• Archivaris
  • 372

De eeuwige antisemiet

deel 3

In Kleintje 370 bekritiseerde Lia van der Heijden mijn in nummer 369 verschenen artikel "De eeuwige antisemiet". In het vorige Kleintje reageerde ik op haar stelling dat het verbod voor joden om bepaalde beroepen uit te oefenen de constante factor was in het historische antisemitisme. In dit tweede en laatste deel meer over het proces tegen Eichmann en de kwestie Goldhagen.

door Peter Edel

Volgens Lia stond Eichmann in Jeruzalem "terecht voor zijn verantwoordelijkheid voor de shoa en was het aantonen van die verantwoordelijkheid het doel van zijn arrestatie en het doel van zijn proces". Natuurlijk was het aantonen van Eichmann's (mede)verantwoordelijkheid voor de holocaust een doelstelling van het proces. Zo heb ik het ook op school geleerd. Maar is het daarmee uitgesloten dat de zionisten ook nog andere plannen hadden? Voor Lia was een propagandistisch aspect "onvermijdelijk" omdat bij een dergelijk tribunaal "het recht van de overwinnaars geldt" (1). Daarbij gaat ze aan nogal wat historische informatie voorbij. Weet ze bijvoorbeeld van de kort voor het proces gepubliceerde artikelen van David Ben Goerion? Daarin omschreef deze Israëlische premier een aantal naar aanleiding van het proces te leren 'lessen' (2). De eerste les was voor de gojim. Zij moesten beseffen dat de holocaust niet alleen het werk was van de nazi's, maar dat de gehele niet-joodse wereld verantwoordelijkheid droeg: "We willen dat de landen in de wereld dit weten... en zij moeten zich schamen". Davar, de krant van Ben Goerion's Mapai-partij benadrukte deze stelling: "Laat de wereldopinie weten dat niet alleen nazi-Duitsland verantwoordelijk was voor de vernietiging van zes miljoen Europese joden". Ook voor de joden in de diaspora had Ben Goerion een les. Zij moesten zich met het proces tegen Eichmann realiseren dat het joodse volk altijd geconfronteerd was met een vijandige wereld en dat alleen de staat Israël hen in staat stelde terug te slaan.
De intentie tot propaganda was er dus al voordat Eichmann in de beklaagdenbank plaatsnam. Bij het door Lia veronderstelde 'onvermijdelijke' karakter van het propaganda aspect kan ik me daarom niet zoveel voorstellen. Bovendien wordt het zionisme tot op de dag van vandaag beheerst door het soort dogma's dat destijds werd gelanceerd. Zo wekken zionisten naar aanleiding van de intifada regelmatig de indruk dat niet-joden vanuit een universeel antisemitisme op de vernietiging van de joodse staat uit zijn. En dan hebben zij het niet alleen over Arabieren, want de (spaarzame) kritiek op het Israëlische beleid in de media is door zionisten eveneens in de context van de eeuwige antisemiet geplaatst. Zelfs CNN en het Eurovisiesongfestival zijn door zionisten van antisemitisme beschuldigd! Verder herhaal ik nog maar eens dat religieuze zionisten in de bezette gebieden niet-joden als een manifestatie van Satan beschouwen.
Even ter herinnering: als ik schrijf dat zionisten overtuigd zijn van het kwaadaardige karakter van niet-joden, is dat voor Lia "op zijn minst een belediging".

Arabieren en nazi's
Ben Goerion hoopte dat het proces tegen Eichmann tot de opsporing van andere oud-nazi's zou leiden. Op zich was dat een nobel uitgangspunt en het is een feit dat verschillende voortvluchtige oud-nazi's zijn vervolgd naar aanleiding van het proces. Maar ook hier ging een propagandistisch addertje onder het gras schuil, want Ben Goerion wilde vooral de betrokkenheid van Arabische leiders bij het nationaal-socialisme en de holocaust aantonen (3). Op dit punt was het proces een tegenvaller voor hem. Dat de Groot Mufti van Jeruzalem Haj Amin Husseini contact had met nazi's was een feit dat eerder al bekend was. Zijn betrokkenheid bij de holocaust kon tijdens het proces echter niet bewezen worden (4).
Er bestaat geen twijfel over dat Arabieren in de jaren dertig toenadering tot de nazi's zochten. Toch was een anti-joodse alliantie van nazi's en Arabieren niet zo vanzelfsprekend als later is beweerd. Toen de Arabieren bij de nazi's aanklopten, deed zich een wat wonderlijke situatie voor aangezien het nationaal socialistische antisemitisme niet ophield bij joden. Voor Hitler waren de Arabische volken even Semitisch als de joden. Dat maakte hen volgens de rassewaan van de nazi's gelijk ook even minderwaardig en ongewenst als de joden. De Arabieren stonden er op hun beurt niet bij stil dat nazi-Duitsland destijds via het 'Ha'avara Abkommen' meewerkte aan de emigratie van joden naar Palestina (5). Toen de Arabische leiders in de jaren dertig Hitler en trawanten benaderden, moesten zij tot hun verbijstering constateren dat de nazi's al met de zionisten van de World Zionist Organisation (WZO) samenwerkten (6).
Gezien de afspraken tussen de nazi's en de WZO in de jaren dertig, hadden de zionisten weinig recht van spreken toen zij probeerden de Arabieren aan de nazi's te koppelen. Maar de enorme impact van het proces tegen Eichmann stelde de zionistische propagandamachine hier toch toe in staat. Verwijzend naar de emotionele getuigenissen tijdens het proces, stelde men de Arabische kritiek gelijk aan het nationaal socialistische antisemitisme. Voortaan legitimeerden de Israëlische leiders hun misdaden tegen de Palestijnen door de onderdrukking van dit volk op één lijn te plaatsen met het verzet tegen de nazi's tijdens de Tweede Wereldoorlog (7).

banaliteit van het kwaad
Een proces tegen een oud-nazi was iets nieuws voor Israël toen Eichmann in Jeruzalem terecht stond. Eerder had het opsporen en berechten van oud-nazi's geen hoge prioriteit in de joodse staat. In plaats daarvan zaten de zionisten er niet mee om samen te werken met extreem rechtse organisaties waar het nazistische antisemitisme uit de oorlog nog volop leefde. Zoals aan het einde van de jaren vijftig toen Ben Goerion toestond dat de Israëlische inlichtingendienst Mossad betrekkingen aanging met de 'Organisation Armée Secret' (OAS). In deze extreem rechtse organisatie hield zich een stel rabiate antisemieten en oud-nazi's op, maar Ben Goerion zag dat niet als bezwaar: "Zij waren tegen joden in Frankrijk, niet in Israël" (8).
De beslissing van Israël om Eichmann te vervolgen, vloeide voort uit overwegingen die verder gingen dan alleen rechtvaardigheid en propagandistisch voordeel op kritiek uit het buitenland. Er was ook een binnenlands aspect. Al in de jaren dertig was de revisionistische zionist Wladimir Jabotinsky verontwaardigd over de afspraken tussen socialistische zionisten en nazi's. Nadat de staat Israël er eenmaal was, beschuldigden zijn opvolgers hun linkse opponenten van collaboratie. Toen de regering van Ben Goerion begin jaren vijftig olie op het vuur gooide door relaties aan te knopen met West-Duitsland, was de maat vol voor Menachem Begin. Even leek het er toen zelfs op dat deze revisionistische politicus de macht over ging nemen in het land (9). Maar zover kwam het niet, want daarvoor waren de revisionisten nog te gering in aantal. Toch zat de schrik er goed in bij de linkse zionisten, zeker toen Begin bij de verkiezingen van 1955 een aardige winst in de wacht sleepte. Het zag er toen naar uit dat de revisionisten op den duur aan de macht konden komen (wat inderdaad gebeurde toen Begin in de jaren zeventig premier werd). Ben Goerion zocht daarom naar wegen waarmee hij zowel de buitenlandse als de binnenlandse kritiek de wind uit de zeilen kon nemen. Met het proces tegen Eichmann realiseerde de Israëlische premier zich dat hij kreeg waar hij op wachtte.
Ondanks het propagandistische aspect meen ik dat het proces tegen Eichmann op zich een rechtvaardige gebeurtenis was met veel positieve kanten. Het leidde niet alleen tot de vervolging van oorlogsmisdadigers, maar ook tot meer begrip voor de overlevenden van de holocaust in Israël. Waar fanatieke zionisten hen eerder als oud vuil behandelden, kregen zij voortaan de erkenning en het begrip dat hen toekwam. In deze zin werkte het Eichmann proces als een medicijn voor de Israëlische samenleving (10). Toch was het beter geweest als Eichmann terecht had gestaan voor een internationaal hof, in plaats van uitsluitend joodse rechters. Hij was dan vervolgd geweest voor misdaden tegen de mensheid. In Israël gebeurde dat niet, want Eichmann is uiteindelijk berecht en terechtgesteld omdat hij zich schuldig maakte aan "misdaden tegen het joodse volk". Alle nadruk kwam daardoor te liggen op antisemitisme, waardoor voorbij werd gegaan aan de specifieke omstandigheden tijdens de oorlog.
De filosofe en voormalig zioniste Hannah Arendt verwierp deze monocausale uitleg. Antisemitisme kon alleen de keuze van het slachtoffer verklaren. De essentie en de omvang van de holocaust hadden een andere oorzaak. Zij sprak in dit verband over de "banaliteit van het kwaad". Arendt stelde vast dat de combinatie van macht, onderdrukking en specifieke historische omstandigheden eenvoudig tot moreel verval kan leiden; niet alleen bij daders, maar ook bij slachtoffers. Dit verklaart waarom doodgewone burgers zonder veel ideologische bevlogenheid in staat waren tot het meest onmenselijke gedrag. Wat er in nazi-Duitsland plaatsvond, past volledig in dit plaatje. Eichmann was voor Arendt dan ook "terrifyingly normal" (11).
Hannah Arendt kreeg in de loop der jaren veel bijval voor haar stelling dat antisemitisme een minder nadrukkelijke rol speelde bij de holocaust dan zionisten later voor hebben doen komen. De Israëlische historicus Yehuda Bauer is als directeur van het Yad Vashem instituut zeker geen antizionist. Toch kan hij het vanuit zijn professionele achtergrond niet verkroppen als de regels van de geschiedschrijving met voeten worden getreden: "De Duitsers hoefden de joden niet te haten om hen te vermoorden (...) Het valt te veronderstellen dat zij hetzelfde deden als zij opdracht hadden gekregen alle Polen of alle Fransen te vermoorden" (12).

Stanley Milgram
Arendt kreeg ook bijval uit andere takken van de wetenschap. De psycholoog Stanley Milgram kwam onafhankelijk van Arendt nog in de jaren zestig tot een bevestiging van haar these. Milgram kondigde een experiment aan om de effecten van pijn op leervermogen te onderzoeken. Hij gaf opdracht aan een aantal medewerkers vragen te stellen aan proefpersonen. Foute antwoorden moesten zij bestraffen door een stroomstoot toe te dienen. Wat de medewerkers niet wisten was dat de stroomstoten niet echt waren en dat de proefpersoon een acteur was die deed alsof hij pijn ondervond. Wat zij evenmin vooraf te horen kregen, was dat zij zelf de eigenlijke proefpersonen waren en dat Milgram in werkelijkheid aan wilde tonen hoe eenvoudig 'gewone' mensen bewogen kunnen worden tot het pijnigen van anderen. Met andere woorden: hoe simpel het is moreel verval te genereren. De resultaten van dit onderzoek waren onthutsend. Meer dan 60% van de proefpersonen deed kritiekloos wat hen was opgedragen (13). En hier ging het om een wetenschappelijk onderzoek. Het ligt voor de hand dat deze zwakte in de menselijke psyche nog veel sterker naar voren komt onder extreme omstandigheden, zoals tijdens een oorlog.
Waar zionisten krampachtig pogen de holocaust aan de mythe van het eeuwige antisemitisme te koppelen, daar wist Arendt de oorzaken van deze catastrofe moeiteloos te analyseren aan de hand van psychologische factoren. Bovendien beperkt de banaliteit van het kwaad zich, zoals ik eerder al schreef, niet tot de daders en kan het uitleggen waarom tijdens de oorlogsjaren ook onder de slachtoffers een moreel verval optrad. Arendt noemde daarbij onder andere de vaak paradoxale opstelling van de joodse raden (14). Zelf denk ik daarbij verder aan de beslissing van sommige zionisten om ook na kristalnacht nog voorstellen tot samenwerking aan de nazi's te doen (15).
In de visie van Hannah Arendt over het Eichmann proces bevindt zich de universele les van de holocaust. Dit in tegenstelling tot de les die zionisten aan de holocaust plegen te verbinden, als zou alleen een joodse staat bescherming aan joden kunnen bieden tegen een onvermijdelijke tweede holocaust. Wat zionisten niet in willen zien, is dat het kwaad zich niet specifiek tegen joden richt. Zoals alle racisten weigeren zij te erkennen dat het dualisme van goed en kwaad zich niet tussen mensen bevindt, maar -vergeef me het populaire taalgebruik- tussen de oren. Zeker, de banaliteit van het kwaad kan wederom tot een holocaust leiden, de mensheid is er gek genoeg voor. Maar er is niets voor te zeggen dat de joden daar wederom het doelwit van zijn. De kans dat andere bevolkingsgroepen door zo'n catastrofe worden getroffen lijkt momenteel zelfs aanmerkelijk groter. Waakzaamheid is hier geboden. Helaas bagatelliseren de zionisten dit gevaar door de dreiging van een tweede holocaust volledig voor zich op te eisen.
Het door Arendt gesignaleerde verschijnsel is ook later opgedoken. Zo was het banale karakter van het kwaad nog tijdens de Tweede Wereldoorlog herkenbaar toen de VS Hiroshima en Nagasaki met atoombommen bestookte. Doodgewone Amerikaanse jongens aan boord van de bommenwerper 'Enola Gay' waren toen betrokken bij de laffe moord op meer dan honderdduizend Japanners. En zoals onlangs nog overtuigend werd aangetoond in de documentaire "First Kill" van Coco Schrijber, was de banaliteit van het kwaad ook in Vietnam actief (16). Tegenwoordig neem ik het verschijnsel dagelijks waar in Israël. Dat wil zeggen: zowel aan de kant van de Israëliërs als de Palestijnen. Want het morele verval dat uit de banaliteit van het kwaad voortvloeit, komt ook nu weer tweezijdig tot uitdrukking. Het verklaart waarom joden en moslims zich op de meest negatieve aspecten van hun religieuze traditie concentreren; het verklaart waarom zij elkaars kinderen vermoorden.
Gideon Hausner, de openbaar aanklager in het proces tegen Eichmann, had aan de banaliteit van het kwaad geen boodschap. Logisch, want de visie van Arendt leende zich niet voor de separatistische politiek die hij vertegenwoordigde. In plaats daarvan ging Hausner uit van een rechte -maar a-historische- lijn tussen het historische antisemitisme, de opkomst van Hitler en de uiteindelijke holocaust (17). Voor Hannah Arendt resulteerde het Eichman proces daardoor niet in genoeg begrip over de gruwelen van Auschwitz: "Geen van de betrokkenen is ooit tot een afdoende begrip gekomen over de feitelijke verschrikking van Auschwitz, die van een ander karakter is dan alle misstanden uit het verleden. Dat kwam omdat het op de aanklagers en de rechters overkwam als niets anders dan de meest verschrikkelijke pogrom uit de joodse geschiedenis. Daarom geloofden zij dat er een directe lijn bestond tussen het vroege antisemitisme van de nazi-partij, de rassenwetten van Neurenberg, de deportatie van de joden uit het rijk en, uiteindelijk, de gaskamers. Politiek en juridisch gezien verschilden deze 'misdaden' van elkaar, niet alleen wat betreft de ernst ervan, maar ook qua essentie" (18).
De opvattingen van Hannah Arendt over de banaliteit van het kwaad zijn op den duur door vrijwel alle serieuze historici overgenomen. Daar bevindt zich één van de redenen waarom onder hen veel verontwaardiging ontstond over het boek Hitler's gewillige beulen van de Amerikaanse historicus Daniel Goldhagen.

Goldhagen
Volgens Lia is de holocaust "een uiteindelijke consequentie van antisemitisme door de eeuwen heen". Maar evenals Goldhagen verzuimt ze daarbij uit te leggen waarom het zo lang heeft geduurd voordat deze antisemitische traditie zich in een genocidale vorm manifesteerde. Ik ontken zeker niet dat het christelijke antisemitisme door de eeuwen heen een nadrukkelijke rol heeft gespeeld bij de discriminatie van en het geweld tegen joden. Evenmin zal ik tegenspreken dat de rooms katholieke kerk -vooral uit vrees voor het communisme, dat wel- met nazi's en fascisten heeft geheuld (19). Maar daarmee is een directe lijn tussen het christelijke antisemitisme en de holocaust nog niet bewezen, zoals Goldhagen verkondigt (20). Hij gaat er aan voorbij dat er binnen het christendom nooit een intentie heeft bestaan om de joden geheel uit te roeien. Zeker, een aantal pausen heeft antisemitisch geweld aangemoedigd. Zo gaf Paus Paulus IV persoonlijk opdracht tot de vernietiging van synagogen. Bovendien is menig jood door toedoen van papen over de kling gejaagd. Johannes XXII is daar bijvoorbeeld direct verantwoordelijk voor gesteld. Maar ook deze beruchte paus ging het niet om genocide, zeker niet in de betekenis die de nazi's later aan dit begrip zouden geven.
Wat nog minder in het door Goldhagen geschetste beeld past, is dat verschillende pausen de joden in bescherming namen, zoals tijdens de pestepidemie van 1349. Dat deden zij onder andere door decreten af te kondigen om het geweld tegen joden te verbieden. De roomse elite kende hiertoe vaak de meest bedenkelijke redenen. Bovendien waren hun maatregelen zelden efficiënt. Maar dat neemt niet weg dat middeleeuwse joden vaak op de pausen terug konden vallen voor bescherming. Je hoeft -om de woorden van Lia maar eens te persifleren- geen antizionist te zijn om dat in te zien. Neem bijvoorbeeld de Israëlische journalist en voormalig consul van Israël in Milaan Pinchas Lapide in zijn boek "De laatste drie Pausen": "Daadwerkelijke hulp aan joden is in het beste geval altijd onregelmatig en wisselvallig geweest, maar binnen deze begrenzing waren de pausen, op enkele uitzonderingen na, voor het jodendom het stevigste en dikwijls het enige bolwerk tegen bruut geweld en bloedvergieten" (21). Welke transformatie heeft het christelijke antisemitisme ondergaan dat het in de 20e eeuw tot de dood van zes miljoen joden heeft geleid? Goldhagen kan er geen verklaring voor geven en Lia evenmin. Hannah Arendt kon dat wel, met haar these over de banaliteit van het kwaad.
Lia acht het niet bewezen dat Goldhagen het zionisme heeft willen steunen met zijn onwetenschappelijke analyse. Eerlijk gezegd vind ik het volstrekt irrelevant wat voor bedoeling Goldhagen heeft gehad met het schrijven van zijn boek. Veel belangrijker is dat zijn opvattingen hoe dan ook wereldwijd zijn omarmd door zionisten. Volgens de Israëlische journalist en historicus Tom Segev is kritiek op Goldhagen daarbij gelijk komen te staan aan kritiek op Israël: "Wat er echter interessant aan is, is dat de discussie van richting is veranderd. Het is een politiek debat geworden, waarbinnen verrassing, verrassing, het zionisme, de staat Israël en het Palestijnse probleem centraal staan. Zoals de zaken er nu voorstaan is iedere criticus van Goldhagen een antisemiet, mogelijk een holocaustontkenner en zeker een tegenstander van de staat Israël. En het werkt ook andersom. Iedere pleitbezorger van Israël moet Goldhagen verdedigen en de strijd aangaan met degenen die hem aanvallen" (22).
Nu is Tom Segev sowieso een publicist met veel kritiek op het zionisme. Dus vindt Lia zijn reactie op de kwestie Goldhagen wellicht een vanzelfsprekende zaak. Daarom vermeld ik maar vast dat het boek van Goldhagen ook buiten het antizionisme is neergesabeld. Dat blijkt uit een reactie van de eerder genoemde Yehuda Bauer van het Yad Vashem instituut. Bauer bevestigt dat historici weigeren "Hitler's gewillige beulen" serieus te nemen: "Het boek van Goldhagen is geprezen door journalisten en publieke figuren, maar over de eerste historicus die zich publiekelijk voor hem heeft uitgesproken, moet ik nog iets lezen. Dat doet geen enkele historicus en dat is een erg zeldzame mate van overeenstemming. Binnen mijn universiteit zou dit boek nooit voldoende zijn geweest om op te promoveren" (23).
Evenals Tom Segev bracht ook Norman Finkelstein de these van Goldhagen in verband met Israël; ook Lia is dat niet ontgaan. Finkelstein heeft heel precies beschreven welke rol voor de mythe van het eeuwige antisemitisme is weggelegd volgens het zionisme. Daarmee wil ik deze reactie op de kritiek van Lia besluiten: "Dat is wat zoveel lezers in het overkoepelende thema van Goldhagen aanspreekt - onvoorwaardelijke niet-joodse schuld, totale joodse onschuld. Niettemin rukt Goldhagen, met zijn transhistorische verklaring van de nazi-holocaust, de extreemste uiting van antisemitisme uit haar historisch verband. Antisemitisme wordt een chronische geestesziekte "losgekoppeld van bestaande joden"; en hieruit volgt dat niet-joden, te allen tijde en zonder reden, moorddadige anti-joodse gevoelens koesteren, terwijl joden in morele kwesties altijd en a priori vrijuit gaan. Deze a-historische zienswijze is onmiskenbaar een uitkomst voor iedereen die beweert dat kritiek op het zionisme slechts een verkapte vorm van antisemitisme is. In één moeite door maakt zij de joodse staat immuun voor legitieme kritiek op haar beleid: immers die kritiek is en moet wel zijn ingegeven door fanatiek antisemitisme. Doordat niet-joden er altijd op uit zijn joden te vermoorden, hebben joden het volste recht zich te beschermen, op elke passende wijze; elk middel dat joden te baat nemen, tot agressie en foltering aan toe, is een legitieme vorm van zelfverdediging. Zo verschaft Goldhagen de joden een dubbele vrijbrief: hen treft geen blaam en alles is geoorloofd" (24).
Het woord is aan Lia.

noten:
1 - Als Lia met "overwinnaars" de linkse zionisten in de Israëlische machtselite van destijds bedoelt, zit ze ernaast. Dat woord suggereert een actieve deelname bij de strijd tegen de nazi's en daar was bij socialistische zionisten nauwelijks sprake van. Zeker niet in een mate die het rechtvaardigt om hen "overwinnaars" te noemen. Beter op z'n plaats was "winnaars" geweest. Want het feit dat het jodendom na de oorlog de grote verliezer was, neemt niet weg dat de zionisten met de stichting van de staat Israël als winnaars uit de bus kwamen.
2 - "Eichmann in Jerusalem, A Report on the Banality of Evil", Hannah Arendt. London: Penguin Books, 1963 (p.9-10)
3 - Arendt, o.c. (p.10)
4 - "The Holocaust and Collective Memory", Peter Novick. London: Bloomsbury, 1999 (p.158). Verder zijn berichten over samenwerking tussen Arabieren en nazi's vooral op geruchten gebaseerd. Als daarvoor enig bewijs te leveren valt, dan zou de wereld dit wel uit Israël vernemen. Dat ligt voor de hand, maar dat is vooralsnog niet aan de orde. Kennelijk waagt zelfs de zionistische propagandamachine zich niet aan dergelijke indianenverhalen. Het is daarom weinig zinvol hier op deze geruchten in te gaan.
5 - "Hitler und der Zionismus, Das 3.Reich und die Palastina Frage 1933-1939", Francis Nicosia. Leoni Am Starnberger See: Druffel-Verlag, 1989, (p.152-154)
6 - "Zionism in the Age of the Dictators", Lenni Brenner. London: Croom Helm, 1983, p.57-78.
7 - "The Seventh Million, the Israelis and the Holocaust", Tom Segev. New York: Hill and Wang, 1993 (p.328)
8 - "Jewish History, Jewish Religion, the Weight of Three Thousand Years", Israel Shahak. londen: Pluto Press, 1994 (p.71) Zie in verband met de oorzaken van de alliantie tussen de Mossad en de OAS verder "Kanttekeningen deel IId" in Kleintje Muurkrant 329
9 - Zie verder het "Het Revisionistische Zionisme, deel 2: Likud", Kleintje Muurkrant 354
10 - Segev, o.c. (p.8)
11 - Novick, o.c., (p.137)
12 - Ibidem
13 - Ibidem, (p.137-138)
14 - Arendt, o.c. (p.115-118)
15 - Zie verder "Het Revisionistisch zionisme, deel 1: Wladimir Jabotinsky" in Kleintje Muurkrant 355
16 - Deze documentaire werd op 18 september jongstleden uitgezonden in het Ikon programma "Werelden".
17 - Aan het begin van het proces gaf Hausner een overzicht van de geschiedenis van het antisemitisme, waarbij hij begon met de halsstarrige farao uit het Oude Testament, om via de bloedige jodenhaat van Simon Petlyura uit Oekraïne bij Adolf Eichmann te arriveren. Novick, o.c., (p.132)
18 - Arendt, o.c. (p.267) Zie in verband met het transformatieproces van het nazi-antisemitisme naar de holocaust "De Hakenkruistocht", Arno J. Mayer. Antwerpen: EPO, 1999)
19 - Zie de bijgevouwen postcard in Kleintje 370
20 - Het is vermeldenswaardig dat binnenkort een studie van Goldhagen verschijnt over de relatie tussen het rooms katholieke antisemitisme en de holocaust. Voorpublicaties hebben tot soortgelijke negatieve reacties onder historici geleid als "Hitler's gewillige beulen". De politieke teneur bij Goldhagen is ook nu weer duidelijk, gezien de broze relatie tussen Israël en het Vaticaan.
21 - "De laatste drie pausen en de joden", Pinchas Lapide. Hilversum: W. de Haan, 1967 (p.81)
22 - "Holocaust book sparks fresh controversy: from Mein Kampf to Auschwitz", Dominique Vidal. Le Monde Diplomatique, 18-8-1998.
23 - Ibidem
24 - "Een volk staat terecht", Norman G. Finkelstein & Ruth Bettina Birn. Amsterdam: Uitgeverij Balans, 1998 (p.88)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 372, 11 oktober 2002

  • Hits: 514

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch