• Archivaris
  • 372

Hollands Bolivia?

De Groene Amsterdammer publiceerde op 3 augustus "De wraak van het gedogen" van Erik van Ree. De auteur hekelt de tweeslachtige opstelling van de Nederlandse cultuur en politiek ten aanzien van drugsgebruik: "... in plaats van zich op internationale fora althans tegen de prohibitie uit te spreken, doet men er het zwijgen toe, speelt braafste van de klas en gaat thuis door met allerlei onzinnige vooroordelen over drugs onweersproken te laten".

door Theo Roncken

"Liever achter George W. aan het moeras in, en marine, justitie en politie door laten ploeteren in een uitzichtloze onderneming, dan nog eens nadenken", aldus van Ree. Meerdere eye-openers van waarde passeren de revue, teveel om hier allemaal te bespreken. Lezen dus, dat artikel! Een reactie vanuit Bolivia is echter op zijn plaats. Bolivia, een blinde vlek in het netvlies van de gemiddelde Hollander, is het land waar ik al bijna negen jaar dagelijks getuige ben van de enorme gevolgen van dezelfde internationaal opgelegde schijnoorlog tegen drugs (niet dat de oorlog schijn is, maar het is geen oorlog tegen drugs). In mijn ogen doet Nederland er goed aan, al is het slechts uit eigenbelang, om wat meer te letten op de minder toeristische aspecten van het leven tussen de Andes en de Amazone. De toekomst brengt de lage landen op een aantal punten wellicht nog eens akelig dicht bij de Boliviaanse werkelijkheid.

Bolivia houdt zich financieel met moeite overeind in een werelddeel waar het dispuut over de toekomstige eigendomsrechten van land, water en lucht met reuzepassen wordt voorbereid. Multinationals kijken met een scheef oog naar indiaanse bevolkingsgroepen die de regels van de democratie proberen te gebruiken om enig zeggenschap over hun grondgebied te behouden. En terwijl de richtlijnen van het IMF de Argentijnse economie naar ongekende diepten hebben helpen voeren, ontwikkelt Chili zich als de nieuwe partner van de NAVO in Zuid-Amerika. In deze wereld van zich verschuivende internationale machtsrelaties doet Bolivia slechts voor spek en bonen mee. Voor de 'stakeholders' is de Boliviaanse markt van derde- of vierderangs belang. In regionale integratieplannen gaat het vooral om ongebreidelde toegang tot een grondgebied waar goedkoop kan worden geëxploiteerd, getransporteerd, geëxperimenteerd en gedumpt. Een bewuste plaatselijke bevolking is in dit verband eerder een vijand dan een bondgenoot.

Dit hallucinerende kader verklaart waarom het thema drugs al jaren de absolute tophit is op de Boliviaanse agenda van Buitenlandse Zaken. De gevolgen zijn even zo absurd. Nederland erkende in maart 2000 middels een verdrag dat het Amerikaanse leger gebruiksrecht geeft over twee militaire bases op Aruba en Curaçao, "dat drugsbestrijding ook een taak van het leger is" (van Ree). Bolivia beet al in 1986 de spits af van door zich te lenen als gastheer van de eerste 'try out' van het Pentagon in de introductie van deze nieuwe internationale veiligheidstaak. Sindsdien zijn de rambo's niet meer vertrokken en al presenteren ze zich veelal als dokters, wegenbouwers of burgers onder contract, informatie over hun exacte aantal, missie en tijd van verblijf is voor de lokale bevolking niet toegankelijk.

Hetzelfde moet gezegd worden over de undercover agenten van de drugsbestrijdende DEA of één van de meer dan veertig andere Amerikaanse 'diensten' die in het land actief zijn. Evenals de militairen vormen en vervormen zij hun Boliviaanse partners naar wens en goeddunken. Uit eigen onderzoek weet ik dat de speciale anti-drugs eenheden al minstens vijftien jaar niet in eerste instantie rapporteren aan hun nationale bazen. Ook genieten zij dezelfde strafrechtelijke immuniteit als hun 'broeders' uit het noorden. In het bijzondere geval dat de dood van een protesterende boer tot een formele aanklacht leidt, is er voor de beschuldigde soldaat of politie-agent een enorm scala aan beschermende maatregelen dat gaat van stille overplaatsing tot uitzonderlijk (militair) strafrecht.

Hier raken we een ander thema van bijzondere gevoeligheid voor Den Haag: de recente installatie, in Nederland, van het Internationaal Strafhof, dat vanaf volgend jaar onder meer oorlogsmisdadigers moet gaan vervolgen, mochten die in hun eigen land niet berecht worden. De Amerikaanse VN-ambassadeur John Negroponte waarschuwde voor "serieuze consequenties" als er ooit een Amerikaan voor het strafhof gedaagd zou worden. Het Pentagon toonde zich bereid om de VN vredesmissies aan dit conflictueuze thema op te offeren en forceerde een tijdelijk compromis in de Veiligheidsraad. Een door de VS aanvaard wetsvoorstel van de hand van senator Jesse Helms legaliseerde militaire interventie in Den Haag om, als noodgreep, een eventueel toekomstige Amerikaanse gevangene van het strafhof te ontzetten.
En al gaat het hier om diep trieste zaken, ik heb menig Boliviaan om dit laatste bericht zien glimlachen. Invasie in Nederland! Dat klinkt net zo raar als het voorstel van Dan Burton, een vriend van Mister Helms, die de Boliviaanse cocavelden "desnoods vanuit de kust" wilde bombarderen. Burton werd hiermee de eerste Amerikaanse politicus die Bolivia, althans in woorden, een meer dan honderdtwintig jaar vurig begeerde eigen toegang tot de zee terug gaf.
De diplomatie van de VS is er momenteel op gericht om bilaterale verdragen af te sluiten met alle 77 landen die het strafhof geratificeerd hebben. Verdragen die de Amerikaanse burger internationaal onvoorwaardelijke immuniteit moeten verlenen voor de misdrijven waar het hof over gaat. Er is al overeenstemming met Roemenië, dat naarstig toegang tot de NAVO zoekt, en met Israël - even bang als de VS dat haar militairen voor hun optreden op het matje geroepen zouden worden (en pasgeleden bijna Italië en Groot-Brittannië - kleintje).

Een snelle capitulatie op dit punt van Bolivia, en zeker ook van Peru en Colombia, is niet moeilijk te voorspellen. In het geding is de militaire 'steun' van de Amerikanen, en mocht dat niet overtuigend zijn, dan zijn er nog genoeg andere pressiemiddelen. Wat Bolivia betreft is de nationale politiek aan internationale hulp verslaafd, ondanks belangrijke recente verschuivingen in het spectrum (boeren- en indiaanse vertegenwoordigers behaalden in de verkiezingen van juni ongeveer een kwart van de kamerzetels).

Maar wat heeft Nederland eigenlijk te verliezen? De voordelen van een positie als uiterst betrouwbare, zij het soms tegendraadse, bondgenoot van Washington? Een gunstige plaats in de globaliseringsrace? Waardevolle contracten in de wapenindustrie? Wat weerhoudt Nederland ervan om de steun van andere bondgenoten te zoeken en de hypocrisie openlijk aan te klagen? Volgens van Ree is een eerlijke opstelling ten opzichte van drugs en de drugsoorlog de Nederlandse intellectuele elite een brug te ver. Ik ben het volledig met hem eens. Maar een afwijzing van een bilateraal akkoord met de VS dat de kracht van het Internationaal Strafhof ondermijnt zou een aardige tussenstap kunnen zijn.

(Theo Roncken schrijft vanuit Cochabamba in Bolivia regelmatig "Groen Gras", een electronische nieuwsbrief van een Noorderling in het Zuiden die tracht het grote en schijnbaar onbereikbare te koppelen aan gebeurtenissen uit het dagelijks leven. Mocht je "Groen Gras" direct willen ontvangen stuur dan even een emailberichtje naar )

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 372, 11 oktober 2002

  • Hits: 452

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch