Skip to main content

Een artistieke schweinerei

woensdag 14 februari-2007
Het ordinaire gevecht om de poen in de affaire-Goudstikker (1) krijgt er morgen een dimensie bij. Dan verschijnt in Engeland het lang verwachte boek over de vermaarde kunstcollectie van Heinrich Thyssen-Bornemisza senior en junior. “The Thyssen Art Macabre” van David Litchfield. De ouwe Heinrich, zowel een grootbelegger in Hitler’s dadendrang als goede vriend van onze eigen prins Hendrik en diens echtgenote, blijkt voor de oorlog nogal eens aangeklopt te hebben bij Goudstikker voor de aankoop van schilderijen. Liefst oude meesters, maar als het om een werk ging van een leerling van die meester of van diens melkboer was het ook goed. Daarnaast betrok Thyssen een hele stoot penseelexplosies via Bernard Berenson. Een Duitse kunsthistoricus die een hele Bude vol vervalsers financierde en voor de introductie tekende van de beruchte termen “het werk van een onbekende meester”, “toegeschreven aan” en “uit de school van”. Waarom moge duidelijk zijn. Verder werden beschadigde schilderijen uit vroeger tijden rigoureus stofvrij gemaakt en desnoods driftig overgeschilderd om ze acceptabel te maken voor kunstgeile beren als Thyssen en andere nouveau riches.
Maar het kon nog erger. Al jaren voor de oorlog kocht de ouwe Heinrich voor een redelijke prik kunst op bij Joden die wel de bui boven het bruine huis zagen hangen en voortijdig de benen namen. Of kunst die van ze gejat was. En daar ging hij tijdens de oorlog vrolijk mee door. Hij reisde daarvoor zelfs persoonlijk van tijd tot tijd uit Zwitserland, waar meneer toen veilig woonde, naar het door de moffen bezette Parijs. Om bijvoorbeeld bij het nog steeds beruchte veilinghuis Drouot (2) in beslaggenomen Joodse kunstbezittingen op te kopen. Daardoor bevatte de naoorlogse collectie-Thyssen niet alleen een groot aantal neppers en valserikken, maar ook een hele reeks kunstwerken met een bedenkelijke of helemaal geen provenance. En dan praten over een van de vermaardste collecties ter wereld, waarvan een deel dagelijks in het Madrileense Museo Thyssen-Bornemisza wordt bezocht door kunstvlooien en gewone mensen. Een gotspe. Morgen meer. Stay tuned.

1. Zie “Nappie en de erven” van 6 en 7 februari.
2. Zie het artikeltje “Zelfmold” van 3 september 2002.