• Archivaris
  • 363

De affaire Wardenier (deel 2)

de opkomst en ondergang van een brandstofloze motor

In het vorige Kleintje stond het eerste deel waarin hoofdpersoon Johannes Wardenier wordt opgevoerd die in de dertiger jaren van de vorige eeuw een omwenteling aankondigde op het terrein van de motorische beweegkracht. Met andere woorden: een benzineloze motor, werkend op lucht.

door Marcel van Beurden

Op 3 november 1934 staat Wolvega nog steeds op zijn kop. Het verhaal van Wardenier leeft bij de bevolking. Wolvega wordt uit de vergetelheid getrokken. Het wordt aardig druk in het rustieke dorp. Treinconducteurs nemen alvast een voorschot op de toekomst, en noemen Wolvega bij aankomst al "Edison-town". In het dorp zelf stijgen de prijzen van bouwkavels enorm. Makelaars ruiken geld en vele potentiële bouwterreinen voor de fabriek en de huizen voor de arbeiders worden nauwkeurig onder de loep genomen. Het dorp loopt vol met vreemdelingen. Industriëlen, speculanten en journalisten uit verschillende landen stormen op Wolvega af. Hotelruimte is al snel niet meer te vinden en zelfs hotels in de wijde omgeving zitten vol met bezoekers. Inmiddels is wethouder Muurling niet meer te houden. Hij laat binnen een week na de persconferentie een afschrift van een koopakte voor een bouwterrein aan de pers zien. De gemeente heeft volgens zijn woorden beslag weten te leggen op een bouwkavel van maar liefst ruim 60 hectare groot. Muurling laat ook de blauwdruk van de plattegrond van de fabriek in de kranten afdrukken. Het nieuwbouwcomplex wordt zo'n 300 meter lang en 280 meter breed.
Wardenier stookt het vuurtje in de pers ook op. "In deze fabriek zullen in hoofdzaak motoren die voor vervoer kunnen dienen worden vervaardigd." De journalisten zijn verbaasd en vragen om een demonstratie van de motor. B&W proberen de jongeman zover te krijgen om de schrijvende pers tevreden te stellen. Wardenier weigert wederom om zijn concept aan de wereld te tonen. De jonge Edison beroept zich op het argument dat rijksingenieurs de motor in werking hebben gezien en het concept als veelbelovend aangemerkt hebben.
Toch beginnen de eerste scheuren in het ambitieuze plan zich te tonen. Journalisten melden dat Wardenier de motor bij een Zwolse autofabrikant heeft laten testen. Geruchten die Wardenier niet ontkent. Integendeel: "Ik heb bij een autofabrikant in Zwolle proeven genomen. De motor is uitgeprobeerd in verschillende chassis. De proeven slaagden alle volkomen. De Zwolse autofabrikant kwam tot de conclusie, dat mijn motor nog geen vijf en twintig gulden aan drijfkracht nodig heeft, al loopt hij dag en nacht gedurende vele weken." Het gemis aan openbare informatie begint Wardenier, zoals later blijkt, ongemerkt op te breken. Ingenieur M. Getreuer verklaart na de affaire dan ook dat Wardenier inderdaad proeven heeft laten uitvoeren met zijn heteluchtmotor. "Er is toen serieus over een eventuele productie gesproken. Maar bij de bestudering van de motor kwamen onze technische mensen tot de conclusie, dat het ding onbruikbaar was."

Geruchten en ontkenningen
Inmiddels worden vele verhalen en geruchten de wereld ingebracht. Wardenier spreekt zichzelf een aantal malen expliciet uit over contacten met het buitenland, vooral met oliebaronnen die zijn motor, uit angst voor teloorgang van een immense industrietak, voor veel geld over willen nemen. De berichten zijn echter niet te verifiëren en het is nog maar de vraag of Wardenier inderdaad met dergelijk lieden gesproken heeft. Aan een verslaggever van de Meppeler Courant geeft Wardenier toe dat hij gesprekken met benzinemaatschappijen heeft gehad. "Verzoeken om mijn uitvinding te laten verdwijnen. Er is mij veel geld geboden. Heel veel geld. Miljoenen. Ze kunnen me de hele wereld bieden, maar ik leef niet voor geld."

Wardenier maakt ook bekend dat hij zijn eerste dreigbrieven heeft gehad. De jongeman heeft eerder al bij burgemeester Maas een vergunning voor een vuurwapen aangevraagd en gekregen. De dreigbrieven en de voortdurende geruchten van een zware lobby uit het bedrijfsleven om Wardeniers uitvinding te kopen dan wel te stelen, zorgt voor een paniekreactie bij B&W van Weststellingwerf. Vanaf dan wordt Wardenier beschermd door de marechaussee. De jongeman verplaatst zich vanaf dat moment enkel nog in dure auto's en onder continue bewaking. Langzaam krijgt de hele zaak paranoïde trekjes. Muurling spreekt zich expliciet uit tegen een Nederlandse vertegenwoordiger van een aantal Amerikaanse dagbladen. "Men moet ook niet vergeten, dat de heer Wardenier steun heeft van zeer invloedrijke mensen; door de bemiddeling van hen wordt hij aan geld voor zijn fabriek geholpen. Eén van deze mensen ken ik persoonlijk. Namen mag ik niet noemen, omdat deze mensen anders geen rust meer zouden hebben." De gemeenteraad van Weststellingwerf ontploft en sommeert Muurling om deze namen bekend te maken. De pers aast evenzeer op de namen, maar Muurling blijft weigeren, evenals Wardenier.

Ruim een week nadat het hele circus omtrent de brandstofloze motor van Wardenier begon, eindigt het ook. Op 15 november wordt door de gemeenteraad een extra zitting uitgeschreven. Inmiddels staat Wolvega op zijn kop en wordt vooral de naam Muurling door het slijk gehaald. Terwijl het voor iedereen vaststaat dat de uitvinding van Wardenier daadwerkelijk bestaat, uitgebreid getest is door verschillende onderzoekers en dat Wardenier intieme contacten met fabrikanten en andere bedrijven heeft gehad, wordt de handelswijze van burgemeester Maas, en vooral die van Muurling bekritiseerd. De publieke opinie spreekt zich unaniem uit voor het aftreden van de jonge wethouder.
Burgemeester Maas opent de vergadering met de mededeling dat Muurling vanwege ziekte niet aanwezig zal zijn. Vervolgens wordt een door alle raadsleden ondertekende motie ingediend. De inhoud van de motie is simpel. In hoeverre zijn B&W schuldig aan het opblazen van Wardeniers heteluchtmotor?
Burgemeester Maas neemt het woord. Hij verklaart dat wethouder Muurling hem op de hoogte van Wardeniers uitvinding bracht. Wardenier leek hem een betrouwbare, intelligente jongeman, die simpel en doeltreffend antwoord gaf op al zijn vragen. Bovendien waren de persoonlijke relaties van Wardenier vertrouwenwekkend. Vooral het feit dat Wardenier een echte motor besprak en geen perpetuum mobile (een in die dagen populair pseudo-wetenschappelijk onderwerp) noopte Maas tot samenwerking. Maas beschreef de motor in algemene termen. En "bestond hierin, dat de samengeperste lucht die kracht levert niet ontvlood maar veel langer kon worden gebruikt en eerst na geruime tijd weer behoefde te worden bijgevuld."

Maas vervolgt zijn betoog: "Na enige tijd kwam een bekwaam en bekend architect inlichtingen vragen over grond, bodemgesteldheid, enzovoorts." Wardenier wilde volgens Maas dat de fabriek in Wolvega gebouwd werd, en vroeg Maas om de Wolvegaster interesse officieel vast te leggen. Hierop schreef Maas een brief waarin hij inderdaad vanuit B&W van de gemeente Weststellingwerf de interesse bevestigde. "In dit stadium", vervolgt Maas, "was er aanleiding de bereidverklaring tot het afstaan van grond in koop - wanneer de gemeente dit wenste - getekend te krijgen."
Maas verklaart verder dat het interview van Muurling met de Meppeler Courant vele onnauwkeurigheden vertoonde waardoor het verhaal een veel concretere inhoud krijgt dan voorlopig bedoeld. Volgens Maas begint Wardenier hierop tekenen van verwardheid te vertonen en hij besluit als hoofdverantwoordelijke de jongeman te laten opnemen. Het meest laakbare aan de zaak Wardenier is de getuigenis van Muurling die verklaart dat hij de motor in werking zag. Muurling blijkt volgens de notulen van de raadszitting de motor niet eens gezien te hebben, laat staan in werking. Maas eindigt zijn betoog met de vreemde woorden: "Ik vraag mij dan ook af: hebben hier grondspeculanten of duistere machten achter gezeten?"

Complottheorie
De zaak Wardenier is tot dan voornamelijk de lokale affaire van een onervaren B&W. Maas is nog maar een half jaar burgemeester en Muurling de jongste wethouder van Nederland. Toch oppert Maas een verklaring, wellicht om hemzelf en Muurling vrij te pleiten van blunders en een verkeerd bestuurlijk inschattingsvermogen, die met behulp van Wardeniers latere leven en uitspraken een eigen leven is gaan leiden: een complottheorie. Maas beantwoordt in de raadszitting een aantal vragen van de gemeenteraad. "Ik zou een lang verhaal kunnen houden, maar dat zal ik niet doen. In het belang van Wardenier en diens relaties, terwijl ik dan ook dingen zou moeten zeggen die ik niet mag zeggen, omdat geheimhouding is opgelegd." Even later gooit Maas nog wat olie op het vuur: "Wanneer men daarvan meer wil weten, dan zal men zich tot Hogere Autoriteiten moeten wenden."
Een logische vraag resteert dan. Wie waren deze 'Hogere Autoriteiten'?
Een dag na de extra raadszitting wordt Wardenier uit het psychiatrisch ziekenhuis ontslagen. Een diagnose is niet gesteld. Wardenier mankeert niets. Een officiële reden tot verplichte opname wordt niet gegeven en een verklaring blijft uit. Het ziekenhuis geeft een korte mededeling over het verblijf en ontslag van Wardenier. "Professor Van der Scheer achtte het voor de gezondheidstoestand van de heer Johannes Wardenier het beste, dat hij weer in het gewone leven terugkeerde." Een vreemde mededeling, zeker in het licht dat het ontslag een dag na de extra raadszitting plaatsvindt.
Het nieuws dat Wardenier een dag na de raadszitting ontslagen wordt, is koren op de molen van de pers en de Wolvegaster bevolking. De mening van de publieke opinie is dat hij moest verdwijnen. Dit argument wordt kracht bijgezet door Wardenier zelf. Wardenier merkt bij terugkomst in het ouderlijke huis dat zijn motor is verdwenen. "Vader en moeder waren thuis, ik zat in Groningen, geheel ten onrechte zoals na een paar dagen bleek. Ik moest even verdwijnen. Toen is iemand de motor komen halen." Volgens Wardenier zijn een aantal keurige heren in dure kostuums en een dure auto bij het ouderlijke huis voorgereden. De eenvoudige boerenmensen hebben geen weerwoord tegen de welbespraakte heren en geven toestemming om de motor mee te nemen.

Een maand later volgt een tweede raadszitting. Er staan meerdere punten op de agenda. De agenda wordt bepaald door vragen over de bestrijding van de bittere armoede in de gemeente Weststellingwerf. Maar de meeste aandacht gaat uit na de officiële afhandeling van de zaak Wardenier, het laatste agendapunt. Muurling is hersteld van zijn ziekte en pleit fel voor zijn integriteit in de zaak. "Het motief van mijn handelen en van gans B en W is niet geboren uit duistere machten, maar in tegendeel uit een hart vol warm meevoelen met de economisch gedrukte mensheid en juist gericht tegen de duistere macht der voortdurend voortwoekerende crisis en verarming." Het zal niet baten. Muurling wordt door de gemeenteraad geslachtofferd. De jongste wethouder van Nederland wordt in een naburige gemeente een succesvolle opticien. Muurling heeft zich nooit meer over de zaak Wardenier uitgelaten. Het officiële standpunt van B&W inzake Wardenier is dan ook dat Muurling zich in zijn overenthousiasme heeft laten meeslepen. Er wordt, althans van officiële zijde, niet eens gerept over het bestaan van duistere machten. Journalisten en verslaggevers melden juist opmerkelijke zaken als de zaak Wardenier door de politiek is afgesloten. De Lange, één van de journalisten die uitgebreid over de affaire geschreven heeft, krijgt van zijn superieuren te horen dat hij nooit meer een woord over Wardenier mag schrijven. Volgens De Lange waren dit alweer dezelfde niet te verifiëren orders van hogerhand.

