• Archivaris
  • 372

De hond, de stad en de dood

Helaas, het moest er een keer van komen, mijn hondje Blacky (1985-2002, vrouwtje, zwartgekleurd asielhondje, bastaardje) is overleden. Tijd voor een terugblik op meer dan twaalf jaar leven met een hondje (dit stukje) en dertien jaar wonen in DenBosch (de volgende keer).

door de gek met 't hondje (nu zonder)

In 1989 kwam ik in DenBosch wonen en ging met behoud van uitkering werken bij het dierenasiel voor de Bommelerwaard, toentertijd gevestigd in Ammerzoden. Een mooie en romantische periode, want een deel van de aanwezige honden mocht in groepjes onaangelijnd worden uitgelaten. De hokken van de betreffende honden gingen dan open en dan stormde het gedierte de dijk op, de weilanden in en bleven aldaar netjes wachten op de tweebenige begeleider(s), prachtig was dat. Blacky werd naar dit asiel gebracht in de zomer van 1989. Mevrouw moest niets van mij hebben (grommen!), niks bijzonders, een kwestie van het betreffende dier aan andere medewerkers overlaten. Toch belandde ze na enkele weken op mijn schoot en was er niet meer van af te slaan, bij wijze van schrijven natuurlijk. Dat werd opgemerkt door enkele medewerkers van het asiel die mij daarop aanspoorden om Blacky als huisdier aan te nemen, iedere hond met een nieuwe baas was er één, weer een hok leeg. Hoezo ik een hond? Kom nou zeg, het is een heel gedoe, ik heb er nog nooit een gehad, moet ik hier aan beginnen? Daar zat ik dan vanaf januari 1990 opgescheept met een vijf jaar oud zwartgekleurd behaard stuk romantiek: mevrouw had gewonnen. Waar was ik aan begonnen, hoe nu verder?

Meer dan tien jaar lang ging Blacky met overrompelend enthousiasme met mij de paden op de lanen in, de trein, de bus, de auto naar allerlei plekken in het land, steden en dorpen, overnachten in een hotel, naar restaurants, naar cafés. Ze heeft onderhand half Nederland gezien, misschien wel meer dan menig kind van tegenwoordig, zij zien vooral een beeldscherm. Soms werden we uitgenodigd door mensen die we ontmoetten tijdens het wandelen om bij hen thuis op bezoek te komen of om bij iemand 's avonds door te zakken. Blacky was dan als het ware de eerste die met blijdschap accoord ging en ze liep desnoods helemaal te voet van het centrum naar pakweg Maaspoort of Rosmalen. Zonder haar had ik ongetwijfeld minder mensen leren kennen. Wie liet wie eigenlijk uit? denk ik thans terwijl ik dit opschrijf. Blacky hield niet van alleen thuis blijven (een moeilijk punt voor veel asielhonden) of langdurig in een kroeg hangen, daar moest ik dus goed rekening mee houden. Niet alleen mensen, ook de stad en omgeving leerde ik beter kennen, dan stonden we op een gegeven moment bijvoorbeeld voor een gebouw dat zonodig tegen de vlakte moest of op een plek waar een onbetaalbaar koopwoningencomplex moest verrijzen of liepen we langs weer een kleine winkel die voorgoed gesloten was. En de straat, het is bekend dat honden graag de straat afsnuffelen, een typische hondenhobby, zoals de mens de krant leest via de ogen van met tekst bedrukt papier, doet de hond het met de neus op straat. Nu lees ik graag de krant en -inderdaad, zo de baas zo de hond- Blacky kon het eveneens zeer waarderen, de straat afneuzen langdurig en intensief zodat ik regelmatig moest wachten tot mevrouw bereid was om verder te lopen. Zo kon het gebeuren dat ik geleidelijk mee ging doen de straat afsnuffelen, niet met mijn neus natuurlijk en ontdekte ik wat er allemaal op straat te vinden is.
Dan de laatste fase, de periode van ouderdom, bij Blacky de laatste twee jaar van haar leventje. De ouderdom is aan het begin nog te hanteren, er kan gewandeld worden alleen moet het tempo flink omlaag. Daarna echter gaat het beestje steeds dementer worden, de kwaliteit van de zintuigen en de hersentjes gaat zienderogen achteruit. Dementie uitte zich bij Blacky in behoorlijk onrustig gedrag zoals kreunen, af en toe jankerig blaffen, rondjes lopen in huis, korte lichte slaapjes, bij het minste of geringste werd ze wakker, dacht ik even rust te hebben. Diep zuchten was het toen ik geleidelijk ondervond dat de buitenwereld steeds vijandiger begon te worden voor allerlei kwetsbare wezens zoals kinderen en jongeren, zieken, slecht ter been zijnde bejaarden, gehandicapten, dak- en thuislozen en dus ook terminale hondjes. Alleen al dat waanzinnig drukke, dagelijks razende autoverkeer bijvoorbeeld, een ramp was en is het nog steeds. Een aantal mensen - gelukkig niet zoveel - spraken mij aan omdat ze vonden dat ik Blacky naar de dierenarts moest brengen om haar leventje door middel van een spuitje te laten beëindigen. Is zo'n hoogbejaard beestje dan zoiets als een afgedankte koelkast die zo snel mogelijk moet worden verwijderd en vervangen door een nieuwe? Is er in de toekomst alleen plaats in de maatschappij voor mensen die kunnen werken voor geld en consumptie en zijn dieren er alleen om geconsumeerd te worden? Heeft de huidige westerse samenleving onderhand niet zelf min of meer het karakter gekregen van een terminale patiënt?

Blacky overleed februari jongstleden in alle rust op mijn schoot, thuis bij een goede vriend, was Blacky niet alleen en ik ook niet, dat was prettig, geen dierenarts, geen spuitje. Het stoffelijk overschot werd gecremeerd op het dierencrematorium te Uden. Ik had er toentertijd geen flauw benul van dat mijn leven een andere wending zou krijgen, niet altijd een gemakkelijk leven, in het bijzonder die laatste twee jaar. Een kleurrijk bestaan was het echter wel want wat was er gebeurd: ik had mij laten overrompelen door een hondje daar in het dierenasiel te Ammerzoden tijdens het najaar van 1989. Laat u ook eens overrompelen door een hondje, een poesje of ... een kindje.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 372, 11 oktober 2002

  • Hits: 435

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch