Kraken Blijft!
vrijdag 22 oktober-2010
De civiele rechter stelt dat beleid moet worden ontwikkeld voor het ontruimen van kraakpanden. Ontruimingen moeten worden aangekondigd en voor krakers moet de weg naar de civiele rechter openstaan voorafgaand aan een ontruiming. Dit blijkt uit de uitspraak van de kort gedingrechter in de zaak Schijnheilig tegen de staat.
Het vonnis steekt dus een stokje voor het aangekondigde Amsterdamse ontruimingsbeleid waarin burgemeester Van der Laan onlangs stelde onaangekondigd te zullen ontruimen zonder rechterlijk toetsingsmoment. Uit het vonnis blijkt dat de Haagse wetgeving omtrent kraken niet toereikend is gebleken en dat fundamentele rechten over het hoofd zijn gezien als er zonder toetsing ontruimd gaat worden door politie en justitie. Het onrechtmatig verblijf moet per geval door een onafhankelijke rechter kunnen worden getoetst.
De vordering van Schijnheilig is afgewezen omdat de rechter constateert dat de krakers zich wederrechterlijk in het pand bevinden. Tobias van Schijnheilig: Het vonnis verbaast ons niet, maar gaat niet in op de kern van onze zaak. Ons punt is dat het tegen het EVRM in gaat, om zonder toetsing van een onafhankelijke rechter mensen te ontruimen en zo het basisrecht op wonen, zoals omschreven in EVRM art. 8, in het geding te brengen. Dat de rechter rekening houdt met het Europees Verdrag terwijl de wetgever zich daar niet om heeft bekommerd, geeft aan hoe belabberd deze kraakwet in elkaar steekt. Om nog meer duidelijkheid te krijgen gaan we in hoger beroep.
Samenvatting uitspraak
De voorzieningenrechter is daarbij van oordeel dat de beschermingsmogelijkheden die het civiele recht aan krakers biedt voldoende zijn, nu de ervaring leert dat bij dreigende ontruimingen, zowel bij ontruiming op grond van een civielrechtelijke titel als (tot de Hoge Raad zijn meergenoemd arrest van 9 oktober 2009 wees) bij strafrechtelijke ontruimingen, steeds tijdig een executiegeschil in kort geding kan worden gevoerd. Daargelaten dat de omstandigheden van het geval met zich kunnen brengen dat onverwijlde ontruiming is geboden en voorafgaande toetsing niet kan worden gevergd, moet in het voorliggende geval als voldoende waarborg worden beschouwd dat eisers, die zich geconfronteerd zien met een dreigende inbreuk op hun huisrecht, in de gelegenheid zijn de proportionaliteit van deze bevoegdheidsuitoefening te laten beoordelen door de voorzieningenrechter in kort geding.
4.24. Het voorgaande vooronderstelt dat de Staat, zoals zij ter zitting ook heeft aangekondigd, beleid zal moeten ontwikkelen voor de ontruiming van kraakpanden, op grond waarvan in beginsel, behoudens bijzondere omstandigheden die afwijking van zulk beleid rechtvaardigen, de OvJ aan bewoners zal meedelen dat hij van oordeel is dat zij wederrechtelijk in een bepaalde woning of gebouw verblijven en dat zij daarom rekening moeten houden met toepassing van de bevoegdheid van artikel 551a Sv.