• Archivaris
  • 437

De mensen voor nietsdoen belonen?

Bij herhaling heeft Le Sarkophage (*) beklemtoond verknocht te zijn aan de invoering van een basisinkomen dat iedere burger onvoorwaardelijk en zonder tegenprestatie toekomt. Baptiste Mylondo veegt alle gangbare bezwaren tegen het basisinkomen aan de kant en toont aan hoe ongefundeerd ze zijn.

door Baptiste Mylondo

Een ‘toereikend’ basisinkomen staat symbool voor ieders bijdrage – van welke aard dan ook – aan het scheppen van sociale rijkdom en aan de opbouw van de maatschappij. Helaas krijgt dit politieke voorstel nauwelijks voet aan de grond bij links en stuit het bovendien op tal van technische bezwaren, die zeker legitiem zijn, maar ongefundeerd.
Het komt er bij het basisinkomen simpel gezegd gewoon op neer aan de bron de helft van de gecreëerde economische waarde te onttrekken – dus van alle ontvangen inkomsten – en deze nieuwe belastinginkomsten gelijkelijk onder alle burgers te verdelen. Nu werpt men natuurlijk tegen dat, wil men een deel van de economische waarde onder alle burgers kunnen verdelen, er nog altijd daadwerkelijk economische rijkdom geproduceerd moet worden. En wie zou er nog betaalde arbeid gaan verrichten als men allen een inkomen geeft zonder dat ze daar werk in enigerlei vorm tegenover stellen?
De vraag rijst met des te meer scherpte omdat het ‘toereikende’ karakter van het basisinkomen juist wil zeggen dat het bedrag hoog genoeg is om het blijvend zonder werk te kunnen stellen! Dit is overigens het voornaamste criterium waarin het gegarandeerde inkomen zoals wij dat voorstaan verschilt van de concurrerende projecten van rechts. Als een meerderheid van rechthebbenden besluit blijvend van werken af te zien, hoe kunnen we de financiering van het basisinkomen dan zekerstellen? Men kan bovendien vraagtekens zetten bij het nut van een maatregel die erop gericht is iedere burger toegang te garanderen tot essentiële goederen en diensten, terwijl die tegelijkertijd de werknemers ontmoedigt deze goederen en diensten te produceren…

niets is minder zeker
Die vraag is zeker legitiem, maar is ze ook steekhoudend? Dat valt nog te bezien. Omdat tot op heden nog geen enkel land een basisinkomen heeft ingesteld zoals wij dat voor ogen hebben, kunnen we onmogelijk achteraf evalueren wat voor impact dit heeft op het arbeidsaanbod van individuele personen noch op het aantal vacatures. Desondanks beschikken we toch over gegevens, en wel uit tal van experimenten die in de jaren zeventig en tachtig hebben plaatsgevonden in de Verenigde Staten en Canada. Een paar duizend huishoudens ontvingen gedurende enkele jaren een inkomen – waarvan de hoogte per experiment verschilde – zonder dat ze daarvoor hoefden te werken, werk te zoeken of zich moesten wijden aan een of andere bezigheid voor het algemeen belang.
Men kan zich indenken dat de begunstigden meteen stopten met werken… Maar in werkelijkheid gebeurde dat helemaal niet! Gedurende deze experimenten daalde het aantal gewerkte uren bij gezinnen die aan de proef meededen, maar dat bleef beperkt tot slechts 9 procent  van de werktijd. Een marginale daling dus, die voornamelijk was terug te voeren op het opgeven van hun baantje door schoolgaande kinderen, op de aanvraag van werktijdverkorting door vrouwen met kleine kinderen en op het laten vallen van een baan door mensen die er meerdere hadden. Zo heeft een onderzoek onder de hoofdprijswinnaars van een Belgische variant van onze Tac-o-Tac [vert.: een Frans kansspelprogramma op tv] tegen alle verwachtingen in aangetoond dat de winst, die vergelijkbaar is met een ‘toereikend’ basisinkomen (van ongeveer tussen 700 tot 1000 euro per maand), geen enkel effect heeft gehad op het arbeidsaanbod.
 een door niets ondersteunde hypothese
 Zo ziet men maar: men hoeft zich geen zorgen te maken over de invloed van het basisinkomen op het arbeidsaanbod van de ‘steuntrekkers’ en dus op de economische activiteit van het land dat het aandurft zoiets op poten te zetten. Het is natuurlijk moeilijk conclusies te verbinden aan de resultaten die uit de verschillende experimenten en tot op heden uitgevoerde onderzoeken verkregen zijn; het zou bijzonder gewaagd zijn daaruit af te leiden dat het basisinkomen geen enkele invloed heeft op de werklust en ijver van de begunstigden. Maar het is een feit dat geen enkel experiment de hypothese van massale daling van het arbeidsaanbod ondersteunt. Mocht zich een daling van economische activiteit voordoen na de invoering van het basisinkomen, dan zou die hoogstwaarschijnlijk heel klein zijn.
Wanneer er toch werkelijk een daling van economische activiteit plaatsheeft, is het hoogst onwaarschijnlijk dat die onmiddellijk en hard toeslaat en de economie in een diepe crisis stort. Er bestaat een soort sociale traagheid die een significante daling van de economische activiteit op de korte termijn ondenkbaar maakt. Voor hen die de keuze maakten te stoppen met werken of hun arbeidstijd danig te bekorten, zou dat niet alleen hun levensstijl op losse schroeven zetten, maar ook hun levenspeil en materiële welvaart. Een dergelijke herziening kost tijd, een des te langere tijd omdat het merendeel van de huishoudens tegenwoordig te maken heeft met tal van zogenoemde ‘verplichte’ uitgaven waar ze op korte termijn niet onderuit kunnen (diverse abonnementen, huur, kredieten, vaste lasten) en die een groeiend deel van hun budget uitmaken.
Men kan zich echter ook voorstellen dat de gelukkige bezitters van een basisinkomen uiteindelijk vraagtekens gaan zetten bij hun levensstijl en ten slotte besluiten minder te gaan werken… Hoe pakken we zo’n situatie aan? Het voordeel is, zo hebben we gezien, dat een plotselinge dip niet erg waarschijnlijk is. Als er al een dip optreedt, kan die zich alleen maar geleidelijk voltrekken zodat er voldoende tijd gelaten wordt aan de autoriteiten om in actie te komen, aan ondernemingen om reorganisaties te plannen, aan de arbeidsmarkt om zich aan te passen, kortom, aan de maatschappij om zich in te stellen op de nieuwe situatie. Er kunnen meerdere mechanismen in werking gesteld worden om aan alle neergang van de economische activiteiten paal en perk te stellen of althans de gevolgen daarvan te beperken.

de daling van het arbeidsaanbod beperken
Alvorens in detail in te gaan op deze mechanismen moeten we ons goed rekenschap geven van de sociale kwesties die door dit probleem aan het licht gebracht worden. Het feit dat de stelling van een massale leegloop van de arbeidsmarkt ons lijkt te getuigen van gezond verstand, zegt veel over onze houding tegenover werken... Het zegt bovendien veel over de zinledigheid van onze banen, over het volkomen vervreemdende karakter van dit “abstracte” werk zoals Marx schrijft, van dit “heteronome” werk volgens de kritiek van Ivan Illich. Het is inderdaad een teken aan de wand dat werknemers de zin van hun werk niet meer zien buiten het krijgen van loon aan het eind van de maand. Want als de invoering van een basisinkomen onmiddellijk doet vrezen voor een algemene werkneerlegging door de werknemers, is dat wel het meest directe bewijs dat financiële dwang de enige motivatie is waarom we elke morgen gehoorzamen aan de krijsende aanmaning van de wekkerradio die ons sommeert er weer tegenaan te gaan.
Deze trieste constatering klinkt tal van werknemers ongetwijfeld als een vanzelfsprekendheid in de oren, maar op het politiek-economische vlak wordt daar helaas weinig lering uit getrokken. Als alleen het salaris beloning is voor de zinledigheid en last van ons werk, moet men dan immers geen vraagtekens plaatsen bij dit onzinnige economische beleid dat de verschaffing van almaar meer zinledig werk als enig doel schijnt te kennen. We zien hier dus een eerste mechanisme dat ons ertoe zou kunnen brengen de impact van de daling van het arbeidsaanbod te verzachten. Men vreest dat de invoering van een basisinkomen een daling zal veroorzaken in het aantal gewerkte uren, maar het zou voor alles passend zijn juist te kiezen voor een echte bezuinigingsaanpak van de werktijd. Laten we bezuinigen op onze inspanningen! Laten we ophouden een economisch systeem in stand te houden dat als enig doel heeft banen te creëren, een systeem dat op ziekelijke wijze groei nastreeft om er nog meer te creëren!

een reorganisatie van de maatschappij
Bestaan er soms geen banen die compleet overbodig zijn? Kan er dan niet bezuinigd worden op bepaalde arbeidsuren? Denk bijvoorbeeld eens aan de afvalinzameling. Buiten onze terechte ‘zorgen om het milieu’ wordt het hoog tijd de hoeveelheid op te halen en te verwerken afval te verkleinen zodat daarmee de arbeiders aan het eind van de band niet al te zwaar belast worden bij het inzamelen en recycleren daarvan. Het is toch niet zo buitenissig om te denken dat de uitkering van een gegarandeerd basisinkomen wel eens hand in hand zou kunnen gaan met een bewustwording van de burgers met betrekking tot de verwerking van huishoudelijk afval? Een vanuit sociaal oogpunt gewenste bewustwording, én een die in ieder geval onontkoombaar zal blijken te zijn als steeds minder werknemers bereid worden gevonden om dit soort klussen op te knappen wanneer ze eenmaal hun basisinkomen in de zak hebben.
Behalve de verminderde behoefte aan werk na een maatschappelijke reorganisatie, kunnen we ook andere mechanismen onder de loep nemen waarmee een eventuele algemene werkneerlegging van de werknemers tegemoet getreden kan worden. We realiseren ons dat waarschijnlijk de zwaarste en minst appetijtelijke banen niet meer of moeilijk ingevuld zullen worden. Aan de top van de piramide – de vorm die de meeste ondernemingen tegenwoordig hanteren – bevinden zich de meest stimulerende en interessante banen, maar deze bovenlaag steunt wel op een veel bredere basis met banen die totaal niet interessant zijn.
We moeten dus vraagtekens zetten bij de organisatievorm van grote ondernemingen. De invoering van een gegarandeerd basisinkomen nodigt ons daartoe uit en moedigt ons aan meer horizontale samenwerkingsvormen te vinden. Dat zou dan met name leiden tot een veel rechtvaardiger verdeling van het werk zodat het vervelende en oninteressante werk niet meer alleen het lot is van de kansarmen onder ons. Het werk zelf zou op die manier meer zin krijgen; we stellen er weer belang in omdat we mee mogen doen aan de meest interessante en voldoening schenkende taken.
En ten slotte kunnen we ons dan tevens verlaten op de marktwerking en de financiële prikkel die uitgaat van het resterende werk – het inspannende en ondankbare werk dat toch door iemand gedaan moet worden – waar altijd wel iemand voor te porren is. We kunnen er zeker op rekenen dat het spel van vraag en aanbod, de marktwerking, zal zorgen voor een verhoging van de lonen van de ‘slechte banen’. De zwaarte van het werk wordt op die manier ook beter beloond dan vandaag de dag gebeurt, en dat is terecht! Tegelijkertijd zien we ten gevolge van deze verschuiving van waarden het tegenovergestelde gebeuren bij de banen die het interessantst zijn, die de meeste voldoening schenken, het best betaald zijn en dus het meest gewaardeerd worden. Deze gaan nu beloond worden volgens een systeem van veiling bij afslag.
Aangenomen dat alle voorgaande voorzieningen er niet in slagen de hypothetische dip van het arbeidsaanbod te lenigen, blijft de staat nog een laatste redmiddel om de zaak onder controle te houden. Een neergang van de economische activiteit ten gevolge van een daling van het arbeidsaanbod zal automatisch leiden tot een verhoogde aansporing tot werken. Omdat het gegarandeerde basisinkomen gefinancierd wordt met een constant deel van de gecreëerde economische rijkdom, zal elke neergang in economische activiteit een evenredige daling van het bedrag van het basisinkomen met zich meebrengen waardoor de financiële prikkel om te gaan werken weer opleeft. We worden dus aangemoedigd net genoeg te werken om in onze behoeften te voorzien; en door op die manier te werken dragen we allemaal bij aan de productie van goederen en diensten en voorzien we in de behoeften van de maatschappij.

dat is niet zo erg!
Kortom, we hebben allereerst gezien dat niets erop schijnt te wijzen dat de invoering van een gegarandeerd basisinkomen noodzakelijkerwijs een massale leegloop van de arbeidsmarkt tot gevolg zal hebben; we hebben ook gezien dat, mocht het aantal gewerkte uren toch sterk teruglopen, alles erop wijst dat dit een geleidelijk proces is en dat de maatschappij dus genoeg tijd krijgt zich daarop in te stellen en de economische en sociale impact ervan te verzachten. Ten slotte kan men zich ook afvragen of een dergelijke neergang wel zo problematisch is.
Wat heeft men na dit alles eigenlijk te vrezen van een vermindering van het arbeidsaanbod? Waarom zo in paniek over de leegloop van de arbeidsmarkt terwijl men de zes miljoen [vert.: situatie in Frankrijk] werklozen en werknemers die in een wankele positie verkeren vandaag de dag nauwelijks fatsoenlijk, vast werk kan bieden. Is het niet de oplossing voor het werkloosheidsprobleem waarop we zitten te wachten? Aangemoedigd door het vooruitzicht van een gegarandeerd basisinkomen kunnen bewust werklozen als het ware hun arbeidsplaats afstaan aan ongewild werklozen die nu nog uitgesloten zijn van werk. Wie hoor je daarover klagen?
Sommigen vrezen natuurlijk dat de balans naar één kant zal doorslaan omdat er meer mensen uit het arbeidsproces zullen vertrekken dan er binnenkomen. In dat geval kan de invoering van een basisinkomen zich daadwerkelijk vertalen in een neergang van de economische activiteit, met het gevaar dat de maatschappij niet meer in haar behoeften kan voorzien. Maar nogmaals, een dergelijke neergang is niet zeker. De invoering van een basisinkomen zal zeker een vermindering van de arbeidstijd met zich meebrengen, maar dit hoeft nog niet per se een even grote verlaging van de productiviteit te betekenen. Denk maar eens aan de overgang naar de 35-urige werkweek in Frankrijk; deze heeft uiteindelijk gezorgd voor een duidelijke productiviteitsverhoging. Verlaging van de werktijd kan gedeeltelijk gecompenseerd worden door een dientengevolge grotere productiviteit per uur van de werknemers. De hypothetische verlaging van het aantal gewerkte uren zal dus al met al niet zo’n rampzalig effect hebben op de economische activiteit.
En als er dan toch een neergang optreedt in economische activiteit, is dat dan echt zo verschrikkelijk? Waarom maken we ons druk over een eventuele dip terwijl we vandaag de dag te veel produceren? Zoveel is zeker, vanuit ecologisch oogpunt produceren en consumeren we simpelweg veel te veel. Maar we consumeren ook veel te veel vanuit sociaal oogpunt. Anders gezegd, we leven ontegenzeggelijk boven onze stand, en ook ver boven onze behoeften. Mocht zo’n neergang bewaarheid worden, dan is dat het beste bewijs voor onze overproductie en overconsumptie. Dit zou ook betekenen dat de rechthebbenden op een basisinkomen zouden instemmen met een duidelijke verlaging van hun levensstandaard en welvaart in ruil voor een aanzienlijke vermeerdering van hun vrije tijd en verhoging van hun levenskwaliteit en welzijn. Maar is dat eigenlijk ook niet een van de doelen van het basisinkomen?

* Uit Le Sarkophage (nummer 19), een tweemaandelijks Frans tijdschrift in krantvorm met politieke analyses. De krant heeft als subkop “Comprendre, c’est désobéir”, ofwel: Begrijpen is ongehoorzaam zijn. De Nederlandse vertaling is van Halewijn.

Dit bericht is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 437, 4 maart 2011

  • Hits: 365

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch