• Laatst gewijzigd: dinsdag 21 februari 2017, 16:59.

275

Kooijmans

Aangezien we bij het Kleintje naar aanleiding van de ontmaskering van inlichtingen-agent Paul Oosterbeek (zie elders in dit Kleintje) een eksemplaar van ONZE WERELD hadden aangeschaft, waar immers een twee pagina's groot artikel over deze affaire in stond, lazen we het redactioneel van dit Novib-blad. Dit willen we de Kleintje-lezersters niet onthouden en daarom hebben we het hieronder overgetiept.
"De gemiddelde krantelezer zal even geglimlacht hebben bij lezing van de zin: "Nederlanders lopen in Ruanda extra risico's omdat ze teveel op Belgen lijken, zo wordt in DenHaag toegegeven". Vrij Nederland vond hem zelfs leuk genoeg om in de rubriek 'Geknipt voor u' op te nemen. Wie echter het televisieverslag zag van de vaste kamercommissie voor Buitenlandse Zaken waar minister Kooijmans uitlegde waarom Nederland geen blauwhelmen naar Ruanda stuurt, verging het lachen snel. Dit was bloedserieus! Kooijmans zei het zonder een spoor van ironie: we sturen geen Nederlandse VN-soldaten naar Ruanda omdat ze teveel op Belgen lijken - en u weet dat er onlangs tien Belgische blauwhelmen daar zijn vermoord. Het VVD-kamerlid Terpstra kon haar oren niet geloven en vroeg om verduidelijking. Die kreeg ze. Wat betreft uiterlijk lijken Nederlanders meer op Zweden, gaf de voormalige hoogleraar Volkenrecht toe, maar het gaat om de taal. Nederlandse en Belgische soldaten spreken dezelfde taal, dus ligt verwisseling voor de hand, met alle risico's van dien. Kooijmans argumentatie is onzin in het kwadraat.
Eén: de minister is onjuist geïnformeerd. de tien vermoorde Belgische blauwhelmen waren Walen en spraken dus frans. In België - het is daar al jaren een Ruanda in het klein - is zelfs commotie ontstaan over de vraag of Vlaanderen wel genoeg heeft gerouwd om de dood van tien Walen.
Twee: de minister hangt over zo'n belangrijke kwestie als het stoppen van de moordpartijen in Ruanda een volstrekt onzinnige redenering op. Want als de Nederlandse blauwhelmen om de door de minister opgegeven reden moeten thuisblijven, dan zijn er meer. De Duitsers, Zwitsers en Oostenrijkers bijvoorbeeld en blanke Zuidafrikanen, want we mogen toch niet aannemen dat de gemiddelde Hutu of Tutsi in het heetst van de strijd het verschil hoort tussen Nederlands, Duits en Zuidafrikaans? En ook de Franssprekende VN-soldaten vallen dus af. Dat wil zeggen de Fransen, maar ook de soldaten uit Franstalige Afrikaanse landen als Zaïre, Tsjaad, Niger, Mali enzovoort. Natuurlijk zijn de vredessoldaten uit deze laatste landen donkergekleurd en lijken ze daarom niet op de Belgen, maar een beetje belgische paratroeper maakt zijn gezicht eerst zwart alvorens zich op het strijdtoneel te vertonen. Het zegt iets over het niveau van onze kamerleden (en dat van 'onze' minister - Kleintje) dat onze minister voor een dergelijke argumentatie niet ongelofelijk op zijn falie kreeg. (Stan Termeer)"

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 1

Handen af van die giro-afschriften

De Sociale Dienst vraagt naar de laatste 3 giro-afschriften bij een hercontrole. In konkreto dus van de laatste anderhalve maand, want banken geven zo'n overzicht van je eigen centen nog maar eens per 2 weken, mogelijk snel zelfs eens per maand... Haar redenen hiervoor zijn dat andere gemeenten het ook doen; dat het fraude kan opsporen en dat schulden achterhaald kunnen worden.
Volslagen krankzinnig! Uitkeringsgerechtigden worden daarmee beschouwd als potentiële fraudeurs, hebben blijkbaar geen privacy-rechten. De Sociale Dienst heeft niets met jouw uitgaven te maken; wie denken ze wel niet dat ze zijn!
Verzet je en typ onderstaande brief over. En opsturen of afgeven. "Aan de direkteur van de Gemeentelijke Sociale Dienst: Sinds kort moet ik bij een hercontrole 3 giro-/bankafschriften laten zien aan de Sociale Dienst. Om daarmee meer fraude te achterhalen. Ik vind dit beleid een ontoelaatbare inbreuk op mijn privacy. Ook wens ik niet als potentile fraudeur te worden gezien. Naar mijn mening wegen de voordelen van dit beleid niet op tegen de nadelen. Ik verzoek u dit beleid met onmiddellijke ingang te staken. Graag ontvang ik een antwoord van u."
Stuur een afschrift ter kennisgeving aan de gemeenteraad van DenBosch, Postbus 12345, 5200 GZ, DenBosch!

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 4

GAS...en het luchtje dat eraan zit

(want in de grond heeft aardgas geen enkele geur. Dat luchtje: dat voegt het bedrijf eraan toe).

"Toen algemeen bekend was geworden hoe groot de aardgasvondst bij Slochteren was, kreeg boer Boon bezoek van een 'reporter' van Reader's Digest. De Amerikaan was stomverbaasd dat Boon nog altijd op klompen rondscharrelde en niet met aan elke vinger een diamanten ring en een dikke sigaar in zijn mond rondreed in een Rolls Royce. Niet alleen Boon, heel Slochteren - zo wordt algemeen gevonden - is er bekaaid van afgekomen. De toenmalige burgemeester Kuipers kon zich daarover nogal bitter uitlaten. Er heerste in het dorp aanvankelijk grote opwinding. Velen verwachtten dat Slochteren een 'boomtown' zou worden, waar kantoren, toeleveringsbedrijven en personeel van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) zich zouden vestigen. Ook werd gedroomd over Slochteren, omringd door aardgasfakkels, als toeristenattractie. Daar is niets van gekomen. "De NAM", aldus Kuipers, "ging steeds geheimzinniger doen. Nu kent men Slochteren van Tokyo tot Timboektoe en hebben we een vuurspuwende draak in ons gemeentewapen, maar de welvaart is aan ons voorbij gegaan." Slochteren is nog steeds wat het vóór 1959 was: een stil dorp, bevolkt door hardwerkende Groningers, die nog lange tijd na de aardgasvondst op de kolenkachel moesten koken en vreemdelingen - niet onbegrijpelijk - met enige achterdocht benaderen."

De ellende voor Groningen begon in het vroege voorjaar van 1959, als de Hoogezandster landbouwer N.P.Boon bezoek krijgt van en aantal NAM-functionarissen. Deze komen met de mededeling dat de oliemaatschappij een proefboring uit wil voeren op een bietenveld van de voornoemde landbouwer. Mijnheer Boon ziet het echter niet zitten - ook toen hadden boeren het niet breed - en middels juridisch verweer probeert hij de boring te verhinderen. Als een van de eerste Groningers die het op trachtten te nemen tegen de machtige oliemaatschappij-combinatie, werd hij zodoende ook één der eersten uit een lange rij die zijn bezwaren (onder andere verlies van een voor zijn bedrijf belangrijke akker) ongegrond verklaard mocht zien. De NAM neemt uiteraard geen ander belang serieus dan dat van haar zelf. En zo kon het gebeuren dat de NAM haar proefboring in het Groningse op een mooie voorjaarsdag in mei kon beginnen op het eerder genoemde bietenveld, gelegen aan de gemeentegrens tussen Hoogezand en Slochteren. In de daarop volgende maand werd stevig doorgewerkt, totdat op 22 juni de heuglijke gebeurtenis zich voordeed: men constateerde gastoevloeiing onder grote druk. Onderzoek wees uit dat het om dezelfde soort gas ging als wat in 1955 al bij een proefboring ter hoogte van het Groningse plaatsje Ten Boer was aangetroffen. De conclusie lag voor de hand dat het hier om een aanzienlijk gasveld moest gaan. Dit vermoeden werd nog eens bevestigd door boringen op de lokatie Hovekens, ter hoogte van Delfzijl. De NAM, ook niet achterlijk, rook geld, veel geld... en besloot de laatste vondst te verzwijgen. Waarbij zeker heeft meegespeeld dat zij de exclusieve successierechten op het veld nog niet bezat, en niet alleen beducht moest zijn voor concurrerende oliemaatschappijen, maar ook voor inmenging van de staat. Staatsinmenging zou een stabiele prijsstelling betekend hebben, waardoor speculeren met het gas uitgesloten zou zijn. Hierdoor rees echter wel het probleem hoe deze enorme hoeveelheid gas te exploiteren; er was immers nog geen gas-transportsysteem aanwezig, en ook zouden zoveel pompinstallaties in al dat Groningse platteland nogal op kunnen gaan vallen. Ongemerkt exploiteren was helaas dan ook uitgesloten. Er moest dus hevig nagedacht worden over een manier waarop de staatsinmenging geminimaliseerd kon worden terwijl tevens de winsten uit het gas voor de NAM maximaal zouden zijn. Om deze doelstellingen te bereiken zette de ESSO, die samen met de SHELL participant is in de NAM, en die haar wortels heeft in Amerika waar men ruime ervaring heeft in het uitschakelen van staatsinvloed, een aantal eigen functionarissen in om een plan te smeden voor de exploitatie van dit gasveld. Een viertal jonge ESSO-medewerkers kwamen in december 1960 met een op het Amerikaanse distributiesysteem gebaseerd plan: de Amerikanen D. Steward, M. Orlean en de Nederlanders Van de Post en J.P. van de Berg. Dit plan hield de aanleg van een enorm distributienet in, elk huis zijn Nederland een eigen gasaansluiting; het afhankelijk maken van de prijsstelling van het gas van de olieprijs; en de kleingebruikers meer te laten betalen dan de grootverbruikers. Ten aanzien van de staat had men het volgende bedacht: de staat had men nodig om de exclusieve rechten op het gasveld te bemachtigen. Wat winst betreft zou iets ingeleverd moeten worden ten bate van de exclusiviteit, maar dit relatieve 'verlies' kon teruggewonnen worden door de distributiefaciliteiten aan de distributeur - wat de latere Gasunie werd - te verhuren.

bedrog
Deze plannenmakerij vond uiteraard in het diepste geheim plaats. Het Nederlandse parlement was hier niet van op de hoogte en was ook nog immer in het ongewisse over de werkelijke omvang van het gasveld. De NAM bleef naar buiten toe volhouden dat de geschatte hoeveelheid gas slechts 60 miljard kubieke meter betrof, waar dat in werkelijkheid ruim boven de 1000 miljard moest zijn. Om alles rond te krijgen had de NAM drie tot vier jaar nodig, en zolang moest de werkelijke capaciteit verzwegen worden... Bijna liep dit in het honderd toen de Belgische senator Leemans op 14 oktober 1960 in Straatsburg met de mededeling kwam dat de capaciteit van het Groningse veld veel groter moest zijn dan de opgegeven zestig miljard. Volgens zijn gegevens betrof het een veld van minstens 300 miljard, zo niet meer. De NAM was op dat moment bij lange na niet klaar met haar plannen en was er dus veel aan gelegen om de deining die in het parlement hierdoor ontstond in te tomen. De toenmalige minister van economische zaken Andriessen betoonde zich een gewillig werktuig: hij deed een vage toezegging om de uitspraken van Leemans te gaan toetsen en de rust keerde weer. Met als gevolg dat nog jarenlang zowel bevolking als parlement niets zouden horen over de ware omvang van het gasveld.

Pas in 1963, ten tijde van de oprichting van de Gasunie, bracht de NAM naar buiten dat het veld toch ietsje groter bleek te wezen - een meevaller, natuurlijk - en een nieuwe schatting zag het daglicht; ditmaal zou het om 300 miljard kubieke meter gaan. Precies wat Leemans dus al drie jaar eerder als minimale schatting had gegeven. Dezelfde Leemans kwam echter tijdens een rede in Scheveningen, vlak na dit laatste bericht van de NAM weer roet in het eten gooien door zijn nieuwe becijfering dat hetzelfde veld toch minstens 1000 miljard kubieke meter groot moest zijn. Kortom, zelfs toen de exclusieve rechten al maanden geregeld waren, en SHELL en ESSO met de Nederlandse staat in de Gasunie verenigd waren, werd zowel het parlement als het Nederlandse volk nog in het duister gelaten. Pas maanden later, toen het lucratieve contract met de Nederlandse staat volledig afgerond was, kwam minister Andriessen met het grote nieuws. Ons gasveld was nu toch echt officieel geschat op 1000 miljard kubieke meter.

diefstal
Ten tijde van deze deining van 1963 wist Marcus Bakker de situatie als geen ander te verwoorden: "hier is sprake van een zuivere degradatie van het parlement" en "het Nederlandse volk is jarenlang door de NAM op de hak genomen". Maar wie zou geloven dat de bevolking niet nogmaals door de NAM bedot zou kunnen worden heeft het mis. In hetzelfde jaar werd er een gebaar gemaakt naar de bewoners van de drie noordelijke provincies: hen werd een reductie toegezegd op de gasprijs van vijf procent ter compensatie van de overlast die door de gaswinning veroorzaakt werd. Op zich natuurlijk een schijntje voor de Gasunie. Met haar omzet van ruim zestien miljard (!) gulden per jaar was deze toezegging voornamelijk bedoeld om de noordelijke bevolking koest te houden. Vooral voor de Groningse bevolking was het nogal wrang. Net ontworsteld aan het feodalisme van de hereboeren stond de nieuwe onderdrukker al te trappelen van ongeduld om de acht af te lossen. Een onderdrukking die weliswaar minder openlijk plaatsvond maar wel terdege zo gevoeld werd en wordt. Het westen van ons land heeft nooit de moeite genomen om in Groningen te investeren, behalve waar het erom ging de provincie van haar bodemschatten te ontdoen. Aangezien zoiets de bevolking niet ontgaat moet die beloofde vijf procent reductie in dat licht bezien worden. Verder beloofde de NAM om te gaan investeren in de infrastructuur en in behuizingen, en niet in de laatste plaats om haar arbeiders te gaan betrekken uit het Groningse arbeidsreserveleger. En dertig jaar later heeft de Groningse bevolking die vijf procent reductie nooit gezien, is het extra werk aan hun neus voorbij gegaan en moest de infrastructuur door hen zelf bekostigd worden. Wat de Groningers wel hebben gekregen is een dalende bodem ten gevolge van de gaswinning (waarvan de Gasunie ontkent dat het kwaad kan, zodat de schade die men ondervindt nergens te verhalen is), nog steeds een enorme werkloosheid, een verpest landschap en nog immer dezelfde arrogantie van NAM en Gasunie.

macht
De wijze waarop de Drentse gemeente Norg onder druk gezet en zelfs gechanteerd wordt is exemplarisch, net als de schrijnende onverschilligheid ten aanzien van de Waddenzee, de Groningse kwelders en natuurgebieden in het algemeen. Zoals ook niets veranderd is aan de warmhartige steun waarop de NAM vanuit Den Haag mag rekenen, met name natuurlijk van dezelfde minister Andriessen die zich in 1963 al zo behulpzaam betoonde. Of moeten we het als een voordeel zien dat het dankzij de bodemdaling een stuk eenvoudiger geworden is om een flink del van Groningen onder water te laten lopen, waarmee er volgens Gietema (zie verderop) toch nog een hoop werkgelegenheid zal ontstaan? Maar wat ons nog het meeste stoort is dat ondanks niet nagekomen beloften, ondanks de problemen die de gaswinning veroorzaakt en ondanks dat Groningen er niet beter van wordt, de Gasunie nog steeds denkt hier de scepter te kunnen zwaaien. In dit kader ontkomen we er niet aan om de gang van zaken rond het Museumeiland in de stad Groningen Zwaaikom te noemen, als voorbeeld van hoever de macht van de Gasunie reikt in de bestuurlijke functies van de stad.
Al een hele tijd vóór het ondertekenen van de intentieverklaring door de gemeente Groningen en de Gasunie in september 1987 over de 'schenking' van een museum, waren een aantal topambtenaren waaronder Ypke Gietema op de hoogte van dit voornemen en bezig de weg voor te bereiden. De lancering van het 'plan Marina City', een monsterlijk ontwerp van de Italiaanse architect Grassi naar aanleiding van een rapport van de hand van Nederlandse architect Rem Koolhaas en de Berlijnse architect Kleihues, dat in de Zwaaikom terecht moest komen, vormde een proefballon. Gietema betoonde zich een groot voorstander. Dit hengeltje in brak water was bedoeld om een inventarisatie te maken van de haalbaarheid van het Museumproject, en om de Groninger bevolking vast te laten wennen aan de idee dat ze weer een uniek stukje Groningen zouden gaan verliezen. De weerstand daartegen bleek bijzonder groot. Onmiddellijk werd de Vereniging Behoud Waardevol Stadsgezicht opgericht, met als hoofddoelstelling om bouwwerkzaamheden in de Zwaaikom tegen te gaan, dat binnen een week na oprichting al 200 leden telde.

de Zwaaikom
Een tweede proefballon werd gelanceerd, opnieuw met steun van Ypke Gietema, in oktober 1987. Ditmaal werd de indruk gewekt dat het om een origineel, onafhankelijk idee van twee groningse architecten ging om in de Zwaaikom een museum te ontwerpen. Een en ander met als voornaamste functie om de weg te effenen voor de wens van de Gasunie om haar visitekaartje midden in de Zwaaikom te deponeren. Waar officieel bij de intentieverklaring die in 1987 ondertekend werd tussen het Groningse gemeentebestuur en de Gasunie sprake was van bouwlocaties als het Aegonterrein of het Stadspark, liep er al informeel tussen Gietema, toenmalig burgemeester Staatsen en de Gasunie de afspraak dat het de locatie Zwaaikom zou worden. Als de PvdA'ster T. van der Vondervoort (cultuur) dan ook een jaar later met het glorieuze idee komt dat "het kanaal een unieke plaats is voor het museum" en er een dag later aan toevoegt "de bouw van het museum moet eind 1989 gestart zijn" zonder argumenten voor dit tijdstip te noemen, dan hoeft dat ons niet te verwonderen. Haar geruststelling dat "het museum daar gebouwd kan worden zonder dat de gemeente de gestelde financiële grenzen overschrijdt" is even goed gestaafd. Ze doelt er dan op dat 25 miljoen van de Gasunie, aangevuld met 5 miljoen van de gemeente Groningen, de kosten zullen dekken. Aangezien we nu op een raming van de kosten zitten van 45 miljoen mag dat toch wel van een verfrissend optimisme getuigen. Uiteraard houdt deze gang van zaken verband met een aantal eisen die de Gasunie verbonden had aan haar grootmoedige 'geschenk' van 25 miljoen gulden aan de stad. De eisen dat het museum in de Zwaaikom gebouwd zou worden, dat de bouw binnen een jaar na de intentieverklaring gestart moest worden en dat alleen de Gasunie haar naam aan het project mocht verbinden (met andere woorden: co-sponsoren waren niet welkom). Het mag duidelijk zijn dat gemeentebestuur noch Gasunie erg veel gelegen was aan een democratische gang van zaken. Het doordrukken van het plan kostte nogal wat kunst- en vliegwerk.

