Zoals u hieronder in het verslag van mijn werkzaamheden als undercoveragent voor verschillende politie-inlichtingendiensten kunt lezen, ben ik ondermeer werkzaam geweest voor IRT- Noord-Holland/Utrecht en C.I.E. Amsterdam. Vanuit die werkzaamheden heb ik de wetenschap over diverse moordaanslagen en liquidaties, gepleegd in opdracht van Haico Minne Endstra, de broer van de op 17 mei 2004 te Amsterdam aan de Apollolaan geliquideerde Willem Endstra. Het betreft hier de aanslagen op Ronald van Essen op 26 december 1999, de mislukte aanslag op John Mieremet op 26 februari 2002 en de liquidaties van Jan Femer op 23 september 2000, Sam Klepper op 10 oktober 2000, Evert Hingst op 31 oktober 2005, Johnny Mieremet op 1 november 2005, Kees Houtman op 2 november 2005 en Bram Zeegers op 9 oktober 2007, vermomd als ongeluk (overdosis MDMA).


De feiten:

Haico Endstra leerde ik kennen in het IRT-onderzoek naar Ronald van Essen, Ton van Dalen en Danny de Clerck die bezig waren met grootschalige productie en het in de handel brengen van XTC. Het werd duidelijk dat, veel van het met genoemde XTC verdiende geld, werd ondergebracht bij de toen nog onbekende Willem Endstra en dat veel van het geld naar Luxemburg ging.


In Arnhem werkte ik, gelijktijdig aan twee opdrachten. Samen met een Arnhemse infiltrant, was ik voor de GBO (Groep Bijzondere Opdrachten), bezig met een diepte infiltratie bij een bende goudsmokkelaars die opereerde vanuit zowel Amsterdam als Arnhem. Deze bende kocht honderden kilo’s goud in Luxemburg tegen het daar geldende btw-0- tarief, smokkelden het goud naar Nederland waar het verkocht werd met een btw-tarief van 6 %, deze btw werd niet afgedragen, De staat werd hierdoor voor tiental miljoenen benadeeld. De tweede opdracht was voor IRT- Noord-Holland/Utrecht waarvoor ik onderzoek deed naar corruptiepraktijken van de FIOD-rechercheur Cees de Jongh. Deze onderzoeken kwamen samen toen bleek dat de grote animator achter de goudsmokkel vanuit Luxemburg, Henk de Jongh was, de broer van voornoemde FIOD-rechercheur Cees de Jongh.

Henk de Jongh was, hoewel hij in Luxemburg woonde, een van de grootste witwassers van Nederland, omdat hij op dat moment voornamelijk de Nederlandse markt bediende, dit met medewerking van zijn broer Cees de Jongh die als rechercheur bij de FIOD werkte. Op deze Cees de Jongh liep reeds, zoals gezegd, een onderzoek wegens corruptie en doorvoer van gesmokkelde sigaretten en softdrugs en werd nu uitgebreid met het onderzoek naar goudsmokkel en witwassen. Over de praktijken van Cees de Jongh volgt nog een separate art. 12 procedure, ik zal me nu verder beperken tot Haico Endstra.


In de periode 1996 t/m 2002, bewoog ik mij afwisselend in het criminele milieu in zowel Noord-Nederland, Arnhem en in Amsterdam. In Noord-Nederland was ik geïnfiltreerd in de plaatselijke criminele milieu maar met de nadruk op het Joegoslavische circuit, in Arnhem had ik een dekmantelfirma samen met het ex-Kamerlid van de VVD, Ronald Vuijk. Deze dekmantelfirma was gevestigd in de Steenstraat 44- 46 te Arnhem. Via dit kantoor wisten wij Robert Piceni, de rechterhand van Charles Zwolsman binnen te trekken. Piceni zat begin 1997 in de laatste fase van zijn detentie in de gevangenis van Zutphen en mocht overdag buiten de gevangenis gaan werken. Met een geconstrueerd verhaal lukte het om een overgangsbaan voor Piceni te creëren en via hem toegang te krijgen tot de groep rond Charles Zwolsman.


De samenwerking met Robert Piceni voerde me ook weer naar Amsterdam. Hier kwam ik opnieuw in contact met Haico Endstra die ik reeds kende van ontmoetingen in Zurich, Liechtenstein en Luxemburg in 1989/90, waar ik Haico meerdere malen ontmoet heb bij de witwasser Henk de Jongh, die op dat moment bezig was met het opzetten van ondoorzichtige constructies met Buitenlandse bedrijven en grootschalige goudsmokkel tussen Luxemburg en Nederland, bij deze goudsmokkel waren ook Willem en Haico Endstra betrokken.

In de procedure tegen Haico Endstra heb ik informatie, die het bewijs kan leveren dat Haico Endstra betrokken is en opdracht heeft gegeven voor de aanslagen en moorden op o.a. Ronald van Essen, Sam Klepper, Jan Femer, Evert Hingst, John Mieremet, Kees Houtman en Bram Zeegers.



Te beginnen met Ronald van Essen. Deze zaak is weer actueel omdat Ronald van Essen via zijn advocaat mr. P. Schouten uit Breda op 28 oktober 2016 aangifte heeft gedaan tegen Haico Endstra wegens de moordaanslag op 26 december 1999. Deze aangifte was mogelijk omdat zich een getuige X had gemeld die verklaarde dat Willem en Haico Endstra opdrachtgevers waren van deze aanslag. De reden voor deze aanslag was, volgens Van Essen zelf, omdat hij bij Endstra ondergebrachte gelden, omgerekend ongeveer 40 miljoen euro terug wilde ontvangen. De gezusters Holleeder hebben verklaard dat Holleeder te maken had met de aanslag op Van Essen. Ook Sandra de Hartog, de weduwe van Sam Klepper heeft gesuggereerd dat er ook betrokkenheid was van Endstra bij de opdracht tot liquidatie van Ronald van Essen.

De periode waar het hier om gaat, waren mijn contacten in Amsterdam meer oriënterend bedoeld. Op dat moment lag er voor Amsterdam geen bepaalde opdracht maar moesten de criminele contacten, vooral in het Joegoslavische milieu, die ik kende van een infiltratie in café het ‘Biggetje’ in de Madelievenstraat, warm worden gehouden, vooral de betrokkenen uit het Delta-onderzoek, zodat ik indien nodig zonder wantrouwen opnieuw bij die verdachte groepen kon infiltreren.

In het kader van deze CIE-werkzaamheden, trof ik in Amsterdam, eind januari 2000 Sam Klepper in een café op de wallen, na wat gepraat over koetjes en kalfjes, begon Sam Klepper op te scheppen over de zaken waar hij op dat moment mee bezig was. Hij was met Mieremet samen in onroerend goed gegaan en zij hadden daarbij de steun van een goed bekend staande investeerder en noemde daarbij de naam van Willem Endstra. Mijn antwoord was, dat ik mij niet kon voorstellen dat een bekende investeerder, gezien hun criminele activiteiten die wijd en zijd bekend waren, met hen in zee zou gaan. Hierop zei Klepper dat de mensen alleen maar de buitenkant van Endstra zagen. Letterlijk zei hij, “die Endstra is zo crimineel als de pest, alle criminelen kunnen hun zwarte geld bij hem kwijt. Wij zijn via ‘De Neus’ met hem in contact gekomen, hij belegd voor ons in onroerend goed en houdt ons steeds op de hoogte wat er gekocht is en wat er mee verdiend kan worden. Ik vroeg toen, “hoe veilig is dat en weet je wel zeker dat je ook je geld terugkrijgt als je het gelijk nodig hebt?” “Dat zal wel mee vallen”, zei Klepper, “ik ben degene die ze vragen als er mensen geïntimideerd moeten worden”. Daarbij begon hij te praten over Haico Endstra, de broer van Willem Endstra. Haico moest, volgens hem, de problemen oplossen met ontevreden klanten maar had daarbij hulp nodig. Hij zei, “Haico was hier met ‘De Neus’ omdat zijn broer Willem, problemen had met iemand die op een verkeerd moment zijn centen terug wilde hebben en dat heb ik geregeld”. Zonder dat ik hem vroeg om wie het ging, begon hij over de aanslag op Van Essen te praten, “hij is dan wel niet dood, maar zal voorlopig niet gaan zeuren”.

Het bovenstaande, heb ik destijds ook in mijn rapporten bij de C.I.E. vermeld. Sam Klepper heeft mij dit verhaal verteld in het bijzijn van anderen. Deze namen zijn doorgegeven maar kunnen ook door mij gereproduceerd worden. Via mijn contacten in het Joegoslavische milieu, kwam ik er later achter dat Sam Klepper de opdracht om Ronald van Essen te liquideren had uitbesteed aan de groep van Milos ‘Bato’ Petrovic en dat die de opdracht ook had aangenomen. Of ‘Petrovic’ dat persoonlijk heeft gedaan of heeft laten doen kon de informant niet aangeven.

Op de voornoemde rapporten werd niet gereageerd. Van mijn runners kreeg ik te horen dat de officier van justitie Fred Teeven, die de zaak behandelde, eerst wilde bekijken hoe hij met deze zaak om zou gaan. Hij vond het te vroeg om Sam Klepper en Haico Endstra met het bovenstaande te confronteren. Naar hij zei omdat er onderzoek gaande was naar zowel de aanslag als de aangegeven personen. Mij werd meegedeeld dat zij het onderzoek verder zonder mij zouden doen en dat ik verder ook geen feedback over deze zaak zou krijgen.