Geloel uit Kabul
dinsdag 26 oktober-2010
Och, och, dat Iran toch. Geeft per jaar wel anderhalf meloen dollar aan de stafchef van het Afbaardse leger. Om op pakjesavond uit te delen aan parlementsleden, stamhoofden en Talibanjers. Met de groetjes uit Teheran. Ja, zegt el presidente Karzai, maar ze krijgen ook al jaren zakken geld van Washington. Om te voorkomen dat ze de Mohammedaanse Sint leuker gaan vinden dan de Christelijke. En de goede gevers weten het van elkaar.
Volgens vriend Karzai moet zijn regering wel meewerken aan deze vreemdsoortige ontwikkelingshulp, omdat de Afbaardse staat nauwelijks inkomsten heeft. Volgens officiële cijfers bedraagt het jaarlijkse budget rond de 12 miljard dollar, waarvan 90 procent wordt gedekt door steun uit het buitenland. De rest moeten ze zelf bijmekaar harken. Zeggen ze. Dat zal niet meevallen met drie geiten, een veldje prei en één kip. Plus nog wat poen uit licenties aan buitenlandse uitvreters. Maarrrr, volgens de laatste schattingen brengt de Afbaardse handel in verwarrende middelen jaarlijks zo'n 65 miljard dollar op. Tzeggu? 65 miljard dollar!!! Tuurlijk, daarvan gaat er een hoop naar buitenlandse uitvreters, binnenlandse uitvreters, parlementsleden, stamhoofden en een beetje naar de Taliban (150 meloen dollar), maar je kan er donder, bliksem of hagelbui op zeggen dat de junta van Karzai ook een deel van die verwarringspoen opstrijkt (Karzai: Dit is mijn winkel. Ik ben toch niet gek!).
Voor de zoveelste keer dus een hoop geloel uit Kabul. En wij maar poen sturen en binnenkort weer een ploegje heren met trainingspakken. Nokken met die handel.