Skip to main content

Adam, Sidney en Hill

27 mei 2015

Over gotspe gesproken. In juni 2012 reikte het Amerikaanse ministerie van BuZa de zak uit aan Jonathan Scott Gration, de ambassadeur in Kenia. Wie zwaaide in die tijd de scepter op BuZa? Hill Clinton. Wat was de reden voor Gration's zak? Hij gebruikte zijn persoonlijke e-mail account bij zijn professionele activiteiten. En dat was tegen de officiële protocollen. Sterker nog, Hill noemde tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen in 2007 het gebruik van geheime e-mails nog equivalent aan het versnipperen van de grondwet. En nu de pleuris is uitgebroken kan je de minkukels op je vroegere ministerie wel toestemming geven om de hele zooi in het publieke domein te mikken, maar dat is verre van eitje. Ze heeft indertijd namelijk 55.000 berichten bij ze in de gleuf gedrukt en zoek dan maar even gauw uit wat wel en wat niet onder de Official Secrets Act valt. Dat duurt minimaal maanden. Bovendien heeft ze het nodige achtergehouden en de Benghazi-commissie die net als onze Mark Damesfiets graag onder onderste stenen koekeloert heeft als een dumdumkogel een gerechtelijk breiwerkje naar Hill gestuurd om haar te bewegen alles wat ze nog heeft achtergehouden in te leveren. 
En daar blijft het niet bij. Er komt ook nog een boek aan. “Clinton Cash”. Gaat over het onophoudelijk rinkelen van de Clintonkassa en het nepotisme dat moeder Hill ten toon spreidde toen ze als bitch van BuZa nog zo heerlijk een grote smoel kon opentrekken. Een voorbeeld van dat laatste ligt al op de keien. In 2012 deelde de Haïtiaanse regering twee vergunningen uit voor de exploitatie van een paar goudmijnen. Twee Amerikaanse ondernemingen waren de gelukkigen. Een daarvan was VCS, een petieterig vehikeltje uit Noord-Carolina met in de directie ene Tony Rodham, de broer van Hill. Tony had van mijnbouw net zoveel verstand als van het koken van bloemkool, maar wat dondert dat. Verder was er in de directie nog een plekje uitgeruimd voor Jean-Max Bellerive. Een voormalig Haïtiaans premier die samen met Bill Clinton de Interim Haiti Recovery Commission bestiert. Opgericht in april 2010 om de armzalige samenleving van na de aardbeving in januari van dat jaar weer wat op gang te helpen. Met donorgelden, ondermeer uit Brussel. Vijf jaar verder kunnen we constateren dat die recovery niet veel voorstelt. Er zijn een stel luxe hotels neergezet voor de flink gevulde toeristen en dat levert een beperkt aantal banen op in de serviele sfeer. En kleine neringdoenden kunnen er misschien terecht met hun prei en bananen of voor een scheet en een knikker met een taxi voornoemde toeristen van en naar het vliegveld of hun Loveboat zeulen. Maar een kleine 100.000 slachtoffers leven nog steeds in opvangkampen en zitten net als talloze lotgenoten met wel een nieuw dakkie boven hun hoofd zonder werk en dus zonder inkomsten. Gelukkig schiet de broer van Hill nu te hulp en kunnen een paar van die schrobbers voor een krabbel wat goudklompjes gaan verzamelen. En hun koters? Die zingen “We are the world”. 

 
27 mei 2015