Skip to main content

Bomba

vrijdag 30 juli-2004
In 1994, toen we nog niet opgescheept zaten met verschijnselen als “fase oranje”, mierenneukers op Schiphol, “Ausweis bitte” en alarm op je mobiel, ontplofte er een bom in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Het gebouw van de Joods-Argentijnse gemeenschap, een charitatieve instelling, werd daarbij met de grond gelijk gemaakt. 85 mensen werden gedood, 300 gewond. De toenmalige regering-Menem kondigde een diepgaand onderzoek aan, maar bleef in de periode die volgde angstvallig aan de oppervlakte. De daders werden nooit gevonden, hoewel er sterke aanwijzingen waren dat de Iraanse ayatollah’s het groene licht hadden gegeven voor de aanslag. Mogelijk uit wraak overde Israëlische interventies bij hun pogingen om via de Syrische clan van Menem aan leuke nucleaire spulletjes te komen voor hun stroomvoorziening of zoiets.*
Het hele onderzoek raakte ergens achter in de pampa’s verzeild en we hoorden er eigenlijk nooit meer iets van. Tot vandaag. President Kirchner heeft namelijk aan het OM verzocht om uit te vlooien of Menem het onderzoek destijds heeft belemmerd, het bewust de pampa’s in heeft gemanouvreerd en of hij daarvoor poen heeft gekregen uit Teheran. Als dat wordt vastgesteld komt misschien ook het oorspronkelijke onderzoek weer op gang. Tien jaar na dato. Don’t cry.

* Zie het hoofdstuk “De Syrische agenda” uit het artikel “Steekspel rond een uranium-deal” op de site van de Morgenster.