Opletten met Jetten (002)
Door Jan Portein.
Het zal u misschien salami zijn, maar het Romeinse rijk viel door rot en schimmel van binnenuit uit elkaar. Dat verschijnsel begon zich als eerste te manifesteren in de rechtspraak. Althans volgens de achttiende eeuwse geschiedschrijver Edward Gibbon in zijn lijvig boekwerk “The history of the decline and fall of the Roman empire”. Een belangrijk fenomeen binnen dit gebeuren is het rondkruipen van “rupsje nooit genoeg” binnen de rechtspraak. Met daarnaast nog het herkenbare verschijnsel dat alleen de bovenlaag nog aktief betrokken is bij het politieke gebeuren en de rest zijn middelvinger in de richting van het zwerk steekt. Een premier als Panda Jetten met zijn minderheidskabinet zou zich dus zorgen moeten maken als hij een beetje knappies onze met bijltjes- en gehaktdagen gelardeerde samenleving bij elkaar wil houden. Wat dat betreft ziet het er sombertjes uit met plannen om stukken uit de sociale steun, de zorg en het onderwijs te knippen ten faveure van defensie en milieu. Ook al omdat in die twee laatste sectoren alleraardigste individuele verdienmodellen in elkaar zijn te flansen. Onze Panda lijkt er tot nu toe niet echt mee te zitten, dat hij bij elke wissewas ergens in een schaars gemeubileerde achterkamer met Willem Alexander aan de muur een oppositiepartij over de streep moet trekken om zijn plannetjes te realiseren. Maar misschien takelt hij akertjes vertrouwen en macht uit andere min of meer onvermoede putten. Wat dacht u bijvoorbeeld van de door Gibbons al naar voren geschoven rechtspraak? Het is geen geheim, dat een aanzienlijk deel van de “onpartijdige” befwereld D'66 stemt of lid is van Panda's partij. En de veronderstelling dat zoiets nooit gevolgen heeft bij het formuleren van vonnissen, arresten etcetera binnen het kader van noem eens wat het milieubeleid van D'66 zou wel heel schattig zijn. Zo. En daarmee zijn we waar we wezen wilden. Een lang, licht filosofisch intro is nooit weg. Er was eens ... niet eens zo lang geleden aan de boorden van de Hofvijver een bij D'66 populaire lobbyist, consultant en groot-adviseur op het gebied van verduurzaming, milieu, schonere logistiek en zeker niet in de laatste plaats schone afvalverwerking. Helemaal in het putje dus bij de Panda-club. Een probleempje: de lobbyist in kwestie, ene Paul H., vormde een trait d'union tussen al dan niet potentiële Nederlandse en Chinese cliëntèle. Leuk, maar een klapper bleef uit. Tot een van zijn Chinese contacten weet kreeg van een al gepatenteerde uitvinding die een tot Nederlander genaturaliseerde Poolse geleerde had gedaan en waarvan een dossier op het ministerie van Economische Zaken lag. De uitvinding behelsde een zuinige techniek voor het restloos verbranden van autobanden. Nou rijden ze ook in China jaarlijks massa's banden aan flenters, dus de belangstelling uit Bejing en omgeving was niet om van verbazing in een schaal loempia's te vallen. Bovendien gokten de Chinese cliënten van onze Paul erop, dat het procédé ook voor andere massaprodukten kon worden gebruikt. Dus de lobbyist werd op de professor afgestuurd. Het antwoord op de vraag of er in zo'n geval sprake is van economische spionage of dat een dergelijke move in ieder geval tegen het belang van de Staat der Nederlanden indruist, werd blijkbaar ergens onderweg in de vangrail gedrukt. De uitvinding moest coûte que coûte in Chinese handen komen. Indachtig de gevleugelde hersenspinsels van de legendarische generaal Sung Tzu ging het uitvoerend comité op zoek naar meer informatie over de Poolse bolleboos en zijn uitvinding. Bolleboos in kwestie bleek in een bescheiden rijtjeshuis te wonen en wat een mazzel regelmatig een buurman cq. “vriend” over de vloer te hebben. En laat buurman nou zo welwillend zijn om tegen een leuke vergoeding als postillon d'amour op te treden tussen de happige Chinezen en de wat stug uitgevallen Pool. Een regelmatig terugkerende, al snel als loempiabezorger weggezette Chinees met een CD-voiture zou bij alerte buurtbewoners vragen kunnen oproepen nietwaar. De zaak verliep niet vlotjes. Buurman kon op zijn vriend inpraten tot ie een ons rijst woog, diens dossier bleef gesloten. Dus werd er zwaarder geschut in stelling gebracht. In casu een bef uit de kennissenkring van buurman. Eentje die wist van wanten getuige de tekst “eerst schieten dan praten” op zijn visitekaartje. De bef beweerde over uitstekende contacten in Ooievaar City te beschikken en beloofde de uitvinder de gebruikelijke gouden bergen. Maar dan moest hij wel eerst een vodje papier tekenen, waarin werd geregeld dat de bef de hele ontwikkeling van het project zou verzorgen. De echtgenote van de prof kreeg argwaan. Met name door die tekst op dat visitekaartje. Maar als je achter het ijzeren gordijn vandaan komt, kijk je daar misschien anders tegenaan. Hoe dit ook zij, de Poolse geleerde zette zijn krabbel en zette daarmee de deur open voor allerlei ongerief. De bef eiste namelijk op grond van de getekende overeenkomst toegang tot het volledige dossier. Op aanraden van zijn echtgenote weigerde de geleerde dat maar stond wel in zijn ogen voldoende materiaal af om in Ooievaar City de boer op te kunnen gaan. De bef was woest en spande een rechtzaak aan. De Poolse uitvinder klopte in arren moede aan bij een pas geopende rechtswinkel. En fuckyonghai, daar dreigde de door de Chinese cliëntèle zo gewenste geheimhouding ineens met de vulles te worden meegegeven. Maar Mao zij dank beschikte de in een eerder stadium aan de professor verschenen D'66 consultant Paul H. over een in D'66 kringen geen onbekende echtgenote. En laat die nou rechter zijn. Jawel. U voelt hem komen. De zitting, die buiten het arrondissement van de gedaagde prof plaatsvond, werd inderdaad voorgezeten door Paulien H.-R. De gedaagde en zijn adviseuse uit de rechtswinkel waren vol vertrouwen in een goede afloop. Ze hadden namelijk tijdig schriftelijk bewijs toegevoegd aan het verweer in de vorm van een paar originele, achtergehouden faxen tussen buurman en bef, waaruit zelfs een dronken droppie kon concluderen dat er sprake was van misleiding. Helaas, rechter Paulien liet het bewijs niet toe, verscheurde ter plekke de twee bewuste pagina's en liet de snippers verwijderen door de griffier. Na twee weken volgde het vonnis. U kunt het zelf invullen. De prof was in wezen zijn patent kwijt. Toch was er voor de tegenpartij sprake van een overwinning à la Pyrrus. Op de dag van de uitspraak was de prof namelijk tegen een uitgebreid infarct aangeblunderd en kort daarna hemelwaarts getrokken. Nog zo erg niet misschien, maar zijn weduwe was zo goochem geweest om als een schicht het dossier buiten bereik te manouvreren. Nou had D'66-lobbyist Paul samen met de krijgshaftige bef kunnen aankloppen bij Economische Zaken waar een replica van het dossier lag. Maar hij zag ervan af. Mogelijk uit angst dat zijn reputatie dan een forse deuk zou oplopen. Bovendien kwam aan het licht dat bij het opstarten van het procédé de aanwezigheid van de prof onontbeerlijk was. Kortom: foutje, lekke band. De lobbyist vertrok na deze affaire spoorslags naar de gemeente Schiedam waar zijn vrouwtje aktief was en ging als adviseur aan de slag bij het grootste bedrijf aldaar. Later startte hij zijn eigen adviesbureau. En ondanks het echec bij het verbranden van autobanden mocht hij zich daar verheugen in de blijvende interesse van zijn Chinese klantjes. Dat was het voor nu. Tot in de shisha lounge. Ni hao. Stay tuned.