij daar ooit voor is beloond is twijfelachtig. In 1982 verhuisde hij terug naar Duitsland en nam zijn dossiers mee. Volgens zijn weduwe zijn ze verbrand na zijn dood. Het effect van Cornelissen's publicitaire hoogstandje was nul. Misschien was Nederland Bernhardmoe.

In onze laatste bijdrage onder het hoofdje "Het prinselijk schaduwcommando" besteden we in het volgende Kleintje aandacht aan de activiteiten van de groep van Teengs Gerritsen versus de georganiseerde misdaad.

Noten:
1. Zie recente artikelen over de CDU-affaire op de Stelling-internetsite www.stelling.nl/morgenster
2. Zie voor de geschiedenis rond Evlyva en de ICB bijvoorbeeld het boek "Prins Bernhard, een politieke biografie" van Wim Klinkenberg (Uitgeverij In de Knipscheer, 1986 - derde druk).
3. Zie Kleintje Muurkrant 340.
4. Dat was niet voor het eerst. Ook in 1965 werden op bescheiden schaal voorbereidingen getroffen voor een coup. Zowel in 1965 als in 1975 waren daarbij volgens de spaarzame verhalen uit die kring zowel de door zijn rol in het na-oorlogse Indonesië omstreden kapitein Westerling als figuren uit het ultra-rechtse Veteranenlegioen actief. Het is zeker niet onmogelijk, gezien de gemeenschappelijke achtergronden, dat ook het schaduwcommando van Hans Teengs Gerritsen en Kurt Görlitz daarin een aandeel hebben gehad.
5. Zie Kleintje Muurkrant 328.
6. In onderwereldkringen gaat het verhaal dat ook prins Bernhard de gevluchte miljonair daar bezocht heeft. Per auto. Voor die rit zou een employé van de PTT uit 't Gooi zijn ingehuurd die wel vaker dergelijke klussen opknapte en in het wereldje bekend stond onder de naam "Jan de slappe" vanwege zijn lange, wat slungelige figuur.
7. Bartels was goede maatjes met Chris Lindemans (alias King Kong) tijdens diens laatste levensdagen in juli 1946. In diezelfde periode stond King Kong onder controle van Hans Teengs Gerritsen, toen één van de topmensen van het Bureau Nationale Veiligheid.
8. Zie De Telegraaf van 22 januari 1977: "Oerwoud vol tegenstrijdigheden".
9. Zie Nieuwe Revu van 17 november 1978: "De dubbelspion Van Reede wist teveel".
10. Zie Kleintje Muurkrant 340.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 341, 11 februari 2000

Klik hier om uw reactie toe te voegen
15 februari 2000
Aantal keren bekeken: 1209
Het schaduwcommando van de prins

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch