• Archivaris
  • 323

atoomalarm aan einde millennium (002)

In de Groene Amsterdammer van 21 mei 1998 besprak Max Arian mijn, toen al op de internet-site van Kleintje Muurkrant verschenen artikel, "Atoomalarm aan einde millennium deel 1" waarin ik aanwijzingen naar voren bracht over een samenwerking op nucleair gebied tussen India en Israël. Arian wist het allemaal niet zo zeker. Hij had het over een "hypothese die nader moet worden onderzocht".

door Peter Edel

Ondertussen zijn er in het buitenland echter nadere berichten verschenen over de nucleaire samenwerking tussen India en Israël, waardoor er volgens mij toch niet echt meer over een hypothese gesproken kan worden. Nog dezelfde dag dat De Groene verscheen, werd de Israëlische krant Ha'arets geciteerd door NRC Handelsblad. Ha'arets noemde een boek van de Indiase journalist Shyam Batia, waarin beschreven staat hoe India en Israël, enkele jaren geleden al tot een aanval op de nucleaire installaties van Pakistan wilden overgaan. Ha'arets kent duidelijk minder twijfel over de nucleaire banden tussen India en Israël, dan De Groene, want de wetenschappelijke samenwerking tussen beide landen op het gebied van kernwapens, wordt door deze krant volledig onderschreven. Uit de berichtgeving van Ha'arets blijkt dat de band tussen India en Israël momenteel zeer innig is. De premier van India, Atal Bihari Vajpayee, wordt omschreven als "een grote vriend van de joodse staat". Verder komt de goede verstandhouding tussen India en Israël naar voren in de permanente aanwezigheid van een Mossad vertegenwoordiger in Bombay. Hij is daar voornamelijk gestationeerd om er op toe te zien dat nucleaire kennis uit het buurland Pakistan niet terecht komt bij die landen die Israël vijandig gezind zijn. Volgens Ha'arets is de militaire samenwerking tussen India en Israël vooral sinds het Israëlisch-Palestijnse vredesproces op gang gekomen. Ondertussen wordt er jaarlijks voor zo'n 300 miljoen gulden aan wapens vanuit Israël naar India geëxporteerd. De zondag na de proefexplosies van India, vertrok er nog een zware Israëlische delegatie naar dit land om na te gaan of de export van wapens nog verder uitgebreid kon worden. Alleen de Israëlische militaire opperbevelhebber zag op het laatste moment af van zijn voorgenomen bezoek aan India, waarschijnlijk omdat de militaire banden tussen beide landen in dat geval wel erg nadrukkelijk in het voetlicht waren getreden. Naast de berichten in Ha'arets verscheen er op 2 juni tevens een artikel over de banden tussen India en Israël in The Times. Volgens deze krant gaat de militaire samenwerking tussen deze twee landen al zo'n twintig jaar terug. The Times spreekt verder over berichten in de Israëlische pers waaruit blijkt dat de leider van het kernwapenproject in India, A.P.J. Abdul Kalam, in 1996 en 1997 verschillende malen in Israël is geweest. Andersom zouden Israëlische atoomgeleerden op bezoek zijn geweest in India. In navolging van mijn eerdere artikel in Kleintje Muurkrant vergelijkt ook The Times de nucleaire binding die de joodse staat momenteel met India kent, met de nucleaire samenwerking die Israël in de jaren zeventig aanging met Zuid Afrika.
Een dag later ging The Times nog een stap verder. Toen verscheen in die krant het bericht over een voorval, dat vijf uur voordat de eerste nucleaire test in Pakistan werd uitgevoerd, had plaats gevonden. De Pakistaanse minister van buitenlandse zaken, Gohar Ayub Khan, benaderde toen zowel de VS als de VN, omdat hij bang was dat India tot een verrassingsaanval over zou gaan. Hieromtrent verschenen tevens berichten in Nederland. Maar de Nederlandse pers sprong wel erg selectief met dit nieuws om, waarbij het er veel op leek dat men Israël buiten het verhaal probeerde te houden. Zo was hier nergens te lezen wat de reden was voor de plotselinge paniek die er bij Khan uitbrak. De berichtgeving van The Times was op dit punt uitvoeriger. Volgens deze krant was men in Pakistan geschrokken van een onbekende F-16 straaljager, die de dag voordat dit land een kernproef uitvoerde, gesignaleerd werd in het Pakistaanse luchtruim. Aangezien de luchtmacht van India niet over F-16's beschikt, trok men in Pakistan onmiddellijk de conclusie dat dit vliegtuig uit Israël afkomstig moest zijn. De schrik zat er in Pakistan direct goed in en niet ten onrechte. De Pakistaanse leiders zullen ongetwijfeld terug hebben gedacht aan 1981, toen er door Israëlische bombardementen een einde kwam aan de nucleaire ambities van Irak. Of er inderdaad een Israëlische F-16 door het Pakistaanse luchtruim heeft gevlogen, is niet vast komen te staan. The Times laat verschillende specialisten aan het woord die uitleggen hoe Israël (radar) technisch in staat moeten worden geacht tot een dergelijke vlucht, maar daar wordt verder niets mee bewezen. Ondertussen ontkent Israël natuurlijk alles. Van een F-16 boven Pakistan, of een plan tot een verrassingsaanval, was volgens woordvoerders van de joodse staat nooit geen enkele sprake geweest. Ook de samenwerking met India op nucleair gebied wordt door Israël in alle toonaarden ontkend. Zolang Israël in het geheim zelf over een kernarsenaal beschikt lijkt de waarde van die ontkenningen echter uiterst betrekkelijk. De aanwijzingen over Israëlische kernwapens zijn ondertussen zo ruim voor handen dat de positie van Israël in de wereld als kernmacht vrijwel bewezen kan worden geacht. Kijk alleen maar eens wat Mordechai Vanunu heeft onthuld (zie Kleintje nummer 322). De achttien jaar eenzame opsluiting die hij twaalf jaar geleden kreeg opgelegd, omdat hij Israëlische atoomgeheimen had onthuld, lijkt te bevestigen dat hij het volledig aan het rechte eind had. Maar in Israël ziet men het in het geheel niet als bezwaar dat de veroordeling van Vanunu diens gelijk onderstreept. In plaats daarvan heeft het er veel van weg dat Israël politieke winst uit het lot van Vanunu heeft geslagen. Want hoewel Israël officieel altijd heeft ontkend over kernwapens te beschikken, hebben de Israëlische leiders er aan de andere kant geen bezwaar tegen om er via Vanunu op te wijzen dat er met de joodse staat niet te spotten valt. Herhaaldelijk is vanuit Israël beweerd dat men ter zelfverdediging (en dat is in Israël een nogal ruim begrip) bereid is de meest radicale middelen toe te passen. Door de geschiedenis rond Mordechai Vanunu weten de vijanden van Israël waaruit die middelen bestaan. Dat is precies waar de Israëlische leiders op uit zijn, want zonder dat men officieel hoeft toe te geven over een kernarsenaal te beschikken, gaat hier nu toch een afschrikwekkende werking vanuit. Gezien de paniek over een ongeïdentificeerde straaljager, lijken de Pakistaanse leiders ten zeerste van dit alles doordrongen te zijn. Hoe kritiek de situatie tussen Pakistan, India en Israël een paar maanden geleden eigenlijk wel niet was, blijkt uit verklaringen van een aantal Pakistaanse kernfysici, die onlangs naar Engeland zijn uitgeweken. Zij onthulden dat ook Pakistan een verrassingsaanval zou hebben overwogen, in een poging om India en Israël te snel af te zijn. Na de nucleaire proeven zijn verrassingsaanvallen aan geen van beide kanten nog ter sprake gekomen, waarschijnlijk omdat de gevolgen daarvan toen vast waren komen te staan. Merkwaardig genoeg is het dus juist het testen van atoomwapens geweest, waarmee voorkomen werd dat India en Pakistan de aanval op elkaar openden. Daarmee lijkt de essentie van de Koude Oorlog zich aan het einde van dit millennium in Zuid Azië herhaald te hebben.

Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 323, 17 juli 1998

 

Atoomalarm aan het einde van het millennium

  • Hits: 446

Kleintje Muurkrant - Postbus 703 - 5201 AS - 's-Hertogenbosch