De Beverwijk files (003)

Het duurt niet lang meer. Dat er nog mensen zijn die de crisis van voor de oorlog nog hebben meegemaakt. Maar er wordt aan gewerkt. Die crisis hakte er trouwens stevig in. Hoe stevig? Nou ongeveer net zoals die momenteel in de grondverf wordt gezet door de coronahoppertjes. Een domper waarbij de bankencrisis van ruim tien jaar geleden een vingeroefeningetje was en de oliecrisis van 1973 een potje jeugdschaken. Zijn we meteen waar we wezen wilden. De oliecrisis. Dachten we toch aardig wat vanaf te weten. Maar als we de volgende hoofdstukken van Peter van Haperen's oeuvre mogen geloven moeten we toch heftig in de stijgbeugels om het beeld dat wij ervan hebben bij te punten. Om te voorkomen dat u alles wat hij aandraagt onder het hoofdje “conspiracygedoe” wegzet: hij put uit een bult tot nu toe geheime stukken en uit de neerslag van gesprekken met ingevoerde luitjes. Dus als u zin heeft mag u wat ons betreft aan het eind van Peter's relaas gerust zonder toestemming van juf De Breij het schone lied “Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bedonder” aanheffen. Met de nadruk op het laatste woord. (JP).

Schaduwmachten achter de Vorstenhuizen (001)

De Bilderbergconferenties of kortweg de Bilderbergers worden meestal in één adem genoemd met prins Bernhard de initiatiefnemer en voorzitter van deze conferenties tot zijn demasqué in 1976 naar aanleiding van de Lockheedaffaire.
Maar niet prins Bernhard was de grote man achter de conferenties. Bernhard fungeerde als boegbeeld en stroman voor de Rockefellers en dan met name David Rockefeller, de topbankier van de Chase Manhattan Bank en de echte bestuurder van Standard Oil. Hij was ook de oprichter van de Council on Foreign Relations en in 1973 samen met Zbigniew Brzezinski oprichter van de Trilaterale Commissie. De Rockefellers lagen al onder een vergrootglas en zaten niet te wachten op een beeld geschetst door complotdenkers van weer een denktank met vooraanstaande lieden uit de internationale politiek, de zakelijke en wetenschappelijke elitaire top. Complottheorieën werkten remmend op de daadkracht, terwijl het juist zo belangrijk was om overleg te voeren met bepaalde topfunctionarissen in de politiek en financiële sectoren voor de grote politieke plannen van de Rockefellers.

Beginjaren zeventig had David Rockefeller een meer leidende rol in de wereldpolitiek voor zichzelf gedacht. Uit zijn politieke en militaire netwerk had hij een groep geselecteerd die wilde meegaan in zijn vergaande politieke doelstellingen en die hem en zijn familie een bijna onbeperkte macht zou verschaffen. Tijdens een geheime bijeenkomst in het Rockefeller Center werden die plannen concreet door de vorming van een geheim netwerk dat speciaal diende voor politiek en militair ingrijpen in situaties die in strijd waren met de plannen van de Rockefellers en hun politieke vrienden. Henry Kissinger werd als eerste voorzitter van de groep gekozen. Kissinger, het vertrouwde gezicht achter David Rockefeller, was van alle zaken op de hoogte en stond als een blok achter de plannen voor meer politieke invloed.

De naam van dit geheime netwerk was ‘Prometheus’, - hij die vooruitdenkt-, bekend om zijn listigheid en brenger van beschaving, maar de naam was eigenlijk gebaseerd op het enorme goudkleurige beeld van Prometheus dat zweeft boven de Plaza in het Rockefeller Center.
Een gewicht van 7 ton en 5,5 meter hoog. Dat is nog eens een (boeg)beeld.
Het netwerk was er, maar nog niet bruikbaar. Daarvoor was alleen het Amerikaanse netwerk niet genoeg. De aspiraties van broer Nelson om president van de Verenigde Staten te worden hadden nog geen resultaat opgeleverd en er was haast bij om de vergaande plannen te realiseren. Het werd tijd om de vleugels uit te slaan en gebruik te maken van het wereldwijde netwerk dat in de loop der jaren opgebouwd was in organisaties als Bilderberg.

Tijdens de Bilderbergconferentie in Hotel ‘La Reserve’ te Knokke van 21 t/m 23 april 1972, ging David Rockefeller over tot actie en benaderde een groep gelijkgestemden om te komen tot een Europese tak van de Groep Prometheus. Buiten de conferentie om werden afspraken gemaakt over verwachtingen en de plannen. Bij die besprekingen waren aanwezig o.a.: David Rockefeller, Emilio Collado, vice president Standard Oil en de bankier Gabriel Hauge. Van Europese zijde o.a.: Baron Edmund de Rothschild, Baron León Lambert, Giovanni Agnelli Jonkheer John Loudon en Gerrit Wagner van Koninklijke Shell. De eerste drie vormden het bestuur van de Europese groep met Edmund de Rotschild als voorzitter en kregen volmacht om interessante kandidaten uit de politiek, banken en bedrijfsleven te benaderen voor deelname aan de groep, of alleen voor bepaalde activiteiten op nationaal of internationaal gebied. Als vervolg hierop werd in de zomer van 1972 een overleg georganiseerd met sleutelfiguren uit Amerika, Europa en Japan op het buitenverblijf van David Rockefeller. Hieruit kwam een jaar later de Trilaterale Commissie voort met als voorzitter Zbigniew Brzezinski die ook op deze meeting aanwezig was. Maar de hoofdmoot van die meeting bestond uit plannen om te komen tot een hogere olieprijs en dat was de taak van de groep Prometheus. Hieruit blijkt dat de plannen voor een oliecrisis al gemaakt werden in 1972 en niet tijdens de Bilderbergconferentie van 11 t/m 13 mei 1973 in Soltsjöbaden. Dat kan ook niet, van de bovenstaande personen waren er maar enkelen aanwezig op die conferentie.