Wardenier keerde na zijn verblijf in de psychiatrische inrichting terug naar het ouderlijke huis. Niemand weet precies hoe hij zich in leven houdt, maar Wardenier loopt er gedurende de resterende crisisjaren piekfijn bij. Hij draagt dure kostuums, geeft volop rondjes in de plaatselijke kroeg en betaalt boodschappen en materialen voor nieuwe experimenten contant. Officieel is Wardenier werkloos, maar eens in de maand reist hij met de trein naar onbekende eindbestemming. Als hij daarvan terugkomt, neemt hij de taxi naar huis en heeft hij weer volop geld ter beschikking. De oorlogstijd markeert het leven van Wardenier, en maakt ook meteen duidelijk waarom hij altijd heeft gesproken van grote bedrijven die zijn uitvinding wilden kopen. Wardenier wordt in 1943 tijdens het uitvoeren van verzetsactiviteiten door de Duitse politie gearresteerd. Na in verschillende concentratiekampen gemarteld te zijn, wordt Wardenier nog in hetzelfde jaar door Philipsmedewerkers uit de gevangenis gehaald en verpleegd in een duur kuuroord. Daarna wordt Wardenier naar Eindhoven getransporteerd, waar hij een maand lang van zijn zware verwondingen herstelt.
Als men ontdekt dat Wardenier tuberculose heeft, wordt hij jarenlang in Laren in een sanatorium verpleegd. Omdat men in Duitse gevangenschap pezen in zijn rug heeft doorgesneden, wordt Wardenier herhaaldelijk geopereerd. In 1952 wordt hij uiteindelijk uit het sanatorium ontslagen. In Steenwijkerwold, Wardeniers geboortedorp, weet men aan wie Wardenier zijn redding heeft te danken. Maar Hendrik Wardenier, een oudere broer reageert opmerkelijk fel. "Wat Philips betreft, krijg je van mij niets te horen. Laat ik alleen dit zeggen, dergelijke ondernemingen doen niets voor niets."
Het bedrijf Philips heeft nauwelijks informatie over Wardenier vrijgegeven. Meestal ontkent men categorisch van de naam Wardenier gehoord te hebben. In 1974 had een journalist van de Zwolse Courant geluk. Philips-ingenieur Wiedenhof vertelde de naam Wardenier goed te kennen. "Er is vaak over die man gesproken hier in het bedrijf. We zullen dus wel eens wat met hem te maken hebben gehad." Later geeft de persdienst van Philips toe de man te kennen, maar ontkent betrokkenheid bij Wardeniers verdwenen brandstofloze motor. Het enige wat Philips bevestigt is dat het bedrijf Wardenier inderdaad uit een Duitse gevangenis heeft gehaald.
Juist dit laatste is een onwaarschijnlijke toevalstreffer.

Wardenier spreekt al voor de Tweede Wereldoorlog over contact met Philips. Bouke Brink, Wardeniers beste vriend, spreekt na Wardeniers dood openlijk over Philips' bemoeienis met Johannes. Brink verklaarde dat het Philips was die Wardenier van 1934 tot aan zijn dood in 1960 onderhield. Na de mislukking van zijn brandstofloze motor heeft Wardenier tot zijn dood geen enkele moeite gehad om rond te komen, en dit terwijl hij officieel nooit meer gewerkt heeft.
Een ander argument dat pleit tegen het verweer van Philips is een kwestie van kansberekening. Philips was inderdaad invloedrijk genoeg om per jaar een aantal Nederlanders uit Duitse gevangenschap te halen. Maar Wardenier was opgepakt voor het plegen van verzetsdaden en was in de ogen van de Duitsers een crimineel. Philips moest zeker in het geval van Wardenier aan vele touwtjes trekken om juist deze Overijsselse boerenzoon terug naar Nederland te halen. En hoe groot is de kans dat een onbekende gevangene die steeds weer naar andere gevangenissen en concentratiekampen getransporteerd wordt, juist op dat moment uitgeloot wordt. Want dat is het verhaal dat Philips beweert. En waarom liet het bedrijf dan eigen werknemers in Duitse gevangenschap ongemoeid? Vele Philipsmedewerkers zijn in concentratiekampen door de Duitsers omgebracht, terwijl Philips voor hen geen vinger uitstak.

Meer onbevestigde berichten
De affaire Wardenier is half zo interessant als de man zelf. Wardenier wordt met Philips in verband gebracht, terwijl Philips nagenoeg in alle talen zwijgt. Uit Wardeniers eigen woorden, voornamelijk in de jaren voor zijn dood opgetekend, kan worden opgemaakt dat hij inderdaad door Philips werd onderhouden. Wardenier spreekt zelfs uit dat hij bij Philips in dienst is geweest. Philips ontkent dit in alle toonaarden, maar Philipsmedewerkers in Zwolle, nabij Wardeniers woonplaats, verklaren het tegendeel. Een medewerker van één van Philips aanleverbedrijven uit Limburg vertelt aan een Zwolse journalist zelfs: "Johannes Wardenier heeft destijds niet alleen van Philips geld ontvangen; hij heeft ook nog geruime tijd voor Philips gewerkt! Dat was gedurende zijn laatste levensjaren - zo ergens in de periode 1955-1960. Philips had net een nieuwe fabriek in Zwolle gebouwd, aan de Ceintuurbaan, en Johannes kreeg daar een baan." En verder in het interview: "Ik weet het zeker. Wardenier had daar een speciale taak te vervullen." Navraag bij de Philipsadministratie in Zwolle én Eindhoven levert echter niets op.
In de vroege jaren vijftig was Wardenier in de kost bij ene mevrouw Jansen. Ook zij verklaart in een krant dat Wardenier een soort van pensioen van Philips genoot. "Dat achtte ik ook best mogelijk, want zonder te werken kon hij zich financieel best redden..." Bouke Brink, Wardeniers goede vriend en vlak voor zijn sterven huisgenoot, zinspeelde in de jaren zeventig nogmaals op een financiële relatie tussen Philips en Wardenier.
De affaire Wardenier sterft nooit geheel uit. Voor een deel is dit op het conto van de pers te schrijven; steeds weer nieuwe generaties journalisten rakelen het inmiddels bijna zeventig jaar oude mysterie op. Voor het andere deel is Philips zelf hier mede aan schuldig. In de jaren zestig en in de jaren tachtig van de twintigste eeuw maakt Philips bekend dat het aan een soort van brandstofloze motor werkt. En dit is koren op de molen van de pers en de fantasie van de publieke opinie, die het geval van Wardenier toch als een complottheorie benaderen. Vlak voor zijn dood werd Wardenier meermalen door de schrijvende pers en de radio geïnterviewd. In een vraaggesprek voor de radio laat hij zich in 1959 ontvallen dat de ideeën van Philips en van hem omtrent een brandstofloze motor elkaar wel ontmoetten, maar dat er grote verschillen bestaan. Over zijn opname in het gesticht meldt Wardenier: "Op een kleine groep na wist eigenlijk niemand hoe de vork in de steel zat. Trouwens, ik heb later pas begrepen, dat ik van de baan moest. Ik moest kapot gemaakt en dat is ook wel gelukt. Een half jaar nadat ik thuis was gekomen, besefte ik pas goed hoe en waarom ik te grazen was genomen."

Wardenier heeft na de Tweede Wereldoorlog nog diverse tekeningen en beschrijvingen van de brandstofloze motor geproduceerd. Intimi verklaren deze tekeningen gezien te hebben, maar na Wardeniers dood verdwijnen ze... Volgens Bouke Brink, beheerder van Wardeniers nalatenschap, werd bij hem ingebroken alvorens de tekeningen verdwenen. En diens broer verklaart na de dood van deze Bouke Brink: "De tekeningen liggen bij Philips in de kluis."
De affaire Wardenier heeft vele elementen uit een spionagescenario. Halve waarheden, leugens, marteling, desinformatie, geruchten en opgeblazen krantenartikelen zijn Wardeniers deel geweest. Wardenier is de centrale figuur in de zaak en eigenlijk is zijn motor bijzaak gebleven. Er is momenteel geen enkel principe bekend dat een motor op dergelijke wijze laat lopen, laat staan dat er fabrieken zijn gebouwd om zo'n brandstofloze motor op grote schaal te produceren. Vreemd zijn wel de ontwikkelingen bij Philips te noemen. Als Frits Philips in de jaren tachtig zich persoonlijk inzet voor de bouw van een assemblagefabriek voor Stirling-motoren denken vele onderzoekers weer terug aan de opkomst en ondergang van Johannes Wardenier, de uitvinder van de brandstofloze motor. Maar ook deze Philipsfabriek is er typisch genoeg nooit gekomen.

(Het verhaal over Johannes Wardenier is gebaseerd op het boek "Het mysterie Wardenier", geschreven en in zelfbeheer uitgegeven door Han Wielick en Henk Ymker in 1984)

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 363, 20 december 2001

  • Hits: 671

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch