• Archivaris
  • 392

Joke Kaviaar (014)

Een statement tegen de stilte

Niet in mijn naam
Deportaties uit het land van de tulpen
Dove oren in het land van de molens
Een trap na in het land van de klompen

door Joke Kaviaar

En weer zet de minister haar handtekening onder een doodvonnis, afgeschermd door wetten en regels en goedgekeurd door de democratie. En weer worden mensen uit huizen gesleurd omdat zij geen papieren hebben, alleen maar verhalen die niet worden geloofd want ze weten teveel van wat wij niet weten willen en zo worden wij, kiezers, afwachtenden, verlengstuk van folteraars en moordenaars en wij sturen hun slachtoffers terug naar hen, maar niet voordat wij hen wekenlang op vier vierkante meter tussen muren van beton, tussen prikkeldraad en leugens, hebben voorbereid op wat hen daar wacht. Een voorproefje slechts. Isolatie, uitsluiting, geen uitzicht, geen lucht, geen adem, geen rust want wij verlenen graag passage voor de tirannie, want wij zetten het stempel op het hoofd van een mens zonder paspoort, want wij verlenen status aan diezelfde minister die haar handtekening zet, met mooie krullen en een vloeiende pen van zilver, gedoopt in bloed, in een lederen zetel in de balzaal van de staat en ja, in mijn naam, in mijn naam doet zij dat en daar verdient zij maandelijks duizenden pegels mee.

Niet in mijn naam
Uitbuiting in het land van de handel
Vogelvrij in een land dat vleugels uitslaat
Kind in een land waar het niets mag leren
Opsluiting in het land van de vrijheid

En ik herinner me, jaren geleden, toen dit alles nog fascisme heette en "eigen volk eerst" als gedachte werd verworpen en waar iedereen van kotste dus wat gaan we nu doen? Gaan we schrijven naar de krant, fulmineren op een zeepkist? Het is wel het minste! Gaan we demonstreren en bezetten, gaan we parlementair goedpraten in verhoogde regeringszetels verstoren met onze kreten? Gaan we slopen de centra die als kampen dienen voor ongewensten, gaan we stemmen laten horen die nu worden genegeerd? Dan voorspel ik, en het is al gebeurd, dat de noodtoestand wordt afgekondigd, dat demonstraties worden verboden of anders genegeerd, dat wetten tegen ons worden gebruikt, dat van ieder die de stem verheft foto's en vingerafdrukken worden genomen, dat de mobiele eenheid met traangas komt en wapenstok. Maar wat zou het, als we ook maar een beetje voelen wat die mensen voelen, die de vrijheid al een leven lang wordt afgenomen? Wat zou het? Misschien zien we het dan, want wat is onze vrijheid waard zonder de vrijheid van een ander? Want wat is mijn vrijheid waard? Het is de vrijheid van een beul, die zelf geen vuile handen maakt.

Niet in mijn naam
Naar een land waar van vrouwen
clitoris en schaamlippen worden gesneden
Niet in mijn naam
Naar een land waar homoseksuelen
om een kus worden opgesloten

Waar is de vrijheid die wij mogen genieten, om uitbundig te zijn en te vrijen op het strand, om een joint te roken, om ons flink te bezatten? Waar is de vrijheid dat ik zeggen kan wat ik zeg, hier op deze plaats, waar is die vrijheid voor een ander? Die is gekneveld, geketend, in een vliegtuig weg van hier! En ik wil nog wel verder gaan want zo sterk voel ik de onmacht, zelfs al luistert iedereen, zo sterk voel ik de gezapigheid, zelf al roept er iemand "Goed Zo!" Achttien jaar geleden, de brand in Kedichem, wie herinnert zich het nog? Er waren twee partijen, extreem rechtse partijen, en ik stond daar te kijken hoe de rook tot vlammen werd en de voorgenomen fusie van het kwaad verhinderd werd. Zie nu datzelfde kwaad, vertegenwoordigd in de rede die niet aangevallen mag want dat heet demoniseren, het is nu netjes en beschaafd, en goed geïntegreerd. Ingeburgerd in nette discussies van nette mensen behalve dan dat woord, dat ene grote woord, want o wee dat ene woord sluit uit van deelname aan ons meeste-stemmen-gelden-overleg, hier is dat ene woord: Deportatie. Zo doen we dat hier toch?

Niet in mijn naam
Naar een land waar voor woorden
de messen worden geslepen
Niet in mijn naam
Naar een land waar voor het zien
de ogen worden gestoken

En wij vieren onze vrijheid want dat alles is ver weg. En wij vieren onze vrijheid want onze oorlog is voorbij. En wij vieren onze vrijheid want de koningin is jarig. En wij vieren onze vrijheid, want de wanhoop kennen wij niet. De wanhoop die lippen en oogleden dichtnaait. De wanhoop die een hongerstaking voedt. De wanhoop die maakt dat jonge kinderen nog, zich bommen ombinden en bereid zijn te sterven. En wij vieren onze vrijheid en verkopen ons succes waar er goed voor wordt betaald. En wij vieren onze vrijheid en dumpen onze troep waar het uit armoe wordt binnengehaald. En we gooien ze overboord, de genummerde mensen die dachten het hier te vinden, het grootste goed om voor te leven, vrijheid, u weet wel, dat wat in een cel niet is te vinden, een cel waarvan wij de sleutel hebben. Kom op alle mensen, zeg het en toon het, wij willen die vrijheid niet! Vernietig de instrumenten die ter deportatie worden gehanteerd, zoals u in oorlog zou doen, en ga voor de deuren van de huizen staan waaruit asielzoekers worden afgevoerd, help buren, help kinderen, zeg op zijn minst "Ik wil dit niet!" Ik wil dit niet. Niet in mijn naam, de deportaties. Niet in mijn naam.

En als u, lezer of toehoorder, nu denkt dat ik probeer u ertoe aan te zetten ergens iets te doen en vindt dat het te ver gaat wat ik zeg, dan is mijn antwoord: U heeft gelijk, want ik wil het niet worden, dichter van de maand of dichter van het jaar, omdat ik enkel schrijf over zuipen en feesten en neuken of over hoe mooi lentegroen de blaadjes aan de bomen weer worden. Dat is al zo vaak geschreven en protest wordt nooit genoeg gehoord! Daarom roep ik op, iedereen, schrijvers, dichters, dichter des vaderlands, zeg het, laat het horen. Roep op tot oproer en doe mee.

Niet in mijn naam
De deportaties, de marteling
Wel in mijn naam
Verzet, ongehoorzaamheid

Niet in mijn naam
De mooie praatjes, ongeldige garanties
Wel in mijn naam
Alles om dit kracht bij te zetten

Breek de muren af! Stop de deportaties! Sleept u mij dan maar weg, minister Verdonk, want u handelt niet namens mij! Het zijn niet de ongelukkigen die stiekem door u weg worden gestopt, verstopt voor het oog van critici, die u liever hier niet heeft. Nee, ik ben het, die u liever kwijt dan rijk zou moeten zijn, ook al ben ik hier geboren en is dat het enige dat mij voorrecht geeft, want ik houd mijn mond niet dicht en ben dus lastiger dan hen en waarom zou uw handelswijze zich moeten beperken tot de zogenaamde vreemdelingen want we zijn toch allen gelijk volgens de grondwet? Alles is mij liever dan medeplichtig te worden gemaakt aan de misdaad van de deportaties! Niet in mijn naam, nog langer zwijgen. Niet in mijn naam.

Niet in mijn naam
Deportaties uit het land van de tulpen
Niet in mijn naam
Dove oren in het land van de molens
Niet in mijn naam
Een trap na in het land van de klompen
Niet in mijn naam

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 392, 11 juni 2004

Joke Kaviaar

  • Hits: 473

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch