Dom
dinsdag 2 september-2003
Stel je bent een Saoedi en je bent lid van Al Qaida. Op een dag krijg je een bericht van de baas die ergens in het noorden van Pakistan een beetje met zijn fluit zit te spelen. Je moet samen met een makker van je een beetje flinke bom neerleggen in Najaf, een Sjiïtische stad in Irak-Zuid. Niet zo maar ergens in een steegje, maar bij de Imam Ali moskee. En er wel voor zorgen dat bij de explosie ook ayatollah Mohammed Baqer al-Hakim persoonlijk met Allah kennismaakt. Lekker klusje en het lukt. Wat doe je dan als welopgeleide Al Qaidaas? Je blijft nog een dagje in Najaf rondhangen. Leuk al die ambulances. s Avonds een bioscoopje. En de volgende dag loop je lekker relaxed naar een internetcafé, legt een slordig bedrag neer en stuurt een mailtje naar je baas of een onderknuppel in Saoedie-Arabië met de tekst: Voor mekaar. De hond is dood. Nou dat wist de baas al van Al Jazeera. Dus dat mailtje is wel een beetje dom. Oliedom. Vooral omdat de zoon van de cafébaas vrolijk staat mee te lezen. Die brieft de tekst meteen door aan een paar luitjes in een aanpalende garage waar ze ezels een APKtje geven omdat autos nou eenmaal niet rijden zonder benzine. De garagisten gooien meteen hun waterpomptang erbij neer en alarmeren de hele buurt. Politie erbij en voor je het weet word je verhoord op een manier die zelfs in Genève onbekend is. Je zegt al gauw dat je van Al Qaida bent en dan mag je gaan slapen naast de kakkerlakken. En zonder dat je het weet gaat je heldendaad de wereld over. Je bent heel even beroemd. Dankzij de pers die misschien nog dommer is dan jijzelf.