De Helden van overste Karremans (003)

In de vorige aflevering zagen we dat de helden in de compound hun verzet staakten zonder ook maar een enkele poging tot verdediging te doen. Het wachten was nu op generaal Ratko Mladić en zijn Bosnisch Servische troepen. Dat gebeurde dezelfde dag, laat in de middag. In gevechtstenue komt Mladic aan in het stadscentrum van Srebrenica en wordt daar, na het hijsen van de Servische vlag, omstandig gefeliciteerd door zijn manschappen. Dan gaat hij terug, naar Bratunac, waar zijn troepen zich die avond hergroepeerden, en toevallig komt hij langs Potočari, het hoofdkwartier van Dutchbat, waar de helden van Karremans doodsbang op de achtergrond bleven.

De eerste kennismaking tussen overste Karremans en generaal Ratko Mladić. Hier ging het al gelijk fout: Overste Thom Karremans steekt vriendelijk zijn hand uit. ‘Ik ben de commandant van Dutchbat.’ De Bosnisch-Servische generaal kijkt de Nederlandse VN-commandant aan met een verachtelijke knik en weigert de uitgestoken hand. ‘U bent geen commandant!’ schreeuwt de generaal. ‘U bent niets en ik ben God!’
De fout of beter blunder van Karremans was dat hij niet salueerde, maar probeerde een hand te geven wat resulteerde in de meest vernederende ervaring van zijn leven.

Wat schrijft het militaire jargon voor en waar was Mladić mee bekend?
Voor in het buitenland en bij internationale staven geplaatste militairen is de militaire groet verplicht gesteld tegenover buitenlandse militairen, met als extra vermelding: Het aanspreken van hogeren in rang. In zulk een geval is het gepast de militaire groet te brengen, gevolgd door de aanspreektitel van de meerdere, en eigen rang en naam te noemen.
Hoe haal je het in je hoofd om als militair een hand te willen geven in deze situatie? Een gezellige ‘tête-à-tête’ met Mladić of wilde hij speciale vriendschapsbanden aanknopen met zijn overwinnaar? Een echte militair als Mladić accepteert alleen militair gedrag. Stel je op als militair en niet als een bang schoothondje, die worden weggetrapt, net als Karremans daar bij het eerste gesprek.

Tot zover is alles nog begrijpelijk, Karremans heeft ‘zonder slag of stoot’ de enclave opgegeven, ondanks het nadrukkelijke bevel van generaal Bernard Janvier om al zijn troepen op Potočari terug te trekken en de compound met alle middelen te verdedigen. Bij Karremans en zijn helden liep het dun door de broek, zodat hen niets anders overbleef dan onderhandelen over de veiligheid van zijn troepen en de mensen die onder zijn bescherming stonden. Ook dit deed Karremans op een wel heel unieke manier:
Onze overste was na de hier bovenstaande afgang zo bang voor zijn hachje, dat hij zich dezelfde avond nog naar Bratunac liet vervoeren voor een audiëntie bij Mladić. Niet door zijn eigen chauffeur, die mocht niet mee, want Karremans had aan de vader van de chauffeur beloofd, dat wanneer het gevaarlijk kon worden zijn zoon niet mee hoefde?

Karremans liet zich door iemand anders naar Bratunac vervoeren en verzoekt om een gesprek met generaal Mladić. De generaal is in eerste instantie niet vriendelijk en laat onze ‘held’ verbaal alle hoeken van het gebouw zien. Maar dat duurt niet lang. Mladić draait heel snel bij als ‘overste Bibbermans’ al zijn moed bij elkaar geschraapt heeft en het bedeesde verzoek tot hem doordringt: De luitenant-kolonel komt bedelen om een vrije aftocht voor het bataljon en van de moslimbevolking, met daarbij een zo mogelijk nog fataler verzoek aan de Servische generaal of er mogelijkheden bestaan dat Mladić bij die aftocht kan assisteren?

Pardon? Mladić bij de aftocht assisteren? Dat is nog eens de kat op het spek binden!
Mladić was in zijn nopjes en gaf van zijn tevredenheid blijk door Karremans een glas champagne in de hand te drukken, gefilmd door een Servische televisieploeg, zodat wij en de halve wereld van dit debacle konden meegenieten. Het vervolg kennen we ook:
De volgende dag kwamen de bussen van Mladić aan in een lange colonne. Hij assisteerde niet bij de aftocht, hij regisseerde hem volledig. De helden van Karremans gingen in opdracht helpen met het scheiden van mannen en vrouwen en kinderen. Een van hen verklaarde later: “Ik voelde me echt een Duitser bij het afvoeren van die mensen. En het was echt letterlijk afvoeren. Zo van: hup, jij daarheen, jij daarheen, jij daarheen. En ik stond daar machteloos.” Het is dus duidelijk dat de heldhaftige Dutchbatters actief meegewerkt hebben aan de scheiding van de mannen van de vrouwen, terwijl zij wisten of konden weten welk lot de mannen tegemoet gingen. Dat blijkt ook wel uit de stelling: “Ik voelde me echt een Duitser.”

De vraag blijft: Hoe kon dit gebeuren? Kon Nederland, in casu Karremans, de enclave eenzijdig opgeven en de moslimbevolking laten evacueren zonder dat de VN-top hiertoe besloten heeft? Karremans c.s. probeerde ons later wijs te maken dat over de ontruiming beslist was op het VN-hoofdkwartier in Zagreb, maar niets was minder waar. Het was niet de VN-top die dat besloten had. Het was een Nederlandse beslissing met een hoofdrol voor onze heldhaftige overste. Het was Karremans die aan Mladić voorstelde om de enclave te ontruimen. Dat aanbod was het begin van Karremans eigen kleine ‘Holocaust’.

Nederland waste de handen in onschuld. Wim Kok trad af na het verschijnen van het Srebrenica-rapport. Hij nam wel de verantwoordelijkheid maar had geen schuld aan de val, was zijn mening. Defensie minister Henk Kamp was zelfs vol lof over de geweldige prestatie van de helden van Karremans: “De val van de enclave is u ten onrechte aangerekend”, zei Kamp tegen de Dutchbatters bij de uitreiking van het “Draaginsigne’. Geloof het of niet, ze kregen zelfs een medaille. Een Belgische historicus verwoordde het later zo: “Je bent kampbewaker in Auschwitz en je krijgt een herinneringsmedaille. Het spijt me, Nederland heeft gecollaboreerd. Verschrikkelijke misdadigers geholpen hun misdaden te plegen. Zonder Dutchbat was dat niet mogelijk geweest.”

Bij de terugkomst in Nederland, kreeg het hele bataljon zwijgplicht opgelegd door Defensie. Zes weken lang deed de marechaussee onderzoek, maar ook na het onderzoek mochten de Dutchbatters niet praten over hun heldendaden met familie of vrienden. Zij konden niets kwijt over hetgeen zij gezien hadden, de lijken, halve benen eraf, armen eraf, wat er aan de hand was rond die genocide, niets daarvan mocht naar buiten komen.
Het was duidelijk dat de regering het hele verhaal in de doofpot wilde stoppen.
Als afsluiting een paar reacties uit ‘De Volkskrant, van afgelopen woensdag, van een veteraan:
Ik ben trots dat ik deel heb uitgemaakt van Dutchbat III, maar ik heb geen puf mij te moeten verdedigen, geen zin om weer een tijd boos en verdrietig te zijn.” En verder.
Een onderzoek naar het welzijn van de veteranen van Dutchbat III. Een onderzoek waaruit blijkt dat niet alleen de heftige gebeurtenissen tijdens de uitzending ertoe hebben geleid dat er zo’n groot percentage kampt met problemen. Het is vooral de nasleep in media, politiek en naaste omgeving geweest die ons geraakt heeft.”
Geen woord over het lot van de 8.000 moslimmannen, geen greintje empathie. Was het geen genereus gebaar geweest om die 5000 euro aan de nabestaanden uit te laten betalen?

Dan sprak het commentaar van David Barnouw, een voormalig onderzoeker van de NIOD me meer aan: Hij vroeg zich af waarom leden van Dutchbat III een bonus van 5.000 euro een symbolisch bedrag hebben genoemd. Hij vraagt zich af, wat voor bijzondere prestatie zij hebben geleverd met het verzaken van hun plicht om de bevolking aldaar te beschermen.
Hij is heel benieuwd wat er ‘erkend’ gaat worden rond Dutchbat III: dat ze verloren hebben, dat ze hard gevochten hebben of dat het niet anders kon? Maar vooral zijn uitsmijter, raakt meteen de kern: “Hoe groot moet de bonus eigenlijk zijn voor Nederlandse soldaten die in 1940 op de Grebbeberg hebben gevochten?”

Wat een vergelijking van eer en moed. Bij de strijd om de Grebbeberg kwamen 424 Nederlandse militairen om het leven. Die 424 man gesneuvelden waren bijna een vijfde van alle Nederlandse militaire gesneuvelden tijdens de meidagen (ca. 2,300 man). Wat zouden de nabestaanden blij geweest zijn met een dergelijk douceurtje. En wat dacht u van de gewonden en de andere overlevende militairen. Voor hen geen bonus, maar krijgsgevangenschap. De enige overeenkomst was de lafheid van hun opperbevelhebber, in dit geval Prins Bernhard. Die was bij het eerste schot reeds gedeserteerd en vluchtte naar een vriendin in Parijs. En niet te vergeten: koningin Wilhelmina, ‘toch standvastig in haar verzet’ volgens onze koning, de ‘Dam-held’. Wilhelmina was al voor het eerste schot naar Engeland gevlucht met het familiekapitaal. Dat kon niet anders, zij had al een afspraak staan voor een diner met de Engelse Windsors, die eigenlijk ook Duitsers waren, net als de ‘helden van overste Karremans’!

U ziet het de geschiedenis herhaalt zich. Het geld en de eer is voor de lafaards, voor de moedigen rest de dood en gevangenschap!

(door Peter van Haperen)

De Helden van overste Karremans

  • Hits: 315
Klik hier om uw reactie toe te voegen

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch