Taxi-oorlog
donderdag 10 december-2009
Er waren eens twee speurneuzen. Jut en Jul. Ze hadden allebei dezelfde werkgever als Bond. James Bond. En ze werkten zich een beat in the roundness om bewijs te vinden dat Saddammeke massaverneukingswapens in zijn kelder had staan. Plus de Nachwuchs van een gillende keukenmeid om die narigheid bij ons op dak te sodemieteren. Daartoe runden Jut en Jul ondermeer een ouwe officier uit het leger van Saddammeke. En laat die nou een goeie informant hebben. Oh yes? Yes. Een taxichauffeur, die zijn CO2 en fijnstof verspreidde bij de Jordaanse grens.
Op een dag vertelde die taxiboy dat ie ooit twee Irakese officieren in zijn wagen had gehad. En waar klepten die over? Dat Saddammeke een flink bosje raketten had en daarmee het hele Midden-Oosten met allerlei narigheid kon verrassen. Oftewel middellange afstandsraketten, waarmee Snorremans bijvoorbeeld binnen 45 minuten de Britse basis op Cyprus een Pearl Harbour-surprise kon bezorgen. Kijk, dat was nieuws. Jut en Jul blij. Probeerden nog wat technische info uit hun asset te schudden en schreven vervolgens een smeuiig rapportje. Wel met een voetnoot: de technische details van de raketten deugden niet.
Ook al was het rapport dus in wezen kurk, het werd door Tony Baloney warm ontvangen. Ook al omdat hij links en rechts had horen fluisteren dat Saddammeke biochemische en zelfs nucleaire shit had verzameld. We weten waar het eindigde.
Er werd in Downing Street een dodgy dossier in mekaar gehangen. Tony wurmde het door het parlement en sloot zich vervolgens aan bij Georgy Porgy. Niet lang daarna gingen ze samen over tot hun Gleiwitzoverval op Irak en de Ausradierung van alles wat naar Saddammeke rook of leek te ruiken. Gesteund door Jan Peter Fluitekruid, die binnenkort voor zijn initiatief nog een bosje bloemen van de commissie-Davids mag verwachten.
En wij maar denken dat een taxi-oorlog zich beperkt tot het Leidseplein of het Centraal Station. Het kan altijd erger.