El Boeffi en de kadi, het vervolg
maandag 14 februari-2011
Denk je, zo dat zit erop, arriveert er bij de dokter, die in de musical door de kadi zo ernstig op zijn plexus brachialis werd getimmerd, een herderlijk schrijven uit Zeist. Van meneer J.J.C. van S. De hoogste recherchesmurf aldaar, die voor het gevalletje rond El Boeffi junior zich de jurk van hulpofficier van Justitie heeft aangemeten. De tekst luidde alsvolgt. Komt ie:
"Op 27 oktober 2010 heeft u bij de politie in Utrecht aangifte gedaan van respectievelijk chantage/afpersing en van oplichting. Thans zijn uw aangiften opnieuw beoordeeld en ik heb besloten geen (verder) opsporingsonderzoek in deze te laten verrichten. Uw aangiften zullen worden opgelegd.
De argumenten die geleid hebben tot deze beslissing kunnen gelegen zijn in:
1. de door Openbaar Bestuur en Openbaar Ministerie gestelde prioriteiten. Immers, elk onderzoek vergt capaciteit die (helaas) beperkt is;
2. de inschatting, gemaakt van de mogelijkheid om te komen tot een succesvolle afronding van de zaak cq. veroordeling van de verdachte;
3. de mate waarin strafrechterlijke afdoening haalbaar en opportuun is.
In deze is geconstateerd, dat met betrekking tot beide aangiften eerder sprake is van een poging tot dan van voltooide delicten, los van het feit of het gewraakte handelen ook formeel als strafbaar kan worden aangemerkt. Ten aanzien van dat handelen noemt u als daders C. el B. (poging tot oplichting) en hij en zijn vader (chantage/afpersing). Voorts blijkt uit uw aangiften dat beide verband met elkaar houden en dat onderliggend is een zakelijk geschil. Zoals u verklaart in uw aangifte is ten aanzien van dit onderliggend geschil reeds een civiele procedure in gang gezet. De betwisting van het document, waarmee de door u aangegeven oplichting plaats zou vinden, zal ook in die procedure dienen plaats te vinden.
Bovenstaande in overweging nemende ben ik van mening, dat een strafrechterlijke afdoening haalbaar noch opportuun is. Reden waarom van een strafrechterlijk onderzoek wordt afgezien, mede gelet op de geldende prioriteitstelling. Uw aangifte zal derhalve worden opgelegd in de administratie van de politie.
Overigens is in uw aangifte geen huidige verblijfplaats opgegeven. Reden waarom deze correspondentie via uw opgegeven mailadres geschiedt.
Als u het niet eens bent met deze beslissing dan kunt u dit binnen vier weken schriftelijk aangeven. In de brief dient aangegeven te worden dat het om een "bezwaarschrift" gaat en met vermelding van het aangiftenummer. U kunt uw brief richten aan: Openbaar Ministerie, Arrondissementspark Utrecht, Vrouwe Justitiaplein 1, 3511 EX te Utrecht."
De dokter plaste even azijn en heeft ondertussen Van S. laten weten:
- 1. dat ie geen moer met Van S. te maken heeft, omdat ie aangifte heeft gedaan in Utrecht en niet in Zeist;
- 2. dat ie zich afvraagt hoe het mogelijk is dat het hoofd van de recherche ook OvJ is (leven we soms in een politiestaat?);
- 3. dat de politie nog onlangs via de media heeft bekendgemaakt dat het aanpakken van draaideurcriminelen prioriteit nummer 1 is. En dat El Boeffi junior een erkend draaideurcrimineel is.
- 4. dat valsheid in geschrifte een strafbaar feit is en dat bij een eventueel strafrechterlijk onderzoek met het voorhanden zijnde, onomstotelijke bewijs het slagingspercentage 100 procent is en de in te zetten capaciteit vrijwel nihil;
- 5. dat hij zich afvraagt of Van S. de aangifte wel heeft gelezen, omdat daarin staat vermeld, dat de rechter tijdens de civiele procedure aan dat bewijs totaal geen aandacht heeft geschonken.
- 6. dat hij zich afvraagt in welk studiejaar deze OvJ gestopt is met spieken en aanraadt Kleintje Muurkrant op zijn lijst te zetten als hij mocht besluiten zijn studie voort te zetten.
Of de dokter bezwaar aantekent? Wat dacht u? Stay tuned.