• Archivaris
  • 402

Ouderdom komt met de jaren

Ik geloof dat ik gek word. En wat me nu opvalt is dat niemand me om die reden respecteert: ik bedoel, mijn vaste en zekere overtuiging dat ik een wanende toekomst tegemoet ga, compleet met winterse sneeuwvlokjes, lenteklokjes en paasgebeier, hazepootjes en tientallige mysteriën is voor geen sterveling reden om mij serieus te nemen. Om te denken dat ik net als elk ander mens recht heb op mijn plaats in deze samenleving, met behoud van datgene wat integraal onderdeel is van mijn zijn, mijn essentie. Nog niet zo lang gelden zag ik in de etalage van een kantoorboekhandel een enorm uitvergrote foto van de Bossche stadswallen, blik op de Zuidwal met verkrottende woninkjes, elektriciteitshuisje uit de tijd van de stadstram... een foto die quarakter een perfecte weergave was van de jaren vijftig, de jaren die ik als kind zo goed gekend heb. En ineens realiseerde ik me: die foto ben ik, een relict uit de jaren vijftig, zwart-wit met sombere schaduwen die met de mantel der duisternis proberen te bedekken wat niemand wit weten, en waarover iedereen praat. Onbenulligheden die in een nog onbenulliger omgeving al gauw mondiale proporties aannemen, poppenkast van plaatselijke prietpraat... ik geloof dat ik gek word. Ook van die stadstram, ik heb zelden een tram zo stram gezien, sigarenboeren en grootgrutters bepalen nog altijd de skyline van mijn geboortestad. Hoezo, mijn stad? Was dat maar zo, dan bestond er nog een kleine kans dat het ooit nog eens goed komt. Maar nee, de stad is in handen van regenten en geborneerde politici, en iedereen weet dat een politicus iemand is die niks kan. Een beetje slap lullen, maar dat levert natuurlijk niks op, en al helemaal geen geld. Dus het geld wordt uit de zak geklopt van de stedelingen. En dan krijg je zo'n merkwaardige situatie dat de Bossche bevolking betaalt voor de aanleg van een parkeerterrein, en vervolgens ook nog moet dokken om van dat terrein gebruik te maken. Bijvoorbeeld. Het is toch om gek van te worden...
Maar ik moet geloof ik iets rechtzetten. Politici kunnen wel iets. Politici kunnen iets wat ze heel belangrijk maakt, politici kunnen iets beter dan gewone mensen waardoor ze onmisbaar zijn. Politici kunnen liegen. Da's nog niet, liegen op het niveau waarop politici liegen. Liegen op een manier die je doet denken dat ze oprecht zijn. Liegen met een innemende glimlach op je goedgekapte smoel. Liegen met een blik van hondentrouw en opperste eerlijkheid in je hemelsblauwe oogjes. Dat er zulke professionele leugenaars bestaan is natuurlijk reuze handig voor sigarenboeren en grootgrutters die dan zelf niet meer hun, natuurlijk financiële, belangen hoeven te verbloemen, maar dat met een gerust hart kunnen overlaten aan hun zetbaasjes, de politici. En mocht zo'n politicus op een gegeven moment zelf gaan geloven in zijn integriteit, de sukkel, dan is hij of zij dankzij het democratische kiesstelsel snel genoeg uitgerangeerd.
Liegende politici, ik bedoel, politici, we kennen er allemaal voorbeelden van, en zo langzamerhand lijkt het wel alsof we ermee hebben leren leven. "Toegegeven, er zijn in het verleden fouten gemaakt, maar we moeten nu naar de toekomst kijken". Ja, want daar liggen weer nieuwe leugens op ons te wachten.

"Tout le monde ment (tout te monde ment)
le gouvernement ment énormément"

en waarom is er geen Badmode voor Bejaarden?

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 402, 13 mei 2005

  • Hits: 339

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch