Paris vaut bien une messe
dinsdag 4 januari-2011
Wat je al niet moet doen om een gezellige oorlog in Iran op gang te duwen. In december vorig jaar ontsnapte een groepje Amerikaanse Republikeinen met kopman Rudy Giuliani uit het grote peloton en arriveerde met ruime voorsprong in Parijs. Op de 22ste van die maand belegden de oud-burgemeester van New York en de rest van de kopgroep een neuzelsessie met jongens van de MEK, de Mujaheddin-e Khalq. Een club van Iraanse dissidenten, die ooit werden bestempeld als volgelingen van Marx en in 1997 onder verantwoordelijkheid van Billary's echtgenoot op de lijst van terroristische organisaties waren gezwiept.
Nou waren er wel een paar pogingen ondernomen om de Iraanse commies van die lastige lijst af te krijgen. Met name nadat zij een stoot materiaal aan de CIA hadden geleverd over de plannen van Moshe Ahmadinejad om een buitenmodel paddestoel te kweken. Maar tot nu toe zijn die pogingen gestrand in de ruige vlaktes rondom het Amerikaanse ministerie van BuZa.
Wat er verder tussen Giuliani en de MEKkeraars is afgesproken bereikte de pers niet. Maar je hoeft geen begenadigd puzzelaar te zijn om dat in te vullen. Het is overigens de vraag wie als bemiddelaar is opgetreden tussen de notoire Amerikaanse neo-cons en de even notoire Iraanse commies. Laten we eens een gooi doen: Manucher Ghorbanifar. De eveneens vanuit Parijs opererende vriend van Iran-Contra- en gele cakeridder Michael Ledeen, ex-Congreslid Curt Weldon en onze ouwe gap Geert Jan Dolk (1). Mocht dat zo zijn, en we eten onze fez op als het niet zo is, dan staan voor Moshe wat rapen te sudderen. Kijk er dus niet van op als tussen nu en pakembeet een paar maanden plotseling weer wat gewapende onlusten rond Teheran uitbreken. Want als er geen oorlog is dan moet ie uitgevonden worden.
1. Ga naar onze zoekmachine, ga niet langs de gevangenis en vraag een van deze namen op. U bent voor de rest van de dag onder de pannen.