recht der rijksten
Na de Tweede Wereldoorlog (1939-45) wordt Amerika gezien als de brenger en verdediger van De Democratie. Door de verkiezingsfraude (2000-01) waarmee George W. Bush president werd, rezen er vraagtekens over De Amerikaanse Democratie, ook in Nederland. Maar met de aanslagen van 11 september en de aanval op Afghanistan en Irak (2001-03) verdwenen die vraagtekens grotendeels. Was dit niet al eens eerder gebeurt? Herhaalde de geschiedenis zich? Hoe werd door Nederland tegen de democratie in Amerika aangekeken voor de Tweede Wereldoorlog?
door Theodorus Bartholomeus Maria Radestra
De Amerikaanse constitutie van 1787 vormt wereldwijd de eerste grondwet van een moderne democratie. Aan het eind van de negentiende eeuw en aan het begin van de twintigste eeuw werd in Nederland heftig gedebatteerd over het wel of niet invoeren van een algemeen kiesrecht. In deze onzekere tijd, van negatieve sociale gevolgen van de industrialisatie voor de lagere klassen, was er een democratisch baken aanwezig: de Verenigde Staten van Amerika. Hier kon het functioneren van een democratische staat in al haar facetten van nabij worden bekeken. Het functioneren van de democratie in Amerika werd beschreven in reisverhalen van Nederlanders die de VS bezochten.
De Nederlandse reizigers menen te zien dat de Amerikaanse samenleving voornamelijk draait om het verdienen van geld. De dochter van minister-president Kuyper, zag in 1907 een Amerika "der hebzuchtige geldmakers, der bluffende parvenue's, der voor niets terugdeinzende concurrentie en reklame, waar de dollar de waardemeter is, ook nog op ander dan economisch gebied". Volgens de Nederlandse waarnemers werd ook de politiek gecorrumpeerd door de invloed van het geld. Het Amerikaanse democratisch systeem was aan rotting onderhevig, de argeloze kiezer had weinig te betekenen en zijn rol was gereduceerd tot dat van stemvee. De politici in Amerika deden alles om aan stemmen te komen, om het electoraat vervolgens in de rug te steken. Een belangrijke rol was hierin weggelegd voor de media. De Nederlandse bezoekers waren geshockeerd.
Ook de man die als Nederlands grootste historicus wordt gezien, Johan Huizinga (1872-1945), verdiepte zich als redacteur van het blad De Gids intensief in de Amerikaanse politiek (1916-1932). De grondslag van de Amerikaanse samenleving had volgens Huizinga gelegen in de individualistische overlevingsdrang van de pioniers. Alle maatschappelijk instituties waren hieruit voortgevloeid, ook de politieke. De maatschappelijke organen waren geboren vanuit opportunistische overwegingen en bestonden om deze te dienen. Het industrialiseringsproces had hierbij grote gevolgen voor de cultuur gehad. De dwingende structuren van het productieproces gingen de maatschappij zodanig beïnvloeden, dat cultuur en politiek erdoor in bezit werden genomen. De politiek werd hierdoor gefinancierd en bepaald door belangengroepen, waarin ideële partijtegenstellingen teloorgingen. Het onderscheid tussen de twee partijen in het twee partijen stelsel, Democraten en Republikeinen, was vervlogen. De Amerikaanse satiricus Michael Moore merkt ook in zijn boek 'Stupid White Men' uit 2001 op dat er eigenlijk geen verschil is tussen de partijen, waarvan de politici werknemers lijken te zijn van het Amerikaanse bedrijfsleven.
De door Huizinga en anderen gesignaleerde absorptie van de politiek door belangengroepen, vertaalde zich volgens hen in een politiek stelsel dat zowel als plutocratisch als oligarchisch werd gekenschetst: de Amerikaanse samenleving werd door middel van geld geleid door een kleine overheersende elite. Met genoeg geld kon een kleine minderheid de meerderheid overstemmen, uiteindelijk ook in de besluitvorming. Pressiegroepen (zoals de National Rifle Association - NRA) weten de wil van de meerderheid (beperkingen aan het wapenbezit) met succes te weerstaan. Al in 1913 was dit gegeven voor mr. van Balen reden om het volgende op te merken: "de dwepers in Amerika kunnen bijna alles doordrijven wat ze maar fanatiek genoeg aanpakken. Komt er onder leiding van een of andere maniak een vereeniging tegen tafelgerei in de restaurants of beddegoed in de hotels tot stand, dan zal spoedig deze of gene Staat verbieden dat een hotel beddegoed verstrekt, of een restaurant messen en vorken, en men zal alles zelf moeten meebrengen."
Hoe belachelijk de situatie tegenwoordig is, is tevens het laatste wapenfeit van de NRA; ondanks de strenge anti-terreur wetgeving in de VS worden potentiële terroristen niet beperkt in het aanschaffen van wapens, munitie of explosieven. Hezbollah kan nog steeds shoppen op Amerikaanse wapenbeurzen.
Democratie betekent letterlijk 'volksheerschappij'. In een democratie wordt geen autoriteit boven de bevolking erkend; het volk is soeverein. In een oligarchie is de autoriteit van de wetten afgeleid van de autoriteit van een kleine elite; in een plutocratie garandeert de macht van het geld de autoriteit van de wetten. In een democratie daarentegen hebben de wetten autoriteit omdat degenen die de wetten moeten gehoorzamen, ze op een of andere manier hebben goedgekeurd. Hiertoe werd pas na de Eerste Wereldoorlog (1914-18) in Nederland het algemeen kiesrecht ingevoerd; in 1919 mochten ook vrouwen hier stemmen. In het parool van 27 december 2000 meent Bart Tromp, bijzonder hoogleraar in de Geschiedenis en Theorie der Internationale Betrekkingen aan de universiteit van Amsterdam, "dat de invloed van het grote geld op de politiek in de VS de democratie heeft ondermijnd en van Amerika een plutocratie" heeft gemaakt. Maar reeds een eeuw eerder constateerden medelanders dat er in Amerika geen sprake is van een democratie, maar van een plutocratische en oligarchische situatie. De heer Tromp is "van mening dat in termen van plutocratie de VS in de 20e eeuw ook een 'progressive era' heeft meegemaakt, die nu echter is weggewerkt." Naar mijn mening door de oligarchie, die al voor de Eerste Wereldoorlog in de VS aanwezig is.
Pas wanneer de Verenigde Staten van Amerika wordt aangeduid als de Plutocratische Oligarchie van Amerika, is het duidelijk dat de machtigste staat ter wereld niet beschikt over een "government of the people, by the people, and for the people". Het vecht niet voor democratie en vrijheid, maar voor de schatkist en de handelsvrijheid van een kleine overheersende elite die het land met geld regeert.
nadere informatie:Bovenstaand verhaal is een bewerking van: Alexander Roos, De stof heerscht - De cultuurschok van Amerikareizigers in de periode 1850-1940 (www.histocasa.nl/downloads/stof.doc)
www.denhaag.pvda.nl/tromp/bart_tromp_bush4.htm
story.news.yahoo.com ("Anti-terrorism efforts ignore lax U.S. gun laws", 21 mei 2003)
www.sdnl.nl/wit-view.htm
M. Moore: "Stupid White Men" (2001)
H.F.C. Ten Kate: "Reizen en onderzoekingen in Amerika" (1885)
J. Huizinga: "Mensch en menigte in Amerika" (1918)
J. Huizinga: "Amerika Levend en Denkend" (1926)
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 381, 11 juli 2003