Skip to main content

Lubbers en de CIA

26 maart 2017

dinsdag 9 augustus-2005
Blijkbaar voelt Ruud Lubbers zich nog steeds zwaar in het kruis genaaid omdat ie op moest zouten bij de VN wegens wat goedbedoelde kneepjes in het vlees van een medewerkster. En blijkbaar heeft ie ook de pest gekregen aan de Amerikanen. Anders is de babbel die hij vanochtend in het programma Argos hield nauwelijks te vatten. Die babbel ging over Abdul Qadeer Kahn. De vader van de Pakistaanse atoombom die in de jaren zeventig zijn carrière in Nederland begon als metallurg. En spion. Althans, dat predicaat kreeg hij door de Haagse kliek en de msm (mainstream media) indertijd opgeplakt en hij werd dan ook in de jaren tachtig na veel fours and fives in absentia wegens Bondpraktijken veroordeeld.
Volgens Ruud hadden ze Abdul al vroeg in het snotje en wilden ze hem best wel achter het gaas mieteren. Maar de CIA vond het volgens Ruud leuker om Abdul zijn gang te laten gaan. Om te kijken hoe dat Pakistaanse spionagenetwerk in elkaar zat. En dus lieten ze hem lopen. Met alle gevolgen vandien.
Leuke story, maar wat moeten we dan met de uitgebreide hulp die Abdul in de loop der jaren kreeg van Nederlandse geleerden en bedrijven bij de opbouw van de nucleaire fabriek in Kahuta, waar de Paki’s vanaf day one actief waren om een muzelmannenbom te maken. Deden die Nederlanders dat om een informatiepositie op te bouwen ten behoeve van de CIA?
Net als bij de IRT-affaire. De onverlaten dapper helpen bij de invoer van lekkernijen om zo het netwerk in kaart te brengen. Maar als je vervolgens geen hol doet met de verzamelde info is zo’n operatie net zo zinloos als Seedorf een penalty laten nemen. Tenzij CIA de Paki’s ruim baan gaf om het geo-politieke evenwicht in de regio te herstellen. Zoiets van India heeft een atoombom, dan motten we Pakistan in godesnaam ook maar zo’n ding gunnen.
Maar dat hebben we vanochtend niet gehoord. Eigenlijk was het ondanks alles toch weer: tuut, tuut, tuut, de groetjes van Ruud.

26 maart 2017