Tijdens mijn bezoek aan Suriname in juni 2009, werd ik op verzoek van Irvin Kanhai, de advocaat van Desi Bouterse gedagvaard om op dinsdag 30 juni 2009 te verschijnen bij de rechter-commissaris van de Krijgsraad te Paramaribo om getuigenis af te leggen in de strafzaak tegen voornoemde Desi Bouterse die verdacht wordt van moord/uitlokking (Productie 9).

Dit was ook het moment dat de politiek in Nederland zich met de zaak ging bemoeien. Nadat reeds in 1983, de toenmalig minister-president Lubbers, Kamervragen over mijn betrokkenheid bij twee coups tegen het bewind van Desi Bouterse moest beantwoorden, was het nu de beurt aan minister van buitenlandse zaken Maxime Verhagen (Productie 9), die kwam met de stelling dat ik nooit in dienst van defensie was geweest. Dit klopt niet, maar wel dat die coups niet opgezet waren door defensie maar wel met medewerking van defensie, zie de rol van generaal Cor de Jager. Wat minister Verhagen ook niet vertelde was, dat ik voor Interdoc werkte, een organisatie opgericht door de BVD, MID en CIA (Productie 1). Bouterse startte zijn eigen onderzoek en kwam via Marcel Leider, een oud-collega van zowel Bouterse als van mij, in het bezit van een afgeschermd dossier dat de MID over mij heeft aangelegd (Productie 9).

Deze informatie leidde ertoe dat in het voorjaar van 2010, toen duidelijk werd dat de politieke partij van Bouterse de NDP, grote ogen zou gaan gooien bij de verkiezingen in Suriname, ik het verzoek kreeg om onderzoek te doen naar de CIVD, de Surinaamse Inlichtingen en Veiligheidsdienst. Bouterse had namelijk grote twijfels of deze dienst hem welgezind was.

Deze opdracht werd aan mij verstrekt door Errol Alibux, de voormalige minister-president van Suriname en huidig raadsadviseur van Desi Bouterse. Deze opdracht heb ik aangenomen en reeds begin juni 2010, dus nog voor de verkiezingen in Suriname heb ik het eerste rapport over een eventuele reorganisatie en een mogelijke rol voor mij daarin naar Alibux toegestuurd (Productie 9). De mogelijke rol van mij in de CIVD, was bedoeld om de vinger aan de pols te houden in Suriname en toezicht te houden op mogelijke problemen in de relatie tussen Nederland en Suriname. Hetzelfde werk wat ik reeds vanaf 1968 aan het doen was.

Behalve de reorganisering van de CIVD, kwam ik met het voorstel om een elitegroep op te richten als onderdeel van de CIVD. Ook nu weer om de vinger aan de pols te houden en te voorkomen dat er dezelfde omstandigheden zouden kunnen ontstaan zoals in december 1982.

De door mij voorgestelde elitegroep is er ook gekomen in de vorm van de Contra Terroristen Unit (CTU). Omdat ik geen toestemming kreeg om hier verder aan mee te werken, werd ik door de nieuwe regering (lees: Bouterse) gepasseerd voor een leidinggevende taak binnen zowel de CIVD en de CTU. Doordat ik te weinig aanwezig was in Suriname ging de leiding naar Melvin Linscheer en Dino Bouterse. Later werd mij zelfs expliciet verboden door, wat zij noemden, de hoogste baas, (lees: Fred Teeven) om verder te infiltreren in de Surinaamse inlichtingendienst en/of onderzoek te doen naar de intenties van Bouterse.

Volgens mij was dat verbod op advies van de AIVD, ondanks dat ik vanaf het begin alle door mij verstuurde rapporten over de reorganisatie van de CIVD en de opzet van de CTU, heb verstrekt aan de collega’s van de Nationale Recherche met het verzoek die in kopie door te sturen aan de AIVD. Dit is gebeurd maar er is niet bij verteld, dat die rapporten door mijzelf verstrekt waren. Later bleek dat de AIVD, die wat Suriname betreft gezamenlijk met de MIVD een team op Suriname heeft gezet, bijna hysterisch reageerde toen ik plotseling aan het bureau van de MIVD stond in de Frederikkazerne in Den Haag. Ook deze reactie toont weer aan dat deze ‘tuinkabouters’ geen weet hebben wat er echt in de inlichtingenwereld speelt. Dat was ook de reden, dat Kees van den Heuvel samen met de CIA-agent Carl Armfelt via Interdoc, in 1972, besloten om zelf een eigen inlichtingendienst te gaan runnen (Productie 1).

Voor mij was dat echter de befaamde druppel. Door de opstelling in deze zaak en de slechte afwikkeling van het financiële gedeelte, maar vooral ook het gebrek aan ondersteuning of zelfs tegenwerking van de collega’s van de Nationale Recherche besloot ik om begin 2012 om alle werkzaamheden voor deze dienst op te schorten.

Dit betekende echter niet dat ik ook stopte met de infiltratie bij het regime van Bouterse. Zoals u kunt lezen in mails aan de Director National Security, Melvin Linscheer, zijn adjunct Rudy Roeplal, de advocaat van Bouterse, Irvin Kanhai en aan president Bouterse zelf, kreeg ik diverse opdrachten van de groep rond Desi Bouterse, die geleid hebben tot opmerkelijke resultaten en ook over de vreemde rol van Fred Teeven in het Stellendamproces en het opvoeren van de kroongetuige Patrick van Loon in dat proces (Productie 9). Omdat de resultaten van deze onderzoeken, buiten de context van de klacht over verbalisanten valt zal ik hier verder niet over uitweiden. Hierover zullen op korte termijn, diverse artikel 12 procedures worden opgestart.