Helaas was de werkelijkheid erger dan in welke conspiracy-theorie ook beschreven. Begin 1973 werden plannen voorbereid om controle te krijgen over de olieprijs. Later kwamen er verhalen in de pers: dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger en de Israëlische oud-generaal en minister van Defensie Moshe Dayan op de hoogte zouden zijn geweest van de Egyptische plannen voor een oorlog tegen Israël en van een geplande aanval in oktober 1973. Dat was nog maar een klein gedeelte van de waarheid. Kissinger en Dayan waren niet alleen op de hoogte van die plannen, ze waren de architecten ervan. Ze hadden samen met Egyptische en Syrische militaire en legerfunctionarissen een scenario opgesteld, waarbij was overeengekomen dat Egypte de oorlog mocht winnen, zelfs al zouden als een gevolg van die aanval honderden Israëlische soldaten gedood worden. De bedoeling was, een snelle overrompelende aanval, waarna Henry Kissinger een wapenstilstand overeen zou komen. Dat zou dan een compensatie zijn voor de nederlaag in juni 1967 van de Zesdaagse Oorlog.

Om dat voor te bereiden begon Moshe Dayan zich persoonlijk te bemoeien met de troepenbewegingen aan de zuidgrens waar een eventuele aanval op Israël vandaan zou komen. Hij wist dit op een zeer listige manier te doen zodat na de aanval de schuldvraag op het conto zou komen van zijn tegenstander, de chef van de generale staf van Israël, David -‘Dado’- Elazar die al vermoedens had richting Dayan. Ondanks die vermoedens werd Elazar toch verantwoordelijk gehouden voor het debacle en werd gedwongen om af te treden als chef staf in de nasleep van de Jom Kippoer oorlog.
Begrijpelijk dat de Israëlische regering niet wilde weten van de vreemde acties van Dayan. Deze samenzwering met Kissinger moet eigenlijk gezien worden als hoogverraad. Hoe was het mogelijk dat Moshe Dayan zijn landgenoten opofferde voor een deal met Kissinger?
Het gevolg van het onvoorbereid zijn op de aanval was catastrofaal. Niet een paar honderd man sneuvelden aan Israëlische zijde maar 2297 Israëlische soldaten lieten het leven.

Uit gesprekken die ik in 1974 voerde met Yoni Netanyahu, de broer van de huidige premier van Israël bleek de impact en de frustratie die het verraad van Dayan had op de Israëlische militairen. Yoni Netanyahu, zat bij de Sayaret Matkal, een commando-eenheid in het Israëlische leger en werd onderscheiden voor zijn heldhaftigheid bij de grensgevechten. Dat Yoni hierover praatte geeft al aan dat de Israëlische militairen toen al wisten wie er schuld had aan de enorme verliezen aan Israëlische zijde. Maar ja, Moshe Dayan was de Nationale held uit de Zesdaagse oorlog. Die kun je niet ongestraft publiekelijk afvallen.

Wat Kissinger betreft was het een groot succes. Na de Jom Kippoer oorlog, kwam het antwoord van de OPEC, ook nu weer in samenspel met Kissinger: een olie-embargo van de Verenigde Staten en Nederland maar ook van andere landen die Israël steunden tijdens de uitgelokte oorlog met op 16 oktober 1973 een verhoging van maar liefst 70%. Hier was het allemaal om te doen. Het Rockefellerspel ging verder met in december 1973, de eis van de Sjah van Perzië om de prijs met 400 % te verhogen naar 11,65 dollar per vat.

Hoe het verder ging met het hoe en waarom van de oliecrisis. De echte reden vanuit het oogpunt van David Rockefeller, de autoloze zondagen en de plannen voor een staatsgreep in België die niet doorging omdat koning Boudewijn zich tegen de verwachting in wel liet omkopen! Ook meer over de dubieuze rol van toenmalig prins Albert. En welke rol speelde het Nederlandse koningshuis met prins Bernhard voorop in dit verhaal?
Dat leest u in volgende artikel over: Schaduwmachten achter de Vorstenhuizen

Yoni Netanyahu kwam op 4 juli 1976 om in Oeganda, tijdens Operatie Entebbe bij de bevrijdingsactie van het Israëlische leger om burgers te bevrijden die door Duitse en Palestijnse terroristen waren gegijzeld na een vlucht uit Athene.

De Beverwijk files

  • Hits: 724
Ab
In Nederland is er nooit een echte oliecrisis geweest , dat was destijds allemaal toneelspel van de regering.
De tanks in Europoort lagen nokkie vol en tankers die net vol waren uitgevaren werden terug geroepen.
Dit weet ik van Ruud Lubbers die het ons vertelde in zijn huiskamer eind jaren 90

Klik hier om uw reactie toe te voegen

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch