De nucleaire optie
maandag 17 mei-2004
Met het openhouden van de kerncentrale Borssele hebben de voorstanders van kernenergie een belangrijke slag gewonnen en de nucleaire optie weer begaanbaar gemaakt. Dat staat in een rapport van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) te Petten, geschreven door Felix van Vugt. Het rapport grijpt terug naar de begintijd van de kernenergie: in 1957 werd kernenergie de enige oplossing genoemd voor de afhankelijkheid van de invoer van olie. In de jaren zeventig ging de Nederlandse regering uit van een geïnstalleerd vermogen aan kerncentrales van 35.000 Megawatt in het jaar 2000. Maar op dit moment draait uitsluitend de kerncentrale Borssele met eenvermogen van 450 Megawatt. Van Vugt beschrijft nauwkeurig waarom kernenergie niet geworden is wat men aanvankelijk wilde. In de tweede helft van de jaren zeventig ontstond er verzet tegen de bouw van nieuwe kerncentrales zoals de snelle kweekreactor te Kalkar. De overheid wilde in 1978 een brede maatschappelijke discussie, maar begon die pas in 1981. De besluitvorming zou in april 1986 afgerond zijn met een besluit voor de bouw van nieuwe kerncentrales, ware het niet dat het ongeluk met de kerncentrale te Tsjernobyl radioactieve roet in het eten gooide. Van Vugt analyseert gedetailleerd hoe vervolgens een discussie over het sluiten van de kerncentrale Borssele eind 2003 ont-stond. De voorstanders voerden een strijd voor het behoud van hun centrale, hun bedrijf, hun levensonderhoud en vaak ook hun levensvervulling. Ze hebben het pleit gewonnen omdat ze over een uitgebreider netwerk en meer financiële en relationele middelen konden beschikken. Of Borssele eind 2013 sluit is de vraag, want dat kan alleen maar door de kernenergiewet te veranderen. Daar komt nog bij, stelt Van Vugt, dat het broeikaseffect en de liberalisering van de energiemarkt bijdragen aan het weer begaanbaar maken van de nucleaire optie. (F. van Vugt, "De hardheid van de nucleaire optie" ECN-I-04-001)