voor wat hoort wat
maandag 10 mei-2004
Onlangs is gebleken dat het Amerikaanse anti aids programma voor Afrika, waar een bedrag van 15 miljard dollar mee gemoeid is, van koers is veranderd. De directeur van dit noodprogramma voor Afrika is Randall Tobias, in een vroeger leven voorzitter van de raad van bestuur van ... Eli Lilly, geen kleintje in de wereld van de farmaceutische industrie.
De internationale gemeenschap en NGOs hebben altijd gepleit voor het kunnen gebruiken van generieke medicijnen (oftewel merkloze medicijnen) om de AIDS epidemie te bestrijden. Deze zijn goedkoper en dus kunnen er meer mensen langduriger mee behandeld worden. Randall Tobias heeft echter recentelijk tijdenseen rondreis door Zuid Afrika verklaard dat deze medicijnen onaanvaardbaar zijn voor de Amerikaanse belastingbetaler, en dat de mensen in Afrika recht hebben op kwaliteitsmedicatie.
Wat dat betekent? Heel simpel, alleen de merkproducten van de multinationale (lees: Amerikaanse) farmaceutische industrie zouden dan in aanmerking komen voor subsidiëring vanuit het nood programma. Sinds geruime tijd wordt door Artsen zonder Grenzen in Lusikisiki een proef gehouden met een Indiaas medicijn, dat een combinatie is van drie soorten medicijnen. Deze medicatie bestaat uit slechts één pil (in plaats van ten minste drie). Patiënten hoeven maar twee keer per dag een pil te slikken. Het is bovendien veel goedkoper dan een merkmedicijn. Op jaarbasis kost het 140 dollar per patiënt, terwijl de merkmedicijnen 562 dollar per patiënt kosten. Met andere woorden, het Amerikaanse beleid lijkt er ook hier weer op gericht op het steunen van de eigen industrie, maar ook om een mogelijke nieuwe markt voor generieke medicatie te bestrijden.
Zou dit iets te maken hebben met de forse financiële steun van de farmaceutische industrie aan de verkiezingscampagne van Bush? Voor wat hoort wat in die kringen...