Jezus en de TEFAF
zondag 7 maart-2004
Tot 14 maart vieren ze in Maastricht weer het jaarlijkse TEFAF-feestje. Maar dat wordt licht getemperd omdat deze keer geen echte topstukken in de etalage staan. Het is meer een ramsj. Met onderandere twintig (!) wel aardige Picassos, een leuke diamant, een ijzeren armband met wat glitters en een ouwe flipperkast. Dat houdt dus niet over. Geen wonder dat de oh zo chique en vooral eerlijke kunsthandelaren skull en been klagen. En zij gieten hun antieke fiolen leeg over de simpele leeghoofden uit derde en vierde wereldlanden. Die proberen namelijk meer en meer hun eeuwenoude erfgoed binnen hun eigen grenzente houden. Daarbij gesteund door een legertje archeologen en de Unesco die bang zijn dat via de kunsthandel antieke objecten voorgoed in een mist zullen verdwijnen waar alleen gorillas het voor het zeggen hebben. Volgens de TEFAF bevordert deze opstelling de groei van de zwarte handel en dat kan de bedoeling toch niet zijn. Oftewel je kan je erfgoed beter voor een krabbel aan de jongens en meisjes van de TEFAF verkopen anders wordt het toch maar gestolen. Je zou bijna denken dat menige kunstkrabber in Maastricht de rommelmarkten al afstruint op zoek naar een bedelstaf. Maar nee hoor. Ze zien gelukkig al weer licht in de duisternis. Amerikaanse gasboeren, beursboeven, lifestylers, countryboys, songsingers etcetera etcetera kopen zich nog steeds een Rocky Mountain en -Jezus zij geprezen door Mel Gibson- opent zich een groeimarkt in Zuid-Amerika. Zuid-Amerika? Jezus? Goed dat u het zegt. Op de actuele site van kunstmusketier Michel van Rijn werd de afgelopen dagen een fraai staaltje uit de lendedoeken gedaan over de manier waarop de officiële kunsthandel zich manifesteert in Zuid-Amerika. Het artikel beschrijft hoe het drie eeuwen oude schilderij Ascencion (de hemelvaart van Jezus) van de hand van de Boliviaanse kunstenaar Leonardo Flores op 28 mei 2003 door het veilinghuis Christies in New York op de markt werd gezet. Hè, jammer nou, geen koper te vinden. Op 8 november jl. verscheen het werk van Flores onder nummer 76 opnieuw in de catalogus. Temidden van andere Zuidamerikaanse kunstobjecten. En ja hoor, het doek van Flores verhuisde voor de fooi van 16.000 dollar van New York naar Oslo. Alleen jammer nou, het was in de jaren zeventig gestolen uit een kerk in het Peruaanse Ayo Ayo, niet ver van La Paz. Probleempje dus voor Christies. En niet het enige. Vier andere schilderijen uit het Zuidamerikaanse catalogusrijtje stonden geafficheerd als achttiende-eeuws. Aààààch, bleken ze in de twintigste eeuw op het doek te zijn gerammeld. Verdorie zeg. En de meneer die ze had aangeboden had toch zon vlekkeloze reputatie. Zou de TEFAF dit soort ongein nou bedoelen als zij het heeft over de Zuidamerikaanse groeimarkt? Uitzonderingen bevestigen de regels? In de kunsthandel is het vaak andersom.