Munir Memorial
woensdag 26 september-2007
Afgelopen 13 september werd in de aula van het Academiegebouw aan het domplein in Utrecht de eerste herdenkingslezing gehouden ter nagedachtenis van de vermoorde Indonesische mensenrechtenactivist Munir Said Thalib (kortweg Munir). De goed bezochte avond was georganiseerd door Amnesty International. Op de herdenking was ook Sucuwati, de weduwe van Munir, aanwezig. Munir heeft tijdens het bewind van Soeharto tal van mensenrechtenschendingen aan het licht gebracht over illegale houtkap, drugssmokkel door leger en politie en repressie van het leger op Oost-Timor, Papoea, Atjeh en de Molukken. In 2004 was hij uitgenodigd om naar Nederland te komen om aan de universiteit van Utrecht rechten te gaan studeren. In het vliegtuig op weg naar Amsterdam is hij op 7 september 2004 vergiftigd met arsenicum, hoogstwaarschijnlijk door iemand van de staatsluchtvaartmaatschappij Garuda Indonesia. De operatie zou de steun hebben gehad van belangrijke ambtenaren, inclusief de minister van justitie Hendarman Supandji. De opdracht zou zijn gegeven door oud-generaal en medewerker van de nationale veiligheidsdienst Muchdi, die als generaal-majoor van een speciale eenheid van het elitecorps Kopassus verantwoordelijk was voor het verdwijnen van studenten en mensenrechtenactivisten tijdens het verzet tegen president Soeharto. Tot op heden is alleen voormalig Garuda-piloot Pollycarpus Priyanto in deze zaak veroordeeld en vervolgens in hoger beroep vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Hij werd alleen bestraft voor het aan boord gaan onder een valse naam met valse papieren. De weduwe en de vrienden van Munir pleiten voor heropening van de zaak. Inmiddels kwam er in augustus een doorbraak toen de politie twee functionarissen van Garuda arresteerde waaronder de voormalig president-directeur.
Het is opvallend hoe betrekkelijk weinig aandacht de zaak Munir heeft gekregen in de media, vooral als je dat vergelijkt met de zaak Litvinenko, de Russische ex-KGB kolonel die vermoedelijk werd vermoord omdat hij uit de school wilde klappen. En dat terwijl er toch veel overeenkomsten zijn tussen beide gifmoorden. In beide gevallen is er sprake van de mogelijke betrokkenheid van (ex-) officieren van de geheime dienst bij de moord en beide slachtoffers kwamen op voor mensenrechten (in het geval van Litvinenko die van de Tsjetsjenen). Gezien de Nederlandse kant van de affaire Munir zou je eigenlijk juist meer aandacht voor deze zaak verwachten. Blijkbaar is er nog steeds meer belangstelling voor de geheime agenten van de voormalige vijand dan voor die van de voormalige vrienden. (overgenomen uit het antimilitaristisch tijdschrift Amok, dat begin komende maand verschijnt)