Geachte heer of mevrouw, Het Openbaar Ministerie wil de voormalige topambtenaar Joris Demmink niet verder vervolgen wegens verdenkingen van seksueel misbruik en verkrachtingen van minderjarigen. Na een strafrechtelijk onderzoek van 2,5 jaar is het OM tot de conclusie gekomen dat er “geen enkel belastend materiaal” is om een strafzaak tegen Demmink te beginnen. Justitie zal het gerechtshof in Den Haag vragen te bewilligen in een sepot. Dit verzoek zal in het openbaar/achter gesloten deuren worden behandeld. Het OM gaf aan te stoppen met het strafrechtelijk onderzoek naar Demmink omdat definitief bleek dat Turkije niet bereid was de Haagse rechter-commissaris in de gelegenheid te stellen onderzoek te verrichten in dat land. De Haagse onderzoeksrechter Yolande Wijnnobel heeft het afgelopen jaar drie reizen naar Turkije gemaakt om toestemming te vragen voor het horen van twee mannen die zeggen dat ze in de jaren negentig als minderjarige jongens zijn verkracht door Demmink, die daar toen op dienstreis zou zijn geweest. In Nederland heeft het OM ook een zogeheten “oriënterend feitenonderzoek” afgerond om “alle signalen van seksueel misbruik door Demmink” te bekijken. In het kader van dit onderzoek hebben agenten van de rijksrecherche tientallen mensen gehoord. Het gaat onder meer om mensen die betrokken waren bij een hoogst geheim onderzoek – het zogeheten Rolodex-onderzoek – dat eind jaren negentig onder leiding van het Amsterdamse OM werd uitgevoerd naar mogelijke betrokkenheid van hoge justitiële functionarissen bij kindermisbruik. Dat onderzoek mislukte door een lek. “De conclusie van dit onderzoek luidt dat niet gebleken is van enig vermoeden van strafbaar handelen door Demmink”, zegt het OM. Op woensdag 8 april 2014 in verhoor door de Rijksrecherche en op dinsdag 19 augustus 2014 te 14:46 uur heb ik in de aangifte met nr PL01MC-2014090876-1 en op 18 april 2016 in het getuigenverhoor in de rechtbank van Amsterdam onder ede verklaard over de aanwezigheid van de heer Demmink in een jongensbordeel in Amsterdam. De heer Westerbeke van het Landelijk Parket liet me weten dat hij mijn aangifte niet wil beoordelen, hoewel hij volgens mijn informatie belast is met het onderzoek naar Demmink, waartoe het hof in Arnhem het OM heeft opgedragen. Dat vind ik opmerkelijk omdat mevrouw A. Koelma van de Rijksrecherche - die me thuis in Ezinge heeft verhoord - aan heeft gegeven dat mijn aangifte juist naar het Landelijk Parket in Rotterdam ter attentie van de heer Westerbeke moest worden gezonden. Omdat mijn aangifte niet is beoordeeld door Landelijk Parket vind ik - ik ben een belanghebbende - het stopzetten van het onderzoek naar de heer Demmink, waar het OM het hof om verzoekt, nogal voorbarig en wellicht niet juist gemotiveerd. Ik verzoek het hof het OM op te dragen alsnog (aanvullend) onderzoek te doen naar mijn (onder ede) afgelegde verklaringen met betrekking tot de heer Demmink. Hoogachtend, J. van Woudenberg Stadsweide 7 8713 JH HINDELOOPEN