• Archivaris
  • 362

De affaire Wardenier (deel 1)

de opkomst en ondergang van een brandstofloze motor

In 1934 staan de kranten vol van berichten dat in het Friese Wolvega een nieuwe, gigantische fabriek gebouwd wordt. In het complex zouden op massale schaal energiezuinige 'hetelucht'-motoren geproduceerd worden. Geruchten, halve waarheden en verzinsels wisselen elkaar in hoog tempo af. Sleutelfiguur is een 22-jarige ex-bakkersknecht, Johannes Wardenier. De jongeman wordt beschreven als het genie achter een nieuwe technologie die de 'oude' compressiemotor naar de geschiedenisboeken verwijst. Een jaar later is de fabriek nog steeds niet gebouwd. Wardenier wordt gedurende enige weken gedwongen verpleegd in een psychiatrisch centrum. Wat is er tijdens die roerige dagen gebeurd?

door Marcel van Beurden

In 1934 is het armoe troef in Nederland. De Beurskrach in New York van 1929 heeft ook het vasteland van Europa getroffen. Vele bedrijven gaan op de fles en massale werkloosheid is het gevolg. Vooral het noorden van het land wordt door de economische crisis getroffen. Een sociaal vangnet wordt pas na de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld. Wie niet werkt, kan rekenen op bittere armoede. Fabrieken, middenstand en de agrarische sector kunnen hun goederen en produkten niet verkopen, simpelweg omdat de consument het geld ontbeert om iets van waarde aan te schaffen. De overheid verergert de toestand door te weinig constructieve maatregelen in te stellen. De regering verleent enkel subsidies voor noodzakelijke produkten als melk, brood en goedkope boter en veroorzaakt daarmee een langdurige inflatie. En deze houding ontwikkelt een neerwaartse spiraal. Steeds meer mensen worden werkloos, en bijna half Nederland leeft op de bon of op krediet.
De vele werklozen resteert niets anders dan hele dagen vruchteloos rond te hangen. En te hopen op een toekomst die beter is dan het heden... Gewild zijn de verschillende kranten. Ze worden gretig gelezen, want ze bieden afleiding voor het grauwe bestaan. Kranten, dag- en weekbladen worden op publikatieborden opgehangen, omdat nauwelijks iemand zich een abonnement kan veroorloven. In welluidende stijl brengen de bladen sensationeel verslag van ontwikkelingen in de wereld. Op vrijdag 2 november publiceert het 'Nieuwsblad van Friesland' een spectaculair artikel over een 'opzienbarende uitvinding'. Het heeft als titel: 'De Motor zonder benzine of olie drijfkracht; Groote toekomst voor Wolvega?'.

Een brandstofloze motor
Het bericht slaat in als een bom. De gemeente Weststellingwerf, met Wolvega als hoofdplaats, is in rep en roer. Volgens het verslag in de krant wordt in het nieuwe jaar begonnen met de bouw van een nieuwe fabriek in Wolvega, die werk moet bieden aan 13.000 mensen. Wolvega wordt 'de lichtstad' van noordelijk Nederland. Beter nog, want in Eindhoven werken destijds, dankzij de economische recessie, nog maar 9.000 mensen bij Philips met zijn toch vernieuwende technieken en produktieprocessen.
De meeste mensen in Wolvega rekenen zich al rijk. De vele landbouwers (boeren, landarbeiders en rietbewerkers) en handwerkslieden (timmermannen, metselaars en loodgieters) moeten zich tot fabrieksarbeider om laten scholen, maar men spreekt van werkgelegenheid voor jaren en jaren. De lonen schijnen goed te zijn en volgens geruchten wordt zelfs een vast weekbedrag van 25 gulden genoemd. Van de meeste van de 13.000 mensen wordt een ploegendienstverband verwacht, maar hiervoor wordt nog eens een extra toeslag gegeven.
Later worden in de kranten zelfs bouwtekeningen van de fabriek gepubliceerd. Tevens wordt een bericht uitgegeven dat de verantwoordelijken voor de fabriek al een bod op een bouwterrein hebben uitgebracht. Op twee januari 1935 gaat de fabriek al open, weet men. De kranten schrijven: 'De ellende is voorbij'. In ander kranteartikel citeert men de man die een opzienbarende uitvinding heeft gedaan en door wiens werk Wolvega, en in het zog van de noordelijke provinciestad geheel Nederland, kan profiteren. Zijn naam is Johannes Wardenier en hij meldt in de 'Leeuwarder Courant' van dezelfde 2 november 1934: 'Inderdaad, is door mij een vinding gedaan, welke een grote ommekeer op motorisch gebied zal veroorzaken'. De Haagse Courant publiceert in eensgelijke woorden: 'De jonge uitvinder werd gelanceerd door een waarlijk verrukt gemeentebestuur...'

Het vertrouwenwekkende aan de zaak Wardenier is vanaf het begin duidelijk. In samenwerking met B&W van Weststellingwerf wordt het initiatief van Wardenier naar buiten gebracht. De lokale politiek heeft er net zo'n vertrouwen in als Wardenier en inmiddels geheel Noord-Nederland. Het Nieuwsblad van het Noorden schrijft: 'Uitvinder en betrokken autoriteiten hebben ons ontvangen in een samenkomst, waar door den uitvinder zelf een en ander werd meegedeeld. En hoe? Wardenier sprak met een rustige kalmte. In sobere, eenvoudige bewoordingen alsof zijn uitvinding de gewoonste zaak van de wereld betrof, werden ons feiten meegedeeld, waarvan het een nog verbazingwekkender was dan het andere. Niets in het optreden van Wardenier verried dat hier werd aangekondigd: een wereldrevolutie op het gebied van de motorische beweegkracht. Een feit dat niet te miskennen is, want ernstige menschen hebben hun naam en prestige aan de zaak verbonden'.
De betrokken journalisten bij de persconferentie van 1 september 1934 noemen Wardenier een rustige, stabiele jongeman, die weet waar hij over praat. De kritische vragen van de pers worden deskundig beantwoord. Wardenier en Wolvega gaan tesamen een grote toekomst tegemoet...

De rol van B&W
Ruim een half jaar voor de geruchtmakende persconferentie spreekt Wardenier voor het eerst met een lid van de lokale politiek. In een gesprek met de heer W. Muurling, wethouder van Openbare Werken en Sociale Zaken voor de Christelijk Historische Unie, ontvouwt de ex-bakkersknecht zijn plannen. De twee praten langdurig over Wardeniers uitvinding, een revolutionaire motor, die voornamelijk aangedreven wordt door lucht en waarbij weinig andere brandstoffen, zoals benzine, een rol spelen. Muurling spreekt zichzelf uit in de Meppeler Courant, zes dagen na de persconferentie op 1 november 1934: 'Johannes klopte bij mij aan, omdat hij geld nodig had en hij wist dat ik van financiën wel wat verstand heb. Ik heb toen tegen Johannes gezegd: "geef mij de verzekering dat je de fabriek waarin die motoren worden gemaakt in Wolvega komt en je kunt van mij krijgen wat je wilt".'
Later komt Wardenier met twee mysterieuze geldschieters op de proppen, waardoor de gemeente Weststellingwerf niet in de buidel hoeft te tasten. De rol van B&W verandert langzaam van potentiële geldschieter tot de beheerder van het verdere project. B&W spreekt met Wardenier over het beschikbaar stellen van een bouwkavel, waar een gloednieuwe fabriek moet verrijzen. Bovendien wordt rekening gehouden met een uitgebreid werkgelegenheidsplan. Mensen moeten omgeschoold worden en gehuisvest in woningen die gebouwd worden in de directe omgeving van de fabriek.
De rol van Muurling lijkt essentieel in het drama dat zich later voltrekt. Muurling is dan de jongste wethouder van ons land, ambitieus en energiek, en vindt als bestuurder van Openbare Werken en Sociale Zaken dat dit werkgelegenheidsplan de oplossing voor het nijpende werkloosheidsprobleem is. Muurling licht vervolgens burgemeester Maas in, een man met een universitaire graad in de rechten. Ook hij is onmiddellijk enthousiast en langzaam maar zeker krijgen de ideeën een concrete basis... Vervolgens wordt aan Wardenier de verzekering gegeven dat de benodigde grond beschikbaar wordt gesteld.
Wardenier blijft volharden in zijn motor, alhoewel hij deze aan niemand (!) laat zien. Muurling maakt de fatale fout door burgemeester Maas de verzekering te geven dat hij de motor heeft gezien. Achteraf blijkt dat dit absoluut niet het geval is. Wardenier spreekt over zijn motor in vage termen. 'De motor kan drie maanden achtereen draaien, zonder dat de drijfkracht bijgevuld behoeft te worden.'

Vreemd genoeg accepteren de notabelen Wardeniers belangrijkste argument, en dat is dat hij de motor uit angst voor plagiaat verborgen houdt. En Muurling verzekert later ook de verzamelde pers dat hij de motor in werking heeft gezien. Een fout die hem duur komt te staan. Wethouder Muurling en burgemeester Maas staren zich blind op het werkloosheidsproject en proberen concreet te maken wanneer de fabriek gebouwd wordt en de produktie gestart. Beide notabelen verklaren aan de pers dat de fabriek werk voor dertienduizend man oplevert. Opmerkelijk vraagt geen van de journalisten door over de produktieprocessen, het logistieke traject, toevoer en werkgelegenheid van aanleveringsbedrijven en andere sociaal-economische achtergronden. Een vreemde zaak, Wolvega ligt aan geen van de belangrijke water- of landwegen en beschikt niet over een achterland die de hoogstnoodzakelijke grondstoffen moet aanleveren.

(in het volgende Kleintje het tweede en laatste deel)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 362, 23 november 2001

  • Hits: 500

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch