Skip to main content

Het geheim van Soestdijk

vrijdag 21 januari-2005
Kent u deze topsong?
“Wenn alle untreu werden, so bleiben wir doch treu.

Dass immer noch auf Erden für euch ein Fähnlein sei.

Gefährten unsrer Jugend, ihr Bilder bessrer Zeit,

Die uns zu Männertugend und Liebestot geweit.

Wollt nimmer von uns weichen, uns immer nahe sein,

Treu wie die deutschen Eichen, wie Mond und Sonnenschein!

Einst wird es wieder helle in aller Brüder Sinn,

Sie kehren zu der Quelle in Lieb und Reuhe hin.

Es haben wohl gerungen die Helden dieser Frist,

Und nun der Sieg gelungen,übt Satan neue List.

Doch wie sich auch gestalten, im Leben mag die Zeit,

Du sollst uns nicht veralten, o Traum der Herrlichkeit.

Ihr Sterne seid uns Zeugen, die ruhig niederschauen,

Wenn alle Brüder schweigen und falschen Götzen trauen.

Wir woll’n das Wort nicht brechen, nicht Buben werden gleich,

Woll’n predigen und sprechen vom heil’gen deutschen Reich!
”

Volgens Ton Biesemaat, de tegenwoordige pain in Oranje’s ass, is dit fraaie stukje Duits-nationalistische bombast in 1814 bij elkaar gedicht door ene Max von Schenkendorf. Op de deun van een oud soldatenlied. Nou zal wel meer van dit soort ongein door de muzikale annalen van onze Duitse buren waren, maar dit staaltje huisvlijt van Max werd ruim een eeuw na zijn ontstaan nieuw leven ingeblazen. Het werd namelijk door de SS tot haar “lied van trouw” verheven. Een soort clublied dus dat door de leden van Adolf’s Schutzstaffel werd gezongen bij feestjes in de rijke traditie van Wein, Weib und Gesang.

Prima allemaal, maar sedert 10 mei 1932 dient de deun voornoemd ook als vehikel voor de tekst van een eeuwenoud Nederlands gedicht van ene Marnix van St. Aldegonde. Een tekst die we bij evenementen in de Kuip of het Thialf nooit helemaal correct uit onze strot krijgen en die we altijd beëindigen voor de muziek uit. Het Wilhelmus.

Dat moet voor de niet zo lang geleden overleden pater familias uit Soestdijk toch een aangename verrassing zijn geweest indertijd. Zo sta je in een Berlijnse Stube samen met je SS-mentor Walter Wunderlich het bekende lied van Max te kwelen en een paar jaar later probeer je een beetje fatsoenlijk dat moeilijke geval van Marnix eruit te persen. De eerste twee regels zullen geen moeilijkheden hebben opgeleverd, maar daarna werd het sukkelen. Net als bij gewone Nederlanders. Je vraagt je af of hij nooit in de war is geraakt en per ongeluk begon met “Wenn alle untreu werden”. Alweer een geheim van Soestdijk dat nooit onthuld zal worden.