tegenstand
Aangezien de PvdA de intentieverklaring in 1987 ondertekend had waarin de afspraak dat binnen een jaar de bouw begonnen zou worden, zat de partij tegen het einde van 1988 op hete kolen. In november van dat jaar moest de gemeenteraad haar nog goedkeuring eraan hechten en daarvoor was de steun van de plaatselijke VVD vereist. Niet eenvoudig aangezien een aantal prominente leden van die partij actief waren in de eerder genoemde Vereniging Behoud Waardevol Stadsgezicht, en de VVD tot dan toe tegen bouw in de Zwaaikom geweest was. Voor de stemming benaderde Gietema dan ook de voorman van de VVD, Jan Evenhuis, met het voorstel dat er voor de VVD een plaats ingeruimd zou kunnen worden binnen het College van Burgemeester en Wethouders. Dit was niet aan dovemansoren gericht want de VVD'er hapte onmiddellijk toe. De VVD stemde mee met het plan en Evenhuis verwoordde zijn nieuwe standpunt aldus: "Groningen heeft het kantoor van de Gasunie. Het is zeer terecht dat de stad haar waardering tot uiting brengt voor het geschenk, dat een symbool moet worden van de band tussen de Gasunie en de gemeente Groningen. Daarom moet het museum op een voorname plaats gebouwd worden; niet weggestopt tussen andere gebouwen, maar zo dat de verwantschap tussen de stad en de Gasunie tot uitdrukking komt..." De VVD ging echter bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen volledig onderuit en dus kwam er geen VVD-wethouder. Onmiddellijk na deze funeste verkiezingsuitslag heeft de Groningse VVD-afdeling nog gepoogd om de weggelopen kiezers weer voor zich te winnen, door zich weer tegen het museumplan te keren, onder andere door te pleiten voor een referendum om het plan verder te frustreren. De Gasunie kon dat niet waarderen. Aangezien de voorzitter van de raad van commissarissen van de Gasunie niemand anders is dan het meest politieke zwaargewicht van de VVD, namelijk Commissaris van de Koningin Vonhoff, was hij de aangewezen man om de partij weer in het gareel te brengen. Hij verklaart de nieuwe opstelling van de raadsfractie 'curieus' te vinden, en is tegenstander van referenda die hij betitelt als "doodskistendemocratie". De VVD is echter niet de enige tegenstander van het museumplan. De Vereniging behoud Waardevol Stadsgezicht sloot zich aaneen met de Vereniging van Binnenschippers en andere groeperingen in het Breed Overleg, dat zich bleef verzetten tegen de bouw in de Zwaaikom. Ook dit kan niet door de Gasunie getolereerd worden. Zodoende zoekt Gietema naar middelen om dit verzet lam te leggen en komt met artikel 19 op de proppen, het versnellen van de besluitvormingsprocedure door een 'verklaring van geen bezwaar' van de kant van de Raad van State. Aangezien de Raad van State echter net op de vingers was getikt door Den Haag vanwege het te snel toestemming verlenen voor versnelde procedures lukte het in dit geval niet. Maar uitstel is geen afstel...

geld
Ook de derde eis van de Gasunie - dat zij als enige sponsor mocht optreden - bracht voor de stad nadelige consequenties met zich mee. Toen de Aegon bereid was om haar terrein aan de Praediniussingel in Groningen voor een luttel bedrag ter beschikking te stellen als plaats voor de bouw van het museum, moest dit afgewimpeld worden. En omdat de gemeente afgesproken had geen andere sponsoren te zullen benaderen was vanaf het begin al duidelijk dat alles wat het museum meer zou gaan kosten dan 25 miljoen gulden voor rekening van de gemeente zou moeten komen. Met de Groningse Kredietbankaffaire vlak achter de kiezen heeft de gemeente Groningen zich willens en wetens het risico van een financieel debâcle op de hals gehaald. Al snel werd dan ook op steeds creatievere wijze naar financiële middelen gezocht, met andere woorden: door diverse potjes te plunderen die eigenlijk ergens anders voor bedoeld waren. Zo is de ISP-pot bijvoorbeeld bedoeld om armlastige gebieden in Nederland er weer bovenop te helpen. Dit is een omschrijving waarvan duidelijk mag zijn dat het eerder op het gebied in het oosten van de provincie Groningen, waar de problemen zeer groot zijn, dan op de stad Groningen. Toch wordt deze ISP-pot een paar miljoen gulden lichter gemaakt ten behoeve van de stad. De stad Groningen is niet als armlastig of onderontwikkeld te beschouwen; eerder dreigt een overontwikkeling. Denk daarbij aan de sloop van de Emmasingel ten behoeve van kantorenbouw, terwijl er nu al een leegstand van kantoren is van bijna twintig procent. Daarnaast is het duidelijk dat een museum geen extra werkgelegenheid brengt of winst oplevert. Integendeel, het is nog een raadsel hoe het tekort van 900.000 gulden in de jaarlijkse exploitatiekosten gedekt moet gaan worden.

over onze hoofden
Blijft natuurlijk de vraag wel belang ermee gediend was dat de gasunie haar 'geschenk' met zoveel haken en ogen heeft omkleed, dat het in het vervolg raadzaam zou zijn om dergelijke cadeautjes beleefd maar resoluut te weigeren of in elk geval de voorwaarden wat kritischer te bezien. Wellicht heeft Jan Evenhuis, die zich tijdens het museumdebat in november 1988 ineens zo'n enthousiast voorstander betoonde (na het gesprekje met Gietema) het het fraaist verwoordt: "Wat FIAT is voor Turijn, en Philips voor Eindhoven, dat is de Gasunie voor Groningen." Kortom, de Gasunie ziet graag dat we trots op haar zijn en gepaste dankbaarheid tot uiting brengen voor al wat ze ons heeft gebracht, en wanneer we dat niet uit onszelf zo zien, dan wil ze ons daarbij wel een handje helpen. De Gasunie heeft met de NAM achter zich een sterke behoefte om zich af te zetten tegen andere grote bedrijven in de stad, zoals bijvoorbeeld de PTT. En vice versa was de PTT niet erg verheugd over de bouw van zo'n visitekaartje van de Gasunie pal tegenover haar hoofdkantoor. PTT-Directeur Ir. W. Dik betoogde: "We hebben er indertijd voor gekozen om ons te vestigen op de mooiste plaats van Groningen, met prachtig uitzicht over het water en op de Groningse Motorbotenclub. Nu wordt er ineens een veertig meter hoge goudkleurige paal in het water gezet" waardoor "het uitzicht van de 1200 PTT-ambtenaren die er straks komen werken door de toren belemmerd wordt." Een en ander maakt bijzonder goed duidelijk hoe de diverse visitekaartjes, wars van enige invloed van de bevolking, het Groningse stationsgebied domineren en hoe zij in een poging om elkaar de loef af te steken één van de mooiste stukjes Groningen laten afkalven.

conclusie
Naarmate de herstructurering van de economie, waaronder de privatisering van staatsbedrijven, haar voltooiing nadert, des te minder kunnen staat of parlement invloed uitoefenen op het bedrijfsleven in het algemeen. De regering verliest daarmee ook een groot stuk politieke macht, en er ontstaat een kluwen van belangen waarbij de één niet zonder de ander kan. Zo bemoeien grote bedrijven zich meer en openlijker met de politieke besluitvorming. Uiteraard vanuit hun eigenbelang komen zij met 'fantastische' oplossingen voor de permanente economische crises, die ze tijdens gezellige, sfeervolle samenkomsten spuien. Zoals bij het 'nationale economie-debat' in de studio's van John de Mol Productions. Deze 'oplossingen' komen min of meer neer op een stap terug in de tijd van pakweg vijftig jaar. Op alle door arbeiders bevochten rechten is de jacht geopend. Maar wat op nationaal niveau nu steeds openlijker gebeurt, is hetzelfde als wat zich al jaren bedekt heeft afgespeeld in Groningen en omgeving. De macht van de Gasunie en NAM is dermate groot dat zij er keer op keer in slaagt om het hele politieke leven in deze provincie naar haar hand te zetten. Prominente politici als Vonhoff en Gietema houden de Gasunie te vriend en lenen een gewillig oor aan al haar wensen en verlangens. Wat nu al op het niveau van een stad als Groningen plaatsvindt, waar democratische grondregels er alleen lijken te zijn om buitenspel gezet te worden vanwege de verreikende invloed van het bedrijfsleven op het bestuur, dat gebeurt evenzeer op grotere schaal: op landelijk niveau en in Europees verband. De ondoorzichtigheid van beslissingen, die zowel voorwaarde hiervoor is als een noodzakelijk gevolg ervan, wordt groter. De vraag voor de politiek is alleen nog hoe één en ander verkocht moet worden aan de kiezer, en steeds minder komt de inhoud van het beleid, van het maken van keuzes, ter sprake. Alles moet voor ons bestwil, maar wat dan wel ons bestwil is, staat vast, zo wordt het in elk geval gebracht.
Omdat wij dit een discutabele gang van zaken vinden, willen we pleiten voor een gewaarborgde scheiding tussen bedrijfsleven (grootkapitaal) en staat op eenzelfde wijze als waarop grondwettelijk de scheiding tussen kerk en staat is vastgelegd. Daarnaast zou er, bijvoorbeeld op gemeentelijk niveau, controle uitgeoefend moeten kunnen worden op beslissingen van de gemeenteraad om partijpolitieke onderonsjes te ondervangen. Er moeten voor de bevolking meer mogelijkheden komen om het gevoerde beleid af te wijzen of goed te keuren, en met eigen suggesties te komen, dan er nu zijn. Waar referenda inderdaad iets van "doodskistendemocratie" weg hebben aangezien er alleen een keus bestaat tussen 'nee' en 'ja', los van wat voor argumenten men heeft, wil dat nog niet zeggen dat de kloof tussen raad en burgers onverlet moet blijven bestaan. Vertegenwoordig(st)ers uit wijken, buurten, dorpen en gehuchten zijn heel goed in staat om, waar het nodig is, een dergelijke controlerende functie te vervullen. Voor de financiering van een dergelijke aanvulling op het stadsbestuur en overige gemeentebesturen in de provincie zullen we nauwelijks een veer hoeven laten. We wonen feitelijk in de rijkste provincie van het land, gezien de hier aangetroffen bodemschatten. En aangezien de Gasunie in het verleden zo vriendelijk is geweest om ons vijf procent reductie op de gasprijs te beloven en de totale som geld ergens dertig jaar lang rente heeft liggen vergaren - dat nemen we tenminste aan, omdat niemand van ons het ooit te zien gekregen heeft, laat staan uitgegeven - hoeft niets ons te weerhouden. Bovendien zou het prettig zijn om ditmaal van de Gasunie een geschenk te krijgen dat een constructieve bijdrage levert aan de kwaliteit van het leven in stad en ommeland.

Een Gronings Ongenoegen

(illustratie: bestuurs- en commissarissamenstelling uit het jaarverslag van de Gasunie en de NAM met daarop pijltjes naar eventuele nevenfuncties, maar die heb ik net pas opgevraagd dus hopelijk krijg ik die jaarverslagen nog op tijd).

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 2

Veel hooi

(Neo)fascisten aan het bewind in Italië en zeer ernstige smog in Nederland. Zo op het oog twee niets met elkaar te maken hebbende onderwerpen maar zoals alles hebben ook deze zaken veel met elkander van doen. Terwijl we proberen de etnische zuiveringen (bedreigingen, martelingen en moord van 'de ander') vlakbij en veraf, uit ons bewustzijn te verdrijven, worden we in deze warme zomerdagen overvallen door enorme stankwalmen. Gifzooi vol zware metalen zoals lood en cadmium die onderandere agressie en concentratieproblemen opwekken. Maar ook astma, migraine, epilepsie en hooikoorts-aanvallen. Hooikoorts!? Niks geen hooikoorts! Zijn er soms duizenden nieuwe polletjes en grasjes bijgekomen? Nee, dat geklets over hooikoorts heeft te maken met luchtverontreiniging, luchtvervuiling dus! Het was hier in DenBosch niet te harden de afgelopen week. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne viel het achteraf allemaal wel mee en in technisch woordgebruik volgden er enkele cijferreeksen zomersmog. Ja, echt waar, zomersmog. Dampspugende automobielen en rokende fabrieks-pijpen zorgen er, samen met felle zonneschijn voor dat we langzaam maar zeker vergiftigd worden. En pas geleden benzine-dampen vlakbij de Heineken-bier-fabrieken. Een enorme lekkage van benzine in de bodem bij Total/Fina aan de Ketelaarskampweg in DenBosch. Een regelrechte milieuramp die lang stil gehouden werd en wordt. Mensen die daar in de buurt wonen blijken al een aantal jaren lang klachten te hebben over deze stankoverlast, maar tot nu toe wist men de oorzaak niet te achterhalen. Volgens de gemeente is er tussen de 300.000 en 600.000 liter benzine weggelekt! Maar er is nix aan de hand hoor, gaan jullie allemaal maar lekker slapen... wetende dat op enkele tientallen meters afstand de Heineken-fabrieken staan waar ze er zo fier mee zijn dat ze hun eigen frisse water uit de ondergrond oppompen. Neem er nog maar eentje & de groeten van het Kleintje dat deze keer weer helemaal vol staat met lettertekens in een door diverse mensen bepaalde volgorde met de bedoeling dat zij woorden en zinnen vormen teneinde jullie het idee te geven dat het ergens over gaat... rest ons nog iedereen veel verse en niet vervuilde luchten toe te wensen en jullie te vragen het abonnementsgeld over te maken op postbanknummer 5349231. Enne, jullie weten het, wanneer je wilt reageren dienen jullie gebruik te maken van ons telefoonnummer 073-136927 of onze postbus 703, 5201 AS, DenBosch. Houdoe...

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 3

Toch vooruitgang?

Zo 'n rechtszaak als die van één van de vele slachtoffers van 'onze' in het geniep werkende politieke recherche tegen deze Binnenlandse Veiligheidsdienst (zie nos-journaal en diverse bladen 16/17 juni 1994) vormt het zoveelste bewijs dat, wanneer iemand met een aktie en/of een politieke partij meedoet, die de PvdA of andere goden niet zint, zij/hij de kans loopt een baan NIET te krijgen, ontslagen te worden of een carrière kapot gemaakt te krijgen. Verweer onmogelijk: "GEHEIM", fraaie (grond)wetsartikelen ten spijt. Na jaren procederen mocht slechts een enkele bejaarde, zoals de doorzetter Ir.J.T.Wilman, een dossier omtrent hem bij de BVD zien, al wacht hij nog steeds op genoegdoening.
Ik ben één van duizend, die deswege procederen. Kom ik, nu 78, nog aan de beurt, dan moet eerst de oud-wethouder van Groningen, toen tevens voorzitter van de PvdA-afdeling, dood zijn. Deze heer gaf het Bureau Nationale Veiligheid opdracht een dossier omtrent mij aan te leggen, omdat ik weigerde terug te keren in zijn partij en doorging aktief te zijn voor "De Vlam". Vraag je de huidige burgemeester van Groningen (PvdA) om inzage, dan verwijst hij je naar de BVD, die niet reageert. Van wijlen Dales (PvdA) mocht de privacy niet geschaad worden... van de BVD'ers. Omtrent deze zaak gaf zij aan Tom Pitstra (eerstekamerlid GroenLinks) geen antwoord. Enschede's burgemeester komt er dan nog voor uit, dat hij voor de BVD werkt. Mede om hen, die NIET in de pas lopen, mores te leren (SAP'ers, GroenLinksers?, SP'ers?) zweren PvdA, VVD, D66 en CDA bij hun BVD, staat binnen de staat, ongrijpbaar. Zijn Hoofd is een prominent D66-lid. Er zijn democratieën in soorten. Stasi-dossiers werden vrijgegeven. Ik geef toe, bijna stierf ik mei 1945 in handen van de nazi's, maar word nu niet van mijn bed gelicht. TOCH VOORUITGANG. Brinkman (CDA) zorgde er dan toch nog maar voor, dat, vóór het eerbetoon aan en het overlijden van Joris Ivens, deze in zijn dossier mocht lezen, voor zover hij 't nog kon. De regie berust bij de Minister van Binnenlandse Zaken. Ja, ja. (Wiemer Emmelkamp)

Wil je meer informatie over het opvragen van BVD-dossiers en andere geheime- en inlichtingendienst papieren neem dan kontakt op met de Vereniging Voorkom Vernietiging, Postbus 10107, 3505 AB, Utrecht.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 1

Een mol in de solidariteitsbewegingen

Op 15 juni 1994 verscheen er een artikel in de Volkskrant waarin duidelijk werd dat ene Paul Pieter Oosterbeek jarenlang bezig is geweest informatie in te winnen bij solidariteitsbewegingen in Nederland en dit afleverde (verkocht?) aan het particuliere beveiligingsbedrijf ABC (Algemene Beveiligings Consultants) in Vinkeveen. De Volkskrant-journalist baseerde zich op een op dat moment nog niet openbaar artikel voor het NOVIB-blad Onze Wereld, dat een dag later in de kiosken lag. Hierin wordt uitvoerig ingegaan op de methoden die Paul Oosterbeek hanteerde bij zijn 'agenten'rol. Zo werkte hij onder de schuilnaam Marcel Paul Knotter en benaderde hij veel verschillende mensen met iedere keer andere verzoeken om informatie (zijn speciale belangstelling ging uit naar de Brenninkmeijers, C&A, Van Leer, SHV en de Fentener van Vlissingens). Vanaf 1986 was hij actief bij Osaci, een overkoepelende kerkelijke organisatie die onderzoek doet naar investeringen in de Derde Wereld. Zodoende kon hij zich overal presenteren als "documentalist bij Osaci" en dat opende vele deuren. Een enorm dilemma van vele solidariteitsbewegingen is namelijk dat ze zo openlijk mogelijk willen werken waardoor de drempel naar geïnteresseerde potentiële medewerkers zo laag mogelijk blijft. Anderzijds zit je met een veiligheidsrisico aangezien actievoeren, en vooral tegen "het in onderdrukking investerende bedrijfsleven", slechts dan zin heeft indien het aktiedoel verrast kan worden. Hierdoor moeten aktiegroepen één of andere vorm van beslotenheid hebben waarin plannen kunnen worden ontwikkeld zonder dat deze direct bij je 'tegenstander' op het bureau liggen. Paul Oosterbeek heeft hier sluw, geduldig en vastberaden misbruik van gemaakt. Door het noemen van de naam van een wederzijdse bekende lukte het hem om met zeer veel mensen in contact te komen om zogenaamd mee te willen werken in de strijd tegen multinationals en onderdrukking. Door middel van het gebruik maken van zijn Osaci-baantje kwam hij zo terecht bij het Schone Kleren Overleg (actief tegen de schandelijke uitbuiting van illegalen in Nederland en onderbetaalde loonslaven in Derde Wereld landen) en bijvoorbeeld het Shipping Research Bureau (een aantal maanden geleden opgeheven, tot dan toe actief geweest in het opsporen ontduikingen van de wereldwijde boycot tegen de apartheidspolitiek van Zuid-Afrika). Maar ook mensen van het Fascisme Onderzoek Kollektief, het Anti Militaristisch Onderzoeks Kollektief, Documentatiecentrum de Stelling, Buro Jansen & Janssen én Kleintje Muurkrant zijn met Paul Oosterbeek in contact geweest zonder dat echt duidelijk werd dat deze jongeman dubbel spel speelde. Er bestond wel een zekere mate van wantrouwen jegens hem en dit heeft ervoor gezorgd dat de contacten minimaal zijn geweest en dat er geen (intern) materiaal uit handen is gegeven.
Door gebruik te maken van al deze persoonlijke contacten is Paul Oosterbeek er vanaf 1989 in geslaagd bij een groot aantal andere groepen het oud papier in te zamelen. Dit heeft hij voor elkaar weten te krijgen bij Osaci (dat tegenwoordig Oikos heet), Shipping Research Bureau, Association West European Parliamentarians for Action against Apartheid (AWEPAA), Kairos, Pax Christi, Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO), Werkgroep Medische Ontwikkelingssamenwerking (WEMOS), Trans National Institute (TNI), XminY, Filipijnengroep Nederland en bij een groot aantal organisaties gehuisvest in het verzamelgebouw aan de Minnahassastraat in Amsterdam, waaronder European Youth For(est) Action (EYFA), Nicaragua Komite Nederland, A SEED, FNV-jongeren, Bangla Desh Solidarity Centre, Komite Indonesië, en de bladen Casablanca en Offensief. Kortom, veel te veel groepen dus.
Natuurlijk is het achteraf makkelijk praten: je verwondert je over het ondoordacht op laten halen van oud papier door iemand waarvan nu vrijwel iedereen zegt dat er eigenlijk iets niet mee klopte. De schade is echter niet meer te herstellen, wellicht dat dit alles er voor zal zorgen dat iedereen die betrokken en actief is bij het actievoeren tegen en informatie verzamelen over de wandaden van politici, industriëlen, geheime diensten, militairen enzovoorts, voortaan een wat groter besef heeft gekregen over de veiligheidsrisico's die je neemt wanneer je in zee gaat met mensen die je toch niet helemaal vertrouwt. Materiaal wat je intern wilt houden kun je nu eenmaal niet bij het oud papier zetten, per definitie niet.

Wat er nu precies met al het materiaal gebeurd is dat Paul Pieter Oosterbeek heeft verzameld is nog niet geheel duidelijk. Een gedeelte ging in ieder geval naar het beveiligingsbedrijf ABC in Vinkeveen (Paul Oosterbeek in een fax-poging zijn individuele schade na de onthulling te beperken: "Bij het bedrijf ABC schreef ik incidenteel tegen vergoeding als documentalist tijdschriften in") en het is zeer aannemelijk dat dit bedrijf in ieder geval de Telegraafjournalist Joost de Haas van het nodige heeft voorzien ten behoeve van zijn hetzerige stukken tegen diverse solidariteitsbewegingen. Dit werd bevestigd op de dag voordat de Volkskrant kwam met de onthulling van Oosterbeeks agentenrol. Op dezelfde dag dat Volkskrantjournalist Jos Slats contact had gelegd met directeur Peter Siebelt van Algemene Beveiligings Consultants BV nam deze papierheler contact op met Telegraafjournalist Joost de Haas. De dag erop verscheen dus zowel in de Volkskrant als in de Telegraaf het bericht dat er een oud-papierhaler was ontmaskert. Het feit dat ABC-directeur Siebelt, in een poging de schade te beperken, rechtstreeks kontakt opnam met Joost de Haas bewijst de ABC/Telegraaf-connectie. Joost de Haas schrijft zeer regelmatig Hetze-artikelen in de Telegraaf over allerlei solidariteitsbewegingen.
In de NN (nummer 164, 24 juni 1994) zit een bijlage over deze 'mol in de solidariteitsbeweging'. Wanneer je meer wilt weten over deze zaak zal je dus de NN moeten lezen... Wanneer je meer weet over Marcel Paul Knotter / Paul Pieter Oosterbeek, geef dit dan door aan het Kleintje dan zorgen wij ervoor dat dit op de goede plek terechtkomt.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 4

Centrumdemocraten

Een geheime kerngroep binnen de Centrumdemocraten van Janmaat heeft een eigen inlichtingendienst voor de Centrumdemocraten (CDI) in het leven geroepen. De inlichtingendienst is bedoeld om informatie te verzamelen over personen die de CD van binnenuit en buitenaf te ondermijnen. In de brief van de kerngroep, vol taalfouten, staat letterlijk: "In een aantal geheime vergaderingen heeft de kerngroep een blauwdruk opgesteld met daarin de hoofdpunten van de voorgestelde veranderingen. Eén van de hoofdpunten behelst de oprichting van een eigen inlichtingendienst: de CDI, met als doel het verzamelen van informatie over zowel anti-Nederlandse elementen binnen de CD (Van de Plas, Graman), als over individuen en groeperingen die op welke wijze dan ook de CD van buitenaf ondermijnen. De kerngroep deelt u mede dat de CDI vanaf 28 mei 1994 is geactiveerd". Het is vrij onduidelijk waar de brief vandaan komt. Boven de brief staat "Tiel, 7 juni 1994". Volgens het Vlissingse ex-CD-lid Toon Poppe zitten in de kerngroep anonieme leden uit Tiel, Arnhem en Nijmegen. De brief zou zijn gepost in Utrecht (Het stukje tot nu toe hebben we overgetiept uit NN nummer 164 die het weer heeft overgenomen uit het Utrechts Nieuwsblad). In de Nieuwe Revu schrijft Peter Rensen regelmatig stukjes over Janmaat & Co (hij heeft ook een aantal maanden 'undercover' binnen de CD gewerkt waarna hij een onthullende reportage schreef). In Revu nummer 26 (22-29 juni 1994) schrijft hij in een artikeltje dat het 24-jarige CP'86 lid Constant Kusters (uit Arnhem) aanwezig is geweest op een CD-partijbijeenkomst in DenBosch (die was door Janmaat georganiseerd om het hoofd te bieden tegen Toon Poppe [die inmiddels van de CD overgestapt is naar de nieuwe 'Nederlandse Burgerpartij'] en een aantal 'kritische CD-leden' naar aanleiding van de uitzending van het TV-programma Deadline waarin Yge Take Graman toegaf betrokken te zijn geweest bij moordaanslagen op "niet-Nederlanders"). Volgens een afvallig CD-lid zou Kusters van Janmaat toestemming hebben gekregen om in het CD-hoofdbestuur te komen zitten. Dit geeft aan dat het zogenaamde royement van Richard van der Plas en Yge Graman (twee zeer overtuigde nationaal-socialisten) door Hans Janmaat slechts uiterlijk vertoon is, aangezien Kusters in precies dezelfde extremistische hoek zit.

Nu vraagt het Kleintje zich af welke positie het Bossche CD-gemeenteraadslid John van der Steen nu eigenlijk inneemt in deze breuklijn binnen de landelijke Centrumdemocraten. Aan de ene kant is hij een kameraad van de inmiddels uit de CD getreden Toon Poppe (Van der Steen zat tot hij in de Bossche raad is 'gekozen' in Vlissingen waar Poppe nog steeds zit, en beiden hadden zich in 1993 aangemeld bij de FNV) aan de andere kant schijnt hij aanwezig te zijn geweest op de hierboven al genoemde CD-partijbijeenkomst in DenBosch (waarvan wij gehoord hebben dat die zich heeft voltrokken in het Bossche stadhuis), waar Janmaat gepoogd heeft weer op één lijn te komen met zijn aanhang. Verder is het bekend dat Van der Steen een tijdje geleden in de fusiecommissie zat die onderzocht of de Centrumdemocraten en CP'86 samen zouden gaan werken. Wij roepen een ieder op die informatie heeft over de (Bossche) Centrumdemocraten om dit naar de postbus van het Kleintje te sturen, Postbus 703, 5201 AS DenBosch.

Wil je precies weten hoe het zit met de interne strubbelingen binnen de landelijke Centrumdemocraten dan raden we jullie aan een abonnement te nemen op de KAFKA-nieuwsbrief. Schrijf een briefje naar KAFKA, Postbus 59043, 1040 KA, Amsterdam.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 2

Klein Bosch Vuil

Koper omsmelten.
Al eens van het sport - en vrijetijdscentrum de Vliert gehoord? (ambtelijk afgekort met SVC) Alle sportfaciliteiten samen onder een dak. Een koperen dak wel te verstaan. De cent moest verdwijnen omdat er te veel koperwaarde in zat. De stuiver staat op de lijst van bedreigde muntsoorten. Dus een dak van geld. Ook al van de kosten gehoord? Slordig miljoentje of 60. (een zes met zeven nullen dus en achter de komma ook nog twee). Ook vast al gelezen over de veronderstelling dat de toegangsprijs geen probleem moet zijn dus dat per dag duizenden bezoekers de exploitatie garanderen. (Nog niet van gehoord? Lees Kleintje 266 'Squashen voor de armen'). Nieuwtje is dat de gemeente weer een private-public-partnership aangaat voor de exploitatie van het centrum. Met...Libéma! En wie was Libéma ook alweer? Juist; de onderneming die de gemeente miljoenen heeft gekost omdat de exploitatie van de Maaspoorthallen mislukte. Libéma verknoeide de boel daar. De Bossche burgerij mocht de schade betalen. Mogelijk kunnen politici nu vast afspreken dat wanneer het weer misgaat (zoiets gaat namelijk altijd mis, echt waar) met Libéma; dat dan het dak wordt omgesmolten en wij armoedzaaiers met rust worden gelaten.

Jaarbeurs
Diezelfde Libéma helpt de gemeente Den Bosch met haar stand op de jaarbeurs in Leuven, België. Op die beurs presenteert de gemeente zich toeristisch. Wat moet Libéma daar? Wat doen ze dan voor de stad? Hoeveel kost dat? Waar welk geld naar toe is geschoven weten we niet maar ergens moeten de stuivers gerold hebben. Of is het een kado van het bedrijf uit dank voor het hernieuwde vertrouwen in een falende exploitatie van de Maaspoorthal?

Tenniskampioen
Doet de naam Verkuijlen nog een belletje rinkelen? Ooit Wethouder van financiën (in de tijd van het Libéma-fiasco overigens en het onvergetelijke Stienstra-fiasco). Nu in de strijd geklommen met de gemeente om z'n tennispark te bevechten. In Zuid. Waar anders.

boulevard als marketinginstrument
In de B&W-collegevergadering van 28 juni 1994 is het volgende besluit genomen: "Mede in verband met het jubileum zal het Theaterfestival Boulevard dit jaar door de gemeente 'gebruikt' worden in het kader van gemeentelijke relatiemarketing activiteiten. De kosten bedragen 6.690 gulden en komen ten laste van de algemene promotie." Tsja, brood en spelen...

grenzeloze arrogantie
Op 19 februari 1986 werd Meester Rolph Aloysius Gonsalves procureur-generaal bij het openbaar ministerie in het ressort DenBosch (dit omvat de arrondissementen Breda, Roermond en Maastricht). Het is een beetje flauw misschien maar we kunnen het niet laten om een stukje over te tiepen uit Kleintje Muurkrant nummer 167 (24 april 1986): "Geboren is hij op 5 mei 1932 en in 1956 ging Gonsalves naar het (toen nog) Nederlandse Nieuw-Guinea. Daar vervulde hij een hoge job bij het Binnenlands Bestuur. Zelf zegt hij daarover: "Ik was de eerste blanke die bij de Papoea's in het Oostelijk bergland ging werken. vanwege dit exploratie-werk werd ik in 1960 benoemd tot ridder in de orde van oranje-nassau" (Brabants Dagblad 25 januari 1986). Tsjongejonge, op je achtentwintigste al 'ridder'; hij zal de Nederlanders wel prima gediend hebben aldaar. Uit een andere bron vernamen we dat hij zich ook daadwerkelijk met de hollandse koloniale bezetting heeft ingelaten en zelfs de term standrecht is met zijn naam in verbinding gebracht..." Ongelooflijk natuurlijk dat deze Gunsalvo's gewoon zijn baantje blijft vervullen. Een betere illustratie van de grenzeloze arrogantie der regenten is vrijwel onmogelijk!

Neem kontakt op met Uitgeverij Ravijn (Postbus 76116, 1070 EC, Amsterdam (020)6713459) om in het bezit te komen voor de vier tot nu toe verschenen prachtige 'Arcade-jaarboeken' voor slechts drie tientjes! Je schijnt abonnee op de Amsterdamse Grachtenkrant te moeten zijn maar ach, dat verzin je er dan maar bij. Doe ze gelijk de groetjes van het Kleintje...

ecologische brigade
Het Nicaragua Komitee Nederland organiseert een solidariteitsbrigade die begin 1995 mee gaat werken aan milieuprojecten in Nicaragua. Hiervoor zoeken wij mensen die geïnteresseerd zijn in Milieu en Midden-Amerika, met name Nicaragua. De voorbereiding van de brigade begint eind augustus 1994. Van de deelnemers wordt een actieve deelname hierin verwacht. de duur van het verblijf in Nicaragua zal in onderling overleg door de brigade zelf bepaald worden, maar dient minimaal één maand te zijn. De reis- en verblijfskosten worden door de deelnemers zelf betaald. Een voorwaarde voor deelname is kennis van de Spaanse taal of de bereidheid zich hierin zoveel mogelijk te bekwamen. geïnteresseerden kunnen zich telefonisch opgeven bij Nina Holland (030)319476 of Bé Bisschop (05750)11094.

legitimatie
Iedereen zal het nu wel weten: vanaf 1 juni 1994 moet je je kunnen legitimeren. Als witte Nederlander zal je daarvan niet veel last hebben maar wanneer je niet wit bent en geen toestemming hebt gekregen om hier te wonen valt het niet mee want een 'illegaal' dient het land uitgezet te worden. Wanneer je tot die mensen behoort die geen last van de legitimatieplicht hebben maar je daar toch zorgen over maakt is het volgende misschien een manier om dit te laten blijken:
* Tijdens een reis weiger je je kaartje te tonen en evenmin je te legitimeren. Vertel de conducteur of conductrice waarom je dit doet en vraag de politie te waarschuwen.
* Tegenover de politie herhaal je je weigering je te legitimeren. Het niet tonen van een legitimatiebewijs is een overtreding en de politie kan je 12 werkuren vasthouden (dus niet de uren meegeteld tussen 21.00 & 09.00 uur).
* Bij de rechter kun je je bezwaren nogmaals uiteenzetten.
* Bedenk je goed voordat je aan deze aktievorm meedoet. Aangehouden worden is ook voor "eigen volk" geen pretje. Excuseer je voor de overlast die je bezorgt. (Henk)

Oorlog
"oorlog is en misdaad tegen de menselijkheid. Ik weiger daarom mee te werken aan welke vorm van oorlog dan ook en zal streven naar het wegnemen van alle oorzaken van oorlog". deze verklaring is ontleend aan de beginselverklaring van de War Resisters' International. Oorlogsvoorbereiding is niet allen een zaak van dienstplichtigen en beroepsmilitairen; door het betalen van belasting of BTW doen we allemaal mee. Dienstweigeren was een middel om te protesteren tegen het leger. In bovenstaande anti-oorlogsverklaring krijgt het individuele protest tegen het militarisme een nieuwe vorm. VD wil ook mensen die tot nu toe niet persoonlijk met het leger te maken kregen, bij haar activiteiten betrekken. VD wil een grote vereniging worden waarin meningen zich bundelen in het verzet tegen oorlog, liefst in samenwerking met geestverwante organisaties. Voor meer informatie over de verklaring en lidmaatschap van VD: Postbus 94802, 1009 AV, Amsterdam (020)6680999.

stille tochten
Net als vorig jaar rond de Kerstnacht, zullen ook dit jaar in vele steden stille tochten plaatsvinden. Ditmaal is de datum Zondag 25 september, aansluitend op de Vredesweek (18 tot en met 24 september). De opzet zal breder zijn. Naast Joegoslavië, zullen ook Rwanda en Burundi aandacht krijgen en kunnen lokale organisaties zelf de accenten leggen. Er zal worden ingehaakt op het thema van de vredesweek: "Europa belooft wat". daarbij zal het met name gaan om de fasen die een (dreigend) conflict doorloopt en waarop organisaties, politiek en publiek invloed kunnen hebben: Preventie - Solidariteit - Recht. Met het oog op dit laatste zal speciale aandacht worden gevraagd voor het Internationaal Tribunaal in DenHaag over de oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië, wat nog steeds stagneert. Ook zal er meer dan vorig jaar aandacht zijn voor het geven van achtergrondinformatie en het activeren van mensen. Amnesty International zal proberen zoveel mogelijk lokale kernen te laten participeren, als logisch voortvloeisel uit hun campagne rond Kosova. Meer informatie via Pax Christi te Utrecht (030)333346 (Jan ter Laak)

Aan de huidige minister van verkeer en waterstaat, Postbus 20901, 2500 EX, Den Haag: geachte minister, enige tijd geleden heeft de PTT besloten onze post vanaf 1996 niet langer per trein te vervoeren, maar over te stappen op het wegvervoer. Wij willen u erop wijzen dat dit besluit zeker niet past binnen het kabinetsbeleid de CO2-uitstoot te verminderen. Ondanks alle mooie woorden blijkt milieuvriendelijkheid nog steeds niet te lonen. Een eerlijker belasting op het verbruik van energie en grondstoffen, lijkt me dan ook gerechtvaardigd. Pas dan zal duidelijk worden dat de ons toeschijnende winst voor latere generaties alleen maar verlies zal blijken te zijn. (deze tekst svp overschrijven of aanpassen en opsturen, toch?)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 3

CDA

Op zaterdag 3 juli presenteerde het CDA-bestuur de partijraad in Doorn het rapport van de Commissie Gardeniers met de evaluatie van de verkiezingsnederlaag van het CDA met een verlies van twintig zetels. Via de Nederlandse pers werd toegegeven, dat het CDA zijn sociale gezicht verloren had (wat juist is) en dat door de CDA-top kennelijk niet geluisterd was naar de achterban van het CDA; en naar geluiden uit de rest van de samenleving nog veel minder.
Wat aan de media niet werd kond gedaan, was het feit dat op één van die 4 evaluatiebijeenkomsten (waar ik aanwezig was), de pers als de hoofdoorzaak van het stemmenverlies werd aangemerkt. Men snakte naar maatregelen om een herhaling te voorkomen. Met name de uitzending van KRO's Reporter (over het 'stiekeme' commissariaat van CDA-baas Brinkman bij zijn frauderende oom - kleintje).
Het is overigens onjuist te veronderstellen dat de pers als vijand nummer één van het CDA gezien zou moeten worden, omdat met name het CDA onevenredig veel aandacht en zendtijd gekregen had bij de tweede kamerverkiezingen. Het genotuleerde bezwaar tegen de manipulatie van het nieuws door de media, die zo heel zwaar op de maag lag in de Utrechtse CDA-vergadering, werd niet vermeld in het evaluatierapport. Waarom eigenlijk niet? Wel werd de presentatie als kernoorzaak herkend, wat uiteindelijk een media-aspect onder eigen regie was, en niet de pers verweten kon worden.
Partijvoorzitter Mevr. Lodder, die wat haar mimiek betreft mogelijk enige verwantschap zou kunnen hebben met Z.K.H. Claus, prins der Nederlanden, gaf toe dat de voorstellen van de VVD zelfs het CDA te ver gingen, wat betreft de 'herinrichting' van de sociale zekerheid. Herinrichting is hier synoniem aan "het slopen van de bescherming" tegen de krachten van marktmechanisme, waardoor vanzelf anglo-saksische toestanden zullen ontstaan (de briefschrijver bedoelt hiermee de groeiende groep uitgekotste, afgedankte en uitgeperste burgers die veelal in vodden en achter winkelwagentjes aansjokkend het zichtbare slachtoffer zijn van een maatschappij die meer en meer gericht is op de belangen van steeds minder mensen - kleintje). De Volkskrant van 3 juli meldde reeds een sterke groei van de criminaliteit als gevolg van het mislukken van het JeugdWerkGarantieplan van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Dit laatste is niet verbazingwekkend, omdat de nieuwe wet grote bezuinigingseffecten op de werkgelegenheid van jongeren bewerkstelligt. De gemeenten moeten straks helemaal zelf opdraaien voor de kosten. veel jongeren zitten door contractopzegging nu helemaal zonder enig inkomen, waardoor crimineel gedrag de meest logische vorm van levensonderhoud begint te worden. Maar de laatste ontwikkeling staat dan, behalve de overlast van die criminaliteit, niet erg hoog op de prioriteitenlijst van het CDA en van de VVD. Wat wel hoog op het verlanglijstje van partijen als CDA en VVD staat, is het handhaven van en de groei van het rendement op kapitaal, waarvoor alles dan moet wijken. Werkgelegenheid (behalve uitbuitende slavenarbeid) in de collectieve sector, staat bij de VVD niet voorop. Ook bij het CDA ligt de prioriteit heel duidelijk bij het "rendement op kapitaal" en niet bij de werkgelegenheid, waarbij die werkgelegenheid hooguit als bron van rendement op het kapitaal gezien wordt; danwel als besparing op de overdrachtinkomens.
Wanneer ooit de kreet "Werk boven Inkomen" ergens verkracht wordt, dan is dat met de voorstellen tot bezuinigingen van de VVD; en in iets mindere mate die van het CDA. Een draconische banenvernietiging in de collectieve sector is daarvan het resultaat. Al met al is de pers zowel voor de VVD als voor het CDA uiterst coulant gebleken door die aspecten juist NIET prominent te verslaan. Direct gevolg van dit 'beleid' is uiteindelijk een sterk toenemende verpaupering van honderdduizenden, dakloosheid en criminaliteit, naast een schrikbarende toename van het aantal zelfmoorden.
Het merkwaardige is, dat de media nauwelijks aandacht besteden aan die vormen van verloedering van de maatschappij, die een rechtstreeks gevolg zijn van bezuinigingen en politieke doelstellingen. Ze stellen zelfs nooit de vraag: "wié er dan baat hebben bij een dergelijk beleid en waarom?". het niet gepubliceerde verwijt van de Commissie gardeniers, dat de media de schuld dragen voor het CDA-verlies gaat dus niet op.
Misschien is iemand bij de media toch bereid om kritiek van de minima ter kennis te brengen van de partijbesturen van CDA en VVD, middels openbaarmaking ervan? Alvast bedankt namens de 4 miljoen mensen die niets bezitten van de ruim drieduizend miljard (3000.000.000.000!) guldens aan rijkdom in dit land.
Hoogachtend,
R.W.Brockhus (kansloze werkloze van 51 jaar).

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 3

Lubbers de grote 'fraudeur'

Het is nu meer dan een jaar geleden dat via allerlei ambtelijke 'onderzoeken' een heel groot gedeelte van de nederlandse bijstandsgerechtigden als fraudeurs werden bestempeld. De beruchte onderzoeken van de commissie van der Zwan, gemeente Rotterdam en Groningen stelden zonder uitzondering dat minstens 25% van de bijstandsgerechtigden fraudeerden met hun uitkering. Zonder ook maar enige vorm van wettelijk bewijs werden de bijstandsgerechtigden gecriminaliseerd. In het parlement en de media vielen politici over elkaar heen om keiharde maatregelen tegen de bijstandsgerechtigden te eisen. Deze criminalisering van de bijstandsgerechtigden hadden uiteindelijk maar één doel: het kiezersvolk moest rijp gemaakt worden om de voorgenomen bezuinigingen op de uitkeringen te ondersteunen.
Maken de hoge heren zich publiekelijk vooral druk over de zogenaamde ongecontroleerde geldstroom naar de uitkeringsgerechtigden; over de ongecontroleerde geldstroom naar het bedrijfsleven rept men geen woord. Over de grootscheepse fraude die daarbij plaatsvindt hoor je ze al evenmin. En als zelfs blijkt dat hoge politici misbruik maken van die regelingen dan dekt men deze fraude af. Deze vorm van hypocrisie, die een uitvloeisel is van de bestaande klasse tegenstellingen in deze maatschappij blijkt vooral uit het functioneren van onze (bijna ex) minister president Lubbers. Lubbers is al bijna twaalf jaar lang, minister president en ondernemer tegelijk. Hij heeft zijn politieke positie op grove wijze misbruikt ten voordele van zijn bedrijf Hollandia Kloos.

STAALCONSTRUCTEUR ALS MINISTER
In 1968 werd de als econoom afgestudeerde Ruud Lubbers mede directie lid van het familiebedrijf Hollandia Kloos. Zijn broer Rob Lubbers was dat al sinds het overlijden van hun vader in 1963. Hollandia Kloos behoorde toen tot de vier grootste staalconstructie bedrijven van Nederland. De onderneming dreef voor een belangrijk deel op overheidsopdrachten, zoals de constructie van bruggen, sluizen e.d.
Op 21 december 1971 richten de broers een nieuwe vennootschap op, de Beheersmaatschappij Lubbers bv, hierin brachten zij hun aandelen van Hollandia Kloos onder. Toen Lubbers enkele jaren later door Joop den Uyl gevraagd werd om minister van economische zaken te worden, bracht hij zijn aandelen over in een stichting. Dit werd dus een administratiestichting boven een beheersvennootschap die weer boven Hollandia Kloos stond. Ruud Lubbers bleef natuurlijk gewoon eigenaar van de aandelen. Maar op deze manier wilde men de schijn wekken dat Lubbers als minister van economische zaken en later als minister president, een onafhankelijke positie in nam ten aanzien van het bedrijfsleven. Hoe onafhankelijk Lubbers in werkelijkheid was bewijst wel de zogenaamde Koeweit affaire.

HET KOEWEIT-PROJECT
Eind jaren zeventig wilde Kuwait Airways Corporation, de nationale luchtvaartmaatschappij van Koeweit, een vliegtuigloods laten bouwen voor twee Jumbo Jets. Een consortium, onder leiding van Atlantic Gulf and Pacific, een internationaal opererende aannemingsmaatschappij, deed het laagste bod van ongeveer 100 miljoen dollar. In dit consortium zat ook Hollandia Kloos. Atlantic Gulf zou het benodigde staalskelet voor de hangar, ongeveer 10 procent van de totale prijs, van Hollandia Kloos betrekken. Maar de order ging niet door. De Koeweities vonden de prijs van 100 miljoen dollar te hoog en Atlantic Gulf haakte af. Maar de Lubbersen hadden aan het grote internationale zakendoen geroken. Zij brachten na het afketsen van de order eigenhandig een bod uit van 80 miljoen dollar. Om internationale projecten uit te voeren werd op 24 december 1979 Hollandia Kloos International bv opgericht. Deze was een volle dochter van Hollandia Kloos. Hollandia Kloos was een staalconstructiebedrijf en had geen enkele ervaring in de aannemerij. Zo was zij totaal onbekend met de soorten contracten die er gesloten moesten worden. Ook wist zij niets af van Turnkey projecten. Turnkey projecten zijn bouwopdrachten waarbij de aannemer voor alle onderdelen en werkzaamheden verantwoordelijk is. Dit betekent dus dat planning en samenwerking met onderaannemers uit andere branches zeer essentieel is. Een kleine planningsfout leidt er dan al toe dat peperdure machines en werkploegen dagenlang werkloos moeten wachten voordat ze kunnen beginnen. Uiteraard moeten die betaald worden. Dit betekent dus dat naast een goede planning ook de afspraken met de onderaannemers op een goede wijze in allerlei contracten moeten zijn vastgelegd, om later eventuele schadeclaims te kunnen verhalen.

ESSENTIE BOUWTEKENING
Bij dit soort grote bouwprojecten is het van belang dat voordat men een contract tekent eerst met de opdrachtgever overeenstemming heeft bereikt over de bouwtekening. Dit heeft twee redenen. Ten eerste zit aan dit soort projecten altijd een tijdslimiet verbonden. Overschrijding van deze tijdslimiet leidt automatisch tot boetebetalingen door de aannemer aan de opdrachtgever. Om nu zoveel mogelijk tijd te besparen zorgt men ervoor dat, voordat men het contract tekent, er overeenstemming is over de bouwtekening. Hierdoor voorkomt men veel tijdverlies. Ten tweede is een door de opdrachtgever goedgekeurde bouwtekening van belang om achteraf te kunnen bepalen wat er aan meerwerk is opgeleverd. Het komt vaak voor dat tijdens de bouw de opdrachtgever extra aanpassingen wil. Deze aanpassingen zijn natuurlijk voor rekening van de opdrachtgever. Maar dat moet men dan als aannemer wel kunnen bewijzen.
En hiervoor is de vooraf goedgekeurde bouwtekening onmisbaar.

GEKNOEI
Voor Kuwait Airways Corporation zat het contract goed in elkaar. Zo was de opleverdatum bepaald op april 1981. Ook was er de bepaling opgenomen dat de Amro Bank een "performance bond" afgaf ter waarde van 5 miljoen gulden. Dit is een onvoorwaardelijke bankgarantie die door de opdrachtgever zonder waarschuwing of tussenkomst van de rechter opgeëist kan worden wanneer deze niet tevreden is over de geleverde prestatie = performance. Verder bezat het contract boeteclausules bij het te laat opleveren van het project. Bij de geplande aanvang van de bouwwerkzaamheden, april 1980, bleek dat Hollandia er een contractuele knoeiboel van had gemaakt. Hollandia Kloos dacht dat zij samen met Hurks International bv uit Eindhoven hoofdaannemer was van het project. Hurks International had een betonfabriek in Koeweit en zou volgens het contract de betonnen vloeren leggen en de montage verzorgen van de door Hollandia Kloos aangeleverde staaldelen. Maar Hurks was geen hoofdaannemer zoals Hollandia dacht maar gewoon een onderaannemer. Dat betekende dat Hollandia bij de aanvang van de werkzaamheden er pas achter kwam dat zij alleen de hoofdaannemer was en dus ook verantwoordelijk was voor de gehele organisatie. Dit betekende tevens dat ze alle financiële risico's zou moeten dragen!!! De gevolgen laten zich raden.

WAAR ZIJN DE TEKENINGEN?
Toen de eerste werkzaamheden, in april 1980, uitgevoerd moesten worden door Hurks International vroeg men zich daar af: "waar zijn de tekeningen"? Hollandia Kloos wist van niets. De tekeningen moesten nog gemaakt worden! In allerijl probeerde Hollandia Kloos aan bouwtekeningen te komen. Zelf kon ze de tekeningen niet maken en moest ze uiteindelijk uitbesteden aan het gespecialiseerde ontwerpbureau voor vliegtuighangars Aircraft bv. Dit betekende concreet al een tijdverlies van niet minder dan 4 maanden. Ook bleek tijdens de bouw dat allerlei werkzaamheden zoals het loodgieterswerk en de elektrotechniek nog niet uitbesteed waren aan onderaannemers. Hiervoor moesten nog op het laatste moment contracten afgesloten worden. Onderaannemers die weten dat hun hoofdaannemer in tijdnood zit weten wel wat ze moeten vragen.
Door deze hele toedracht kwam het werk in Koeweit één jaar te laat af. Dit had tot gevolg dat Kuwait Airways Corporation de laatste termijn van 8 miljoen gulden niet betaalde en de performance bond van de Amro bank, ter waarde van 5 miljoen gulden, opeiste. Bij dit directe verlies van 13 miljoen gulden kwam nog eens een totale kosten overschrijding van 40 miljoen gulden. Dus in totaal beliep het verlies van Hollandia Kloos bij dit project ongeveer 53 miljoen gulden. Als we bedenken dat het 'eigen vermogen' van Hollandia Kloos ongeveer 18 miljoen gulden was dan moeten we ons twee vragen stellen. Waarom ging Hollandia niet failliet? En wat betekende dit voor de gebroeders Lubbers persoonlijk?
Het antwoord op de laatste vraag is het eenvoudigst. Zoals gezegd was het Eigen Vermogen van Hollandia 18 miljoen gulden. Daar Ruud en Rob Lubbers de enige aandeelhouders waren betekende dat, dat zij bij een faillissement ieder 9 miljoen gulden zouden verliezen. Het antwoord op de tweede vraag is wat ingewikkelder.

BEVRIENDE ACCOUNTANT
Hollandia Kloos werd dus in 1981 en 1982 met enorme verliezen opgezadeld. Deze beliepen in totaal zo'n 53 miljoen gulden. Om nu een direct faillissement te voorkomen werden de verliezen buiten de boekhouding gehouden! Dit kon met behulp van de externe accountant drs.J.Bosman, die later voorzitter zou worden van de Nederlandse accountantsvereninging NIVRA. Het verlies werd onzichtbaar gemaakt door gewoon een niet bestaande vordering op Kuwait Airways in de boeken op te nemen die ongeveer even groot was als het verlies. Maar deze boekhoudkundige truc betekende niet dat Hollandia uit de zorgen was. Integendeel de verliezen vertaalden zich in uitgaven van reële guldens. De onderaannemers endergelijke moesten, ondanks deze boekhoudkundige truc, natuurlijk gewoon betaald worden. Om aan deze betalingen te kunnen voldoen moest er geld geleend worden. Een groot gedeelte van dat bedrag werd geleend bij de Amro Bank, de thuisbankier van Hollandia Kloos. Dit had tot gevolg dat in de loop van 1982 alle bezittingen van Hollandia in onderpand waren bij die bank. Verder werd een rekening van zo'n 13 miljoen gulden niet betaald aan onderaannemer Hurks International bv. Hollandia was een geschillenprocedure tegen Hurks gestart, vanwege het feit dat er verschil van mening was over of Hurks nu wel of geen mede hoofdaannemer bij het Kuwait project was. Deze geschillen procedure zou jaren in beslag nemen. Hoewel Hollandia dit zou gaan verliezen betekende dit in ieder geval uitstel van betaling aan Hurks. Maar ondanks al deze trucs kwam Hollandia eind 1982 in de problemen.
Daar alle zekerheden al in onderpand waren gegeven bij de Amro-Bank wilde geen enkele bank en dus ook niet de Amro Bank meer geld lenen aan Hollandia Kloos. Daarom klopte het bedrijf na beëindiging van het Kuwait project aan bij de Nationale Investerings Bank (dit is een investeringsbank waarin institutionele beleggers en overheid deelnemen voor het verstrekken van risico dragend kapitaal) voor een lening van 10 miljoen gulden met overheidsgarantie. In een brief van 27 november 1981 aan de NIB en aan het parlement had het toenmalige kabinet de voorwaarden van het AA-krediet vastgelegd. ".....Ondernemingen die in aanmerking willen komen voor de verlening van AA-kredieten moeten in de kern gezond en goed geleid zijn met blijvende mogelijkheden tot rendement en een aantoonbare behoefte hebben aan versterking van risicodragend vermogen om de activiteiten in Nederland voort te zetten c.q. uit te breiden en in welke vermogensbehoefte niet of niet op aanvaardbare wijze anderszins kan worden voorzien. Met name denken wij daarbij aan de behoefte de solvabiliteit te versterken ter realisering van op continuïteit cq expansie in Nederland gerichte plannen....."

FRAUDE
Een verklaring dat het bedrijf "in de kern gezond en goed geleid" moet zijn, moest door de thuisbankier van het bedrijf, in dit geval de Amro Bank, gegeven worden. Dit is natuurlijk een zeer rare voorwaarde. De bank die zelf geen geld meer wil lenen aan een bedrijf moet bij de aanvraag van een AA-krediet een verklaring afleggen dat het bedrijf gezond is!!! Hollandia Kloos was zo goed als failliet en gezien het debâcle in Koeweit kon je zeker niet zeggen dat het goed geleid was. Toch gaf de Amro Bank een positieve verklaring af. Een andere aanvullende voorwaarde voor het verkrijgen van een krediet is dat het bedrijf minstens een eigen vermogen moet hebben van 20% van het balanstotaal. Om dit te bepalen moet de jaarrekening gebruikt worden in het jaar voorafgaand aan de krediet aanvraag. De aanvraag vond plaats in juli 1982 en dus zou het jaarverslag van 1981 moeten dienen om te kijken of aan de vermogenseis werd voldaan. Maar in 1981 bleek het eigen vermogen van Hollandia Kloos maar iets meer dan 18% te zijn. In plaats daarvan gebruikte men gewoon de jaarrekening van 1982, waar het eigen vermogen 19,9% bedroeg.

Een AA-krediet is een achtergestelde lening. Dat wil zeggen dat bij een eventueel faillissement eerst alle andere schuldeisers betaald moeten worden voordat het AA-krediet pas terugbetaald moet worden. Hierop is maar een uitzondering; en dat zijn de aandeelhouders, in dit geval de gebroeders Lubbers. In een aanvullende voorwaarde ter verkrijging van het AA-krediet wordt gesteld dat de aandeelhouders moeten verklaren dat zij op hun beurt weer achtergesteld zijn aan het AA-krediet. En deze voorwaarde maakt natuurlijk alles uit voor de gebroeders Lubbers. Bij een eventueel faillissement betekent deze achterstelling dat zij zo goed als niets meer terug zouden zien van hun vermogen. Maar de NIB besloot dat de gebroeders Lubbers ook niet aan deze voorwaarde hoefden te voldoen.

RUDING EN DE NIB
Ondanks het feit dat Hollandia Kloos bijna aan geen enkele voorwaarde voldeed gaf de NIB dus een positief advies af aan de toenmalige minister Ruding van Financiën van het eerste kabinet Ruud Lubbers. Deze gaf op zijn beurt in mei 1983 zijn goedkeuring aan de lening aan Hollandia Kloos. Interessant is nog te vermelden dat drs. A.J. Meys, een hoge ambtenaar op het ministerie van financiën, die sinds 1 februari 1981 president directeur van de NIB was, op 25 februari 1983 tot lid van de Raad van Bestuur van de Amro Bank was benoemd (de frauderende thuisbankier van Hollandia Kloos), maar tot 1 juni 1983 nog aan de NIB verbonden bleef en dus de aanvraag van Hollandia goedkeurde.
Ondanks één van de andere voorwaarden van het AA-krediet, namelijk dat het krediet gebruikt moest worden voor investeringen in Nederland, werd het gebruikt om een verlies van 6,3 miljoen gulden aan het Koeweit project te financieren en om een gedeelte van de schuld aan de Amro Bank van 3,4 miljoen te betalen.
Het AA-krediet van 10 miljoen gulden was uiteindelijk ook maar een tijdelijke oplossing. Immers het moest terugbetaald worden. Nadat Lubbers premier geworden was werd een belangrijk deel van zijn kabinet ingezet voor een blijvende oplossing. Het ministerie van Economische Zaken vaardigde, de huidige VVD leider, Bolkenstein als toenmalig staatssecretaris af naar Koeweit om te trachten de nepvordering alsnog te innen. Toen dit niet lukte werd minister Ruding van financiën ingeschakeld. Toen deze ook geen succes had gingen, in oktober 1984, minister van den Broek (Buitenlandse Zaken) en Lubbers zelf naar Koeweit. Maar ook deze vingen bot. Naast het opvoeren van de politieke druk op Koeweit probeerde Hollandia Kloos een schade vergoeding te ontvangen van de Nederlandse Krediet Maatschappij (NCM) waar ze het project verzekerd had. Maar die pogingen hadden aanvankelijk geen succes omdat Hollandia niet aan de voorwaarden voldeed. Artikel 1 van de buitenland polissen van de NCM luidt namelijk dat de verzekerde een schadevergoeding ontvangt voor niet ontvangen betalingen mits:
1) De verzekerde tijdig en volledig aan haar verplichtingen tegenover de debiteur (Kuwait Airwyas Corporation red.) heeft voldaan.
2) Er moet geen verschil van mening zijn tussen de verzekerde en de debiteur over de vordering.
Hollandia Kloos voldeed dus aan geen van beide voorwaarden. Op de eerste plaats had ze het project niet tijdig afgeleverd en op de tweede plaats had ze een verschil van mening over een vordering van Hollandia Kloos op Kuwait Airways Corporation van maar liefst 43 miljoen gulden. Opvallend hierbij is te vermelden dat Hollandia Kloos tot twee maal toe heeft geprobeerd via de rechter, eenmaal in Koeweit en eenmaal in Amsterdam, haar gelijk te krijgen over de vordering op Kuwait Airways. Beide keren heeft ze die processen verloren.

NCM IN PROBLEMEN
Begin jaren tachtig toen de economische wereldwijde crisis zich verdiepte kwam de NCM in financiële problemen. Steeds meer nederlandse bedrijven kregen hun geld voor het uitvoeren van buitenlandse projecten, die ze bij de NCM verzekerd hadden, niet meer uitbetaald. Dit leverde grote schadeposten op voor de NCM. Vooral de financiers van de NCM waaronder de institutionele beleggers zoals de Amro Bank leden forse verliezen. In feite kwam er het op neer dat zij met het verzekeren van buitenlandse projecten uitgevoerd door nederlandse ondernemers wilden stopzetten. Hier rook Ruud Lubbers zijn kans. Politiek werd verkocht dat een eventueel ophouden van de NCM slecht was voor het nederlandse bedrijfsleven en de werkgelegenheid, daarom moest er een oplossing komen om het voortbestaan van de NCM te waarborgen. Het kabinet Lubbers kwam dan ook met een oplossing. Zo kreeg minister Ruding de opdracht om via de NCM haar financiers een bedrag van maar liefst 250 miljoen gulden uit de staatskas toe te schuiven voor de geleden verliezen. De NCM op haar beurt keurde toen de verzekerings claim van Hollandia Kloos goed en maakte een bedrag over van zo'n 15 miljoen gulden!!!!!!!

DE GOLFOORLOG
Zoals al vermeld had de politieke druk uitgeoefend op de Koeweitse regering weinig succes. Dit was ook logisch omdat Hollandia Kloos niets te eisen had van Koeweit. Hollandia Kloos was degene die zich niet aan de contracten gehouden had. Maar in 1991 veranderde de zaak. Na de inval van Irak stroopten de Koeweitse machthebbers de westerse wereld af voor hulp tegen hun strijd tegen de Irakezen. Premier Lubbers maakte van deze situatie meteen misbruik. De Koeweitse regering stond nu onder grote druk en Lubbers zal gedacht hebben "nu of nooit". Het kabinet Lubbers III wilde zich best inspannen voor de Koeweitse machthebbers maar dan moesten deze eerst de nepvordering van Hollandia Kloos van meer dan 40 miljoen gulden betalen. En zo gebeurde het dan ook. De Koeweitse machthebbers erkenden de vordering van Hollandia Kloos en betaalden in ruil voor politieke steun !!!!

Maar hier houdt het verhaal van Lubbers en zijn bedrijf niet mee op. Ook in het kader van de Nederlandse ontwikkelingshulp blijkt dat er de afgelopen 16 jaar honderden miljoenen guldens ongecontroleerd naar het bedrijf zijn gevloeid. In dit artikel zal blijken dat Hollandia Kloos een van de grootste met ontwikkelingsgeld gesteunde Nederlandse exporteurs naar Indonesië is geweest. Geweest omdat het lucratief graaien uit de ruif van ontwikkelingsgeld aan dat land afgelopen is nadat de Indonesische regering de ontwikkelingssamenwerking met Nederland heeft verbroken omdat Minister Pronk kritiek had geuit op de mensenrechtensituatie in dat land. Het stopzetten van de ontwikkelingssamenwerking betekent dus een groot verlies voor enkele nederlandse ondernemingen waaronder Hollandia Kloos. Dit zal tevens verklaren waarom Ruud Lubbers en zijn kabinet alle moeite hebben gedaan en nog doen om deze samenwerking weer op gang te krijgen door de slechte mensenrechten situatie in indonesië te bagatelliseren. Met andere woorden: het klassieke verhaal van verkwanseling van mensenrechten voor economisch gewin.

VERKEERSBRUGGEN-PROJECT
Het verhaal van Hollandia Kloos in Indonesië begon tijdens het eerste kabinet van Agt (1977-1981). In die periode werd de ontwikkelingshulp, die in de jaren zeventig meer toegespitst was op armoedebestrijding, weer meer omgezet in steun aan de Derde Wereld via exportbevordering voor het Nederlandse bedrijfsleven. In het kader van deze exportbevordering ten koste van ontwikkelingsgeld werd met de Indonesische regering overeenstemming bereikt over de bouw van vele tientallen verkeersbruggen. Dit zogenaamde verkeersbruggen-project hield in dat de Nederlandse regering vele honderden miljoenen guldens aan ontwikkelingsgeld zou doorsluizen naar de Indonesische regering in ruil waarvoor Nederlandse bedrijven deze bruggen mochten bouwen. Dit is natuurlijk een zeer kwalijke ontwikkeling. Op deze manier wordt niet meer gekeken naar wat de gewone bevolking nodig heeft om uit haar armoede situatie te geraken maar er wordt gekeken naar de belangen van de Nederlandse en Indonesische machthebbers. In dit geval is het zo dat de verkeersbruggen uiteraard moeten inpassen in een infrastructureel plan. Met andere woorden, de toegankelijkheid van bepaalde gebieden worden vergroot via weg of spoor. Vraag is natuurlijk voor wie die toegankelijkheid het grootste voordeel oplevert. Voor de gewone bevolking of voor de grote westerse multinationals en in hun kielzog de Indonesische machthebbers die op deze manier grotere delen van Indonesië kunnen exploiteren en de bevolking daardoor nog verder kunnen uitbuiten. Het antwoord laat zich makkelijk raden in een dictatuur zoals Indonesië.

ORDER AAN HOLLANDIA KLOOS
In 1978 werd de eerste order in het verkeersbruggen-project gegund aan Hollandia kloos. Deze order bestond uit een bedrag van 73,8 miljoen gulden dat volledig gefinancierd werd door de het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking. Voor deze eerste order werd een openbare inschrijving georganiseerd. Openbaar is hier een groot woord omdat het ministerie zelf 5 aannemers aangeschreven had om een bod te doen. Deze gang van zaken wordt wel vaker toegepast bij overheden en lagere overheden als men wil dat een bepaald bevriend bedrijf een order gegund moet worden. Men schrijft dan de "echte" concurrenten gewoon niet aan. Zo ook in dit geval. Van deze 5 was de grootste 'concurrent' van Hollandia Kloos de Hollandse Beton Groep (HBG). Maar zoals de naam al zegt maakte dit bedrijf de bruggen van beton en Hollandia Kloos van staal. En na een schijn- discussie op het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking werd gekozen voor bruggen uit staal. Hollandia Kloos kreeg de order.
Dat Hollandia Kloos bevoordeeld werd bleek verder uit de vervolgopdrachten die uit het bruggen-project voort vloeiden. Het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking heeft duidelijke reglementaire voorschriften die gehanteerd moeten worden bij alle hulpprojecten waarbij het bedrijfsleven betrokken is. Deze houden in dat ten alle tijden voor ieder project een openbare aanbestedingsprocedure moet plaatsvinden zodat ondernemingen dezelfde kans op een project krijgen en dat er een zo goedkoop mogelijke concurrerende prijs bedongen kan worden.
Maar deze reglementaire voorschriften zijn nooit toegepast op Hollandia Kloos. Dit bedrijf van Lubbers heeft vanaf begin jaren tachtig alle vervolgopdrachten ter waarde van 185 miljoen gulden zonder een aanbestedingsprocedure mogen uitvoeren.
Deze hele gang van zaken heeft ervoor gezorgd dat Hollandia Kloos projecten in Indonesië mocht uitvoeren met een totale waarde van 258,3 miljoen gulden waarvan 200,68 miljoen overheidssteun. (zie grafiek).

LUBBERSEN EN CDA: GRAAIEN MAAR!
In 1990 verschijnen er twee rapporten die een evaluatie geven over het verkeersbruggen-project in Indonesië. Het eerste rapport is van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en heet "Hulp of Handel". Daaruit blijkt dat er in Indonesië twee staalbedrijven zijn die technisch gelijkwaardige brugonderdelen kunnen leveren tegen een prijs die 20%-25% goedkoper is dan Hollandia Kloos. Het tweede rapport is afkomstig van het Nederlands Economisch Instituut (NEI). Ook dit instituut heeft een evaluatie gemaakt over het verkeersbruggen-project. Zij stellen in een geheim advies dat het wenselijk is dat bij vervolgopdrachten er een openbare aanbestedingsprocedure moet komen omdat Hollandia Kloos te duur is.
Een jaar later moet het ministerie weer beslissen over een vervolgorder voor de bruggen van 37,5 miljoen gulden. De conclusies van beide bovenstaande rapporten worden terzijde geschoven en Hollandia Kloos krijgt gewoon zonder aanbestedingsprocedure en in de wetenschap dat ze veel te duur is de order toegewezen. Hoofdrol bij die beslissing speelde de toenmalige directeur-generaal Internationale Samenwerking, J. van Gennip. Deze is inmiddels directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA geworden!

HULP EN MENSENRECHTEN
Deze bovenstaande situatie waarbij het Nederlandse ontwikkelingsgeld misbruikt wordt om het Nederlandse bedrijfsleven waaronder het familiebedrijf van minister president Lubbers te spekken heeft ook een ander aspect. In een corrupte kapitalistische wereld betekent dit namelijk dat ontwikkelingsgeld niet ingezet wordt voor de verbetering van de leefsituatie van de gewone bevolking. Immers door een koppeling te leggen tussen ontwikkelingshulp en mensenrechten komen de belangen van delen van het bedrijfsleven in het geding. En deze zullen op hun beurt alle druk uitoefenen op welke regering dan ook om hun belangen (= winstgevendheid) niet te schaden. De machthebbers van Ontwikkelingslanden weten dat natuurlijk ook en zij spelen dit machtsspel mee en creëren daarmee hun eigen politieke en economische speelruimte. Deze corrupte kapitalistische praktijk komt haarfijn naar voren bij de Nederlandse en Internationale Ontwikkelingshulp aan Indonesië.

SCHIJT AAN MENSENRECHTEN
Wat in Nederland gebeurt speelt zich natuurlijk ook af in andere landen in de wereld. Indonesië is vanaf de onafhankelijkheid een dictatoriale staat. Al ruim veertig jaar is het land in de macht van dictator en generaal Soeharto. Zo goed als de gehele Indonesische Elite, die alle economische macht in handen heeft, is nauw verbonden met deze Soeharto. Volgens VN rapporten is Soeharto de afgelopen veertig jaar verantwoordelijk te stellen voor de moord op 250.000 tot 500.000 opposanten van zijn regime. Tot op dit moment is er geen vrije meningsuiting, onafhankelijke vakbonden zijn verboden, politieke opposanten worden direct opgepakt gemarteld, gevangen gezet of vermoord. In 1992 bracht VN rapporteur Kooijmans (Onze latere minister van Buitenlandse Zaken) nog namens de VN een mensenrechten rapport uit waarin het systematisch martelen van gevangenen (vooral politieke) een dagelijkse praktijk was. Ondanks deze enorme schendingen van de mensenrechten is de Westerse hulp aan Indonesië gigantisch. Er is zelfs een speciale club opgericht van Westerse landen die die hulp moet coördineren. Deze club is het IGGI (Internationale Gouvermentele Groep Indonesië). Voorzitter van die club is tot 1992 altijd de ex kolonisator Nederland geweest. In 1993 bedroeg het totale bedrag aan ontwikkelingshulp aan Indonesië van deze groep ruim 9 miljard gulden. Grootste geldschieters zijn Japan en de VS.

In november 1991 is de westerse publieke wereld toevallig getuige van de brute onderdrukking van de bevolking van Oost-Timor door het Indonesische leger. Een vreedzame demonstratie tegen de indonesische bezetting eindigt in een kompleet bloedbad als het leger zonder aanleiding op de demonstranten begint te schieten. Een britse journalist die toevallig aanwezig is filmt dit bloedbad waarbij zo'n 100 mensen gedood worden. De beelden van dit bloedbad worden door vele westerse televisie-stations uitgezonden en maken een golf van verontwaardiging los. Niet alleen de Indonesische regering maar ook de westerse regeringen die nauwe economische banden hebben met het dictatoriale regime worden in grote verlegenheid gebracht. Het sprookje wat deze regeringen aan ons gewone mensen voorhouden dat economische kapitalistische ontwikkeling een verbetering van de mensenrechten en een versterking van de democratie betekent dreigde hiermee in duigen te vallen. Schijnheilig eisten de regeringen van de Westerse landen dat de Indonesische regering de verantwoordelijken van het bloedbad moesten straffen en dat er een verbetering van de mensenrechten moest komen. Ook de Nederlandse regering sloot zich hierbij aan "....Minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking verklaarde gisteravond na zijn gesprek met Alatas dat hij de Indonesische minister (van buitenlandse zaken red.) had voorgehouden dat het incident in Dili op Oost-Timor het laatste moet zijn geweest. 'Als er geen verbetering in de mensenrechten situatie optreedt, zal de EG zich beraden op haar beleid ten opzichte van Indonesië' aldus Pronk (1). Hij doelde daarmee op de mogelijkheid van stopzetting van de ontwikkelingsgelden.

NEDERLAND OUT
Hiermee overspeelde Pronk zijn hand. De Indonesische machthebbers waren razend over Pronks uitlatingen. Immers de nederlandse ontwikkelingshulp kwam vooral op de eerste plaats het nederlandse bedrijfsleven en in het bijzonder het familiebedrijf van minister president Lubbers ten goede. Een maand na Pronks uitlatingen toen de verontwaardiging van de publieke opinie over het gebeuren in Oost-timor weggeëbd was sloeg Indonesië hard terug en raakte de Nederlandse regering precies op haar pijnlijke plek. "...Die grijpstuiver (ontwikkelingshulp red.) daar bedanken wij voor. En aan een donorenclub (IGGI red.) met een inspecteur generaal als voorzitter (Nederland red.) hebben we geen behoefte. Dat was de glasharde boodschap van de minister van economische zaken van Indonesië Prawiro......Hollandia Kloos, het familiebedrijf van minister president Lubbers, is een van de bedrijven die worden getroffen door het besluit van de Indonesische regering om de ontwikkelingsrelatie met Nederland te staken...(2).

NEDERLAND UIT DE IGGI
Voordat Indonesië Nederland de wacht had aangezegd had het eerst overleg gevoerd met de VS en Japan, de grootste geldschieters binnen de IGGI. Met deze twee grootmachten die grote economische belangen hebben in Indonesië had men de afspraak gemaakt dat Indonesië Nederland hard mocht aanpakken. Uiteraard zal de Indonesische regering in ruil daarvoor de nodige economische en politieke concessies hebben moeten doen, maar daar is verder niets over bekend. Ook de andere belangrijke westerse landen werden geconsulteerd. Zelfs was al de afspraak gemaakt dat Japan de 350 miljoen gulden ontwikkelingshulp die Nederland jaarlijks geeft en nu weg zou vallen, grotendeels zou aanvullen! In Nederland moest men dan ook het volgende constateren. " ....Nederland lijkt in zijn conflict met Indonesië over de relatie tussen ontwikkelingshulp en mensenrechten geïsoleerd te staan. De Europese Commissie heeft donderdag verklaard de problemen tussen Jakarta en Den Haag als een bilaterale (alleen tussen Indonesië en Nederland red.) kwestie te zien. Geen van de dertien overige lidstaten van de internationale donorgroep IGGI heeft zich tot nu toe solidair verklaard met Nederland. Volgens diplomatieke bronnen heeft het Indonesische ministerie van Buitenlandse Zaken de ambassadeurs van Australië, Canada en Groot Brittannië in Jakarta ervan verzekerd dat het een bilaterale kwestie betreft en dat de voortzetting van hulp uit die landen op prijs wordt gesteld. Eerder zelfs nog voordat de afwijzing van de hulp aan de Nederlandse regering was bekendgemaakt, hadden de ambassadeurs van de VS en Japan dit al mogen vernemen....De verwachting is dat het hiaat dat Nederland achterlaat, in totaal zo'n 350 miljoen gulden, voornamelijk door Japan wordt opgevuld...."(3).

ONTWIKKELINGSHULP GEEN HULP
Wij gaan in dit artikel niet verder in op het enorme diplomatieke offensief dat na dit incident door de Nederlandse regering is opgezet om te redden wat er te redden valt voor het Nederlandse bedrijfsleven. De conclusies uit dit artikel zijn duidelijk. In zijn algemeenheid en dit geldt dus niet alleen voor Nederland, kan men stellen dat de westerse ontwikkelingshulp maar één hoofddoel heeft en dat is de belangen dienen van het eigen bedrijfsleven. En dat bedrijfsleven moeten we dan zien als een kleine kliek bedrijven die gelieerd zijn aan de politieke top van die landen. Ontwikkelingshulp blijkt dus een grote winstgevende ruif te zijn waaruit men naar harte lust kan graaien. De winstgevendheid blijkt zelfs zo groot te zijn dat landen elkaar beconcurreren om in bepaalde gebieden in de wereld "ontwikkelingshulp" te mogen geven. De machthebbers van ontwikkelingslanden, met een groot economisch potentieel, weten dit natuurlijk ook. En zo ontstaat er als het ware een situatie waarin deze grote ontwikkelingslanden tot op zekere hoogte westerse landen gunnen om ontwikkelingshulp te mogen geven!!!!! Uiteraard in ruil voor toekomstige ontginning van grondstoffen en uitbuiting van mensen. Dat wil zeggen men biedt de westerse landen grote potentiële (toekomstige) winstvooruitzichten aan. Zolang de machthebbers van de ontwikkelingslanden zich hier aan houden kunnen ze hun eigen politieke en economische vrijheden creëren.

Tussen deze van elkaar afhankelijke belangen wordt dan ook het internationale politieke spel gespeeld dat afgelezen kan worden aan de mensenrechtensituaties in die landen. Dit verklaard waarom bepaalde brute regimes, zoals het Indonesische, kunnen vertrouwen op grote politieke en economische steun van westerse landen. Terwijl andere landen, waar veel betere mensenrechten heersen, zoals Suriname, bij het minste of geringste de wacht worden aangezegd. Leidraad bij het bepalen van de politiek is in al deze gevallen de kapitalistische winstgevendheid voor de westerse landen.

bronnen:
Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie (SOBI) diverse knipsels NRC en Volkskrant
(1) NRC 27-2-92
(2) NRC 26-3-92
(3) VK 27-3-92

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 3

Wil de echte Bosschenaar opstaan!

Het vluchtelingenvraagstuk staat op het moment in het middelpunt van de maatschappelijke discussie. Deels door situaties elders in de wereld die mensen ertoe brengen te vluchten voor oorlog, onderdrukking en onrecht. Deels door de huidige situatie in Nederland, waar een publieke discussie in ontstaan over migranten in Nederland. Vluchtelingen en met name asielzoekers dreigen in deze discussie de 'zondebok' te worden. In deze discussie is vrijwel geen oog meer voor feiten en achtergronden, terwijl juist feitelijke kennis en achtergronden kunnen bijdragen tot meer begrip ten opzichte van vluchtelingen en hun problematiek.
Om enige nuance aan te brengen in de discussies die op het moment gaande zijn, is in opdracht van de gemeente door het Centrum van Ontwikkelingssamenwerking (COS) een tentoonstelling opgezet rondom vluchtelingen en hun problematiek. het doel van de tentoonstelling is te werken aan de vergroting van het draagvlak voor de opvang van vluchtelingen in 's-Hertogenbosch. De tentoonstelling Wil de echte Bosschenaar opstaan! gaat over de opvang van vluchtelingen in 's-hertogenbosch, vroeger en nu. Vanuit een historisch perspectief is gepoogd aan te geven dat de vluchtelingenproblematiek iets is van alle tijden en als zodanig de stad mede heeft gemaakt tot wat die nu is. Vanaf september 1994 gaat de tentoonstelling anderhalf jaar lang reizen langs allerlei organisaties en doelgroepen. Doel is dat de tentoonstelling op tenminste 25 plaatsen gedurende minimaal een week te bezichtigen is. Primaire plaatsen zijn wijk- en buurthuizen, kerken en bibliotheken. daarnaast zijn er mogelijkheden bij gezondheidscentra, ziekenhuizen, verenigingsgebouwen, scholen, en dergelijke. Tijdens de zomermaanden is bezichtiging mogelijk in de Sint Jan. Meer informatie bij het COS (073)146680.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 1

50 jaar IMF en Wereldbank is genoeg!

Bijeenkomst in Utrecht
Op 4 juni vond er in zaal Cunera in Utrecht een landelijke bijeenkomst plaats onder de titel "50 jaar IMF en Wereldbank is genoeg!". De actiegroep A SEED (Action for Solidarity, Equality, Environment and Development) organiseerde deze dag om de balans op te maken over het belang van IMF en Wereldbank op de wereldeconomie. Het rendement van het IMF en de Wereldbank is namelijk zeer laag te noemen, terwijl deze instellingen door hun beleid een positieve ontwikkeling in vooral de 'derde wereldlanden' moesten bewerkstelligen. vele van deze ontwikkelingslanden zijn echter in een negatieve spiraal van schulden beland. Nu is deze schuldencrisis in een groot aantal onderwerpen op te splitsen: milieu, drugs, belastingsteun aan banken, immigratie en de gevolgen voor vrouwen bijvoorbeeld. Onderstaand artikel beperkt zich echter tot het milieu en de ontwikkelingslanden in het algemeen. "Door de technologische vooruitgang in de twintigste eeuw en de internationaal sterk ontwikkelde media heeft alles wat zich ergens voordoet, direct elders repercussies" aldus minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking. Hiermee baseert hij zich op de 'global village' theorie, die inhoudt dat "elektronische snelwegen" (vergevorderde elektronische communicatiemiddelen) "een sterk onderling samenhangende en afhankelijke wereld scheppen". Economische crisis in een ontwikkelingsland levert niet alleen negatieve uitspattingen in dit land op, maar heeft tevens gevolgen voor de rijke geïndustrialiseerde landen die de schuldencrisis afgedwongen hebben. Vaak leiden oorlogen tot hoge schulden maar dit kan dus ook andersom. Dit leidde onderandere tot de boerenopstand in Mexico maar de schrijver wil tevens op de hachelijke situatie wijzen van Suriname en de invloed van Nederland daarop (Oud-VS-president Reagan heeft ooit zelfs aangedrongen op militaire interventie in dit land, omdat "legerleider Bouterse de kant van Cuba zou opgaan".)

inleiding
Technologie is door de eeuwen heen altijd ondergeschikt geweest aan de economie. De laatste vijftig jaar is dit proces misschien wel meervoudig versneld. Na de Tweede Wereldoorlog zijn verschillende instanties opgericht om het Westen uit de ruïnes te trekken. Het 'Internationale Monetaire Fonds' (IMF), de Wereldbank en onlangs 'General Agreements on Tariffs and Trade' (GATT) werden in het leven geroepen voor "het stimuleren van de groei van de internationale economie en de vrije wereldhandel". Neveneffecten hiervan zijn echter achterstelling van het natuurlijk milieu en ontwikkelingslanden. Pas in de 'United Nations Conference on Environment and Development' (UNCED) in Rio de Janeiro in 1992 werd erkend dat milieu en ontwikkeling onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Eind vorig jaar hebben 111 landen afspraken gemaakt over de stimulering van de vrijere wereldhandel in de GATT. Hun conclusie over het rapport dat is opgesteld door de Werkgroep 'Handel en Milieu' luidt dat "groei van handel ons in staat stelt meer te investeren in de bescherming van het milieu". Dit is echter een omgekeerde redenering, want bedrijven stellen niet vrijwillig een budget samen ten behoeve van milieutechnische aanpassingen. Ook het Europese handelsverdrag (Europese [economische] Gemeenschap) levert nog weinig hoopvol succes op. Eind jaren tachtig, begin negentig zette de overheid het mes in allerlei subsidies; massaontslagen bij bedrijven volgden door een wijziging in de concurrentie van nationaal naar internationaal gebied. De overheid en bedrijven achtten dit als onvermijdelijk om de verslechterende economie te boven te komen, zonder echter de oorzaak te aan te pakken. Die werkelijke oorzaak van de dalende economie ligt namelijk geheel anders. Na de Tweede Wereldoorlog had Europa niets meer en iedere natie werkte aan een economisch herstelprogramma om het (eigen) land weer perspectief te bieden. De jaren zeventig tot halverwege de jaren tachtig overschreden deze landen de economische norm ruimschoots en behaalde men ongekend economisch succes. Om nu (nog) meer economisch succes te behalen werden internationale afspraken van belang en werd er een nieuwe norm gehanteerd. Bij de huidige omstandigheden betekent dit echter dat Nederland onder die nieuwe economische norm ligt en dus is de 'economische achteruitgang' verkoopbaar aan de burgers.

techniek en de ontwikkelingslanden
Dhr. Hegel stelde eens vast dat het "ochtendgebed van de filosoof" uit het lezen van de krant bestond. Hierin verschijnt met regelmaat nieuws uit Suriname. Na eeuwen imperialisme/kolonialisme is de opbouw van het land na de onafhankelijkheid in november 1975 blijven steken in een politiek machtsspel. Hoewel weinigen het beseffen bevindt het land zich op de rand van een binnenlandse crisis. De slechte economische situatie is een voedingsbodem voor geweld. Vanaf de zomer van 1993 wordt er tussen de Surinaamse president en minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking onderhandeld. Op zaterdag 19 maart 1994 leek dan eindelijk een betalingsakkoord geregeld tussen Pronk en de Surinaamse ministers Assen van Planning en Mungra van Buitenlandse Zaken. Betaling van ontwikkelingsgelden zou echter alleen mogelijk zijn wanneer het IMF per kwartaal een positief rapport zal laten uitgaan aan de hand van positieve ontwikkelingen van het door hen opgestelde saneringsprogramma. President Venitiaan weigerde invloed van het IMF op de binnenlandse aangelegenheden en ging uiteindelijk niet akkoord. Hierop volgde onmiddellijk een gijzelingsaktie op de Afobaka-waterkrachtcentrale door een militaire eenheid die hiermee de regering ten val wilde brengen. Na het gewelddadig einde van die gijzeling kreeg Venitiaan kritiek te verduren, maar desondanks hield de regering stand. De Surinaamse regering stelt dat ze "een bijgesteld 'Structurele Aanpassings Programma' (SAP) zal uitvoeren op basis van een optie die neerkomt op nul gulden Nederlandse financiële ondersteuning". Dat Suriname niet happig is op het oorspronkelijke SAP-akkoord is niet zo vreemd. De SAP's plunderen (niet te verwarren met de Nederlandse politieke stroming SAP [Socialistische Arbeiders Partij] - kleintje) het desbetreffende land leeg, door grootschalige exporten af te dwingen en te bezuinigen op de gezondheidszorg, onderwijs en de sociale sector. Het 'derde wereldland' krijgt als ontwikkelingsmodel de 'Vrije Markt' opgelegd om zo openstaande schulden en de rente hierop te kunnen afbetalen. Mexico gaf in augustus 1982 als eerste land openlijk toe niet eens meer de rente af te kunnen betalen. Deze dag wordt wel als het begin van de schuldencrisis gezien, want vele landen gaven hierna eveneens toe niet meer aan de betalingsoverdracht te kunnen voldoen. Omdat hierna in grote getale de SAP-regelingen per land werden afgesloten en veel 'derde wereldlanden' dezelfde exportprodukten verkochten, daalde door dit hoge aanbod en constant blijvende vraag de prijs van deze produkten. Hierdoor bevinden de meeste landen zich nu in een grotere (milieu)catastrofe dan tien jaar geleden. Tevens zijn miljoenen mensen de afgelopen jaren gedwongen te verhuizen door verstrekte projectleningen van de Wereldbank. Ondanks dat Suriname tot nu toe de boot heeft afgehouden, ontkomen ook zij niet aan de gevolgen, vergelijkbaar met andere ontwikkelingslanden. Ook Suriname moest grootschalige houtkap toestaan en ontgon bauxiet voor de geïndustrialiseerde landen. De houtkap in Suriname wordt overigens uitgevoerd door de Indonesische houtmaatschappij Musa, die het waarschijnlijk vervolgens doorverkoopt aan het Westen. Volgens de Stichting voor een schoon Suriname vloeit deze kapitaalvlucht voort uit de Surinaamse economische crisis. In Indonesië is beroering ontstaan omtrent Musa vanwege de "twijfelachtige reputatie op het gebied van duurzaam bosbeheer". De Musa-affaire zal echter niet leiden tot een parlementair debat, omdat de president-commissaris van Musa, Roden Notosoewito, de jongste broer is van president Soeharto van Indonesië. Het dorpje Adyumakandre in Suriname wordt bedreigd door oprukkende bauxietmijnen. Volgens Prof. André Hoekama "is de regering hard bezig met de blootlegging van het binnenland, dat rijk is aan natuurlijke hulpbronnen. Daarbij wordt op geen enkele wijze rekening gehouden met de traditionele rechten van de inheemsen op grond... Het economische belang is nu eenmaal niet te rijmen met de erkenning van het binnenland". Waartoe dit kan leiden is gemakkelijk na te gaan door de positie van de Maya-boeren in Mexico te volgen die op 1 januari van dit jaar de wapen oppakten. Het NAFTA-handelsverdrag dat tegelijkertijd inging zorgt niet alleen voor een geldstroom van Zuid naar Noord, maar vervolgens worden de indianen door de toenemende toerisme-industrie in hun gebied bedreigd in hun cultuur en tradities. Voor wat Suriname betreft houdt minister pronk echter vast aan de IMF-invloed in Suriname en stelde onlangs naïef vast: "Ik ben in het verleden geen groot bewonderaar van de Wereldbank geweest. Maar de bank is bereid geweest op kritiek in te gaan. Er zit beweging in, het gaat de goede richting op. Ondanks alle kritiek is de Wereldbank toch altijd nog een zeer effectief multilateraal hulpkanaal" (Internationale Samenwerking april 1994). Dat de soevereiniteit van Suriname niet eens serieus werd genomen bleek wel weer met het grootscheepse offensief tegen een Surinaams drugskartel.

media-taktiek
Het 50-jarig bestaan van de IMF en de Wereldbank wordt aangegrepen om de negatieve gevolgen van dit beleid te benadrukken. Dat SAP's en herhuisvestingsprogramma's in de publiciteit brengen tot wijzigingen kunnen leiden bleek wel met de terugtrekking van de Wereldbank van een project voor energievoorziening (Narmadadam) in India. Dat nog veel publiciteit nodig is om veranderingen te bewerkstelligen binnen het Westerse ontwikkelingsbeleid wordt aangetoond door de volgende 'redenering' van Laurence Summers (in 1992 Wereldbank-topeconoom, nu één van President Clinton's financieel adviseurs). Deze schreef in een memo "dat extreem vervuilende bedrijven maar naar ontwikkelingslanden verplaatst moeten worden, omdat deze landen 'ondervervuild' zijn, de bevolking toch niet zo'n hoge leeftijd bereikt, de lonen laag zijn en een mensenleven daar 'goedkoper' is dan in het westen" (Sabina Voogd: Greenpeace, najaar 1993). Deze 'redenering' is van groot belang voor ontwikkelingslanden omdat het beleid van de IMF en de Wereldbank bepaald wordt door de grootste financiers, oftewel 'meeste gelden stemmen'. Juist de Verenigde Staten leveren aan deze instanties de grootste contributie (Japan, Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk volgen). De economische belangen zijn zeer groot en maatschappelijke steun om het handelen te rechtvaardigen is van groot belang. Om die steun te verkrijgen wordt de media ingeschakeld. In de VS zijn de media zodoende uitgegroeid tot een winstgevende industrie. De amerikaanse GATT-onderhandelaar Mickey Kantor hierover: "televisie, film en muziek zijn een cruciale sector in de Amerikaanse economie. Wij geloven dat mensen het recht hebben te zien wat ze willen zien, en te beleven wat ze willen horen. De democratie kan niet functioneren als je gaat bepalen wat mensen kunnen zien en horen. Wij zullen daar altijd tegen blijven strijden". De films in Europa komen voor 80% uit de VS, dat hen jaarlijks 4 miljard dollar oplevert. Terwijl de VS doorgaat met de media-expansie worden de gevolgen duidelijk. Door de monopoliepositie van CNN bijvoorbeeld tijdens de Golfoorlog was iedereen aangewezen op de 'nieuwsvoorziening' van dit station. tekst, maar van nog groter belang beeld, waren geheel gedienstig aan de belangen van de VS. Het zou voor de hand liggen de schulden van ontwikkelingslanden door de Noord-Zuid verhouding deels of geheel kwijt te schelden om hiermee een nieuw en positief signaal af te geven. Vooral A SEED timmert door middel van voorlichting en forumdiscussies hard aan de weg. Het nut van een toekomstig bestaan van de IMF en de Wereldbank valt te betwijfelen. radicale wijzigingen van hun beleid liggen voor de hand. Zo kan de democratische stemverhouding 'one country one vote' ingevoerd worden in plaats van 'meeste gelden stemmen'. hiermee komt echter het bestaan van de IMF en de Wereldbank alsnog op de tocht te staan omdat dan zeer waarschijnlijk de VS zich onvoorwaardelijk als grootste geldschieter zal terugtrekken . Overigens beheersen 24 grote bedrijven 50% van de media in de gehele VS waardoor deze het 'one country one vote'-principe onmiddellijk publiekelijk zullen maken door dit als economische regressie te verkopen.

Helaas was de opkomst op 4 juni in Utrecht (en op 29 juni tijdens de A SEED info-avond in de Bunker in DenBosch - kleintje) nogal mager te noemen (40 in Utrecht, 10 in DenBosch) om de discussie hierover zo breed mogelijk te voeren. Nu moet ik toegeven ook niet de gehele dag aanwezig te zijn geweest voor de verschillende workshops en video's, vanwege voornamelijk tijdgebrek. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt omdat de commerciële media aan dit onderwerp weinig tot niets aandacht schenken. Dit zal hopelijk veranderen op de internationale actiedag op 14 juni aanstaande. Op deze dag werd 50 jaar geleden het IMF en de Wereldbank opgericht. Wil je meer informatie hierover schrijf of bel naar: A SEED; Daalseweg 30, 6521 GM, Nijmegen (080)602939. Tevens zijn er 4 kleine doch zeer informatieve brochures door A SEED geschreven die voor maar 1,50 gulden per stuk te bestellen zijn op bovengenoemd adres (Dossier 1: vijftig jaar IMF en Wereldbank, een inleiding; Dossier 2: De schuldencrisis, een voortdurend drama; Dossier 3: het IMF, de Wereldbank en het milieu; Dossier 4: Vrouwen en aanpassing.

Michiel (8 juni 1994).

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 1

1 mei demonstratie in Rotterdam

Dat demonstreren strijdbaar kan zijn ondervinden ze al jaren in Rotterdam. Ook dit jaar was daar weer een 1 mei-demonstratie. Hieronder een verslag. Wie weet dat dit inspirerende gebruik opnieuw een solidariserende rol kan gaan spelen, ook in DenBosch...

De 1 mei-demonstratie in Rotterdam vertrok zondagmiddag om half twee vanaf het stadhuis in Rotterdam. Even over enen hadden al enkele honderden mensen zich voor het stadhuis verzameld en nadat het strijdkoor Onderseboven na enkele andere liederen de internationale had gezongen vertrok de stoet om onder het motto "Wij kiezen voor strijd tegen racisme, fascisme en crisisbeleid" door het centrum en Oude Westen van Rotterdam te gaan. Al sinds 1986 organiseert het 1 mei-comité jaarlijks een demonstratie met een vrij constante opkomst, maar 1 mei 1994 overtrof de voorgaande jaren: meer dan duizend mensen van allerlei nationaliteiten trokken in een bond (lees rood) gekleurde strijdbare optocht door de Rotterdamse straten en wegen. vele tientallen vaak fraaie spandoeken en rode vlaggen werden meegevoerd, sommige daarvan met de afbeeldingen van Lenin en Che Guevara erop. Het enige incident wat zich voordeed was vlak na het vertrek van de demonstratie; voor de kop van de stoet dook provocerend een fietster met aanhangkar op met daarop de kop van Kok met de leus Kies kok. De indruk ontstond dat ruim duizend mensen achter het portret van de PvdA-leider aanliepen. na enige 'vriendelijke' woorden staakte ze haar capriolen. "Ik doe alleen maar mijn werk" was haar verweer. De PvdA deed in Rotterdam overigens niet mee, op hetzelfde moment als waarop de demonstratie plaatsvond hadden ze een manifestatie met minister Pronk en burgemeester Peper belegd. Enige dagen voor 1 mei had de SUGBA (één van de organiserende groepen van de 1 mei-demonstratie) dan ook een briefje naar de PvdA verstuurd, waarin hen een sektarische opstelling werd verweten.
Na ruim een uur arriveerden de demonstranten weer bij het stadhuis, na een optreden van een Turkse muziek- en dansgroep voerden een reeks sprekers het woord: Iraanse en Turkse sprekers hekelden de regimes in hun land, oud-havenarbeider Piet v/d Wolk van de FNV benadrukte het belangrijke aspect van de demonstratie dat mensen van allerlei nationaliteiten schouder aan schouder liepen: "We zijn allemaal arbeiders". Het gemeenteraadslid Jaap van der Scheur riep de mensen op om te gaan stemmen omdat volgens hem de macht in het Stadhuis en de Tweede kamer ligt en vertegenwoordigers van Jongeren Tegen Racisme en van het Anti Fascisme Platform waarschuwden tegen de dreiging van racistische partijen en namen het op voor de vluchtelingen. Gaby van de Duitse Marxistisch-leninistische Partij maakte duidelijk dat de strijd die tegen het kapitalisme gevoerd moet worden in alle Europese landen plaats vindt. Arie van Kooten, WSW'er, benadrukte dat strijd succesvol is en verwees daarbij ondermeer naar ZuidAfrika waar door jarenlange strijd het ANC en Nelson Mandela de rechten voor de zwarten hebben bevochten en hebben gekregen. Regelmatig applaus was zijn deel. Daan Keller van de SUGBA stelde dat de grote progressieve politieke partijen als de PvdA in de demonstratie ontbreken omdat ze alleen maar met de verkiezingen bezig zijn en dat dat betekent dat we zelf gezamenlijk het verzet tegen de afbraak moeten organiseren. Tegen vieren werd afgesloten met het zingen van de internationale. (Daan Keller, SUGBA en voorzitter van het 1 mei-comité Rotterdam)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 1

Het Belang en Het Gevoel

Toen hij die ochtend wakker werd wist hij het zeker: vandaag zou zich een totale verandering in zijn leven voltrekken. Het was of alle energie die die nacht door mediterend en navelstarend Den Bosch was uitgebraakt zich met perverse wellust van zijn slapende geest had meester gemaakt en hem die late ochtend een ongekend gevoel van wedergeboorte gaf.
De voorafgaande weken was hij steeds somberder over zijn toekomstmogelijkheden geworden, een somberheid die was overgegaan in een diepe depressie nadat hij zelfs het Banenfestival had bezocht, maar ook daar niet de flitsende toekomst had gevonden die hij zich zo gewenst had. En hij had nog wel z'n netste pak aangetrokken, gezocht naar een paar schone sokken en zelfs een zakdoek bij zich gestoken. Hij had daar gelonkt en geknipoogt naar iedereen die er maar een beetje als werkgever uitzag, maar 't had allemaal niet mogen baten. Als maatschappelijk verschoppeling was hij naar 't festival gegaan en geheel identiek, hoewel weer een frustratie rijker, ervan teruggekomen. Diezelfde week nog bezocht hij het Arbeidsburo met de vraag of hij kon worden omgeschoold. 'Ach meneer, op uw leeftijd..?', had hij te horen gekregen en toen de rest van de middag maar weer in De Boulevard doorgebracht, de laatste tijd zo'n beetje z'n stamkroeg. Maar ook daar was 't allemaal niet meer koek en ei, want toen hij z'n traditionele jointje wilde draaien werd hij gewezen op 't nieuwe 'drugs eruit, uit goed voor u'-projekt van de Bossche politie en de horeca. 'Nou, dan niet,' had hij nog tegengesputterd en liep weer naar buiten. Thuis was inmiddels de post geweest met een brief van de sociale dienst; de uitslag van z'n herkontrole. 'Gelet op uw blablabla,' las hij, 'minimale sollicitatieaktiviteiten, blablabla, 12% korting gedurende een half jaar...'. Dat was 't moment waarop hij die rode waas voor z'n ogen kreeg, maar zich kon beheersen. Door lezing van jaargangen Kleintje Muurkrant wist hij dat 't systeem zo in elkaar zat dat 't was of je niemand persoonlijk verantwoordelijk kon stellen voor het soort ellende dat je overkwam. Want wat moest hij nou? Een ambtenaar van de sociale dienst aan z'n stropdas over de balie trekken, alsof die hoogstpersoonlijk alleenverantwoordelijk was voor deze strafkorting? Of moest hij nou het huis van Lubbers gaan opblazen en daarna een floppy naar Konfrontatie sturen met 't verhaal van het waarom?
Zo had hij weken rondgelopen en voorbijgangersters hadden steeds weer bevreemd naar het grote, vormloze pak onder z'n arm gekeken en stootten elkaar aan, want wanneer zie je nou daadwerkelijk iemand met de ziel onder de arm lopen, zeg nou zelf? De avond voor de ochtend die in de aanvang van dit verhaal de toon zet, was geheel normaal verlopen. Hij was geheel normaal naar de Boulevard gegaan, had daar geheel normaal de nodige biertjes gedronken, geheel normaal met de nodige mensen gezwetst, vervolgens op weg naar huis geheel normaal door het hek om de Sint Jan gepist, geheel normaal met het normale promillage thuisgekomen en geheel normaal de wekker niet gezet omdat geheel normaal geen baas op hem zat te wachten de volgende ochtend. Niets aan de hand dus. Maar die ochtend... hij wist het zelf even niet, maar 't was anders dan anders.
Hij voelde zich onrustig toen hij uit bed stapte, maar niet op een onprettige manier. 't Was zo'n soort puberaal verliefdheidsgevoel van de middelbare school, alsof hij wist dat ze straks weer drie rijen achter hem ook bij Franse les zat. Of dat hij het cryptogram van De Volkskrant had ingevuld en met spanning de envelop in de brievenbus deed, in de hoop dit keer tot de gelukkige prijswinnaars te behoren. Of dat die dag de nieuwe LP van z'n favoriete groep zou uitkomen en hij maar niet kon wachten tot-ie in de winkels lag. Zo'n gevoel dus...
In het keukentje, waar de weeë geur van voor de derde maal opgewarmde chili con carne van gisteravond nog hing, zette hij koffie, draaide een eerste sjekkie en smeerde een boterham met appelstroop. Drinkend, etend en rokend begon hij het ochtendritueel dat nog volstrekt normaal was. Hij kleedde zich aan en stapte naar buiten. De zon stond al hoog boven de stad, de beiaardier van de Sint Jan speelde of z'n leven ervan afhing en mensen met tassen vol groenten en grote bossen bloemen kwamen al van de Markt af. Via de opgebroken Kerkstraat ging hij linksaf de Krullartstraat in, stak het Fonteinpleintje over en liep langs de achterkant van het stadhuis. Vanuit het café op de hoek Achter het Stadhuis-Wolvenhoek wenkte hem iemand. Eerst keek hij nog of soms iemand anders werd bedoeld, maar nee, de wenk was duidelijk voor hem bestemd. Aarzelend richtte hij nog z'n linkerhand op z'n borstkas, deed een poging een vragende houding aan te nemen, maar de man aan de andere zijde van het glas liet er geen misverstand over bestaan: ja, hij werd echt bedoeld. Hij stapte het café binnen en ging naar het tafeltje van degene die hem gewenkt had. Hij kende de man niet. Gestoken in een somber, donker pak, maar met een contrasterende vrolijk-rode stropdas stond de man op en stelde zich voor als Louis Neefs. De naam kwam hem vaag bekend voor. De zich als Louis Neefs voorgesteld hebbende verschijning gebaarde hem plaats te nemen en vroeg of hij wellicht een consumptie wenste te gebruiken, doch beklemtoonde dat deze liever niet van alcoholisch karakter diende te zijn, gezien 's mans eigen levensovertuiging. 'Doe maar koffie,' stamelde hij enigszins overbluft. De koffie kwam. Er zat zelfs een koekje bij. Hij roerde wat in het kopje en vroeg zich af of dit nou de passende gebeurtenis was bij het gevoel dat hij had toen hij wakker werd. Wat zou die Louis Neefs nou van hem willen? Hij pakte het koekje, dat in een soort modern kunststof vrij-veiligcoconnetje was verpakt en had de grootste moeite het te openen. Hij keek dan ook zeer beteuterd toen hij na diverse pogingen een handjevol koekkruimels uit het zakje kon schudden. Van de zenuwen gooide hij het melkkannetje om, dat een grote vlek op het imitatie Perzisch tafelkleedje veroorzaakte en tot overmaat van ramp verslikte hij zich in de koffie, hetgeen tot een enorme hoestbui leidde en z'n overbuurman van een kwasi-artistieke bruine spikkeltjeslaag voorzag.
Al die tijd had Neefs hem aandachtig zitten observeren, nu en dan de wenkbrauwen gefronst of instemmend geknikt. Toen nam hij het woord: 'U vraagt zich ongetwijfeld af waarom ik u hier aan deze tafel ontboden heb (bijna had hij er 'meneer de voorzitter' aan toegevoegd, geheel traditiegetrouw, maar herstelde zich op 't laatste moment). Welnu, zoals u wellicht bekend ben ik leider van een politieke groepering, Bosch Belang. Zoals u wellicht ook bekend is door de vastberaden houding van deze politieke groepering ten aanzien van enkele ontwikkelingen binnen deze stad voornoemde groepering deswegen gegroeid dat wij inmiddels behoren tot de grotere politieke groeperingen op het grondgebied van de gemeente 's-Hertogenbosch. Maar dat betekent tegelijkertijd dat wij dringend behoefte hebben aan een uitbreiding van ons politiek kader teneinde op een nog adekwater wijze de voornoemde ontwikkelingen binnen deze stad met voornoemde politieke groepering te kunnen amoveren, vergeef mij het van wethouder Wijers overgenomen, doch in dit verband uiterst toepasselijke woord. Door onze goede kontakten met diverse maatschappelijke groeperingen binnen de talloze geledingen van onze gemeente heb ik uw naam doorgekregen van iemand binnen een regelmatig door u bezocht horeca-etablissement in het centrum dezer gemeente, meer expliciet De Boulevard waar, zoals u wellicht bekend een onzer raadsleden tevens bardiensten draait, hoewel wellicht verwerpelijk in dit kader toch ook tamelijk nuttig. Zo is het bekend dat u perspektiefloos over dit ondermaanse dal doolt (bemerken wij hier ook de invloed van Palaya? kleintje) en daarom doe ik u het aanbod te gaan behoren tot het aanstormend kader, de jonge honden zo u wilt wanneer u mij de vrijheid permitteert een term van de heer Kagie te gebruiken, van Bosch Belang'.
Na deze voor zijn doen korte toespraak was Neefs stil en ook de aangesprokene kon even geen woord uitbrengen. Hij roerde wat in het reeds lang geleegde koffiekopje. Neefs doorbrak de stilte. 'Wellicht dien ik u er op te wijzen dat er binnen het kader van de werkverruimende mogelijkheden van deze gemeente de mogelijkheid bestaat om via de zogenaamde banenpool te gaan functioneren binnen onze steunfraktie, zodat uw moeilijkheden met de sociale dienst tot het verleden zouden kunnen gaan behoren..'. De aangesprokene was nu geheel overdonderd. Hij keek zijn overbuurman aan en zei, na enig nadenken, akkoord te gaan. 'Dan verwacht ik u gaarne aanstaande zaterdag op mijn spreekuur aan het Hinthamereinde, alwaar wij de verdere details kunnen bespreken. Dan wens ik u verder nog een prettige dag en schud ik u de hand op onze goede toekomstige samenwerking'.
Verdwaasd liep hij weer over straat. Z'n hoofd tolde om van het onverwachte resultaat van het ochtendgevoel. Het voelde niet meer aan als een verliefdheid tijdens Franse les, niet meer als een goed opgelost cryptogram of de nieuwe LP van z'n favoriete groep. Nee, als dit nou het resultaat was van de samengebalde uitgebraakte meditatie en navelstaarderij. Op de automatische piloot stak hij de Vughterstraat over, de Snellestraat in en kwam toch weer in De Boulevard terecht. Hij had een onbedwingbare behoefte de smaak van behangselplak die zich het afgelopen uur in z'n mond ontwikkeld had met grote sloten bier weg te spoelen, levensovertuiging of niet...

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 1

Fietstocht tegen grenzeloze asfalteringsdrang

Van 20 juli tot 3 augustus vindt de internationale 'Grenzenloos'-fietstocht plaats. Enkele honderden jongeren zullen laten zien dat mobiliteit zonder auto gezond en leuk is, en onderweg samen met lokale groepen protesteren bij vliegvelden, snelwegen en havens tegen de steeds verder uitdijende vervoersstromen. Donderdagavond 28 juli bivakkeren de fietsers in Den Bosch.
(zie 'strijdperk' in verband met eventuele akties in DenBosch!)

Een klein kantoortje in een oud pand in de Utrechtse binnenstad. Enkele tafels volgestouwd met paperassen, zoemende computers. Er wordt hard gewerkt bij Jongeren Milieu Aktief (JMA). Een bespreking ter voorbereiding van de Grenzenloos-fietstocht. Tussendoor gauw even een subsidie-aanvraag de deur uit. Willen we de Gimsel vragen voor sponsoring? De tekst van een 'kettingbrief', om mensen op te roepen mee te fietsen wordt bekeken. Moeten Lucas Reijnders, of Marijne van der Vlugt (van MTV) niet op de folder met een fotootje en een korte oproep?
MacDrive op stelten
Vorig jaar fietsten duizenden jongeren naar Magdeburg in Duitsland, waar het grote AUFTAKT-festival voor milieu en tegen racisme plaatsvond. Op een reünie kort daarna bedachten deelnemers uit Nederland, België en Nordrhein-Westfalen een nieuwe tocht voor 1994, onder de naam GRENZENLOOS. De naam is samengesteld uit het Duitse 'grenzenlos' en het Nederlandse 'grenzeloos'.
Eén van de organisatoren van de Nederlandse poot van Auftakt was Gerbrand Oudenaarden (20). Hij vertelt: "Auftakt was een enorm spektakel. We begonnen in Nederland met een klein klubje, maar in Duitsland fietsten we op een bepaald moment met duizenden bij elkaar. Dat legt het verkeer van een hele stad plat. Spontane aktie-ideetjes als het rijden van een paar extra rondjes om een rotonde of een 'bezoekje' aan een MacDrive krijgen zo een enorme impact."
Gerbrand stopte voortijdig met zijn studie filosofie, en stortte zich daarna zowat full-time op de milieubeweging en de strijd tegen racisme. Af en toe pakt hij z'n rugzak en liftbordje en trekt er een week tussenuit; in december was hij nog te vinden in de besneeuwde Pyreneeën, om te protesteren tegen de autotunnel die de Vallée d'Aspe gaat doorsnijden.
Esther Hocks (22) heeft daar helaas geen tijd voor met haar drukke opleiding 'kunst- en wetenschapsstudies'. Ze deed intussen ook nog mee met een Internationaal Kreatief Kamp van de scouting in Duitsland, en is aktief in JMA-Maastricht. Zij fietste vorig jaar mee met Auftakt en raakte toen behoorlijk enthousiast. "Zo'n tocht is heel leuk, je leert veel mensen kennen. Dit jaar betrekken we er veel lokale groepen bij, maar het belangrijkste voor mij is de mogelijkheid om nieuwe mensen te bereiken. Je trekt twee weken samen op, ik hoop dat dat veel jongeren motiveert om aktief te blijven na de fietstocht."
Persoonlijk en politiek
Ter voorbereiding van de fietstocht komen enkele tientallen jongeren uit Duitsland, Nederland en België eens per maand bij elkaar. In Nederland wordt de kar getrokken door Jongeren Milieu Aktief en A SEED. Daarmee komen twee enigszins gescheiden stromen (weer) samen. De plaatselijke JMA-groepen leggen de nadruk vaak sterk op persoonlijke keuzen voor milieubewust leven, en voeren aktie in 't verlengde daarvan. Bijvoorbeeld voor kringlooppapier in de copyshop of stenen mokken in de universiteitskantine. Bij A SEED ligt de nadruk meer op de grotere politieke verbanden tussen milieu en ontwikkeling, onderzoek naar de rol van multinationals, banken en overheden en akties daartegen.
"Met Grenzenloos brengen we die twee dingen bij elkaar," zegt Gerbrand. "Lokaal spelende milieuproblemen worden in een groter verband geplaatst. Het groeiende transport wordt verbonden met de plundering van de Derde Wereld, maar ook met onze op materiële konsumptie gerichte levenswijze. In plaats van steeds maar meer, meer en nog eens meer, willen wij een betere kwaliteit van het bestaan."
De fietsers en fietsters zullen op hun route diverse plaatsen passeren waar wat mis is. Er is ruimte voor spontane akties en er worden dingen gedaan samen met lokale groepen, waaronder enkele grotere akties. Wie met de fietstocht mee wil kan de avond van 19 juli terecht op een slaapplaats in Aachen, of de 20e 's ochtends aanhaken bij het Drielandenpunt. Daar vindt de eerste aktie plaats: een maquette van een afvalberg wordt overhandigd aan een of andere hoogwaardigheidsbekleder, vergezeld van de mededeling dat de Vaalserberg niet langer de hoogste 'berg' van Nederland is. Daarna voert de tocht via Maastricht naar Sittard.
Exoties dier
De volgende tien dagen voert de tocht onder andere langs vliegveld Köln-Bonn, waar een aktie is gepland tegen een nieuwe landingsbaan die natuurgebied Wahner Heide bedreigt, en door het Ruhr-gebied, waar een weg tijdelijk omgedoopt zal worden tot 'Strassenkafee'. Terug in Nederland wordt gedacht aan een aktie samen met de binnenschippers. Die zitten in een benarde positie, terwijl ze het meest natuur- en milieuvriendelijk alternatief voor wegtransport èn de geplande Betuwespoorlijn vormen. Gerbrand: "Een idee is om met ons allen, mèt fietsen en spandoeken op een paar boten mee te varen."
Er zal ook aandacht besteedt worden aan alternatieven voor het groeiende transport, die A SEED wel samenvat onder 'regionalisering': transport zoveel mogelijk vermijden door zaken weer dichter bij elkaar te brengen. Esther: "We hebben een biologisch landbouwbedrijf bij Tiel opgenomen in de route. En we zullen ook aandacht besteden aan wat verloren dreigt te gaan: we bezoeken een bedreigd natuurgebied bij Nijmegen, en fietsen door een door de HSL bedreigd bosgebied bij Hoogerheijde. We noemen ook altijd de lokale buslijnen en treinen die wegbezuinigd worden, terwijl er wel geld is voor allerlei megaprojekten."
Het laatste deel van de tocht voert door België. Door het havengebied van Antwerpen, volgens een folder voor de fietstocht "draaipunt van de oneerlijke handelsverhoudingen die de Derde Wereld dwingen tot permanente goederenexport naar het Westen, dat overigens de mensen die de verarming proberen te ontvluchten steeds meer tegenhoudt." Het zal hier erg verleidelijk zijn om door de nieuwe Liefkenshoecktunnel - zonder fietspad! - te fietsen en het autoverkeer enige tijd op te houden.
De tocht eindigt in Brussel/Bruxelles, waar een driedaags festival plaatsvindt. Gerbrand: "Daar zullen we nog eens duidelijk maken dat we de Europese eenwording zoals die gestalte krijgt niet zien zitten. Wij willen een vrije stroom van mensen, kulturen, frisse lucht en ideeën in plaats van het vrije transport van arbeidskrachten, diensten, goederen en kapitaal dat de EU koestert."
Fran

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 2

Moest barbertje hangen? Nogmaals de SP-luchtjes

De kritiek op het SP-programma werd niet in dank afgenomen. Een reactie op de kritiek.

SP-Tweedekamer-lid Remy Poppe werd eens gevraagd of hij tegen stemrecht voor migranten was. Poppe: "Eh, nou ja, het is natuurlijk wel zo dat dat niet zo belangrijk is, er zijn wel belangrijker zaken waar de SP voor strijdt en ach, eh de migranten zelf vinden dat nu ook niet zo'n punt. En verder vinden we dat migranten natuurlijk wel enige kennis moeten hebben van de politieke situatie en moeten weten waar ze op stemmen en de vraag is of dat wel zo is (1)."

Op het artikel 'SPruitjeslucht', dat onder andere in Grenzeloos, Kleintje Muurkrant en Konfrontatie stond, kwamen een aantal reacties van mensen die het niet eens waren met de betoogtrant van het artikel. In Grenzeloos betoogt Hans Metz dat het artikel slechts één doel diende: barbertje moest hangen. Alle in het artikel aangehaalde uitspraken en citaten moesten het buitenlander-vijandige en rechtse karakter van de SP aantonen. In Konfrontatie gaf Philip Oosterlaak aan zich geërgerd te hebben aan het 'niveauloze stuk': "de grofste beledigingen aan het adres van de SP worden aan elkaar geregen." De beschuldigingen zouden nergens op gebaseerd zijn... Dat is een nogal vreemde uitspraak. Vrijwel alle gebruikte bronnen zijn SP-bronnen en wie twijfels heeft bij de beweringen leze het zelf er op na!! Ik heb in het bewuste artikel onder andere vrij uitgebreid geciteerd uit het landelijke en het Haagse SP-programma van dit jaar. Het verwijt dat de SP geen kans op een weerwoord heeft gehad is slechts waar in die zin dat ze het artikel niet vantevoren ter inzage hebben gehad. Maar is dat noodzakelijk waar zo uitgebreid wordt geciteerd? De bewering dat alle uitspraken en citaten slechts één doel hadden gaat voorbij aan de inhoud van de citaten. Dat is een vreemde manier van discussiëren.

Problemen die 'wij' hebben met de migrant als vreemdeling zijn relatief nieuw. Migratie en cultuurcontacten hebben altijd bestaan; migratie is ook iets van alle tijden. De integratieproblemen waar we het nu ineens over hebben zijn in feite ontstaan doordat er samen met de (in feite vrij recente) vorming van nationale staten ook zoiets zou zijn ontstaan als een nationale cultuur en een nationale identiteit. Veel van wat wij nu de nationale cultuur noemen is ontstaan via scholen en massamedia en was een belangrijke vereiste voor efficiënte communicatie en een op groei van produktie en kennis gebaseerde industriële maatschappij. Met name de nationale taal is daarbij een belangrijk middel (2). Het is ook exact op dit terrein dat de commissie Van der Zwan haar pleidooi houdt voor 'inburgering' van migranten.
Enkele weken geleden presenteerde de commissie Van der Zwan/Entzinger een nota over het verplicht 'inburgeren' van migranten. "Als je aan nieuwkomers eisen stelt om zich aan te passen aan de Nederlandse samenleving door ze in het arbeidsproces in te schakelen dan neem je ook van hen het odium weg van profiteurs die hier maar binnenkomen om van onze instellingen en voorzieningen gebruik te maken", zo stelde de commissie. De probleemstelling die hier wordt gedeponeerd is een voorbeeld van oorzaak-en-gevolgdenken, waarbij duidelijk wordt dat het probleem bij de migrant ligt. Zij moeten zich inburgeren en doen dat kennelijk onvoldoende. Dat er bijvoorbeeld lange wachtlijsten zijn voor migranten om Nederlands te leren is niet de fout van de overheid, maar van de migranten zelf.

Produktie-cultuur
Als deze commissieleden het over cultuur hebben, dan hebben zij het niet over klompen of spruitjes, maar over een produktie-cultuur die gevormd is door een met de staat verbonden elite en daarmee uitdrukking is van een dominante hegemonie van één sociale klasse.
Migranten en vluchtelingen hebben relatief weinig toegang tot 'ons' onderwijs en 'onze' massamedia en daarmee minder toegang tot die dominante cultuur en worden daardoor ervaren als 'vreemdelingen.'
De vraag wie wel of niet in de nationale cultuur past is uiteindelijk een vraag van politieke aard, die niet los kan worden gezien van de bestaande machtsverhoudingen. Het uitsluiten van mensen als ze zich niet willen integreren in 'onze cultuur' verwordt tot een racistische stellingname als dat bovendien gepaard gaat met het verwerpen van de 'andere cultuur'. En dat racisme wordt aangewakkerd doordat politici en media voortdurend verbanden leggen tussen sociale problemen en migranten. De SP doet hier aan mee!!
Een belangrijk deel van de migranten-problematiek bestaat uit beeldvorming, die bij de SP vervolgens weer tot conclusies leidt als: migranten moeten worden verspreid over wijken, ze moeten zich integreren (inburgeren), zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur.
Maar wat is dan die cultuur? Dat was de vraag die ik onder andere stelde in mijn artikel over de SP. Is het de cultuur van de Schilderswijk, van Vinkeveen, van Staphorst? Is het MTV of André Hazes? Volksdansen op klompen of house? Mulisch of Toon Kortooms?
Dat weet niemand en ook de SP geeft dit niet aan. Er blijft zo slechts één gangbare norm over en die is gekoppeld aan de vraag in hoeverre mensen inpasbaar zijn binnen de normen van het arbeidsproces. Als er wordt gesproken over de problemen die 'wij' met migranten hebben, dan zijn die niet het gevolg van botsende culturen (en in de praktijk kent Nederland een bont spectrum aan culturen), maar hoofdzakelijk sociaal-economisch en politiek van aard.
Hans Metz vraagt zich in Grenzeloos af waarom beweringen van de SP als: 'de oververtegenwoordiging van migranten in bepaalde wijken leidt vaak tot spanningen' zo negatief worden beoordeeld. Ik doe dat omdat het een bewering is die niet klopt en meewerkt aan het instandhouden van de beeldvorming over (bepaalde groepen) migranten. Er is geen oorzakelijk verband tussen spanningen in wijken en migranten. In de jaren dertig, toen Nederland ook werd geteisterd door een economische crisis was er net zo goed sprake van spanningen in bepaalde wijken als nu (3). Door dat wel te doen worden de sociaal-economische problemen afgewenteld op 'zondebokken' en een zich links noemende partij doet niet aan mee aan dit soort beeldvorming. Op een vergelijkbare manier worden door de SP echter reeksen dubieuze beweringen gedaan.

Identiteit
Het racisme neemt natuurlijk toe naarmate er meer buitenlanders komen, maar het moet wel gezien worden in de maatschappelijke context. Er is een samenhang tussen de slechte situatie van de bewoners van de oude volkswijken in grote steden en de verscherping van het racisme. Men heeft het slecht en kiest een zondebok. Bij een betere verdeling van de welvaart zouden de problemen minder zijn. Bovendien komt racisme niet alleen voor in de oude wijken, maar net zo goed in de betere wijken. Racisme is gewoon aanwezig in de samenleving en de vraag is in hoeverre we dat kunnen bestrijden door te pleiten voor integratie en gedwongen spreiding?
Het frappante is dat doordat 'wij' onze cultuur opdringen aan de 'vreemdeling', dat 'zij' zich vervolgens sterker bewust worden van hun eigen identiteit doordat men de eigen identiteit moet verdedigen tegen de zeer negatieve beeldvorming (4). Tegen de zeer negatieve beelden over de islam, of door het oproepen van beelden over rassenrellen. Omgekeerd wordt er nauwelijks gekeken naar wat migranten in positieve zin 'meebrengen' (5). De SP doet hier aan mee. Hun opvatting over bijvoorbeeld de islam in hun nota Gastarbeid en kapitaal is ronduit vijandig en discriminerend. Dat past overigens in een vreemde linkse traditie. Theun de Vries noemde islamieten ooit 'dit ongelukkige mensensoort' met zijn 'religie voor nomaden en struikrovers.' En Anton Constandse schreef in 1980: "Men moet zich eens indenken welke getto's er zullen ontstaan van verouderde en voor ons gevaarlijke immigranten (6)." Er is echter geen enkele reden om dit soort uitspraken genuanceerder te beoordelen omdat ze uit linkse hoek komen. Integendeel.

Het SP-beeld
De aantrekkingskracht van de rijke geïndustrialiseerde landen op de minder ontwikkelde landen zal groot blijven tenzij die landen zich economisch voldoende ontwikkelen. De sterkte van de migratiedruk zal dus in belangrijke mate afhangen van de economische ontwikkelingen van die landen. Van de SP vernemen we echter weinig over hoe er mondiaal een beleid kan komen, waardoor vluchtelingenstromen kunnen worden voorkomen. Hun recente programma's hadden een sterk nationaal karakter, waar je van een linkse partij een meer internationalistische visie zou verwachten. Dit gekoppeld aan hun populistische beeldvorming, hun roep om integratie en een negatieve benadering van de zogenaamde migrantenproblematiek roept een sfeer op die ik wantrouw.

Het recht op weerwoord heeft de SP, dat spreekt voor zich. Zowel In Konfrontatie, Kleintje Muurkrant als in Grenzeloos is dat geen probleem. Het probleem zit eerder bij de SP zelf. Van hen kwamen er vrijwel geen reacties. Ik ben zelf wèl gebeld door een zeer 'verdrietige' voorzitter van de SP-jongeren. Deze vroeg zich af waarom ik deze beweringen deed, want ze klopten toch niet en, zo vroeg hij zich af, hij snapte maar niet waarom mensen uit linkse hoek hen telkens weer aanvielen op hun migrantenstandpunt. "Jullie kunnen toch reageren" heb ik hem daarop voorgelegd, maar dat doen jullie nooit. "Ik weet niet of het dan wel geplaatst wordt." Toen ik stelde dat dat gegarandeerd werd bleek hij ineens niet zoveel tijd te hebben. Er is dus ook nog geen reactie. In dat kader is de reactie van partijsecretaris en Euro-lijsttrekker Tiny Kox in een telefoongesprek met iemand van Kleintje Muurkrant uit Den Bosch interessant: "wij zijn een grote partij en wij reageren niet in dit soort kleine blaadjes", stelde hij. Dàt is dus nog een probleem: als je groot bent heb je meer gelijk ......

Hans de Bruin

1. Weergave van telefoongesprek met SP-Tweede Kamerlid Remy Poppe in Freak Out nummer 17.
2. Een interessant boek hierover is 'Jordaners op de barricaden' van Wolf Kielich.
3. Michiel Leezenberg in 'Vreemdelingen in Nederland', Krisis nummer 54.
4. Stuart Hall in 'Het minimale zelf en andere opstellen';
5. Helma Lutz in 'De retrospectie als toekomstperspectief', Krisis nummer 54.
6. De Nieuwe Linie 2 april 1980.

Ingezonden brief naar aanleiding van SP-discussie
Naar aanleiding van de laatste uitgaven van Kleintje Muurkrant waarin verschillende stukjes over de SP stonden voel ik mij uiteindelijk toch gedwongen te reageren. In eerste instantie vond ik dit niet nodig omdat het nou eenmaal zo lijkt te zijn bij het Kleintje dat je je pas echt zorgen moet gaan maken als er positief over je (of je partij) geschreven wordt.
Wat moet het heerlijk zijn om de hele buitenwereld (politiek of niet-politiek) voor racistisch, dom, a-sociaal, kortzichtig, fascistisch, corrupt of wat dan ook te kunnen verslijten in je krant, waarmee je dan bovendien de suggestie wekt zelf volkomen onaantastbaar en heilig te zijn. In plaats van na te gaan of er niet toch een echt probleem bestaat (waarom komt extreem-rechts anders op?) verklaar je alle buitenlanders, vluchtelingen, asielzoekers etc. tot zielig en wijs je dus met de boze vinger naar die mensen die met ideeën komen over hoe we in dit land kunnen voorkomen dat er een totale tweedeling ontstaat, waarbij dan vervolgens die ontstane onderklasse prachtig gebruikt kan worden voor de stemmingmakerij van

extreem-rechts.
In mijn reactie wil ik mij vooral beperken tot de ingezonden brief van Marcel uit het laatste Kleintje: allereerst over wat er in het SP-program staat over Antilliaanse jongeren (Marcel noemt dit suggestief en Janmaat-achtig). Er staat: "Juist de ervaringen met Suriname leren hoe fataal het is ... wanneer zijn beste mensen massaal wegtrekken. Het is om die reden dat de overkomst van jongeren uit de Antillen ontmoedigd moet worden. Velen vallen hier in een diep gat, raken geïsoleerd en komen niet zelden uiteindelijk terecht in het criminele circuit. Meestal bij gebrek aan beter. Ze zijn op drift omdat ze hier noch ouders, noch familie hebben die naar hen omzien en hen kunnen corrigeren. Het leven in Nederland verschilt dusdanig van het leven op de Antillen dat ze snel uit balans raken. De overheid moet veel meer doen om de omstandigheden op de Antillen te verbeteren zodat er weer een toekomst gloort voor deze jongeren". Einde citaat.
Nou kan je natuurlijk tegen beter weten in ontkennen dat de criminaliteit onder de Antilliaanse jongeren hoog is, je kan ook beweren dat het voor en land niet erg is wanneer de beste mensen wegtrekken en inderdaad dan doe je dus maar niets en blijven Antilliaanse jongeren hierheen komen, zonder dat ze uitzicht hebben op een fatsoenlijke toekomst hier en met een steeds verslechterende situatie op de Antillen zelf. Wat dit laatste met internationale solidariteit (die Marcel bij de SP zo mist) te maken heeft, ontgaat mij totaal. Je richten op de opbouw van een betere samenleving op de Antillen heeft naar mijn mening veel met die solidariteit te maken. Niks doen en de zaak op zijn beloop laten is hier schijnbaar de enige manier om niet het risico te lopen voor racist te worden uitgemaakt. Marcel neemt het ons ook kwalijk dat we stellen dat het vaak mensen zijn uit goede posities die als asielzoeker Nederland bereiken. Waarom ons kwalijk nemen dat we de waarheid schrijven? Er moet toch een reden voor zijn dat slechts 5% van de vluchtelingen zich intercontinentaal bewegen (95% blijft dus in de regio). Het is toch logisch dat dat over het algemeen gestudeerden, mensen met geld of mensen zijn die tot voor kort tot de machthebbers behoorden. Zij zijn immers vaak eerder in staat intercontinentaal te reizen. Dit wil echter niet zeggen dat wij daarmee alle vluchtelingen op een hoop gooien, natuurlijk moeten mensen die in hun land bedreigd worden met vervolging hier een veilig onderdak krijgen. Alleen als je niet klakkeloos elke vluchteling als zielig beschouwt word je blijkbaar al meteen voor een soort racist versleten. Ik zou dan toch eens heel simpel nadenken over hoe wij aankeken tegen die "zielige" vluchtelingen in 1945 die vanuit Duitsland naar Zuid-Amerika vertrokken. Alleen al op grond daarvan is het toch reëel om niet zomaar zonder meer tegen elke vluchteling te zeggen: "Kom maar binnen, want je bent zielig".
Verder stelt Marcel dat de SP is voor verplichte/gedwongen spreiding van allochtonen over de wijken. Allereerst komt het woord gedwongen of verplichte spreiding (leugen dus) niet in ons programma voor, wat er wel staat: "De overheid moet zorgdragen voor een beleid dat een zekere mate van spreiding van deze buitenlanders mogelijk maakt". Dus geen gedwongen verhuizingen of wat dan ook. Een beleid van spreiding betekent vooral dat je geen wijken wil hebben waar eenzijdig gebouwd wordt of is. Dus goedkopere en duurdere woningen door elkaar. Dat betekent ook dat de fiatteringsgrens waardoor mensen met een laag inkomen (helaas vallen buitenlanders daar vaak onder) enkel en alleen in de goedkoopste (en dus vaak ook slechtste) woningen terecht komen moet worden afgeschaft.
Marcel stelt dat het hoe dan ook discriminatie is om iemand op grond van zijn afkomst meer of minder recht te geven op vrije vestiging (even later toont hij zichzelf echter voorstander van positieve discriminatie: dus meer of minder rechten op grond van afkomst!) rare jongen die Marcel! Leeft Marcel soms op een andere planeet? Hoezo vrije vestiging voor allochtonen? Denkt Marcel nou echt dat bijvoorbeeld een Ghanees persé naast bijvoorbeeld een Turk wil wonen. Denkt Marcel nou echt dat allochtonen op dit moment de keuze hebben om zich aan de Bossche goudkust te vestigen? Vindt Marcel het niet discriminerend wanneer je recht op vrije vestiging bepaald wordt door je inkomen? Verder vindt Marcel het uiterst grof om te praten over ghetto-vorming. Aangezien Marcel zijn brief schreef naar aanleiding van het SP-verkiezingsprogramma moet hij mij maar eens aanwijzen waar hij het woordje ghettovorming heeft gelezen !!! (weer een leugen dus).
Waar wij wel over spreken is over concentratiewijken, waarvan wij het ontstaan funest vinden voor het zo belangrijke integratieproces. Overigens wat ghettovorming betreft moet Marcel maar eens naar de Verenigde Staten kijken, waar puur door een zich nergens mee bemoeiende overheid en de heiligverklaarde marktwerking in grote steden een totale segregatie heeft plaatsgevonden. En juist dit Amerikaanse systeem wordt in Nederland meer en meer ingevoerd. Het grofst van alles vindt Marcel het feit dat wij buitenlanders die zich in Nederland vestigen willen verplichten Nederlands te leren. Dit grof vinden is typerend voor al die "goedwillende" anti-fascistische, anarcho-socialistische hemelbestormers die absoluut geen binding hebben met de dagelijkse realiteit. Bij het woordje plicht steigeren ze en stellen ze hun eigen waanideeën over vrijheid (hoe groot is die als je de taal van een land niet kan lezen, schrijven of begrijpen) boven de dagelijkse belangen van die mensen die proberen in Nederland een fatsoenlijk bestaan op te bouwen. wat voor toekomst heb je in Nederland zonder de taal te beheersen? Hoe kan er ooit iets van wederzijds begrip ontstaan tussen mensen als ze niet eens normaal kunnen communiceren. Opnieuw lijkt anti-racisme hier te bestaan uit niets doen en de zaak op zijn beloop laten. Is het niet juist de leerplicht die ervoor gezorgd heeft dat mensen kunnen meepraten, kritisch leren zijn en zichzelf verder kunnen ontwikkelen. Is het niet juist zo dat door het maken tot iets van een plicht, het daarmee ook een recht wordt, waardoor de overheid ervoor moet zorgen dat mensen gratis en zonder veel inspanning van dat recht gebruik kunnen maken? betekent het niet-leren van de Nederlandse taal niet, dat je je daarmee in een isolement plaatst, waardoor je automatisch tot de marges van de samenleving wordt gedrongen? En is dat nou niet juist hetgeen wat we met zijn allen moeten voorkomen. In het belang van de groep waar het om gaat, maar juist ook om figuren als Janmaat hun kansen te ontnemen?
Als in het Kleintje zo vaak uit ons verkiezingsprogramma geciteerd wordt waarom dan niet het volgende: "Pleiten voor een betere opvang in de regio moet niet ingegeven worden door opvattingen als zou Nederland 'vol' zijn. Ook de suggestie dat de samenleving niet genoeg veerkracht zou hebben om deze mensen op te vangen, is onzin."
Al met al blijf ik het ontzettend jammer vinden dat zoveel 'linkse' mensen die zichzelf anti-racistisch vinden zo ontzettend veel tijd en energie verspillen aan het verdacht maken van mensen en partijen die vinden dat we iets moeten ondernemen om verdergaande segregatie (en daarmee toenemend racisme) te voorkomen. Het uiteindelijke effect daarvan is, zoals ik vaak proef uit het Kleintje, dat alles en iedereen verdacht is en dat alleen de makers van het Kleintje het recht hebben zichzelf te wentelen in een zacht bed van tolerantie, wijsheid en kritisch denken. Maar al kruip je nog zo diep weg in je zelfingenomen bed, de echte wereld draait door. En die vraagt om oplossingen!
Kleintje (vooral houwen zo) ga door met de klopjacht op vermeend racisme binnen CDA, PvdA, D66, SP etc want natuurlijk is het uiteindelijk zo dat iedereen behalve jullie "fout" is. Door jullie paranoïde anti-racisme wordt het begrip "racist" steeds inhoudslozer waardoor het nu al bijna zo is dat je je beledigd moet voelen om voor anti-racist uitgemaakt te worden.
Welterusten!!!

Nico Heijmans (Rosmalen)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 1

gezocht:

- ROTARY- en LIONS-Jaarboeken, liefst zo recent mogelijk
- "The global manipulators (covert power groups of the west)", Robert Eringer, Pentangle Books, 1980
- "The trilateral commission and elite planning for world management", Holly Sklar, Black Rose Books Canada 1980
- "The radical right: a world directory", Uitgeverij Longman Group UK, 1987
- "Biografisch Woordenboek van Nederland". Deel 1 uit 1979 en Deel 2 uit 1985
- "Nederland, Oranje en de doofpot", J.Doorn, 1979
- "Als dieven in de nacht", H.A.Lunshof, 1948
- "Zakenrelaties", Marina de la Sierra, Zevenster, Driebergen, 1984
- "De koekoek in de klok", Judicus Verstegen, Querido, Amsterdam, 1969
- "The other face of terror", Andrew Bell/Ray Hill, 1988
- "Banditisme en Terrorisme", Luc van den Bossche e.a., 1986
- "De zaak Francois", Cyrille Fijnaut, Kluwer, Antwerpen, 1983
- "The great Heroin coup", Henrik Kruger, South End Press, Boston 1980
- "The Iran-Contra Connection", Marshall/Dale/Scott/Hunter, South End Press Boston 1987
- "The rise and fall of the Bulgarian Connection", Edward S.Herman & Frank Brodhead, Sheridan Square Publications, New York 1986
- "The Terrorism-Industry", Edward Herman/Gerry Sullivan, Pantheon Books, New York 1990
- "Die Mitternachtsregierung", Jurgen Roth, Rasch und Rohring Verlag Hamburg 1990
- "Een revolutie op drift", Frans Goedhart, G.A. van Oorschot, Amsterdam, 1953.
- "My war with the CIA", Norodom Sihanouk, Pelican Original, 1973.
- "Opmerkingen over de chaos", H.J.A. Hofland, De Bezige Bij, 1964.
- "The man who kept the secrets; Richard Helms & the CIA", Thomas Powers, 1979.
- "The Calvi Affair", Larry Gurwin, Macmillan, 1983.
- "Italian Labyrinth", John Haycraft, Seeker and Warburg, 1985.
- "Web of Corruption", Ray Fitzwalter and David Taylor, Granada, 1981.
- "Mind Control", Peter Schrag, Dell Publishing Co. Inc. New York, 1978.
- "Gotcha! The media, the government and the Falklands crisis, Robert Harris, Faber and Faber Limited, London, 1983.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 1

Is immigratie überhaupt een probleem?"

Tijdens de presentatie van het boek 'Nederland Open U' (uitgegeven in april 1994 door Uitgeverij Ravijn in samenwerking met het progressief solidariteitsfonds XminY) gaf sociaal-geograaf Philip Muus, werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam, in een gesproken column zijn visie onder de titel: "is immigratie überhaupt een probleem?" Wij nemen in dit Kleintje deze tekst over die we overgetiept hebben uit het XminY-bulletin van juni 1994.

1. Nederland is een immigratieland en zal dat nog voorzienbare tijd blijven. Een gemiddeld migratieoverschot (saldo) van ongeveer vijftigduizend personen per jaar is voor de eerste jaren te verwachten.
2. 1993 en 1992 laten in tegenstelling tot wat vaak gesuggereerd wordt juist een lager migratiesaldo zien dan in 1990 en 1991. Dat saldo is nu al twee jaar lager. Waarom dan die paniek? Waarom dan het woord onbeheersbaar?
3. De immigratie van Turken, Marokkanen, Antillianen en Zuid-Europeanen vertoont sinds 1991 een aanzienlijke daling. De Surinaamse immigratie stijgt licht en met name die van de ex-Joegoslaven stijgt zeer sterk. Terwijl de totale immigratie de laatste jaren qua omvang nauwelijks is veranderd, lijkt die in de berichtgeving tomeloos te stijgen. Dit is niet juist. Belangrijke herkomstlanden laten een lagere immigratie zien, sommige andere met name door asiel, een hogere immigratie.
4. Betrekken we de administratieve korrekties in het geheel, dan zijn de gekorrigeerde migratiesaldo voor de jaren 1992 en 1993 opnieuw lager dan de daaraan voorafgaande twee jaren, en tellen dan niet bijna zestigduizend personen, maar ruim veertigduizend. Een aanzienlijk verschil: niet meer, maar minder nieuwkomers die zich hier per saldo vestigen.
5. Asielverzoeken zijn heel wat anders dan ingeschreven immigranten. De één is een verzoek bij Justitie, de ander is een inschrijving in een woongemeente (niet in een of andere vorm van opvang). Van de asielverzoeken in de afgelopen twaalf maanden is een belangrijk aandeel van Europese origine, met name uit voormalig Joegoslavië. De fluktuaties van de maandelijkse asielverzoeken, die nu weer zeer hoog zijn, zijn in hoge mate te relateren aan de fluktuaties in verzoeken van ex-Joegoslaven. Hiernaast kan het haast niet anders zijn, dan dat de hoge asielcijfers van augustus en september 1993 en nu voor een groot deel te maken hebben met het verwerken van achterstallige verzoeken. Met andere woorden: het is zeer aannemelijk dat de snelheid waarmee de molens van de Immigratie- en Naturalisatie dienst malen, en het moment waarop ze gaan malen, de fluktuaties mede bepalen.
6. We zien dat asielverzoeken in geringe mate in immigratie vertaald worden omdat het merendeel van de asielverzoeken niet wordt gehonoreerd met een status. behalve personen uit voormalig Joegoslavië en enigszins uit Iran en Irak, hebben anderen zoals Somaliërs weinig of soms geheel geen kans op een A-status of een Vergunning tot Voorlopig Verblijf. We vangen niet alleen in belangrijke mate asielzoekers uit de eigen regio op, maar we verlenen absoluut en relatief vooral hen een verblijfstatus.
7. Als de oorlog in voormalig Joegoslavië stopt, en de verwachtingen zijn minder pessimistisch dan een half jaar terug, zullen op korte termijn niet alleen de asielverzoeken aanzienlijk kunnen gaan dalen, maar ook de statusverleningen. Het is onzinnig om op basis van de huidige cijfers, ontwikkelingen van het aantal asielverzoeken te extrapoleren tot in de volgende eeuw.
8. Illegalen zijn werkzaam in de Nederlandse economie. Het Nederlands Ekonomisch Instituut (voorjaar 1994) schat dat er dertigduizend mensjaren arbeid verricht wordt door illegaal verblijf houdende buitenlanders, met name in de horeca, tuinbouw en loonkonfektie. Dit nuchtere rapport heeft nauwelijks aandacht gekregen in de pers. De media lijken in verkiezingstijd liever aandacht te geven aan niet altijd geverifieerde opmerkingen van politici over illegalen en asielzoekers, dan aan nuchtere degelijke rapporten. Dit is slecht van de kant van de pers en zeer schadelijk voor de beeldvorming.
9. Het tumult in Nederland over het migratiebeleid en migratiebeheersing heeft tot nu toe met name restriktieve maatregelen opgeleverd in de zin van gezinshereniging en asiel, soms op punten waarop de werkelijkheid de maatregelen al vooruit was. Het symbolische spierballengevecht van het laatste jaar lijkt echter vooral te resulteren in een versterking van de kontrolerende taken van de Immigratie en naturalisatie Dienst. Het is de vraag of de feitelijkheid van migratie- en asielontwikkelingen niet juist een geheel andere beleidsnadruk zou behoeven. Meer gericht op integratie en minder op het maken van onderscheid, op basis van wat, ja wat?

Elke eerste dag van de maand is er van 19.00 tot 20.00 uur een WAKE bij de Willem-II gevangenis in Tilburg

"Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkaar in de geest van zuster- en broederschap te gedragen." (artikel 1 van de Universele verklaring van de Rechten van de Mens)
Wereldwijd zijn er meer dan 15 miljoen vluchtelingen. Mensen die van huis en haard verdreven worden door oorlogen, onderdrukking, uitbuiting, armoede. de meeste vluchtelingen trekken naar landen die dichtbij hun geboorteland liggen; een kleine groep zoekt hun veiligheid verder weg.
In Nederland arriveert slechts 0,2% van die vluchtelingen. Hen staat een lange beoordelingsweg te wachten: van Onderzoeks en Opvangcentrum (OC) naar Asielzoekerscentrum (AZC) en dan een ROA-huis (Regeling Opvang Asielzoekers) in een woonplaats. 70% van alle asielverzoeken wordt echter afgewezen. Afwijzing betekent dat je Nederland moet verlaten. maar de mesten kunnen niet terug naar huis. Wanneer ze in Nederland blijven, worden ze illegaal genoemd. Dan begint een moeilijk leven, ze mogen er immers niet zijn en hebben toch geld, woonruimte en werk nodig. Daarnaast is er de constante angst en dreiging om opgepakt en uitgezet te worden. Wanneer je nu opgepakt wordt, kun je worden overgebracht naar het Huis van bewaring in Tilburg. Hier is plaats voor 370 vreemdelingen. 370 mensen die opgesloten zijn tot ze Nederland uitgezet worden.
Wij zijn het niet eens met het Nederlandse toelatingsbeleid, dat er alleen op gericht is het aantal immigranten te beperken. In de praktijk betekent dit steeds hardere maatregelen om mensen 'buiten de deur te houden'. Met het sluiten van de grenzen en strengere controle achter de grenzen en binnen Nederland (denk aan de identificatieplicht!) sluit Nederland de ogen voor de redenen waarom mensen vluchten. De oorzaken blijven nu buiten beschouwing en vluchtelingen worden als 'probleem' gedefinieerd. WIJ EISEN HET VRIJLATEN VAN VREEMDELINGEN! Op hetzelfde tijdstip als deze wake, iedere eerste dag van de maand van 19.00 tot 20.00 uur bij de Tilburgse Willem-II gevangenis, is er ook een wake bij het Amsterdamse 'grenshospitium'.
"Geen der verdragsluitende landen zal, op welke wijze dan ook, een vluchteling uitzetten of terugleiden naar de grenzen van een grondgebied waar zijn (haar) leven of vrijheid bedreigd worden op grond van zijn (haar) ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn (haar) politieke overtuiging." (Vluchtelingenverdrag van Genève [1951])
Voor meer informatie:
VUURDOOP, Bisschop Zwijsenstraat 17, Tilburg (013)421982

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 275, 14 juli 1994

  • Geschreven door Archivaris
  • Categorie: 275
  • Hits: 1